De Opmars van Niet-Links Links in Europa
O.P. Roerkraeyer

De Opmars van Niet-Links Links in Europa

dinsdag 7 juli 2015 01:59




Door James Petras
Vertaald uit het Engels door Oriana P.

 

Disclaimer:
Niettegenstaande het feit dat James Petras een zeer goede analyse geeft over het onstaan en het succes van een Niet-Links Links in Europa schiet hij tekort in zijn kritiek op traditioneel links dat gefaald heeft het groeiende leger van werklozen aan te trekken. Traditioneel links probeert ook nog steeds enkel en alleen te mobiliseren langsheen klasselijnen en vergeet daarbij racisme en seksisme aan te kaarten in haar kritiek aan het adres van de elites en een degelijke anti-racistische en anti-seksistische beweging uit te bouwen die onlosmakelijk verbonden is met een klassestrijd. Bovendien lijkt ook James Petras te lijden aan de hedendaagse “anti-imperialistische” positie, gevoed door Rusland, die enkel Europa maar voornamelijk de VS beschuldigt van imperialisme en daarbij gemakkelijkheidshalve vergeet kritiek te leveren op de imperialistische acties van Rusland in zowel Oekraine als in de Noord-Kaukasus en op de imperialistische belangen die Rusland in het Midden-Oosten heeft.

In
de afgelopen tien jaar hebben er in Zuid-Europa fundamentale
veranderingen plaatsgevonden die braken met eerder gemaakte politieke
samenwerkingsverbanden wat resulteerde in oa. het verdwijnen van
traditionele linkse partijen, een daling van werkersbonden en de
opkomst van een “middenklasse radicalisme”.

Nieuwe
politieke bewegingen, ogenschijnlijk aan de linkerkant, zijn niet
langer gebaseerd op klassebewuste arbeiders noch ingebed in een
klassestrijd. Net zoals aan de rechterkant wordt meer aandacht
besteed aan het escaleren van de repressieve capaciteit van de staat
in plaats van staatsinterventie bij het najagen van economische
markten.

Radicalisering van rechts, met inbegrip van
enorme bezuinigingen op sociale uitgaven, heeft de
welzijnsprogramma’s gesloopt. De onteigening van de huishoudens heeft
samenhangende wijkgerichte maatschappelijke organisaties
ontworteld.

In de plaats van het klassegebaseerde
traditionele links kwamen er “niet-linkse” linkse bewegingen. Hun
leiders omarmen ‘participatieve democratie’ maar zijn in
werkelijkheid bezig met verticale politieke praktijken.

Aan
de rechterkant draait de politiek niet meer om het behoud van de
nationale economische privileges. Rechtse leiders maken hun economie
en de samenleving gewillig ondergeschikt aan allerlei kruistochten
die de nationale soevereniteit ontdoen van enige betekenis terwijl de
nationale schatkist wordt geplunderd.

Dit essay zal deze
complexe veranderingen en hun betekenis bespreken.

Niet-links
Links in Zuid-Europa

De
economische crisis, en dan met name de enorme besnoeing op
de lonen, de pensioenen en andere
sociale programma’s door rechtse en sociaal-democratische regeringen,
heeft tot wijdverbreide ontevredenheid geleid die de traditionele
werkplekgebaseerde linkse partijen niet wist te
sturen
laat staan mensen te mobiliseren. Langdurige en diepere
werkloosheid en de groei van de tijdelijke werkgelegenheid hebben hun
invloed doen gelden op meer dan 50% van de beroepsbevolking.

Een
plotse daling van vakbondsvertegenwoordiging leidde tot verdere
verzwakking van de aanwezigheid van de traditionele linkse partijen
in fabrieken.

Uithuiszettingsbevelen op grote schaal,
afscherming van hypotheken en het daarbij gepaardgaande verlies van
banen hebben geleid tot wijkgerichte anti-uitzettingsbewegingen en
strijd. Miljoenen jonge werknemers hangen nu af van de pensioenen
van hun grootouders en blijven met twee oudere generaties in het
ouderlijke huis wonen. Voor de jonge werknemers hebben de afbraak
van het dagelijks leven, het verlies van persoonlijke autonomie en
het onvermogen om zelfstandig te leven geleid tot opstanden voor
‘waardigheid’.

