Twitter is in electorale tijden vooral vermoeiend

Twitter is in electorale tijden vooral vermoeiend

Dit weekend nam ik een nogal drastische beslissing: ik besloot om zowat iedereen die er in de Wetstraat ‘toe doet’ te unfollowen op Twitter, zowel politici als zogenaamde Wetstraatwatchers. Alvast tot na de verkiezingen. Het werd me net iets te hijgerig op Twitter de jongste weken, toch wat de Moeder der Verkiezingen betreft.

maandag 5 mei 2014 17:22
Spread the love

De eersten die ik eraf gooide waren Ivan De Vadder en Johan
Van Overtveldt. Zeker van eerstgenoemde is me niet helemaal duidelijk waarom ik
‘m ooit besloot te volgen, want als ik de
man in Terzake met grote overtuiging zie duiding geven bij de laatste peiling krijg
ik vooral heimwee naar Tim Pauwels. Ik
blijf Twitter overigens een fijn medium vinden, maar wat de verkiezingen betreft: als het
belangrijk is, lees ik het de dag erop wel in de krant of online.  

Overigens geldt een ietwat gelijkaardige kanttekening voor
de intellectuele ‘spielerei’ waarmee sommigen onder ons zich graag onledig
houden, inclusief ondergetekende. Wilkinson & Pickett, Piketty, Standing, …
Het is allemaal een beetje minder belangrijk in de laatste rechte lijn naar de
verkiezingen. Laat ons wel wezen – lectuur van hun boeken en/of analyses en reviews van hun boeken zal de meesten onder
ons niet van electorale voorkeur doen veranderen. Je herkent je in hun verhaal en
analyse of niet, en ik vrees dat een en ander nogal samenhangt met je politieke
voorkeur, die dan weer vooral te maken heeft met hoe je als mens in elkaar zit
en kijkt naar de realiteit rondom je, zowel in het dagelijkse leven als op de
buis. Ik moet alvast nog de eerste mens tegenkomen die door Piketty’s Capital in the 21st century fundamenteel
van mening is veranderd (maar goed, ik kom dan ook niet veel buiten). Ben er
dus ook ver van zeker van dat de wereldwijde ideologische shift is begonnen, waar sommigen
zo hoog over opgeven en waarbij mensen meer aandacht zouden krijgen voor
ongelijkheid als verkiezingsissue. Ik wil het wel hopen.

Soit. Het enige waar de meesten onder ons die het nieuws nogal
van nabij volgen nog over moeten beslissen in de volgende drie weken, is hoe we
onze respectieve stemmen – strategisch – gaan spreiden over de partijen die min
of meer corresponderen met onze waarden en prioriteiten, al naargelang bv. dit
of een ander kopstuk je bevalt, of je iemand kent van de ‘Verschilligen’ of
niet, of al naargelang je de klemtoon wil leggen op het bilan dat politieke
partijen de afgelopen jaren konden voorleggen dan wel  op de constructieve (of minder constructieve)
voorstellen die ze doen voor de volgende vier, vijf jaar. Voor de Europese
verkiezingen ben ik er al uit – zie een eerdere blogpost. De rest hou ik lekker
voor mezelf, ik blijf tenslotte een West-Vlaming.

We leven met andere woorden in een “gepolariseerd klimaat”: mensen die de politieke actualiteit in
binnen-en buitenland volgen, en zich links of eerder rechts situeren (en dat
zijn er meer dan vroeger), gaan niet
meer van kamp veranderen, zelfs niet meer omwille van een verbale uitschuiver (genre
‘vieze pollekes’). Hetzelfde geldt voor
degenen die zich helemaal niet meer herkennen in het politieke aanbod en om die
reden blanco gaan stemmen.

Bij die (gepolariseerde) categorie gaat het alleen nog om de details – bv. iemand
die zich aangetrokken voelt tot het optimistische discours van Ruttens partij kan
besluiten in de laatste rechte lijn om alsnog op die andere
ondernemersvriendelijke partij te gaan stemmen, of net omgekeerd, bv. omdat hij
of zij de twee vingertjes toch vooral een politiek symbool voor randdebielen vindt.
Mij doen de vingers tussen het lange gras op de West-Vlaamse velden vooral
denken aan de flaporen van schichtige konijnen – maar meestal gaat het wel om
konijnen waar wel wat vlees aan hangt.

Alle gekheid op een stokje, ik heb er geen moeite mee om toe
te geven dat de N-VA een samenhangend verhaal brengt, waar je in kan komen of
niet. Ik geloof er niet in, ik denk niet dat dit de richting is die we als
samenleving uitmoeten. Maar velen blijkbaar wel. De Wever doet het tot nader
order niet alleen goed bij gele tuinkabouters.

