about
Toon menu

Long read: Syriërs in Brazilië (1870-2017)

zaterdag 12 augustus 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Er zijn naar schatting 6 tot 8 miljoen Brazilianen van Libanese oorsprong, volgens specialiste Guita Hourani van Centrum voor Emigratie in de Universiteit van Notre Dame in Beirut. Dat is in totaal 3 tot 4 procent van de bevolking. Daarbij komen nog een 3 miljoen Syriërs. 

De turcos, zoals de Syriërs en Libanezen vaak genoemd worden , zijn maatschappelijk gezien behoorlijk succesvol geweest in Brazilië. Tien procent van de parlementsleden zijn Syrisch-Libanees en ook in de hoogste politieke, economische en financiële regionen zijn de Syrisch-Libanezen goed vertegenwoordigd: Dória is burgemeester van de stad São Paulo, Geraldo Alckmin is gouverneur van de staat São Paulo en Michel Temer, een geboren Paulista, is President van Brazilië.

De belangrijkste Arabische migratiegolf naar Brazilië vond plaats tussen 1870 en het begin van de Eerste Wereldoorlog. De meeste Syrio-Libanezen waren Orthodoxe-Christenen en kwamen uit Mount Libanon omwille van demografische en economische druk van dit pas semi-onafhankelijk geworden deel van het Ottomaanse rijk na de oorlog tussen Druzen en Christenen in 1860, maar in São Paulo komen de meeste Syrio-Libanezen uit Homs.

Het klassieke verhaal is dat Pedro II van Brazilië in 1876,  tijdens een reis door het Ottomaanse rijk, in de Bekaa Vallei met enkele Christelijke boeren aan de praat raakte. De Braziliaanse koning  zou medelijden met hen gekregen hebben en hen naar zijn land uitnodigd hebben.

Het lijkt echter waarschijnlijker dat de meeste migranten op weg waren naar Amerika, de Verenigde Staten van Amerika, maar er omwille van analfabetisme of andere beperkende maatregelen niet binnen geraakten en er daarom voor kozen om naar Brazilië te gaan. Ze wilden weg uit het Syrië dat onder het Ottomaanse rijk viel en waar ze gediscrimineerd, alsook opgeroepen voor de Eerste Wereldoorlog werden.

De laatste jaren is een nieuwe golf Syrische (oorlogs)vluchtelingen in Brazilië gearriveerd. De eerste Syrio-Libanezen kwamen met officieel ongeveer 200.000 migranten voor korte termijnwinsten naar Brazilië. 

De pioniers reisden het land rond als Mascates, of rondtrekkende handelaren. Hierdoor konden ze geld sparen om later winkels te openen. Daar leerden ze nieuw gekomen Syrio-Libanezen het vak van de Mascates, zodat die op hun beurt deze cyclus van kapitaalaccumulatie konden beginnen. 

Het kapitaal accumuleren van deze Syrio-Libanezen kon niet voorkomen dat begin jaren dertig de gemeenschap, georganiseerd door de familie Jafet, uit elkaar viel. De Jafet’s waren de rijkste familie onder de Syrio-Libanese migranten in São Paulo. Zij beheerden het industriële complex ter hoogte van Rua São João en Rua Iparinga, dicht bij de Praça da Independença. 

Syrio-Libanezen waren vaak actief in de maak- en textielindustrie, maar in de jaren tachtig gingen velen van hen failliet door de Chinese import. Toch zijn er nog steeds veel winkels in de 22 Maartstraat in São Paulo en de Sahara-wijk in Rio de Janeiro in handen van Syrio-Libanezen.

Er kwamen ook universiteitsprofessoren mee met de Syrio-Libanese immigranten. Deze hielpen de tweede generatie immigranten snel opklimmen tot belangrijke functies in vrije beroepen, zoals arts of advocaat. 

Vanaf de jaren zestig werden steeds meer Syrio-Libanezen actief in de politiek, verspreid over heel het politieke spectrum. Na de afzetting van presidente Dilma Rousseff in augustus 2016, kwam er zelfs een Syrio-Libanese president: Michel Temer. Veel Syrio-Libanezen behoren tot het rijke, intellectuele en invloedrijke deel van de Braziliaanse samenleving.

