Nieuws, Samenleving, België, Armoede, KWB, Welzijnszorg -

Torhoutse KWB-afdelingen organiseren ‘Het grote armoede dictee’

Op 12 januari 2012 was er een persconferentie georganiseerd door de drie Torhoutse kwb-afdelingen om een initiatief ten voordele van de welzijnsschakel 'de Klapdeur' aan het grote publiek voor te stellen. Op 2 maart 2012 wordt er in de Bosgalm (Pastoriestraat Torhout ) het armoededictee en kunstwerkenveiling georganiseerd.

maandag 16 januari 2012 13:07

De KWB-visie op armoede

De?nitie van armoede

“Armoede is een netwerk van sociale uitsluitingen dat zich uitstrekt over meerdere gebieden van het individuele en collectieve bestaan. Het scheidt de armen van de algemeen aanvaarde leefpatronen van de samenleving. Deze kloof kunnen ze niet op eigen kracht overbruggen. De kloof tussen de armen en de rest van de samenleving kan enkel duurzaam overbrugd worden wanneer de samenleving het beschikbare economische, sociale en culturele kapitaal voor hen toegankelijk maakt, wat een fundamentele herinrichting van de samenleving veronderstelt. Enkel zo krijgt iedereen gelijke kansen op een volwaardige sociale positie en de daarbij horende rollen en status – evenals op de mogelijkheid om volwaardige interacties en communicatie aan te gaan en om zelfwaarde te ontwikkelen. Dat houdt noodzakelijkerwijs in dat de samenleving een appèl doet op het psychologisch kapitaal van personen die in armoede leven en van hun omgeving.”

? Armoede is meer dan een ?nancieel probleem van mensen die met een laag inkomen leven. Het is een netwerk van sociale uitsluitingen dat zich uitstrekt over meerdere gebieden van het individuele en collectieve bestaan. We spreken in dit verband van de armoedespiraal, waarbij uitsluitingsmechanismen op het vlak van huisvesting, gezondheid, onderwijs, werk, inkomen, culturele participatie enz. een onderlinge samenhang vertonen. Armoede houdt verband met de manier waarop onze samenleving is ingericht.

? Dit vertaalt zich in concrete en acute noden van mensen. Het lenigen van deze noden zien we veelal als een eerste vanzelfsprekende oproep. Maar de werking van de Welzijnsschakel beperken tot het ingaan op deze noden, doet onrecht aan het dieper verlangen van mensen om mee te tellen, niet veroordeeld te worden en de oorzaken van hun armoede te bestrijden.

? Deze erkenning vormt de belangrijkste hefboom om de cirkel van armoede en uitsluiting te doorbreken. Het vereist dat we vooroordelen laten vallen en mensen met een diepe luisterbereidheid benaderen. Zij hebben ons, vanuit de ervaring van hun levensverhaal, veel te leren over hoe onze samenleving werkt en… uitsluit! Vanuit onze luisterbereidheid dragen we bij tot de ontwikkeling van hun identiteit, het vormen van een beter zelfbeeld en een positieve eigenwaarde, het schuldgevoel voorbij…

Ondanks alle inzet stijgt armoede in onze samenleving

De kloof tussen arm en rijk neemt toe. De rijken werden de laatste jaren rijker, de armen armer. Ondanks ons sociale zekerheidssysteem en een uitstekend sociaal vangnet leven er in ons land meer dan 1,5 miljoen mensen met een armoederisico. Het aantal mensen dat een beroep moet doen op voedselpakketten en noodopvang neemt elk jaar toe. Welzijnszorg is verontwaardigd over deze evolutie. Maar we leggen er ons niet bij neer. We willen dat armoede grondig wordt aangepakt. Als we er samen werk van maken, moet het lukken om de kloof te dichten.

Armoede is uitsluiting

Armoede is meer dan een gebrek aan geld. Gezinnen in armoede ervaren dagelijks op verschillende manieren dat ze er niet bij horen. Op eigen kracht uit de armoede geraken, is
een moeilijke opdracht. Mensen samenbrengen is een eerste stap. Zo ervaren ze soms voor de eerste keer wat het is om erbij te horen. In Welzijnsschakels en projecten worden ook verdere stappen gezet tegen sociale uitsluiting: samen gepast werk zoeken, vorming op maat aanbieden, voor onderdak zorgen en begeleiding organiseren. Mensen met en zonder armoede-ervaring peilen naar de oorzaken van de armoede en zetten concrete stappen. Dit werk, dikwijls door vrijwilligers gedragen, verdient meer aandacht. Hun aanpak kan ons veel leren over oorzaken van armoede en over uitsluitingsmechanismen.

Armoedebeleid vraagt keuzes

Politici hebben al heel wat plannen voorgesteld om armoede aan te pakken. Maar te vaak blijft het bij intenties of een opsomming van oplossingen zonder prioriteiten. Bovendien voorziet men niet voldoende geld voor een grondige aanpak. Wij vragen dat het beleid keuzes maakt en prioriteiten stelt. Omdat wij blijven dromen van een samenleving zonder armoede en sociale uitsluiting.

