Een van de vier windturbines die al in Lanaken staan.

 

Nieuws, Nieuws, Economie, Economie, Milieu, Milieu, België, België, Lokaal, Lokaal -

De wind moet voor iedereen waaien

De komende jaren zal Limburg vele tientallen windmolens bouwen. "Een goede zaak," vindt ACW-Limburg, "maar wij willen dat de Limburgers mede-eigenaar kunnen worden van deze molens. Want zo kunnen de opbrengsten ook terugvloeien naar hen en naar de lokale gemeenschappen. Daarvoor zullen we coöperaties oprichten.” Een interview met Anton Gerits van ACW-Limburg.

vrijdag 9 april 2010 15:49
Spread the love

Waarom zet ACW-Limburg zich zo in voor de komst van windmolenparken?

De Europese Unie wil dat in 2020 twintig procent van de energie hernieuwbaar is. Als sociale beweging moeten we onze verantwoordelijkheid nemen om die klimaatdoelstelling te bereiken. En die groene stroom van die windmolens biedt een gigantische kans om dat verhaal van de hernieuwbare energie tastbaar te maken. Wij denken dat die ook goedkoper kan zijn dan klassieke, grijze stroom.

Als er windmolenparken in Limburg komen, zouden wij het jammer vinden als dat totaal over de hoofden van de mensen heen zou gaan. Er staan nu al twee prachtige windmolens op het terrein van Ford Genk, maar daar heeft de vakbond, als ik het zo mag zeggen, een kapitale fout gemaakt. Hij heeft zich niet op tijd afgevraagd hoe de winsten van die twee turbines in Genk te houden. Nu stromen de winsten naar Parijs via Electrabel.

Dat is spijtig voor het verhaal van hernieuwbare energie. We moeten die winsten zoveel mogelijk lokaal proberen te verankeren. En we moeten er voor zorgen dat de mensen niet a priori tegen windmolens zijn, maar de voordelen ervan gaan inzien. We hebben vastgesteld dat er veel aanvragen zijn om projecten vergund te krijgen, maar dat er slechts weinig de eindmeet halen. Dat is omdat er zoveel protest komt tegen die windmolens dat de druk te groot wordt voor de overheden die de vergunning moeten afleveren. En dan laten ze het project varen. Dat zijn natuurlijk gemiste kansen.

We zien hier ook een kans voor gemeenschapsopbouw. Die nieuwe lokale coöperaties houden geregeld aandeelhoudersvergaderingen. Ze organiseren jaarlijks hun molenfeesten waar de barbecue wordt aangestoken, enzovoort.

En vergeet niet de winsten die naar gemeenschapsopbouw zullen gaan. Want de coöperanten mensen zullen zelf beslissen wat ze gaan doen met de opbrengsten van hun molens.

______________________________________________

Voor wie zijn de windmolens in Lanaken?

In Lanaken, in de open ruimte nabij de deelgemeente Veldwezelt, wil Limburg Wind(t) acht windmolens bouwen. Die zullen stroom leveren voor ruim 12.000 gezinnen. “Allemaal goed en wel,” vindt ACW-Limburg, “maar wij verkiezen dat de inwoners van Lanaken mede-eigenaar kunnen worden van deze molens. Want zo kunnen de opbrengsten ook terugvloeien naar hen en naar de gemeenschap. Daarvoor zullen we een coöperatie oprichten.”
In totaal zullen de molens 32 miljoen euro kosten. Indien de coöperatie twintig procent wil, moet ze dus 6,4 miljoen ophalen. ACW-Limburg mikt op een kwart van de 10.000 gezinnen in Lanaken die elk een aandeel nemen van 250 euro. Samen is dat voor 640.000 euro kapitaal, goed voor tien procent. De rest zal opgehaald worden bij banken. Windenergie is intussen zo rendabel, mee door de groene stroomcertificaten, dat dit geen probleem vormt.
______________________________________________

Jullie halen het idee uit Denemarken. Wat kunnen we daar leren?

