Uraniummijn in Niger

 

Reportage, Nieuws, Europa, Afrika, Economie, Niger, Staatsgreep, Uranium, Françafrique, Neokoloniale belangen -

Franse kernenergie gevoed door uranium uit Niger

Op 18 februari 2010 hebben opstandige militairen in Niger een einde gemaakt aan het bewind van president Tandja Mamadou. Het was de zoveelste militaire staatsgreep in het straatarme land dat al lang in een spiraal zit van sociale en politieke onrust. Bovendien kampt het met ernstige hongersnood. Khadija Sharife onderzocht de neokoloniale banden van de uraniumexport.

maandag 1 maart 2010 15:03

Volgens de grondwet had de president Tandja Mamadou einde 2009 moeten opstappen omdat zijn twee ambtstermijnen erop zaten. Maar dat was hij duidelijk niet van plan. In mei ontbond hij het parlement en benoemde hij een nieuw grondwettelijk hof dat meteen via een getrukeerd referendum zijn ambtstermijn met drie jaar verlengde. Voor de oppositie was de maat meer dan vol. Zij verweet de president dictatoriale neigingen. De corruptie vierde de laatste jaren hoogtij. Het land is van strategisch belang voor Frankrijk, omdat het een belangrijke leverancier is van uranium. Welke invloed uranium heeft op de politieke en internationale relaties onderzocht Khadija Sharife.

Niger voert voldoende uranium uit naar Frankrijk om 80 procent van de Franse elektriciteitsvoorziening uit kerncentrales te genereren, schrijft Khadija Sharife. De gewone Nigerezen halen echter weinig voordeel uit de controle van Frankrijk over de uraniumrijkdom van hun land. Meer dan drie vijfde van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Berichten over radioactieve verontreiniging van water, lucht en bodem door multinationale mijnbouwbedrijven stapelen zich op.

Uraniumsnelweg

Hij staat bekend als de uraniumsnelweg, het netwerk van hoofdwegen die de grootste stedelijke mijncentra, als Arlit, Agadez en Niamey met elkaar verbindt. Ontwikkeld in de jaren 1970 en 1980, fungeert de noord-zuidsnelweg als de hoofdader om het vervoer van uraniumafval te vergemakkelijken. Het netwerk zelf maakt deel uit van de Trans-Sahararoute, een oud netwerk van woestijnwegen dat al wordt gebruikt sinds onheuglijke tijden door de inwoners van Tinariwen – of de Woestijn van Velen, zoals de Sahara bekend stond bij zijn inheemse zonen en dochters, onder meer de Hausa en de Toearegs. Ondanks het knip en plakwerk van het grondgebied door de voormalige koloniale machthebbers om mijnconcessies handig in nationale staten samen te brengen (om beter te verdelen, te veroveren en te exploiteren) kon de Trans-Sahararoute verder overleven door zich innovatief aan de nieuwe landsgrenzen aan te passen. Centraal op deze route ligt Niger, een land ver van zee, op de overgang tussen Noord- en Sub-Sahara-Afrika, een land grenzend aan zeven buurlanden.

Ondraaglijke schuldenlast

De Sahara, die zich over 11 landen uitstrekt, vormt 80 procent van de oppervlakte van Niger – een land in het algemeen gekenmerkt door armoede, hongersnood, droogte en dictaturen. Meer dan 60 procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens, zonder toegang tot voedsel, water en sanitaire voorzieningen, zonder infrastructuur en onderwijs. De gemiddelde levensverwachting is 43 jaar, en de meeste burgers (zelfs 71 procent van de vrouwen), zijn analfabeet. Slechts drie procent van de staatsbegroting komt ten gunste van het onderwijs. In plaats daarvan werd op de drempel van het millennium, meer dan de helft van de geld bestemd voor ontwikkeling gebruikt om de ondraaglijke schuldenlast te kwijten. Nadat Niger in 2000 in aanmerking kwam voor het HIPC-programma (Heavily Indebted Poor Countries) van het Internationaal Muntfonds (IMF), vereiste de gedeeltelijke kwijtschelding van schulden een massale privatisering van staatsondernemingen. Desondanks zou het IMF in 2004 concluderen dat de schuldenlast van het land hoog bleef, ondanks het toegediende geneesmiddel ‘structurele aanpassing’.

Niger, goed voor 7,7 procent de wereldwijde export van uranium, maakt deel uit van de top- vijf samen met Canada, Australië, Kazachstan en Rusland. Het land produceert zelfs op hetzelfde niveau als Rusland. De stad Arlit alleen al levert aan Frankrijk, de voormalige koloniale macht, het uranium nodig om zijn nucleaire programma en zijn centrales te bevoorraden. Dit is de grondstof voor de productie van bijna 80 procent van de elektriciteit in Frankrijk in naar schatting 59 kerncentrales.