Armoede in België

Meer dan anderhalf miljoen mensen in dit land leven onder de armoedegrens. Dat is 15 procent van de Belgische bevolking. De armoedegrens is vastgelegd op een maandelijks inkomen van 772 euro voor een alleenstaande. Wie moet leven van een lee?oon is dus vrijwel zeker arm, concludeert het onderzoeksteam van professor Jan Vranken van de universiteit van Antwerpen (UA).

Werk

Het hebben van een job beschermt niet automatisch tegen armoede. Onder de werkenden bevinden zich 4 tot 6 procent armen. Dat is toe te schrijven aan de lage inkomens in sommige banen, huishoudens met één kostwinner en verschillende afhankelijke gezinsleden, terugkerende werkloosheid of het niet vinden van een voltijdse baan. Toch blijft werk hebben meer bescherming bieden. Alleen gaat het met de tewerkstelling niet de goede kant uit. Vorig jaar groeide het leger Belgische werklozen aan tot meer dan
620.000. Onrustwekkend is vooral de toename van het aantal werklozen die langer dan één jaar werkloos zijn. In Vlaanderen gaat het om vier op tien werklozen.

Grote aankopen

Negen op de tien arme gezinnen kunnen zich geen grote aankopen veroorloven. Duurzame goederen zoals een wasmachine kunnen moeilijk of niet meer worden vervangen. Het lee?oon is te laag, zegt het UA-onderzoeksteam. Daarom is voor veel mensen aan de onderkant van de samenleving aanvullende hulpverlening een noodzaak geworden. Zo zoeken steeds meer mensen hun toevlucht tot voedselbanken. In 2004 ging het om 104.000 armen.

Wonen

Voor mensen in armoede blijft wonen een groot probleem. Met een laag inkomen kan men moeilijk een eigen woning kopen. Dan rest nog de huurmarkt met een veel te klein aanbod aan sociale woningen en gemiddelde wachttijden van meer dan twee jaar. Arme gezinnen zijn vaker aangewezen op huizen van ondermaatse kwaliteit. Dat heeft een negatieve invloed op onder meer de energiefactuur, de gezondheid, sociale netwerken en de onderwijsprestaties van kinderen. In Vlaanderen hebben 160.000 huurwoningen geen badkamer of douche, wc met waterspoeling of stromend water binnen de woning.

Energie

De liberalisering van de energiemarkt heeft vele arme huishoudens geen goed gedaan. In huizen van slechte kwaliteit kan moeilijk worden bespaard op energiekosten. Daardoor schieten die de hoogte in en blijken ze voor veel gezinnen een te zware last. Eind 2004 hadden 2.251 Vlaamse gezinnen geen toegang meer tot elektriciteitsvoorzieningen.

Gezondheid

Wie lager staat op de sociale ladder, heeft meer kans op ziekte en leeft korter. Ze krijgen ook minder toegang tot de gezondheidszorg dan wie hoger op de maatschappelijke ladder staat. Schrijnend is dat er nog altijd grote sociaal-economische verschillen bestaan in de gezondheid van baby’s en kinderen.

Onderwijs

Voordat kinderen in de schoolbanken schuiven, lopen ze al een achterstand op. Kinderen uit kansarme gezinnen vertonen op éénjarige leeftijd vaak al een ontwikkelingsachterstand. Nergens is de kenniskloof tussen sterke en zwakke leerlingen groter dan bij ons. Dit samen met de doorwijzing naar het buitengewoon onderwijs, het feit dat kinderen zonder diploma de school verlaten (1 op 8) en de ongelijke doorstroom naar het hoger onderwijs hangen samen met de sociale achtergrond van de ouders, zo stellen de wetenschappers vast.

Getuigenissen

Wij verwarmen met gas. Ik ben zeer voorzichtig. Ik ben bang voor de rekening. In de winter zit ik dikwijls in de kou. Door zuinig te zijn, heb ik tot nu toe geen opleg moeten betalen. Heet is een oud huis, niet geïsoleerd, geen dubbel glas. Het is moeilijk om te verwarmen. Ik stook bij met een petroleumkacheltje omdat het goedkoper is. Ik zou liever de gas afzeggen en weer werken met buta-gas.

Ik zoek al drie maanden een huis. Ik heb alle bureaus gedaan, maar ze zegen dat er niets is als ze horen dat ik bij het OCMW ben voor budgetbegeleiding. Het feit dat ik werk heb, helpt niets. Elke keer voel ik me zo vernederd. Ik ben zo vaak afgewezen en gefrustreerd dat ik bang geworden ben om nog te zoeken. Nu moet ik met een laag loon toch in een hoger prijsklasse gaan zoeken. Ik betaal nu 260 euro met een inkomen van ongeveer 960 euro.

Ik krijg heel veel van mijn kinderen. Voor elke gelegenheid proberen ze samen te leggen voor een nuttig cadeau. Voor mijn laatste moederkesdag hebben ze mijn nieuw kleed betaald voor het communiefeest van een van de kleinkinderen. Ik zou ook graag eens iets extra doen voor hen. Met nieuwjaar bijvoorbeeld hebben we hier met één van de kinderen gewoon samen een boterham gegeten. Ik weet wel, ’t is de gezelligheid en het samenzijn dat telt, maar niettemin zou ik voor zo’n gelegenheden wel eens iets feestelijkers willen aanbieden.

