“We kunnen niet iedereen een voltijdse studiebegeleider geven”, zegt Rik Torfs, rector van de KU Leuven (midden op de foto). In Leuven is het zelfs al zo erg gesteld dat er reclame wordt gemaakt voor private studiebegeleiding. “Voor 60 euro inschrijving en 24 euro per uur daarbovenop vergroten uw kansen om te slagen.” (Foto KU Leuven / Rob Stevens)
Democratisering onderwijs, Universitaire opleiding -

Rectoren zien democratisering hoger onderwijs niet zitten

zaterdag 26 oktober 2013 11:15

Een maand geleden startte officieel het nieuwe academiejaar. Al meteen ontstond een debat over de democratisering van het hoger onderwijs. De rectoren van alle Belgische universiteiten vielen eensgezind die democratisering aan. Er zijn te veel jongeren die gaan studeren, maar die dat eigenlijk niet aankunnen, vinden ze. Deze visie is enorm kort door de bocht. De rectoren zouden beter in eigen boezem kijken.

60% van de studenten aan de universiteit slaagt niet in zijn eerste jaar. De lerarenopleiding kreeg deze week ook zijn portie kritiek over zich heen. Het niveau zou er veel te laag liggen. Een slaagpercentage van 40% is uiteraard te laag, en er moeten oplossingen worden gevonden. Maar dat de rectoren de aanval inzetten op de democratisering van het onderwijs, dat is werkelijk ongezien.

“We worden geconfronteerd met het gevaar van democratisering en massificatie van het hoger onderwijs. Dat bedreigt het universitair onderwijs”, zo stelde Bernard Rentier, rector van de Universiteit van Luik (ULg). De ULg-rector ziet de toestroom van enthousiaste jongeren blijkbaar als een bedreiging.

Paul Van Cauwenberge, tot 30 september 2013 de rector van universiteit van Gent (UGent), opperde vlak voor zijn afscheid zelfs vlakaf: “We zouden studenten moeten weigeren.” Gelukkig niet met de natte vinger, maar door middel van niet-bindende oriënteringsproeven. Op het eerste gezicht een goed idee, maar het legt de schuld van eventueel falen wel bij de student zelf. Capabele studenten kunnen nog steeds uit de boot vallen. Enkel de allerbesten zullen doorstoten en de poorten naar een elitair hoger onderwijs openen.

Onderfinanciering en te weinig studiebegeleiding

Het probleem van de falende studenten ligt ergens anders. Veel studenten hebben zeker de capaciteiten, maar slagen er niet in de stap tussen het secundair en het hoger onderwijs met succes te overbruggen. Een belangrijke oorzaak daarvan ligt bij de onderfinanciering van het onderwijs. Een verantwoordelijkheid van de regeringen.

Het is jammer dat de rectoren met geen woord reppen over die onderfinanciering. Sinds 1989 is er het systeem van de zogenaamde gesloten enveloppe waardoor de universiteiten financieel drooggelegd worden. Terwijl de middelen nauwelijks stijgen, neemt het aantal inschrijvingen aan de universiteiten elk jaar veel sterker toe. Bijgevolg krijgen de universiteiten per student steeds minder geld. Dat heeft natuurlijk directe gevolgen voor de kwaliteit van het hoger onderwijs. Dit leidt tot absurde toestanden. Aan de faculteit Rechten van de KU Leuven zijn er bijvoorbeeld vakken die gevolgd worden door niet minder dan 1.452 studenten. Een prof kan dus nooit in staat zijn de vragen van alle studenten te beantwoorden.

Slagen voor 24 euro per uur

De financiering van het onderwijs moet opnieuw naar 7% van het bnp (bruto nationaal product) worden gebracht, waarvan 2% naar het hoger onderwijs moet gaan. Deze kapitaalinjectie moet worden geïnvesteerd in studiebegeleiding, meer personeel en kleinere klassen.