Je vindt ze overal terug, maar vooral in São Paulo. Ze worden Patriciërs genoemd, omdat het grote probleem in hun gemeenschap was dat er te weinig vrouwen waren. Daardoor moesten veel mannen die geen geld hadden met Braziliaanse vrouwen trouwen. Omdat voor rijke Braziliaanse vrouwen de Syrio-Libanezen een te lage status hadden, werden dat dus vaak armere vrouwen. 

Hun nakomelingen hadden daardoor minder banden met het thuisland van hun vaders. De rijke Syrio-Libanezen konden echter in Libanon of Syrië trouwen en hun vrouwen naar de nieuwe wereld halen. 

Daardoor bestaat er een ‘echte’ Syrio-Libanese tweede en derde generatie, die zich ook als zodanig ziet. Door de eerste generaties zijn er verschillende clubs opgericht, waar ze zich kunnen ontspannen en Arabisch spreken omdat vooral de eerste generatie geen Portugees sprak. Voor de tweede en derde generatie dienen deze clubs om in contact te blijven met hun oorsprong en de taal van hun ouders, terwijl ze tegelijkertijd in Brazilië geïntegreerd zijn. 

Wat in het begin van de vorige eeuw een gesloten gemeenschap was, is sinds eind jaren 1990 een netwerk met toenemende diversiteit. Trouwen buiten de gemeenschap is nu zeer normaal. Toch blijven Syrisch-Libanese afstammelingen heel trots op hun cultuur, ook al groeit het belang van andere –Braziliaanse- elementen van hun identiteit. 

Tegelijk wijzen onderzoekers erop dat het verloren gaan van de eigen taal en tradities een identitaire herbronningsbeweging oproept.Die culturele stroming werd in het eerste decennium van deze eeuw nog versterkt door de politieke zoektocht naar een anti-imperialistischenetwerk waarin de linkse regeringen van Latijns-Amerika de banden aanhaalden met landen als Syrië en Iran in het Midden-Oosten. 

Het hoogtepunt daarvan was de rondreis van Bashar Al-Assad in Latijns-Amerika in 2010. Assad probeerde toen ook de banden van de diaspora met het moederland te reactiveren. Maar volgens de specialiste Janaina Herrera is de Syrisch-Libanese gemeenschap minder ideologisch dan in andere Latijns-Amerikaanse landen en zien de mensen hun band met het moederland puur folkloristisch. Toch zijn de Libanese en Syrische diaspora organisaties nog steeds actief in Brazilië.

Toen de vorige president van Libanon, Michel Sleiman, in april 2010 de Braziliaanse vice-president Michel Temer ontmoette, de jongste zoon uit een arm Syrisch-Libanees gezin van acht kinderen dat in 1925 naar Brazilië emigreerde, zei Sleiman grappend dat Temer meer Syrio-Libanezen vertegenwoordigde dan de Libanese president. Temer heeft zich altijd sterk ingezet voor de relaties tussen Brazilië en het Midden-Oosten.

Temer was onder Lula en Dilma de drijvende kracht achter deze relaties en heeft tijdens zijn presidentschap een consulaat geopend in Damascus en zal de grootste buitenlandse vredesmissie van Brazilië in Libanon organiseren. Rusland heeft gevraagd of het die vredesmissie wil uitbreiden naar Syrië. 

De Syrisch-Libanese gemeenschap in Brazilië is de voorbije jaren ook sterk getekend door de polarisering en de verscheurende burgeroorlog in Syrië. De verdeeldheid die daarvan het gevolg is, zou het politieke netwerk dat mensen zoals Michel Temer aan de macht bracht (Brazilië-Libanon group in het parlement), uit elkaar kunnen doen vallen.

Momenteel is de overgrote meerderheid van de oude Syrio-Libanese immigranten tegen de komst van Syrische vluchtelingen, bijvoorbeeld omdat ze bang zijn via de vluchtelingen politieke en religieuze sektarische conflicten in Brazilië te importeren. 

 

Brazilië dat bekend staat omdat het vaak buitenlandse investeringen kan verzilveren, heeft echter een slechte ervaring achter de rug met Syrië.