In Denemarken is het bij wet verplicht om de omwonenden te laten participeren in windmolenparken. Sonja Claes, de burgemeester van Heusden-Zolder en Vlaamse parlementslid, bereidt een parlementair dossier voor om een Vlaams decreet te verkrijgen dat elk windmolenproject verplicht de bevolking te laten participeren, zoals in Denemarken. Dat zal voorkomen dat wij afhangen van de goodwill van die projectontwikkelaars. Wij zijn nu wel aan het praten met hen, maar we zijn er nog lang niet. We moeten nog veel actie voeren om uiteindelijk een deel van die koek te kunnen krijgen.

Welke zijn de concrete voordelen die verbonden zijn aan een aandeel in zo’n coöperatie?

Wij garanderen een dividend van 6 procent op ons aandeel. Dat komt overeen met het dubbele van het klassieke spaarboekje. Daarnaast blijkt uit studies van Dexia-specialisten dat je met de overschakeling op groene energie tot ruim 100 euro per jaar kan besparen op de energiefactuur. De 250 euro is dus op twee jaar terugverdiend. En tot slot is er dus ook de herinvestering van de winsten in de gemeenschap. Wij denken hierbij aan de inrichting van extra kinderopvang of de aanleg van fietspaden of sportfaciliteiten in de gemeente.

Die windmolens moeten ook gebouwd en onderhouden worden. Gaat dat ook gepaard met extra werkgelegenheid?

Wij hebben dat element van werkgelegenheid nog niet op tafel gelegd. We hebben op bestuurlijk niveau van de vakbonden en de mutualiteit groen licht gekregen om te gaan voor windturbineparken. Maar we hebben tot nu toe nog niet de tijd gehad om effectief te gaan kwantificeren hoeveel werkgelegenheid er nu juist in zit. Dat is een opdracht die we samen met de vakbonden eens moeten ter harte nemen.

Hoever strekken de ambities? Alle 44 gemeenten van Limburg hun eigen windmolenpark en hun eigen coöperatie?

Er zijn een aantal obstakels voor de inplanting van windmolens. Je krijgt niet zomaar in elke gemeente een park vergund. Je hebt altijd twee vergunningen nodig: een milieuvergunning die wordt afgeleverd door de provincie en een stedenbouwkundige vergunning die wordt afgeleverd door het Vlaams Gewest.

De filosofie van het Vlaams Gewest is om windmolenparken te groeperen met bestaande infrastructuur zoals een kanaal, een spoorweg of langs een autosnelweg. Maar parken in het groen van Zuid-Limburg bouwen is geen evidentie. Die projectontwikkelaars weten dat en daarom zoeken zij in eerste instantie de gemakkelijkste locaties om parken te realiseren.

Er zullen later ontgetwijfeld aanvragen komen voor andere plaatsen, ook in de vlaktes en de heuvellandschappen van Zuid-Limburg waar er dus eigenlijk bijna niets van infrastructuur is. Maar nu worden eerst aanvragen ingediend voor de gemakkelijkste locaties.

Dat is het administratieve. Je sprak ook al over protesterende burgers die projecten tegenhouden.

Een voorbeeld hiervan is Maaseik. Daar was een aanvraag van de projectontwikkelaar Limburg Win(d)t voor zes turbines langs de Zuid-Willemsvaart. Maar het protest was zodanig groot dat het bestuur negatief heeft geadviseerd en nu al aan het praten is met de projectontwikkelaar om minder turbines te bouwen en te bouwen op een locatie verder weg van het dorp. (Laat een krantenartikel zien over protest van de bevolking.)

______________________________________________

Wie of wat is Limburg Win(d)t?

In 2020 wil de provincie Limburg volledig CO2-neutraal zijn. Dat is een meer dan grote ambitie. De opwekking van hernieuwbare energie moet daarbij helpen, o.a. de bouw van vele tientallen windmolens. Daarvoor bestaat sinds eind 2009 Limburg Win(d)t, om de komende jaren windmolenparken tot stand te brengen in zoveel mogelijk Limburgse gemeenten. Meest concreet zijn de plannen om in Lanaken acht windmolens te bouwen.
Limburg Win(d)t is opgericht door de Limburgse Reconversiemaatschappij (LRM) en Aspiravi. Het is een naamloze vennootschap (nv) waarvan Aspiravi tweederde van de aandelen bezit en LRM eenderde.
http://www.limburgwindt.be/
______________________________________________

Omwonenden klagen vooral over geluidshinder en slagschaduw. Dat soort protest haalt gemakkelijk Het Belang van Limburg. Zo halen die actievoerders snel de boventoon. Heel het verhaal van groene energie, klimaatdoelstellingen en wat het allemaal kan opbrengen komt nergens meer aan bod.