Maar we hadden het dus over de polarisatie. Die polarisatie geldt
(per definitie) niet voor degenen die zich eerder in het centrum bevinden, én
voor al diegenen die op 25 mei ook moeten gaan stemmen maar nog vrijwel “onbeslist”
zijn – en dat zijn er blijkbaar toch nog altijd veel. Wat er zich de volgende
drie weken dus afspeelt, in verkiezingsfolders, drukdoenerij van Wetstraatcommentatoren,
politieke debatten en campagnevoeren op de markt, is dan ook vooral op die twee
segmenten van de bevolking gericht. Wat
al meteen al die hoogdravende analyses relativeert, over partijen die op angst
inspelen en wat weet ik nog al meer. En voor Twitter-gekissebis geldt het in
het kwadraat, denk ik. Da’s vooral preken voor eigen kerk, in deze fase.

Eigenlijk zouden de media zich in hun aanbod de volgende
drie weken dus op die twee verschillende audiences moeten richten en
diversifiëren. Het eerste segment – de min of meer besliste kiezers – heeft nog
weinig boodschap aan het hele verkiezingscircus. Veel meer dan wat vrijblijvend
entertainment bieden de debatten en media-optredens van ons welgenegen partijen
en kopstukken ons niet meer. Ik geef grif toe dat ik een springende Van den
Bossche daar niet meteen toe reken (of het zou misschien op een trampoline
moeten zijn). Maar we kunnen dus
evengoed naar Thuis kijken, veel verschil maakt het niet uit. Ik vraag me af of
de volatiele gepolariseerde kiezer (want die is er uiteraard ook) – die dus
pakweg sp.a maar bv. ook Groen! Of PVDA+
kan stemmen, of aan de andere kant voor Open VLD of N-VA of een rechtse
CD&V-er  – zich wel zo laat inspireren
door het hele circus in de laatste rechte lijn. Ik vermoed eigenlijk van niet,
behalve misschien als er een of ander shockmoment opduikt.

De centrum- en nog onbesliste kiezers mogen zich echter in de
handen wrijven. Het zijn zij die finaal gaan beslissen over de poppetjes in de
nationale en Vlaamse ‘theater-democratie’ (een fijne term die ik vandaag in een
Mo*-analyse leerde kennen), want inderdaad, of de N-VA 35 dan wel 28 procent haalt op 25 mei, kan een
serieus verschil uitmaken op 26 mei.

Maar opnieuw, ik wed dat noch Twitter, noch de analyses/spin
van Brinckman in de krant of de opiniestukken van Piketty en co nog een groot
verschil zullen maken voor de politiek ongeïnteresseerde kiezer. Die formats en platformen zijn vooral op de
politiek geïnteresseerde burger gericht. Nee, dàn eerder de flowcharts op N-VA
folders met het verschil tussen het “N-VA model” en het “PS-model”. Lekker
simpel, elk in een ander kleurtje, uitstekend op maat gesneden van de politiek
minder gemotiveerde kiezer. Alsof je twijfelt tussen een Dacia Duster of een
Audi. Of ze gaan te rade bij de een of
andere vriend(in) die het allemaal wat meer van nabij volgt – ze outsourcen
hun politieke voorkeur, met andere woorden. (Ik maak hier even een uitzondering
voor de jongeren die voor het eerst gaan stemmen, en van wie toch zeker
sommigen moeite doen om een gefundeerde stem uit te brengen ).

Hoe de centrumkiezer zijn of haar keuze bepaalt, is me
minder duidelijk (net zoals het me eigenlijk ook niet echt duidelijk is hoe je
in deze tijden van enorme verandering nog ‘centrum’ kunt zijn). Maar toch een
beetje spijtig als je het mij vraagt dat uiteindelijk uitgerekend de centrum-en
ongeïnteresseerde politieke kiezer gaan beslissen over het Vlaamse/federale
niveau, in de zogeheten ‘Moeder der Verkiezingen’.

Europees – de belangrijkste verkiezingen, volgens o.m. Van
Overtveldt (overigens een opvallende stelling voor iemand die opkomt voor een
nationalistische partij) is het een ander verhaal. Daar is het erg moeilijk
voorspellen wat er uiteindelijk uit de bus gaat komen, en de héle constellatie
van centrumstemmen én meer radicale
stemmen is enorm belangrijk voor het Europa dat we de volgende jaren gaan
krijgen. De verkiezingen daar vormen daar het begin van een proces dat allicht
een stuk langer gaat aanslepen dan in het verleden, al was het maar omdat het de
afgelopen jaren de meesten onder ons duidelijk geworden is dat het op dat
niveau wél degelijk om de knikkers gaat, en de inrichting van de Europese economie
en samenleving.

Als ik lees dat Van Rompuy, antidemocraat bij uitstek, de
rol van “informateur” op zich wil nemen na de Europese parlementsverkiezingen,
vrees ik alvast het ergste. Maar ik denk niet dat ze er nog mee wegkomen deze
keer. Alvast op dat niveau is de kentering begonnen bij Europese burgers, denk
ik.

De toekomstige EU zal democratischer zijn of niet zijn. Ongeacht het wapengekletter aan de grenzen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!