De traditionele linkse partijen en
vakbonden hebben gefaald (of niet geprobeerd) om de werklozen te
organiseren. Ze hebben gefaald om de jongeren en de naar
benedengerichte tijdelijke werkkrachten aan te trekken in iets dat
lijkt op klassegebaseerde en klassenstrijdgeoriënteerde
bewegingen.

Paradoxaal genoeg, en ondanks de toenemende
crisis bij de meeste werknemers, is traditioneel links gedaald. Haar
oriëntatie naar de werkplek en haar taal van klassenstrijd vinden
geen weerklank bij degenen die zonder werk zitten en ook geen
vooruitzichten van werk hebben. Voor de geradicaliseerde
middenklasse is traditioneel links te radicaal in haar eis om het
kapitalisme omver te werpen en te ver van macht verwijderd om
veranderingen te kunnen verwezenlijken.

De
geradicaliseerde middenklasse bestaat uit ambtenaren, professionals
en zelfstandige private aannemers die streven naar, en tot voor kort,
ervaren opwaartse mobiliteit maar die nu hun weg geblokkeerd zien
door bezuinigingsprogramma’s opgelegd door rechtse en
sociaal-democratische partijen.

Gefrustreerd door het
verraad van de sociaal-democraten en met het vooruitzicht van
neerwaartse mobiliteit is de geradicaliseerde middenklasse
gedesoriënteerd en gefragmenteerd.

Velen sloten zich
aan bij vormeloze straatprotesten en sommigen omarmden zelfs, hoewel
tijdelijk in de meeste gevallen, de alternatieve traditonele rechtse
partijen om enkel nog meer doorgedreven banenverlies, onzekerheid en
neerwaartse mobiliteit te ervaren.

De middenklasse is
woest over het feit dat hen opwaartse mobiliteit wordt ontkend niet
alleen voor henzelf maar ook voor hun kinderen. Ze nemen hun
voormalige ‘gematigd progressieve’ sociaal-democratische leiders hun
“verraad van hun belangen” kwalijk. Hun radicalisme is gericht op
het herstel van hun vroegere toegang tot sociale vooruitgang. Hun
diepgewortelde vijandigheid ten aanzien van de autoriteiten is
geworteld in het verlies van hun vroegere status als gevolg van de
crisis.

Het radicalisme van de middenklasse wordt
getemperd door nostalgie naar het verleden. Dit radicalisme is
geworteld in de strijd voor het herstel van de sociale subsidies en het
groeibeleid van de Europese Unie. Zij herinneren zich een recent
verleden van stijgende levensstandaard en “sociale integratie”
wat nu hun eigen kinderen wordt ontzegd. Deze visie leidt de
retoriek dat de progressieve middenklasse hun stijgende inkomens
verdiend en genoten hadden als gevolg van hun eigen ‘verdienste’.

Vandaag zoekt de geradicaliseerde middenklasse naar
praktische, specifiek omschreven en een door de overheid gesteund
beleid dat hun vroegere welvaart kan herstellen. Hun doel is niet om
gelijke kansen voor iedereen na te streven maar om hun eigen
proletariasatie te voorkomen. Zij verwerpen de politiek van de
traditionele linkse partijen omdat klassenstrijd
en-arbeidersgecentreerde ideologieën niet hun eigen sociale
aspiraties bevorderen.

Voor
de meeste geradicaliseerde middenklasse activisten zijn de
voornaamste boosdoeners de besparingen, de oplichters van de
mega-banken en de politieke kleptocraten. Ze zijn op zoek naar
partijen die het kapitalisme kunnen hervormen of tenminste
moraliseren en die de “individuele waardigheid” kunnen
herstellen. Zij willen corrupte ambtenaren buitenschoppen. Ze eisen
“participatieve democratie” in plaats van de doelstelling van
traditioneel links van publiek eigendom onder de controle van de
werknemers.

