Nieuws, Afrika, Economie, Politiek, Nigeria, Imf, Wereldbank, Benin, Arabische lente, Peoples Democratic Party, Brandstofsubsidie -

Oorverdovende stilte in het Westen voor Nigeriaanse protesten

De protesten tegen de afschaffing van de brandstofsubsidie in Nigeria zijn uitgegroeid tot een protest van miljoenen Nigerianen. De dynamiek van de Occupy beweging en de Arabische lente worden overgenomen. De Nigeriaanse diaspora organiseert overal ter wereld protesten. Dit protest is zoals men zegt de moeder van alle Nigeriaanse protesten. Maar waarom ontbreekt het aan enthousiasme in het Westen?

maandag 16 januari 2012 17:52

De sociale ruggengraat van Nigeria is door de afschaffing van de oliesubsidie volledig gebroken. Dit was het enige sociale contract dat nog bestond tussen de sterk verarmde Nigeriaanse bevolking en de verschrikkelijke oligarchie van Nigeriaanse politici en westerse oliemultinationals. Het IMF bezoek van Christine Lagarde en de raadgevingen van ontwikkelingseconoom Jeffery Sachs brachten de finale doodsteek toe. De Nigeriaanse bevolking staat daardoor nu op een historisch breekpunt.

De moeder van alle Nigeriaanse protesten

Met het aanbreken van het nieuwe jaar, ondertussen twee weken geleden, brak de volkswoede uit onder de Nigerianen zoals ze nog nooit was uitgebroken. In de geest van één van de songs van Afrobeat legende Fela Kuti willen de Nigerianen niet meer machteloos lijden en lachen. Genoeg is genoeg! Dit is de lente van zwarte mensen. Straks zit er niets meer anders op dan dat de armen enkel nog maar de rijken kunnen opeten. Dat zijn zowat de meest beklijvende slagzinnen die centraal staan in deze massale protesten. Het gaat om honderdduizenden Nigerianen die de straten en parken van de metropolissen innemen.

De protesten zijn uitgedraaid in een Occupy Nigeria. De strijdbaarheid van de Nigeriaanse volkeren is ronduit verbluffend. Ze dansen en zingen strijdbare liederen. De mensenrechtenorganisaties en religieuze organisaties houden volksmeetings. De vakbonden hebben de formele economie van het land zo goed als platgelegd en houden voet bij stuk. De Nigeriaanse media draait op volle toeren.  De protesten worden intenser met de dag.

De Nigerianen in de diaspora beantwoorden ondermeer in Zweden, België, Verenigd Koninkrijk, Finland, Verenigde Staten, Canada, Ghana en Zuid-Afrika de noodkreten van hun broeders en zusters van hun teerbeminde Najia. Ze houden protesten aan de Nigeriaanse ambassades en de hoofdkantoren van de Wereldbank of Chevron in de VS. Dit is de moeder van alle Nigeriaanse protesten.

In buurland Benin maken de mensen zich nu ook op voor felle protesten. De prijzen van de olie aan de weinige tankstations die het land heeft en de prijzen van de Kapyo, de gesmokkelde vuile olie uit Nigeria, zijn de lucht in geschoten en er is bijna geen olievoorraad meer. Een vriend uit Benin vertelde me dat de mensen hard lijden en dan bedoelt hij dat het nog erger is dan de grote meerderheid van de Beninse bevolking het al gewend is.

Geen enthousiasme in het Westen?

Het enige merkwaardige gegeven en ja zelfs bijzonder pijnlijk gegeven is dat er in het Westen bijna nergens enige vorm van enthousiasmerende aandacht valt te bespeuren voor dit historisch evenement in Nigeria. Voor zover er dan wel de aandacht op wordt gevestigd, worden de protesten behandeld als één van de zoveelste protesten die uit de hand lopen. Nochtans gaat het om bijzonder vredevolle protesten.

Voorzover er sprake van geweld is, moet men daar vooral het repressieve optreden van de regering in zien. Hier en daar, zoals in Minna in de noordelijke deelstaat Niger, is de volkswoede zo intens dat gebouwen in de stad op verschillende plaatsen in brand werden gestoken. Dat geweld is natuurlijk niet goed te keuren. Maar het gaat wel om doelgericht, symbolisch geweld. Het zijn de huizen van politici, de kantoren van de kiescommissie of van de regerende Peoples Democratic Party die in brand worden gestoken. Men kan niets anders verwachten van een moegetergde, machteloze en sterk uitgebuite verarmde bevolking.