Daarom hebben we begin maart beslist om in gang te schieten. We hebben nu vier of vijf informatievergaderingen achter de rug en zijn gaan cijferen om die opbrengsten concreet te maken. Met dat verhaal zijn we naar Het Belang van Limburg gestapt. Want nu zijn we zeker dat deze windmolens wel degelijk voldoende geld kan opleveren om een heel aantal mooie dingen mee te doen.

In Lanaken werken jullie ook samen met Limburg Win(d)t. Daar zouden acht molens in landbouwgebied komen. Dat was vroeger niet evident.

Vroeger was dat inderdaad helemaal niet vanzelfsprekend. Maar er is een wijziging gekomen in de wetgeving in 2008. Er moeten nu geen RUP’s (Ruimtelijk Uitvoeringsplan) meer gemaakt worden om windmolens in landbouwzone te krijgen. Daardoor is er een rush ontstaan op interessante landbouwgebieden. Zo bijvoorbeeld in Halen waar Ecopower en Limburg Win(d)t boeren zijn gaan aanspreken om projecten te realiseren, elk apart. Met als gevolg dat de geplande molens van Ecopower en van Limburg Win(d)t bijna in mekaar hingen. Zij zijn dan op het matje geroepen bij het provinciebestuur.
En in Lanaken overweegt nu ook het gemeentebestuur om rechtstreeks te participeren als gemeente.

______________________________________________

De windmolens van Eeklo

Eeklo is een uitzondering in Vlaanderen. Al in 1999 maakten de bestuurders van dit Oost-Vlaamse stadje werk van windenergie. Zij zorgden ervoor dat dit kon op terreinen van de stad. Meer nog, van in het begin dachten ze na over hoe de inwoners voor deze windmolens te winnen, hoe met andere woorden dat fameuze draagvlak creëren dat nodig is om de wereld te veranderen.
De oplossing was even simpel als efficiënt. Maak dat de Eeklonaren mede-eigenaar kunnen zijn van ‘hun’ windmolens. Maak dus ook dat de opbrengsten deels bij hen terugkomen. Het lukte wonderwel. De coöperatie Ecopower mocht de molens bouwen en zag een grote toestroom van nieuwe aandeelhouders uit Eeklo.
Enige schaduwzijden. Wie verwachtte dat dit succesverhaal snel veel navolging zou krijgen in Vlaanderen, kwam bedrogen uit. Eeklo bleef veel te lang een gelukkige uitzondering.

______________________________________________

Wil dat zeggen dat je voelt dat de neuzen stilaan in een andere richting staan? Want in Vlaanderen duurt dat wel vrij lang. Eeklo is al tien jaar goed bezig met windenergie, maar lange tijd volgde niemand.

Dat klopt. Eigenlijk hadden we daar tien jaar geleden al moeten mee starten als vakbonden. Toen was windenergie al rendabel, Eeklo bewijst dat. Maar onze beweging zag toen de winsten van Dexia binnenstromen via Arco. Er was daardoor eigenlijk geen nood om zelf op zoek te gaan naar inkomsten.

______________________________________________

Wie of wat is Groep Arco?

In België zijn er meer dan 800.000 mensen die coöperatieve aandelen hebben van Groep Arco. Ondanks dat grote aantal coöperanten,is deze coöperatieve pijler van de christelijke arbeidersbeweging ACW niet zo bekend. Veel bekender zijn bijvoorbeeld haar vakbond ACV en de christelijke mutualiteit CM.
De coöperanten van Groep Arco brengen samen met de sociale organisaties van het ACW wel 1,7 miljard euro samen. Daarmee is ze vooral een heel belangrijke aandeelhouder van Dexia. Die sleutelpositie is er gekomen omdat de eigen coöperatieve Bacob bank in 2001 is ingebracht in Dexia. Het opgeven van die eigen bank blijft een punt van discussie binnen de beweging, zeker na de financiële crisis van 2008 die Dexia aan de rand van de afgrond bracht.
De Groep Arco heeft verder nog participaties in onder andere VDK Spaarbank, KBC Ethias en Elia, dat is de beheerder van het Belgische hoogspanningsnet. Kleinere participaties zijn de maatschappelijke investeringen in bijvoorbeeld Hefboom en Triodos.
www.groeparco.be