Door deze specifieke omstandigheden, die door
de huidige maatschappelijke crisis werden veroorzaakt, is er in heel
Europa een niet-links links (NLL) kunnen onstaan. Spontaan, vormloos,
“anarchistisch”, extra-institutioneel en straatgeorienteerd heeft
dit NLL een oneerbiedige stijl geadopteerd. Dit NLL heeft in haar
oorsprong politieke partijen afgewezen, welomschreven programma’s, en
gedisciplineerde kaders in het voordeel van spontaniteit en
oneerbiedigheid tegenover instellingen.

Toen de
aantrekkingskracht van het NLL groeide vervoegden de werklozen, de
uitzendkrachten, de onzekere en onbeschermde niet-gesyndiceerde
werknemers en de geradicaliseerde middenklasse de demonstraties
waarbij ze geborgenheid in de massa vonden. Ze voelden zich
aangetrokken tot de oproepen van ‘de straat’ om de zittende
kleptocraten verdringen.

Uit deze beweging, die op de
woede van een middenklasse gedoemd tot neerwaarste mobiliteit
rekende, ontstonden partijen zoals Podemos in Spanje, Syriza in
Griekenland en Five Stars in Italie? die al degenen die zich ver van
macht verwijderd voelden aantrokken door hen een herstel van
“waardigheid en respect” te beloven. Ze stelden vormeloze eisen
om een einde te maken aan de bezuinigingen en maakten vage beloften
voor het creeren van jobs.

De NLL leiding is echter het
duidelijkst beïnvloed door de niet-radicale wrok van de neerwaarts
mobiele middenstand. Ze hebben zich nooit beziggehouden met
klassenstrijd en verwierpen klasse ideologie. Voor de NLL leiding is
sociale polarisatie slechts een middel voor de opbouw van een
electorale basis. Hun deelname aan kleinschalige lokale projecten
werd naar voren geschoven als ‘bewijs’ dat de NLL leiders aanhang
vonden bij authentieke populaire aspiraties.

De
overgang van Niet-Links Links: van de straat naar openbaar ambt

Na
hun straatimago bewogen ze zich snel richting verkiezingen om
vandaaruit coalities te vormen met traditionele partijen.
Strategische beslissingen werden door een kleine kliek van
personalistische leiders genomen: ze herdefinieerden ‘participatieve
democratie’ door dit enkel en alleen toe te passen bij lokaal
buurtactivisme en bij lokale problemen – de nationale kwesties
lieten ze over aan de ‘experten’.

Syriza, het eerste NLL
dat aan de macht kwam, weerspiegelde de immense kloof tussen de
radicale houding van haar leiders in de oppositie en hun
daaropvolgende kruiperige conformiteit voor de gevestigde
machtssstructuren (de Trojka: IMF, Europese Commissie, de Centrale
Bank) nadat ze als regering werden verkozen.

Syriza
belichaamt de wrok van de middenklasse ten aanzien van de
Euro-technocratische elite in Brussel van wie ze de schuld in de
schoenen schuiven voor hun verlies van vroegere welvaart en
werkzekerheid en voor de voortdurende achteruitgang van het dagelijks
leven. Syriza hekelde de Troijka terwijl die nog steeds onder haar
voogdij bleef. Syriza bekritiseerde de EU elite op hoge morele toon
omdat ze deden wat hun elitaire klassebelangen dicteerden, met name
de verdediging van de EU-bankiers, het eisen van de schuldaflossingen
en het dreigen naar ondergeschikten. In de praktijk paste Syriza
nooit enige klasse analyse toe op het beleid van de Trojka terwijl ze
bleven verwijzen naar hun “EU partners” – zelf als die
doorgedreven eisen opdrongen.

Eenmaal
aan de macht mobiliseerden de Syriza-leiders geen
enkel massaal protest en
hebben zelfs nooit gedreigd met een algemene staking ten aanzien van
de koloniale dictaten van de EU.