“We kunnen niet iedereen een voltijdse studiebegeleider geven”, countert Rik Torfs, rector van de KU Leuven, een vraag in De Morgen. Uiteraard is dat niet mogelijk, maar niet iedereen heeft studiebegeleiding nodig. Momenteel is er zelfs onvoldoende personeel om goede studiebegeleiding te voorzien voor de studenten die er nodig hebben. In Leuven is het zelfs al zo erg gesteld dat er reclame wordt gemaakt voor private studiebegeleiding. “Voor 60 euro inschrijving en 24 euro per uur daarbovenop vergroten uw kansen om te slagen.” Moeten slaagkansen dan afhankelijk zijn van hoeveel geld je bereid bent op te hoesten voor hulp?

Sociale ongelijkheid

Hoe komt het dat studenten die nochtans de nodige capaciteiten hebben, niet in staat zijn om te slagen in hun eerste jaar? Falende studenten stoten vaak op maatschappelijke problemen, die niets te maken hebben met hun individuele intellectuele capaciteiten.

Ten eerste is er de sociale ongelijkheid in het Belgische onderwijs. We scoren hoog op het vlak van kennis, maar slecht op het vlak van sociale ongelijkheid. 6% van de universiteitsstudenten komt uit een arbeidersgezin. Betekent die vaststelling dat de meerderheid van de arbeiderskinderen intellectueel te zwak is voor hoger onderwijs? Natuurlijk niet. Het maakt vooral duidelijk dat de sociale achtergrond een grote invloed uitoefent op de schoolloopbaan van jongeren. Jongeren uit verschillende sociale achtergronden beginnen met een ongelijk aantal kansen. Neem nu het voorbeeld van een jongere met twee laaggeschoolde ouders. Hij wil verder studeren, maar als hij een probleem heeft met een van zijn vakken kunnen zijn ouders niet helpen. En studiebegeleiding is gewoon te duur… Sommige studenten studeren gewoon op de verkeerde manier.

De universiteiten vergeten dat de massificatie (het feit dat steeds meer jongeren voort studeren) gepaard moet gaan met een gelijke kansenbeleid. Het is de taak van onze regering en de universiteiten om kwaliteitsvol onderwijs te voorzien en een goede studiebegeleiding uit te bouwen om die achtergrondverschillen weg te werken en het maximale uit élke student te halen.

De rol van het secundair onderwijs

Rik Torfs schuift de verantwoordelijkheid door. Hij zei: “We moeten ons meer bemoeien met de middelbare scholen.”

Het secundair onderwijs vormt de voorbereiding op het hoger onderwijs, maar zal de problemen in het hoger onderwijs niet alleen kunnen oplossen. Het secundair onderwijs kan vooral werken aan het wegwerken van de sociale achtergrondverschillen binnen het onderwijs. De secundaire scholen zijn uiteraard niet in staat om het niveau van de universiteit aan te nemen. De stap tussen het secundair en het hoger onderwijs blijft een enorm grote stap. Het hoger onderwijs moet studenten begeleiden in het nemen van die stap. Bovendien hoort het hoger onderwijs ook nog steeds rekening te houden met sociale achtergrondverschillen. Die zullen niet verdwijnen wanneer iemand naar het hoger onderwijs gaat. Het hoger onderwijs moet zich actief inzetten om deze weg te werken en elke student de kansen te geven, ongeacht zijn/haar sociale afkomst.

De oplossingen voor het hoger onderwijs

De instellingen van het hoger onderwijs en zijn studenten moeten de Vlaamse regering wijzen op haar verantwoordelijkheden. We moeten samen de 7% van het bnp eisen, waarvan 2% voor het hoger onderwijs. We moeten aan de scholen en universiteiten vragen om dit te investeren in studiebegeleiding en te zoeken naar oplossingen om de stap naar het hoger onderwijs te verkleinen. Het secundair en het hoger onderwijs moeten samen naar manieren zoeken om de sociale ongelijkheid in het onderwijs te verkleinen en zelfs weg te werken. Ze moeten samen oplossingen zoeken om het maximale uit studenten te kunnen halen en zoveel mogelijk studenten aan een diploma te helpen. De jeugd is de toekomst van onze maatschappij. Investeren in ons onderwijs, is investeren in de toekomst.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!