We werden door de leerkrachten gestimuleerd om goed te leren en later minimum ons secundair (A3) diploma te halen, gezien we anders een grote kans hadden om een ‘sukkelaar’ te worden. Ik behaalde het diploma A3 in 1976. Ik ging naar het leger en volgde er een korte cursus (B2) in de school van ondero?cieren, dat kwam toen in het gewoon onderwijs overeen met het hoger secundair diploma (A2). Maar nu telt dat niet meer! ! !Ik werd ondero?cier in het tijdelijk kader (6 jaar). In die periode volgde ik ook nog medische scholing: ambulancier-verpleger in het leger. Met dit attest kon ik later eventueel in een ziekenhuis gaan werken toen, maar eind jaren ‘80 kon dat ook niet meer! (onderwijshervormingen, begin-& eindnormen-eisen). Vandaag ben ik volgens de papieren bij de RVA tot een laaggeschoold persoon hervormd – gedegradeerd, ondanks mijn secundair diploma (A3)! Veelal viel ik uit de boot bij sollicitaties, ook al ligt het in dezelfde branche van mijn beroepskennis en bekwaamheid, of sluit er zelfs op aan. Enkel maar omdat ik DAT diploma (papier) niet heb dat nu geëist wordt.

Ik vind het ook vernederend wanneer we eten moeten krijgen dat over datum is. We moeten content zijn met wat anderen mensen niet meer willen. Men zegt dat die producten nog goed zijn, maar wij weten niet wat nog goed is om te eten en wat niet. Het kan toch niet goed zijn om producten te eten die al een hele tijd over datum zijn? Een ander nadeel dat we ondervinden is dat we er geen maaltijd mee kunnen koken. Het is dikwijls bloem en spaghetti, en de hoeveelheden zijn niet aangepast aan je gezin.

Ik ben langdurig werkloos en heb maar een klein inkomen. Nu brak onlangs het montuur van mijn bril. Zoiets kopen is veel te duur voor mij. Dat kan ik niet betalen. Ik heb voor 12 euro ergens een montuur kunnen krijgen. Daar ben ik blij mee. Maar nu passen de glazen van mijn oude bril daar niet in. Dus moet ik nieuwe kopen. Ik had er graag van plastic, want die breken niet. Maar plastic is duurder dan glas, dus neem ik toch de glazen maar.

Ik vind het belangrijk dat mijn kinderen leren om zelf initiatief te nemen. Ik heb een harde leerschool gehad na het overlijden van mijn eerste man. Vroeger bleef ik bij de pakken zitten als ik een probleem had. Nu probeer ik of om het zelf op te lossen of om iemand te vinden die mij kan helpen. Ik besef nu dat problemen niet vanzelf weggaan maar dat je er zelf iets moet aan doen. Dat wil ik mijn kinderen ook meegeven: initiatief nemen, zelfstandig leren zijn, leren volhouden, zelfredzaam zijn.

Zolang je met schulden geconfronteerd wordt, kan je niet meer aan een nieuwe toekomst denken. Je hebt het al moeilijk om het aan iemand te vertellen want als je met schulden zit, laten ze je meestal direct vallen. Je sleurt iemand mee in de miserie. Hoe kan je je daarbij voelen?Ik heb me kunnen optrekken aan onze groep, doordat die mensen me steeds aanmoedigden dat het wel opgelost zou geraken. Je voelt de steun, maar je weet dat het daarmee niet opgelost is.
Ik ben jarenlang huisbewaarder geweest voor de ?rma waar ik werkte. Maar het bedrijf sloot in ’90 de deuren. Ik was toen vijftig. De RVA schreef me volledig af voor de arbeidsmarkt. We hebben ons dan ingeschreven op verschillende wachtlijsten van sociale huurmaatschappijen. Vier jaar moesten we wachten. In tussentijd huurden we een huisje op de privé-markt. We betaalden 7000 frank per maand aan huishuur. We hadden geen comfort: geen badkamer, geen warm water, niets. Maar iets anders dat we konden betalen, vonden we niet.

Omdat ik last kreeg met mijn hart en mijn bloeddruk, moet ik zoutloos en vetarm eten. Maar rosbief en magere kaas voor op mijn brood en al die dieetproducten zijn veel te duur voor mij. Dus heb ik geen keus en eet maar wat ik vroeger ook at.

Mijn dochtertje kreeg eens te horen dat ze niet mocht komen spelen bij een vriendinnetje om dat ze een rare mama had. Dat deed haar pijn, toen voelde ze zich uitgesloten. Over het algemeen hebben onze kinderen vriendjes zoals anderen en worden ze ongeveer evenveel op feestjes gevraagd als de andere kinderen, denk ik.

Deze getuigenissen werden opgetekend in verschillende Welzijnsschakels, vaak naar aanleiding van een campagne van Welzijnszorg vzw.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!