Alexis Tsipras, de
personalistische leider van Syriza, plaatste rechtse fguren van
voormalige regimes op belangrijke posities. Hij onderhandelde met de
Trojka en zwichtte op alle strategische kwesties zoals
afbetaling van schuld, bezuinigingen en privatiseringen. Syriza
heeft nooit overwogen zich naar het volk te richten. Syriza’s morele
kruistocht tegen het kapitalisme eindigde met het in hun armen
sluiten van datzelfde kapitalisme en van het koloniale Eurozone
systeem.
Syriza’s gebrek aan klasseanalyse, klassenstrijd en
klassemobilisatie en haar totale toewijding aan het blijven
functioneren binnen een
gemoralizeerd kapitalisme en binnen de Eurozone enkel om de status en
de veiligheid van de middenklasse te herstellen resulteerde in een
weerzinwekkende conformiteit en overgave – beklemtoond door
schaamteloze grappenmakerij van de kant van sommige leiders.

Op
het einde gaf Syriza zich over aan de dictaten van de hogere machten
van de Trojka en hun Eurozone dienaars maar enkel nadat ze eerst de
Griekse schatkist hadden leeggehaald. De leiders zijn erin geslaagd
de meest nefaste combinatie te realiseren: een failliete nationale
economie, een “protesterend” maar fundamenteel koloniaal regime
en ontgoochelde kiezers. Waar Syriza wel boven alle verwachtingen is
in geslaagd is in het marginaliseren van traditioneel links (de
Griekse Communistische Partij). Zij bevestigden een historisch
patroon: vrijzwevende bewegingen “van het moment” worden
uiteindelijk bestuurd door personalistische leiders die zich voordoen
alsof ze voor “het volk” spreken maar in werkelijkheid buigen
voor hun overzeese heersers.

NNL in Spanje en
Italie?: Podemos en Five Star

Podemos
in Spanje en Five Stars in Italië staan klaar om het Syriza pad van
koloniale onderdanigheid te volgen. Ze
verwierpen en marginaliseerden met succes traditioneel links. Ze
verwierven massale steun, organiseerden grootse protesten en wezen
luid de besparingen en dictaten
van de Trojka af.

Terwijl de Podemos leiders het hebben
over “participatieve democratie” maken enkel een handvol leiders
alle beleidsdeclaraties, beslissen zij welke kandidaten zullen
gesteund worden in de volgende verkiezingen en bepalen wat voor soort
regeringscoalitie er zal
gevormd worden.

Zowel
Podemos als Five Star verdoezelen bewust hun politiek; zij zijn wat
elk van hun aanhangers beweert dat ze zijn…

De
leiders stellen populistische eisen en praten graag over
“waardigheid”, werkgelegenheid en het bestraffen van corrupte
ambtenaren. Ze pleiten voor de afschaffing van autoritaire
maatregelen maar doen nooit echt toezeggingen tot institutionele
veranderingen en dan specifiek veranderingen met betrekking tot
repressieve rechtbanken, de politiediensten of gewapende
strijdkrachten.

Podemos
en Five Stars bekritiseren de bezuinigingsprogramma’s van de EU
terwijl ze binnen de EU blijven als ondergeschikten van een
organisatie die gedomineerd wordt door Duitse bankiers. Ze promoten
populaire mobilisaties die ze hebben vervormd tot stemmenlokkende
machines voor het verkiezen van hun leiders.

De
tegenstrijdige politiek van populistische gebaren en institutionele
verankering van NLL weerspiegelen de politiek van een gefrustreerde
en geblokkeerde middenklasse die een herstel eist van haar vroegere
status en veiligheid. De leiders van Podemos en Five Star maken een
groot spektakel van hun neus ophalen voor de gevestigde orde om
uiteindelijk enkel een beperkt aantal eisen van de middenklasse te
promoten. Op een veel breder front hebben de leiders van NLL nooit
massa protesten georganiseerd die een deftige uitdaging zouden vormen
tegen imperialistische machten, de NAVO, het Midden-Oosten oorlogen
en de US-EU sanctions tegen
Rusland.

Aangezien de meeste van hun aanhangers anti-NAVO
zijn, voorstander van
Palestijnse onafhankelijkheid en kritisch op het Kiev regime zal
de populaire basis van NLL op eigen houtje handelen maar zullen nooit
echt invloed hebben op het huidige nationale leiderschap.

De
reden voor het verschil tussen leiders en volgers is duidelijk: de
NLL leiders zijn van plan om post-electorale coalities te vormen met
corrupte en reactionaire ‘centrum-linkse’ partijen die veracht en
afgewezen werden door hun eigen kiezers.