______________________________________________

Pas sinds Al Gore er gekomen is, is dat bewustzijn van hernieuwbare energie gekomen, ook binnen de vakbonden. Pas daarna is dat coöperatieve spoor heel concreet geworden. Ook in andere provincies in Vlaanderen zijn de vakbonden aan het nadenken over hoe we meer greep kunnen krijgen op die hernieuwbare energie. Doordat er hier in Limburg zoveel aanvragen zijn, moesten we wel op die kar springen en worden we eigenlijk voortdurend voor nieuwe deadlines gesteld. Maar ik vermoed dat ook bijvoorbeeld in Oost-Vlaanderen de aanvragen gaan komen. En ook daar zal dan het ACW, of evengoed het ABVV, op die kar springen.

Staan jullie open voor samenwerking, als het ABVV of andere sociale bewegingen willen meedoen? Komt daar al beweging?

Misschien eerst kijken naar de milieubeweging, de Limburgse tak van de Bond Beter Leefmilieu. Zij houden zich wat op de vlakte in dit dossier. Ze hebben enerzijds de mensen die de milieukaart en de klimaatkaart trekken. En anderzijds hebben zij de vogel- en natuurliefhebbers. Binnen dat grote kamp van de milieubeweging is er ook strijd aan de gang. Daarom spreekt zij zich niet onvoorwaardelijk uit pro windmolens. Anders hadden zij ons al lang komen opzoeken om samen te werken.

Ook met het ABVV hier in Limburg is tot nu toe nog contact over dit project. Dat heeft wellicht te maken met het feit dat we nog proberen in te breken in een eerste windmolenproject. Zodra we effectief zo’n realisatie hebben, zullen ze wel komen.

Hoe kijken jullie aan tegen het recht van opstal? Diegene die toevallig dat stukje grond heeft waar de windmolen op staat, vangt 31.250 euro per jaar per turbine. Dat is veel geld.

Daar is ook zeer veel discussie rond, vooral binnen de Boerenbond als het over landbouwgebied gaat. Maar je hebt diezelfde discussie ook op industrieterreinen. Zowel de Boerenbond alsook het VKW (Verbond van Kristelijke Werkgevers en Kaderleden) zijn aan het nadenken over een aanpak om dat soort wrevel intern te voorkomen, bijvoorbeeld via een systeem van concessies. Ze maken dan van het hele gebied een concessie zodanig dat iedereen kan profiteren van die windmolens.

Je betaalt dat recht van opstal elk jaar. Is het op termijn niet goedkoper de grond van de eigenaar over te kopen?

Dat zou je kunnen doen, maar je gaat een hoge prijs betalen. De impact van zo’n molen op de grond is trouwens niet zo groot. Daar kunnen nog perfect gewassen geteeld worden.

Hebben jullie overwogen om met eigen kapitaal, of via een kapitaalronde bij de 800.000 aandeelhouders van Groep Arco, zelf in zo’n windmolenproject te stappen?

Dit initiatief is van ACW Limburgj. Maar wij praten natuurlijk ook voortdurend met onze collega’s in andere verbonden. We hebben nu ook een nieuwe voorzitter, Patrick Develtere, en die gelooft ook heel sterk in dat coöperatief verhaal.

Als wij zouden willen dat Arco een deel van zijn middelen rechtstreeks  injecteert in windmolenparken, moeten we die beslissing op Vlaams niveau nemen. We kunnen dat niet alleen als ACW Limburg doen. Maar de kans is reëel dat, zodra er middelen zijn, die in windmolenparken worden gestoken . Of in andere duurzame energieprojecten. De beweging zal dat met Arco moeten bespreken.

Is er aan gedacht om de coöperatieve aandeelhouders te mobiliseren?

Die denkoefening hebben we nog niet gemaakt. Als je aandeelhouder bent van Arcopar, krijg je gegarandeerd 4,25 procent. Maar hoe dat uiteindelijk wordt behaald, daar liggen de meeste mensen nog niet van wakker. Dus ze geven daar eigenlijk vrij spel aan Arco om dat rendement te realiseren. Misschien kan het helpen om Arco in de goede richting te doen bewegen.