Uranium werd ontdekt in Niger in 1957 door het Bureau Minier de la France d’Outre-Mer, een jaar vóór de oprichting van de Republiek Niger. Dit was het gevolg van uitgebreid geologisch onderzoek uitgevoerd door het Franse Commissariat à l’Energie Atomique (CEA). Het onderzoek begon in 1956 en resulteerde in een aantal interessante ontdekkingen aan de vooravond van de onafhankelijkheid in 1960. Frankrijks succesvolle dekolonisatie in Afrika werd mogelijk gemaakt door middel van geheime militaire akkoorden, grondstoffencontracten en speciale monetaire zones.

Françafrique

Deze overeenkomsten tussen het ex-moederland en de vroegere kolonies vergrendelden de Franse belangen met die van de geselecteerde ‘lokale gouverneurs’ zoals Omar Bongo in Gabon en Gnassingbe Eyadema in Togo. Beiden levenslang leider van hun land vanaf de politieke onafhankelijkheid tot aan hun dood. Als gevolg hiervan kreeg Frankrijk niet alleen een preferentiële voorrang in de toegang tot strategische natuurlijke hulpbronnen, maar kon het ook de aanwezigheid van Franse militaire basissen in zijn voormalige koloniën legitimeren. Zo werd de macht van de dictators ondersteund en gelijktijdig onder controle gehouden. Vanaf de jaren 1960 werden 27 van dergelijke overeenkomsten ondertekend met voormalige koloniën, inclusief Niger.

De Franse belangen op het continent worden gerealiseerd door het postkoloniale Afrika-beleid van Frankrijk, beter bekend als Françafrique. Dat beleid reikt tot de diplomatieke en politieke echelons van het Elysée sinds de tijd van president De Gaulle. Het beleid omvat officiële lobbies en inlichtingendiensten, multinationale bedrijven die nauw verbonden zijn met de staat zoals Elf en Areva, en de Afrikaanse dictators die door Frankrijk worden ondersteund.  Daarenboven functioneren allerlei schaduwnetwerken genoemd naar hun meesterbreinen, zoals de hoofdadviseur voor Afrika van De Gaulle, Jacques Foccart, die op 81-jarige leeftijd door Jacques Chirac werd teruggeroepen om zijn activiteiten te hernemen. Chirac zelf zou begin jaren 1990 verklaren dat het continent “nog niet klaar was voor democratie”. Toen hem werd gevraagd naar de rol van Foccart in Françafrique, verklaarde Louis Joxe, vice-premier onder De Gaulle: “Kinderverzorger spelen van presidenten en ervoor zorgen dat de Afrikaanse ambtenaren betaald worden op het einde van de maand”.

De uraniumvoorraden van Congo, Gabon en Niger hebben Frankrijk in staat gesteld de geopolitieke gevolgen te omzeilen indien het land te afhankelijk zou worden van uranium afkomstig uit Oezbekistan, Kazachstan, Canada en Australië. Regio’s die beschouwd werden als te veel aanleunend bij de VS, de rivaal van Frankrijk in Afrika.

De behoefte aan grondstoffen van China wordt ook beschouwd als een bedreiging voor de Franse belangen op het continent. Met een snel groeiende voetafdruk in Afrika – China heeft sinds 2003 al voor meer dan 24 miljard dollar aan leningen toegekend, voornamelijk gedekt door grondstoffen, is China prominent aanwezig. Momenteel heeft Frankrijk 10.000 speciale soldaten op het continent, vooral gevestigd in Libreville, Gabon, ook bekend als ‘Foccartland’. Tussen 1997 en 2002 heeft Frankrijk 36 keer militair ingegrepen, 24 van deze operaties werden uitgevoerd zonder toestemming van de VN. Het Françafrique-beleid wordt ook voortgezet onder Nicolas Sarkozy. Franse soldaten grijpen nog steeds in bij binnenlandse geschillen.

Militaire staatsgrepen en Franse soldaten

Na de onafhankelijkheidsverklaring kwam Diori Hamani aan de macht met zijn politieke partij de Parti Progressiste Nigérien (PPP). Hij werd onrechtstreeks verkozen door Frankrijk en gesteund door diverse geheime en openlijke interventies vanaf 1963. Dankzij bepalingen uit een geheim defensieakkoord konden Franse soldaten gelegerd in Niamey met Hamani samenwerken om de oppositie te verbannen, zoals de Union Nigérienne Démocratique. Hamani werd zonder tegenstand in 1965 en 1970 herverkozen, maar beging begin jaren 1970 de fatale vergissing de terugtrekking van de Franse troepen te vragen. Zoals het hoort, trok Frankrijk zijn troepen terug. Niet verrassend bracht kort daarna een militaire staatsgreep kolonel Seyni Kountché aan de macht. In 1987 werd Kountché gedood en opgevolgd door kolonel Ali Saibou.