Na de Spaanse
gemeentelijke en regionale verkiezingen allieerde Podemos met de
corrupte Socialistische Partij (PSOE). In Madrid steunde Podemos de
centrum-linkse coalitie Ahora Madrid (Madrid Now), wat op zijn beurt
weer verbonden is met de centrum-rechtse socialisten om de
‘progressieve’ kandidaat voor
het burgemeesterschap,
Manuela Carmena, te helpen
verkiezen.

Terwijl het hele ‘progressieve kamp’ de nederlaag viert
van de hard-rechtse Partido Popular kandidaat wordt er weinig of geen
melding gemaakt van de daaruit voortvloeiende wijzigingen in de
gemeentelijke en regionale budgetten, structuren van de economische
macht en klasse relaties.

‘Five Stars’, (Movimento Cinque
Stelle of M5S), is het Niet-Linkse
Links
van Italië dat gedomineerd wordt door een enkele ‘anti-leader’,
Beppe Grillo, die zowel de partijprogramma’s als de
bondgenootschappen bepaalt. Hij staat bekend om het maken van
clowneske, provocerende gebaren tegen de autoriteiten waarbij hij
oproept tot een “Fuck the Parliament” dag.

Het
is Beppe die de kandidaten voor het Europees Parlement selecteert.
Als oppositie verkondigde M5S luidkeels dat ze tegen alle
NAVO-oorlogen in het Midden-Oosten waren, tegen de Amerikaanse
militaire interventies in Latijns-Amerika en tegen de
vrijhandelsovereenkomsten. Maar nu ze zich veilig
genesteld weten in het Europees Parlement is Beppe meer in lijn met
Libertair
Rechts.

De
centrale eisen van Five Stars (M5S) draaien rond ‘directe democratie’
en ‘duurzame ontwikkeling’. Ze hebben de electorale steun van de
meerderheid van de lagere middenklasse weten te bemachtigen waarbij
ze in de algemene verkiezingen van 2013 26% van de stemmen (9 miljoen
kiezers) haalden.

Terwijl
Beppe en zijn collega’s op de vuist gaan binnen het Parlement,
radicale gebaren maken en strijdlustige retoriek spuwen heeft M5S
nog geen algemene
arbeidersstaking gesteund. Ze nemen deel aan elke verkiezing maar
blijven weg van de fabrieksstrijd.

Radicalisme, als
groots ‘gebaarpolitiek’, is een onderhoudende, niet-bedreigende
reactie op het kapitalisme omdat er geen gezamenlijke inspanning is
om klasse allianties aan te gaan met werknemers die op de werkplek
strijden.

‘M5S’,
net zoals Podemos en Syriza, drukken
het ongeorganiseerde radicalisme van de jonge, gefrustreerde lagere
middenklasse uit die woedend reageren tegen hun neerwaartse
mobiliteit terwijl ze weigeren te breken met de EU. Ze ageren tegen
de concentratie van macht in de handen van de banken maar weigeren
hun nationalisatie na te streven.

Onlangs mobiliseerde
M5S 800.000 mensen in Rome maar leidde hen nergens. Five Stars roept
menigten bijeen om hun leiders toe te juichen en de machtshebbers
belachelijk te maken. Daarna gaat iedereen naar huis.

Conclusie

Terwijl de NLL bewegingen
de steun van de “verontwaardigden”, de massa van werklozen, en de
uitgezette huiseigenaars weten
te verkrijgen verwoorden hun leiders geen serieus actieplan dat
daadwerkelijk de economische machtsstructuren kan doen kantelen: ze
verhogen enkel de populaire verwachtingen via hun eisen voor
“verandering”. Deze vage en misleidende slogans stelt het NLL
leiderschap in staat om zich in te wurmen in een medley van
opportunistische electorale coalities en gouvernementele allianties
met persoonlijkheden en partijen van de gevestigde orde.

In
zowel Griekenland als Spanje als Italië
is traditioneel links ofwel
helemaal verdwenen ofwel tot een marginale kracht gekrompen. Met
weinig of geen voet aan de grond buiten de werkplek en de vakbonden
kan traditioneel links nauwelijks vijf procent van de stemmen
binnenhalen.

