Desi Bouterse (links naast Poetin) reeds veroordeeld, maar nog steeds president in 2016. Foto: Suriname Government/Public Domain

Suriname wacht na 42 jaar nog steeds op bestraffing Desi Bouterse

De nacht 8 op 9 december 1982 was de meest dramatische in de nog zeer jonge geschiedenis van de Surinaamse republiek. Vijf jaar na de onafhankelijkheid in 1975 grepen jonge militairen onder leiding van onderofficier Desi Bouterse de macht. Twee jaar later pleegden zij een massamoord. Bouterse ontsnapt nog steeds aan zijn gevangenisstraf voor die misdaad.

vrijdag 23 februari 2024 14:20
Spread the love

 

‘Onze jongens’ die schoon schip wilden maken met de corruptie van de ‘oude politiek’ konden toen rekenen op de steun van de bevolking. Eerst was er sprake van ‘een ingreep’ in plaats van een staatsgreep, maar vanaf 1981 begon Bouterse een linkse koers te varen en werd het ineens ‘een revolutie’.

Een lange voorgeschiedenis

Het regeren per decreet en het instellen van een avondklok viel bij vele Surinamers niet in goede aarde. De politieke tegenstellingen namen toe. Vanuit zeer diverse sectoren kwam er protest. De sfeer werd grimmiger.

Dictator Bouterse in 1985. Foto: We El/CC BY-SA 3:0

Einde 1982 escaleerde de situatie en op 8 december 1982 gebeurde dan het onvoorstelbare in het anders zo gemoedelijke Suriname. De gebouwen van vakbond ‘De Moederbond’, van twee radiostations en van de krant ‘De Vrije Stem’ werden in brand geschoten.

Tijdens de nacht van 8 op 9 december 1982 brachten de militairen zestien personen naar Fort Zeelandia in Paramaribo, vijftien werden vermoord. Alleen het leven van vakbondsleider Fred Derby bleef gespaard. ‘Op de vlucht neergeschoten’ luidde de officiële versie, ‘moord’ de officieuze.

Om verjaring van de feiten te stuiten diende de Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede (OGV) net voor het jaar 2000, mede namens de nabestaanden van de slachtoffers, een verzoekschrift in bij het Hof van Justitie om een strafrechtelijke vervolging in te stellen tegen de betrokken militairen.

Een eerste vonnis na 12 jaar

Er werd een vooronderzoek opgestart, maar de gerechtelijke molen draaide traag, zeer traag. Pas zeven jaar later, op 30 november 2007 begon het proces dat zedig ‘het 8 decemberproces’ werd genoemd tegen 25 verdachten met Desi Bouterse als hoofverdachte.

Na veel obstructie zowel van politieke als van juridische aard werd er pas twaalf jaar later – einde 2019 – een vonnis geveld. Desi Bouterse, op dat ogenblik nog president, werd veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf.

De tenlastelegging in deze zaak heette ‘moord’ en ‘uitlokking tot moord’. In dit proces waren naast hoofdverdachte Desi Bouterse nog 24 andere Surinamers, burgers en (ex)-militairen betrokken. De krijgsraad heeft, naast Bouterse, ook veroordelingen uitgesproken tegen zes ex-militairen.

Benny Brondenstein, Ernst Gefferie en Iwan Dijksteel kregen elk 15 jaar cel opgelegd. Stephanus Dendoe, Kenneth Kempes en Luciën Lewis hebben elk tien jaar gekregen. In de burgerkamer zijn Etienne Boerenveen en Jimmy Stolk vrijgesproken, evenals Errol Alibux, Dick de Bie, Winston Caldeira, Wim Carbière, Orlando Heidanus, Iwan Krolis, Edgar Ritfeld en Imro Themen.

Untouchable president

Dat was het einde van jarenlange touwtrekkerij tussen de uitvoerende en de rechterlijke macht, bestaande uit vertragingsmanoeuvres van Bouterse raadsman, Irwin Kanhai, die alle juridische spitstechnologie uit de kast haalde om zijn cliënt untouchable te houden.