Onder president Tandja Mamadou (nvdr. die op donderdag 18 februari 2010 bij een militaire staatsgreep werd afgezet) vierde het autoritarisme hoogtij. Momenteel worden de 12.000 Nigerese strijdkrachten geleid door 15 Franse militaire adviseurs. Het lokale militaire personeel wordt grotendeels opgeleid, bewapend en gefinancierd door Frankrijk. De troepen  beschermen vijf strategische verdedigingszones – namelijk de geostrategische routes en mijnen. De twee belangrijkste Nigerese uraniummijnen worden gecontroleerd door Areva, ‘s werelds leidinggevende nucleaire bedrijf, door het Elysée gecontroleerd via de meerderheidsaandeelhouder van de vennootschap, het Franse staatsbedrijf CEA.

Areva controleert uraniumexploitatie

Areva is aanwezig in 43 landen met bedrijven die alle aspecten van de verwerking van de grondstof omvatten, van winning tot verrijking, productie, recyclage tot ontmanteling. Het bedrijf draait een omzet van 13,16 miljard euro en laat als economische reus daarmee vele ‘ontwikkelingslanden’ achter zich. De mijnen in Niger (ondergrondse en open mijnen) worden geëxploiteerd door dochterondernemingen van Areva COMINAK en SOMAIR, samen  goed voor 75 tot 90 procent van de uitvoeropbrengsten van het land. Een overeenkomst tussen Areva en de regering-Mamadou, ondertekend in januari 2009 voor de exploitatie van de uraniumreserves in Imouraren, zal naar schatting 5.000 ton per jaar opleveren over een periode van 40 jaar.

Volgens plan zal de productie beginnen in 2012 met een investering van 1,2 miljard euro. COMINAK en SOMAIR produceren momenteel bijna 5.000 ton. “Uranium en vooral de overeenkomsten hierover tussen staten zijn van zeer strategische aard”, zegt Idriss Ali, nationale coördinator van de campagne Publish What You Pay (PWYP). “Deze overeenkomsten werden gesloten in een neokoloniaal kader. De akkoorden met SOMAIR (1968) en met COMINAK (1975) zijn niets anders dan voorkeurscontracten om het Nigerese uranium voor Frankrijk beschikbaar te stellen. Onder deze omstandigheden zijn het de kopers die de prijs op de internationale markt bepalen. Dat is het voorrecht van de vroegere koloniale macht”, verklaarde Idriss Ali.

Sinds 2007 heeft de Nigerese regering, in een poging om de ontginning van uranium te diversifiëren, 122 exploratielicenties toegekend aan multinationals uit Frankrijk, de VS, Zuid-Afrika, China, Canada en Australië. Het Chinese uraniumstaatsbedrijf, SINO-U, zal 300 miljoen dollar investeren om de voorraden te exploiteren van de Sominamijn, in de buurt van Agadez, met een jaarlijkse productie van 700 ton vanaf 2010. Intussen heeft de Amerikaanse Exelon Corporation een overeenkomst met de regering ondertekend voor de exploitatie tot 300 ton per jaar over een periode van 10 jaar. Maar de regering wil ook andere grondstoffen gaan ontginnen, waaronder olie (een contract van 5 miljard dollar met de National Petroleum Corporation van China) en goud (al het derde belangrijkste exportproduct, goed voor 13 procent van de opbrengst). Maar Frankrijk blijft wel de belangrijkste investeerder en controleert tegelijkertijd de geostrategische exploitatie van de uraniumvoorraden.

Volgens Areva had het bedrijf in 2006 100.000 ton uranium ontgonnen. De Nigerese regering ontving 300 miljard CFA-frank (nvdr: de CFA-frank is de munteenheid van de meeste West-Afrikaanse ex-kolonies van Frankrijk, met een vaste wisselkoers tegenover de euro) van de in totaal 2.300 miljard CFA-frank omzet. Mijnbouwactiviteiten, grotendeels uraniumexploitatie, genereren tussen 2,4 en 4 procent van de BBP van Niger. Areva is, na de overheid, de belangrijkste werkgever van het land, met 1.850 mensen op de eigen loonlijst en meer dan 4.000 indirecte banen bij onderaannemers en algemene diensten. “Onze duurzame investeringen in water en gezondheidszorg vertegenwoordigen een bijdrage van meer dan 3 miljoen CFA-frank per jaar”, aldus een mededeling van het bedrijf.