NLL
heeft de isolatie van traditioneel links verdiept en heeft zelfs een
deel van haar basis aangetrokken. NLL
verwerpt de strakke organisatie en het top down leiderschap van
traditioneel links. Bovendien wanneer de linkse vakbonden
compromissen zochten om de banen van werknemers te redden negeerden
ze daarbij het groeiende leger van werklozen dat daardoor in de
richting keek van het “open en spontane” NLL om hun verzet te
uiten. In de gemeenteraadsverkiezingen van Spanje vormde Verenigd
Links, een communistisch geleide electorale formatie, een
alliantie met Podemos om op
die manier Manuela Carmena, de ‘opstandige burgemeester’ van Madrid,
verkozen te krijgen.

Terwijl
Euro-Amerikaans academisch links terecht de massale oppositie tegen
de rechtse regimes in Zuid-Europa vierde heeft ze gefaald om de
interne dynamiek binnen de NLL bewegingen te begrijpen: de
beperkingen van het middenklasse radicalisme en hun conformistische
doelstellingen.

Het voorbeeld van Syriza in Griekenland
is een waarschuwing voor de fatale gevolgen van leiders van de
middenklasse die radicale veranderingen promoten binnen het
neo-liberale kader dat door de EU wordt opgelegd.

Epiloog

Het
beste voorbeeld van het opportunisme en het faillissement van het
NLL kunnen we momenteel vinden in de succesvolle campagne voor het
burgemeesterschap in Madrid van Manuela Carmena wiens overwinning
door Podemos werd begroet als de ‘grote overwinning voor het volk’ in
een recente viering.

De
verkozen burgemeester Carmena verspilde geen tijd om de “vijf
fundamentele noodhervormingen”, die ze tijdens de verkiezingen had
beloofd, te verwerpen. In een persconferentie kondigde de zogenaamde
‘progressieve burgemeester van Madrid’ (met een cynische grijns) aan
dat ‘belofte nummer één’ – een openbare bank – niet meer nodig was
omdat ze tevreden was met de private bankenoligarchie te werken. Ze
weigerde ‘belofte nummer twee’ na te streven- subsidies voor
elektriciteit, water en gas voor arme gezinnen die van die diensten
werden afgesneden omdat een dergelijke steun te vroeg was en kon
wachten tot de winter.

Wat betreft de Podemos ‘belofte
nummer drie’ – een schuld moratorium, stond Carmena erop dat “we
zullen blijven betalen, voor het moment”. Op ‘belofte nummer
vier’ dat publieke aannemers voor gemeentelijke contracten zou
bevoordelen ten opzichte van particulieren veranderde ze haar
positie, “We kunnen dat niet meteen veranderen”.

Carmena
wees zelf ‘belofte nummer vijf’ af – de onmiddellijke invoering van
een zomermaaltijdenprogramma voor arme kinderen en drong aan dat ze
ging vertrouwen op de ontoereikende programma’s van een
extreem-rechtse voorganger.

Carmena
ging zelfs nog verder en vulde haar administratie met extreem-rechtse
overblijfselen van een vorige regering en plaatste hen in
strategische beleidsvoerende posities. Zo benoemde ze Carmen Roman,
een voormalig directeur-generaal van de uiterst rechtse premier
Aznar, als Senior Executive van Madrid. Ze verdedigde deze
reactionaire beslissingen door te beweren dat ze op zoek was naar
“technocraten die de beste professionele administraties zijn”.
Inderdaad, Carmen Roman had een massaal ontslag van openbare
werknemers ingevoerd alsmede een totale ontmanteling van sociale
programma’s op de “meest professionele manier” mogelijk.

Carmena
pleegde nog meer verraad aan haar Podemos electoraat door te
verklaren dat ze uitkeek naar een samenwerking met de harde rechtse
premier Rajoy en verwierp botweg het idee van een progressief
alternatief!

In
minder dan een week tijd werd de euforie over de overwinning van de
door Podemos gesteunde kandidaten weggevaagd door dit cynische
opportunisme: Niet-Links Links heeft haar kiezers verraden en dit
reeds van in het begin!

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!