Verkiezingsbord 2012. Foto: Suriname Government/CC BY-SA 3:0

Desi Bouterse had zich intussen verveld van militaire bevelhebber tot gewiekste en charismatische politicus die de volkstaal sprak. Hij ontpopte zich tot een populist pur sang die op de partijbijeenkomsten van de door hem in 1987 opgerichte Nationale Democratische Partij (NDP) al zijn retorische registers wist open te trekken en hem in 2010 de verkiezingsoverwinning en meteen ook het presidentschap bezorgde.

Na zijn eerste verkiezing in 2010 tot president voelde Bouterse zich dus geruggensteund door een flink deel van de bevolking, maar toen in 2012 een ex-medestander getuigde dat Bouterse zélf aan de moordpartij van 8-9 december 1982 had deelgenomen, dienden enkele van zijn partijgenoten in zeven haasten een wetsvoorstel in om een oude amnestiewet aan te passen.

De witte konijnen van Bouterse

Dit was een eerste wit konijn dat uit de NDP-hoed werd getoverd. Vanaf toen kon Bouterse opnieuw gerust slapen, want door deze nieuwe situatie besloten de militaire aanklager én de krijgsraad de hete aardappel door te schuiven naar het Constitutioneel Hof.

NOS Jeugdjournaal over het vonnis van 2024:

Het was aan deze instantie om te oordelen of de nieuwe amnestiewet wel door de beugel kon, maar… in Suriname bestond dit Hof op dat ogenblik nog niet. Het was in oprichting en de regering-Bouterse had hiermee om begrijpelijke redenen geen haast. In afwachting daarvan schorste de krijgsraad, waarvoor Bouterse en zijn kompanen moesten verschijnen, het proces op.

In 2015 kon Bouterse zijn positie nog verstevigen want hij werd voor een tweede keer tot president verkozen, maar na een verzoek van de nabestaanden vond de hoogste Surinaamse rechter einde van dat jaar dat het proces tóch verder moest gaan.

Van een Constitutioneel Hof was immers nog geen sprake en volgens de Grondwet hebben nabestaanden recht op behandeling van hun klacht ‘binnen redelijke termijn’. De president van de krijgsraad vond trouwens dat de amnestiewet ingrijpt in een lopend proces, een wet trouwens waarvan de rechtsgeldigheid had moeten getoetst worden door een (nog altijd onbestaand) Constitutioneel Hof.

Daarom moest het proces voortgezet worden en 30 juni 2016 werd de geprikte datum. En vervolgens toverde Bouterse alweer een wit konijn uit zijn hoed. Daarvoor deden hij en zijn adviseurs een beroep op Artikel 148 van de Grondwet:

De Decembermoorden uitgelegd door NOS3:

 

“De regering bepaalt het algemeen vervolgingsbeleid. In het belang van de staatsveiligheid kan de regering in concrete gevallen aan de procureur-generaal bevelen geven met betrekking tot de vervolging.” Voilà, omwille van de staatsveiligheid moest dus de vervolging van de decembermoorden worden stopgezet.

Het werd een onverkwikkelijk steekspel tussen de rechtelijke en de uitvoerende macht die op 28 juni 2017 voorlopig in het voordeel van de rechtelijke macht werd beslecht, want de rechter eiste een gevangenisstraf van 20 jaar voor de huidige president Bouterse voor zijn rol in de decembermoorden van 1982.

“Nooit, nunca, never zal ik me laten opsluiten”, was de reactie van Bouterse al enkele jaren geleden.

Uiteindelijk riep het Openbaar Ministerie Bouterse, Benny Brondenstein, Stephanus Dendoe, Iwan Dijksteel en Ernst Gefferie op zich op 12 januari dit jaar te melden bij de Centrale Penitentiaire Inrichting Santo Boma en de Penitentiaire Inrichting Duisburglaan.