Milieuvervuiling en radioactieve straling

Toch zijn het de precies de milieuproblemen die Areva in een lastig parket hebben gebracht. Het gebruik van schaarse en niet-hernieuwbare waterbronnen voor de exploitatie van ondergrondse mijnen van COMINAK en de vele lekkages van radioactief materiaal, de verontreiniging van water, lucht en bodem, het te koop aanbieden van dodelijk radioactief schroot, het gebruik van radioactief erts in de wegenbouw en de lozing van radioactieve resten zijn een doorn in het oog van de lokale bevolking. “Toen we Niger bezochten, werd ons door ambtenaren verteld ‘Hier in Niger bent u als in Frankrijk’”. “Als er in Niger een probleem is, gaat dat terug naar Frankrijk, naar Areva”, zei Bruno Chareyron, een fysicus en laboratoriummanager van de Franse NGO CRIIAD (Commissie voor Onafhankelijk Onderzoek en Informatie over Radioactiviteit), die een vernietigend rapport afleverde.

De verslagen van CRIIRAD documenteren diverse bevindingen. 20 miljoen ton kankerverwekkende radioactieve afvalstoffen lagen opgeslagen in de open lucht, afval van radioactief  bedrijfsmateriaal werd op markten verkocht door schroothandelaars, de giftige gassen uit de mijnen van COMINAK werden gewoon geloosd, ondergrondse waterbronnen leeggepomt, andere waterbronnen besmet en internationale normen voor stralingsbescherming met voeten getreden.

“Toen we de resultaten aan de pers vrijgaven, organiseerde Areva voor perslui een reis naar Niger. Het bedrijf charterde een vliegtuig om een team van 30 journalisten naar het land te brengen – maar er was geen geigerteller beschikbaar, dus geen tastbare methode om de stralingsniveaus waar te nemen. Ze zouden op straatstenen hebben kunnen staan waarin radioactieve rotsen waren verwerkt zonder er iets van te hebben gemerkt”, zei Chareyron. Hij bracht ook aan het licht dat een laboratorium, dat door de multinational werd ingeschakeld voor een stralingscontrole, de beweringen van het bedrijf weerlegde. Areva beweerde dat uitsluitend de regering van Niger verantwoordelijk was voor de stralingsreglementering.

Geen bescherming voor burgerbevolking

Ondertussen blijkt dat ook de regering hetzelfde gebrek aan zorg vertoond als het bedrijf. De officiële instelling die toezicht houdt op de ioniserende straling, het Nationaal Centrum voor Stralingsbescherming (CNRP), bleek bij de inspectie van CRIIRAD niet actief te zijn. Chareyron van CRIIRAD verklaarde hierover: “CNRP kon de metingen niet uitvoeren omdat hun enige gammaspectrometer gebroken was – een draad was defect sinds de machine was geleverd”.

Maar de bevolking van Niger is niet bij de pakken blijven zitten. De gewapende Nigerese Beweging voor Gerechtigheid (Mouvement des Nigériens pour la Justice – MNJ), actief sinds 2007, onder leiding van een voormalige legerofficier, heeft een groter deel van de uraniuminkomsten opgeëist. De beweging eist eveneens een betere bescherming tegen de aantasting van het milieu en vraagt dat iedereen zijn rechten zou kunnen doen gelden op de grondwettelijk gegarandeerde rechten zoals water en sanitaire voorzieningen, onderwijs en elektriciteit. De regering heeft deze beweging van voornamelijk Toeareg-groepen uit het noorden van Niger ontbonden omdat ze antidemocratische ‘drugssmokkelaars’ zouden zijn.

Het is overduidelijk dat Niger zelf geen zeggingsschap heeft over de ontginning van zijn  uranium. 100 procent van de lokaal verbruikte elektriciteit (225 miljoen kWh) is afkomstig van fossiele brandstoffen. Die worden grotendeels ingevoerd uit het naburige Nigeria. In Frankrijk zijn groepen zich wel bewust van de situatie. “Totnogtoe is het voor Franse burgers en het maatschappelijk middenveld onmogelijk om de inhoud te kennen van de ‘geheime overeenkomsten’ die de staat sloot over de toegang tot en de controle over grondstoffen, het is immers vertrouwelijke materie”, verklaarde Sebastian Alzerreca van Survie, een Franse NGO. Maar hij waarschuwde: “Als de diplomatie faalt, kunnen ze nog steeds een beroep doen op wapens”. Ongetwijfeld zal de uraniumsnelweg nog van pas komen.

Khadija Sharife  

Dit artikel verscheen voor het eerst in het Zuid-Afrikaanse The Thinker (Volume 11, 2010)

Khadija Sharife is een freelance journaliste en schrijfster. Ze is momenteel gastdocente aan het Zuid-Afrikaanse Centre for Civil Society (CCS) en onderzoekster bij Tax Justice Network. 

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!