Hoewel de objectieve omstandigheden er zijn, is er geen sprake van een revolutie in de maak. Maar hoe komt het toch dat er in het Westen amper aandacht wordt besteedt aan deze hoopgevende gebeurtenissen die qua omvang en impact ongezien zijn voor alles wat er zich sinds de laatste jaren ten zuiden van de Sahara aan het afspelen is? Het ligt alvast voor de hand dat men begripsmatig niet altijd de aandacht kan vasthouden op alles wat er in de wereld gebeurt en dat tot in het diepste detail. Nigeria is ook Congo niet waarvoor er in België meer dan voldoende aandacht bestaat. Maar het zijn geen bevredigende verklaringen. 

Men moet zich immers afvragen waarom de Arabische lente wel ruimschoots de aandacht krijgt en de Nigeriaanse protesten niet. Laten we niet vergeten dat Nigeria, naast Egypte en Zuid-Afrika, op het Afrikaanse continent een enorm belangrijk en invloedrijk land is.

Dat er te weinig aandacht is voor de Nigeriaanse protesten heeft mijn inziens eerder te maken met de nogal verwrongen, ja soms zelfs ietwat perverse westerse verhouding tot Afrika.

In het Westen heeft men precies nog niet volledig door dat enerzijds de vrij succesvolle intrede van nieuwe communicatiemiddelen, zoals de gsm en het internet, en anderzijds de opkomst van het middenveld in Afrikaanse landen de democratische strijd er heeft verankerd en sterk gegroeid is. Het is alsof de westerse perceptie op Afrika lichtjaren achterop loopt.

Dat valt te verklaren doordat men in het Westen nog steeds de aandacht blijft richten op het bloedvergieten en welke ‘verlossende rol’ het Westen voor het noodlijdende Afrika kan spelen. Men houdt nog te weinig rekening met de integriteit van de Afrikaanse volkeren en hoe zij zelf hun toekomst vorm willen geven. Men wil de talrijke positieve dingen niet altijd zien.

In het Westen voelt men zich nog veel te comfortabel in de rol van de ‘universele president van de mensheid’. Maar als de Afrikanen massale strijd voeren voor sociale rechtvaardigheid dan blijft het in het Westen meestal oorverdovend stil. Het zijn harde woorden. Maar er zit toch een grond van waarheid in.

Het appel aan een universeel, moreel gevoel in Nigeria

In haar studie over Hegel en de Haïtiaanse slavenopstand schrijft Susan Buck-Morss (nvdr: Amerikaanse filosofe en historica) dat de algemene menselijkheid bestaat ondanks de cultuur en haar verschillen. Ze maakt daarbij gebruik van de Haïtiaanse slavenopstand als voorbeeld. Wat er zich nu afspeelt in Nigeria is ook te vergelijken met de Haïtiaanse slavenopstand. 

Onder leiding van Touissant Louverture begonnen de slaven de Marseillaise te zingen. Ze maakten gebruik van het emancipatorische model van de Franse revolutie als richtsnoer in hun opstand tegen de Franse onderdrukkers. Eén van de slagzinnen in de huidige Nigeriaanse protesten luidt ook dat de tijd aangebroken is ‘om zich los te maken van de slavernij’ opgelegd door de semifeodale oliestaat Nigeria.

In Nigeria leeft het verlangen naar sociale rechtvaardigheid en democratie harder dan ooit. Terwijl het Westen de mond vol heeft over het belang van democratische transitieprocessen in Afrika (die onder blijvende invloed van de Westerse politiek en economische belangen mislukken) zien we hoe in Nigeria de onderklasse het democratische recht in eigen handen neemt.

Wat we vandaag in Nigeria zien gebeuren, ‘mag slagen of mislukken en nog zo vol ellende en gruweldaden zijn’ zoals Immanuel Kant zijn enthousiasme voor de Franse revolutie voor een stuk onder woorden bracht. Maar hier is dus wel een hoopvolle democratische strijd aan de gang die door de massa’s wordt gedragen en vanuit het Westen alle enthousiasmerende aandacht en solidariteit ruimschoots verdient.

 

take down
the paywall
steun ons nu!