Maar we gaan in eerste instantie voor gemeentelijke coöperaties waar mensen rechtstreeks geld insteken. En ze beslissen zelf ook wat zal gebeuren met de winsten. Zo blijft het vrij kleinschalig en heel herkenbaar. Wij zien dat op zich vrij kleinschalig. We sluiten niet uit dat inwoners uit naburige gemeenten – die de windmolens ook zien staan – coöperant kunnen worden. Maar we zijn er niet voor om het op Limburgse of Vlaamse schaal te doen, dat is moeilijker te beheersen.

Denken jullie er ook aan om als coöperatie lokaal de stroom zelf te distribueren?

Om zelf energie of stroom te kunnen verkopen of leveren aan eindgebruikers, heb je een licentie nodig. Op dit moment hebben enkel Ecopower en Wase Wind zo’n licentie. Maar Aspiravi wil dat niet doen. Enerzijds omdat dat een hele administratie met zich meebrengt. Je moet daarvoor extra mensen aanwerven om dat in goede banen te leiden. Anderzijds willen ze dat ook niet doen omdat de gemeentebesturen hun aandeelhouders zijn en de Limburgse gemeentebesturen zitten natuurlijk ook in Luminus als aandeelhouder. Als zij dan een extra stroomleverancier zouden worden naast Luminus, gaan ze mekaar daar beconcurreren. Dat is eigenlijk de reden waarom Numa, die Limburgse holding van gemeentebesturen, geen vragende partij is dat Aspiravi zelf leverancier gaat worden. Wij vinden dat jammer en gaan zelf ook praten met Numa. Dat zal gaan over de mogelijkheid om die groene stroom te kunnen leveren aan de aandeelhouders.

______________________________________________

Wie of wat is Aspiravi?

U kent Aspiravi niet, ook al bestaat het sinds 2002? Geen paniek, zo zijn er wel meer. Toch is Aspiravi, met de 60 windturbines die het exploiteert van Zeebrugge tot Bastogne, geen onbeduidend bedrijfje. Verder is deze nv actief in biogas, biomassa en waterkracht, allemaal hernieuwbare energie dus.
Interessant om weten. Aspiravi is in handen van 95 Vlaamse gemeenten, en dus publiek bezit. Het gaat om alle Limburgse gemeenten behalve Voeren – verenigd in de holding Nuhma – 15 West-Vlaamse gemeenten verzameld in Efin, de 24 Brabantse gemeenten van Creadiv, en 13 Antwerpse plus 1 Oost-Vlaamse gemeente verenigd in Fineg. Doordat deze gemeenten in Aspiravi participeren via deze holdings, en niet via hun zuivere intercommunales, kunnen ze zowel actief zijn in de productie, de distributie als de levering van energie. Zo omzeilen de wettelijk verplichte scheiding tussen wie energie produceert en levert en wie energie verdeelt.
www.aspiravi.be

Wie of wat is LRM?

De Limburgse Reconversiemaatschappij NV (LRM) is een erfenis van het mijnverleden. Want de gesloten mijnen verplichten tot een forse zoektocht naar een nieuwe welvaartsmachinerie.
Opdracht van LRM is dan ook om te investeren in bedrijven en projecten die de economie van Limburg versterken. Dat kan door het verstrekken van kapitaal of door het aanbieden van geschikte terreinen. Ook het beheer van de voormalige mijnterreinen is voor LRM.
In totaal is LRM actief in bijna zeventig bedrijven, zowel grote ondernemingen als KMO’s, zowel in media als in schone technologie en energie.

______________________________________________

En zelf projectontwikkelaar worden?

Op dit moment durven we nog niet zo ambitieus zijn, maar misschien moeten we dat wel worden als we inderdaad zien dat we onze eisen niet gerealiseerd krijgen. Dat moeten dan wel op Vlaams niveau aanpakken want in Limburg hebben we te weinig capaciteit en middelen.

Hoe zie je de participatie van diegenen die minder kapitaalkrachtig zijn?

We exploreren op dit moment zeven verschillende manieren om het aandeel voor te schieten voor de mensen die het nodige geld niet meteen op tafel kunnen leggen. Zo zou bijvoorbeeld de sociale huisvestingsmaatschappij ook voor die prefinanciering kunnen zorgen.