Slechts Dendoe, Brondenstein en Gefferie gaven daar gevolg aan, Bouterse en Dijksteel niet. Later bleken er opeens vage afspraken met het Openbaar Ministerie te zijn gemaakt dat Bouterse zich op 16 januari mocht melden bij het Zorghotel, maar ook dat bleek een grote grap. De eens zo sterke man van Suriname was allang op de vlucht geslagen. Hij en Dijksteel zijn voortvluchtig. Over hen is officieel opsporing gelast.

Suriname. Googlemaps.com

Hoewel het overduidelijk is dat de autoriteiten tekort zijn geschoten, weigert ook maar iemand daarvoor het boetekleed aan te trekken. Huidig president Chandrikapersad Santokhi is ook merkwaardig stil als het over zijn spoorloos verdwenen voorganger gaat. De ex-dictator, die op 20 december vorig jaar na een lang proces definitief tot twintig jaar cel werd veroordeeld voor zijn rol bij de Decembermoorden van 1982, hoefde niet dezelfde dag de cel in, met dit onleesbaar juridisch jargon als uitleg:

“Met betrekking tot het gevorderde bevel tot gevangenneming van de verdachte door de vervolgingsambtenaar overweegt het Hof van Justitie dat dit onderdeel van het gevorderde zal worden verworpen. Immers, de vervolgingsambtenaar heeft geen gronden aangevoerd die een bevel tot gevangenneming in deze fase van de behandeling van de strafzaak in hoger beroep zouden kunnen schragen. Voor zover de vervolgingsambtenaar ervan is uitgegaan dat de verdachte naar aanleiding van het requisitoir en de door haar voorgestelde straf terstond in voorlopige hechtenis diende te worden genomen, heeft de vervolgingsambtenaar verzuimd de daartoe benodigde gronden aan te voeren”.

Te gênant voor woorden

De Surinaamse krant De Ware Tijd schrijft hierover:

“Het verbaast maar weinigen dat hij de benen nam nog voordat hij zich moest melden. Echter, veel mensen vinden het te gênant voor woorden dat hij zo eenvoudig weg kon komen. En daar kan het Directoraat Nationale Veiligheid (DNV) medeverantwoordelijk voor worden gehouden.”

“Het is doorgaans deze organisatie die vluchtgevaarlijk gedrag moet onderkennen. Maar bij Bouterse werd dat niet afdoende gedaan, kennelijk hebben ze daar zitten slapen. Maar zolang onafhankelijk onderzoek geen klaarheid in deze zaak kan brengen, zal er altijd wel een zweem van verdenking blijven bestaan.”

“Het is erg onwaarschijnlijk dat Bouterse geheel op eigen kracht onvindbaar kan blijven voor de autoriteiten. Het ligt voor de hand dat hij bescherming geniet van invloedrijke mensen of op zijn minst is geholpen door deze personen. Ook vanuit de NDP, waar toppers schijnen te weten waar hun gevallen voorzitter zich verschuilt.”

“Het is op zich niet strafbaar dat ze dat niet willen verklappen. Maar zodra ze hem hand-en-spandiensten verlenen, overtreden ze de wet wel en kunnen zij worden vervolgd, omdat dit hen medeplichtig maakt aan zijn vlucht.”

“Dat geldt ook voor zijn vrouw Ingrid. Aangezien de 78-jarige Bouterse niet meer de jongste – en zeker niet de gezondste – meer is, is het de vraag hoelang hij nog uit handen van justitie kan blijven zonder dat hij in de gaten loopt.”

Ook in het buitenland kijkt men met verbazing én argusogen naar hoe de Surinaamse rechtstaat door het ijs is gezakt. ‘Een voortvluchtige Bouterse is de zoveelste klap in het gezicht van nabestaanden van de slachtoffers van de Decembermoorden’, zo schreef de Nederlandse krant Trouw in een recent commentaar.

“Zij hadden gedacht – en vurig gehoopt – dat het vonnis een afsluiting van een diepdonkere periode zou zijn. Het is onverteerbaar dat de nabestaanden nog altijd worden geconfronteerd met onzekerheid. Immers, een veroordeling heeft pas waarde als de straf daadwerkelijk wordt uitgezeten.”

 

Walter Lotens woonde en werkte zes jaar in Suriname

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!