Er is Europese regelgeving op komst waardoor het voor sociale huisvestingsmaatschappijen gemakkelijker wordt om te investeren in hernieuwbare energie. Dat houdt in dat er sneller kan worden gewerkt aan bijvoorbeeld dakisolatieprojecten voor sociale huurwoningen of dubbel glas.

Maar het zou best kunnen zijn dat we daar via parlementaire weg ook een aandeel in een windmolen aan kunnen toevoegen. Door de lagere factuur komt dan geld vrij waarmee het aandeel in stukjes wordt terugbetaald. Er zijn nog andere manieren. We hebben zelf nog een andere coöperatie opgericht in Limburg, Duolim, waarmee we goedkope leningen van 2 procent kunnen verstrekken aan mensen die energie-investeringen willen doen in woningen. Als je daar dan nog de groene lening van de gewone bank aan koppelt, praten we over een 0,5 procent. Dat is dan wel gekoppeld aan inkomensgrenzen.

In Bilzen hebben jullie met de bewoners van sociale woonwijken een vzw die zich inzet voor groene energie. Hoe werkt die juist?

De vzw Bilzen Energiek is opgericht om aan het stadsbestuur te laten zien dat er daar ook een groep is die vindt dat ze een graantje moet kunnen meepikken van hernieuwbare energie. De initiatiefnemers zijn effectief bewoners van een sociale woonwijk. Die hebben zich later laten omringen met een paar andere mensen en zo is de vzw ontstaan met verschillende doelstellingen.

Een ervan is om rechtstreeks te gaan praten met overheden over waar projecten kunnen komen en waar niet. Er is bijvoorbeeld de projectontwikkelaar Windvision. Die was al van vorig jaar aan het praten met het stadsbestuur van Bilzen over de aanbouw van een windmolenpark, maar de inwoners wisten van niets. Met die vzw hebben we nu een juridisch orgaan om rechtstreeks aan Johan Sauwens, de burgemeester van Bilzen, te kunnen zeggen dat we niet zomaar een paar idioten zijn die dromen van goedkopere energie.

Met die vzw zijn jullie ook naar Wallonië getrokken. Wat kunnen we daar leren?

Daar is het iets gemakkelijker om een vergunning te kunnen krijgen voor windmolens. Het is ook daarom dat je daar af en toe ook een solitaire windmolen ziet. Dat lukt niet meer in Vlaanderen.

Ze hebben ook een coöperatie op Waals niveau, Emission Zéro. Die is  opgericht door de vzw Vents d’Houyet. Bernard Delville is daar de initiatiefnemer van. Daar zijn we met onze Bilzense vzw in januari naartoe geweest om te zien hoe je eraan begint. Eén van hun financiers is de Vlaamse coöperatie Ecopower.

______________________________________________

Vents d’Houyet en Emission Zéro

Eerst was er de vzw Vents d’Houyet. De naam verraadt dat ze graag de wind als onuitputtelijke energiebron zou aanwenden. Op haar beginactief, een drietal windmolens, gebouwd in de periode 2004-2007. Eén ervan is het gezamenlijke eigendom van 800 kinderen.
Ze pleit voor ruim 500 windmolens in Wallonië vanaf 2012. Dat moeten dan wel – in mooi maar moeilijk vertaalbaar Frans – ‘des éoliennes citoyennes’ zijn. windmolens niet in de handen van enkele financiële groepen, wel in de handen van de Waalse burgers.
Daarom is in 2007 de coöperatie Emissions Zéro opgericht. Die telt eind 2009 zevenhonderdachtendertig coöperanten en heeft projecten op stapel in Dour, Doornik en Mesnil, Daarvoor wordt ook samengewerkt met de Vlaamse energiecoöperatie Ecopower.
http://www.vents-houyet.be/

______________________________________________

Zij blijken hun mosterd bij Ecopower te gaan halen. En niet alleen de mosterd maar dus ook geld. Ecopower ondersteunt hen financieel en technisch om projecten van de grond te krijgen. Er zijn altijd een pak studies waarvoor je al gauw 50.000 of 100.000 euro op tafel moet leggen. Het gaat om studies naar de rentabiliteit van het project, de aansluiting op het elektriciteitsnet, hoe het zit met vogelrichtlijngebieden,…

 

take down
the paywall
steun ons nu!