 

In het begin van de jaren zeventig was Brazilie voor 80% tot 90% afhankelijk van olie uit het Midden-Oosten, maar toen de eerste oliecrisis in 1973 uitbrak, zag Brazilië zich genoodzaakt zich te richten tegen het Westen onder invloed van de olieproducerende landen in het Midden-oosten en de Palestijnse PLO te erkennen zoals zoveel landen in de Derde Wereld. Daarna ging Brazilië eind jaren ‘70 over tot de productie van Ethanol om minder afhankelijk te zijn van de olie productie in het Midden-Oosten.

Tot voor de regering van Lula Da Silva was er een continentaal beleid gericht op het Midden-oosten. Waar er voornamelijk voedsel werd uitgevoerd naar het Midden-oosten en voornamelijk olie werd ingevoerd omdat bleek dat de rafinaderijen die gebouwd waren onder de militaire dictatuur geen zware brandstof olie konden verwerken. 

Terwijl 2006 er off-shore olie was gevonden in de zanderige ondergrond voor de kust van Brazilië. Werd Brazilië bijna onafhankelijk van het buitenland voor de invoer van olie, enkel voor sommige lichte olieën. 

Brazilië zou zelf op termijn het zevende grootste olie-exporterende land worden, daarvoor was een nauwere samenwerking nodig met het Midden-Oosten. Echter door het corruptieschandaal bij Petrobras en de lage olieprijzen op dit moment is het nog steeds geen olie-exporterend land.

Na 11 september werd de Syrisch-Libanese diaspora in Brazilië actiever, omdat ze zich meer bewust werd van het land van origine, de Syrische-Libanese cultuur werd gecommercialiseerd. Hierdoor werd er een draagvlak gecreëerd voor de toenadering tussen Brazilië en het Midden-Oosten dat op haar zoektocht was naar een anti-imperialistische politiek tijdens de regerng van Lula. Die was belangrijk voor de integratie van de twee continenten en Brazilië wou dit bereiken door toenadering te zoeken tot Syrië in de regio. 

Onder Lula (2003-2010) werd Syrië de strategische hub voor overheids- en privé-investeringen door de weder ontluikenden culturele en economische succesvolle Syrische-Libanese gemeenschap in Brazilië. Het begon allemaal met de Minister van Buitenlandse Zaken van Lula, Celso Amorim, die ongeveer vijf keer naar Syrië reisde tussen 2003 en 2010. In 2004 reisde Lula als eerste president van Brazilië naar Syrië. Het resultaat hiervan was de eerste top, de ASPA (America do Sul-Paises Arabes), tussen Zuid-Amerika (UNASUL) en de Arabische landen (Arabische Liga).

Daarna volgden er nog twee tops.Hierin werden de nieuwe handelsrelaties en diplomatieke samenwerking beklonken onder leiding van huidig president Michel Temer en besloten de Mercosul (EU van Zuid-Amerika) dat Syrië binnen de tien jaar een vrijhandelsakkoord zou krijgen met hen. Lula steunde ook de toetreding van Syrië tot de Wereldhandelsorganistatie. Hij ging op bezoek in Syrië en daarna deed Bashar Al-Assad een rondreis in Zuid-Amerika om de banden met de diaspora aan te halen. In Brasilia (de hoofdstad van Brazilië) verkondigde hij dat Brazilië dé leverancier is van voedsel in Syrië.

Reuters Latijns-Amerika bevestigt dat in 2010, 80% van het BNP van Syrië door Syrisch-Libanese privé-investeringen werd gegenereerd, 44 miljoen dollar, geen wonder als je weet dat 60% van de active Syrio-Libanezen Al-assad steunen, maar dit is maar een schatting. Vandaar dat Al-Assad naar Brazilië kwam om steun te zoeken bij de diaspora voor zijn Regime en de uibreiding daarvan. De toenadering was meer dan nieuwe markten creëren, ze was strategisch en diende om de multipolaire wereld te promoten en natuurlijk het anti-imperialisme. Om dus aan de hand van samenwerking, het unilateralisme van de VS te breken in de wereld.

Het ultieme doel van Brazilië is om een speler op wereldniveau te worden en in de Veiligheidsraad van de VN een zitje te veroveren.Toen Dilma de macht kreeg, niet toevallig een ex-bestuurslid van Petrobras, in 2011 volgde zij een ongewijzigd beleid ten aanzien van Syrië en Vice-President Michel Temer (tweede generatie Syrisch-Libanees) bleef verantwoordelijke voor de relaties met het Midden-Oosten. Terwijl Celso Amorim, de Minister van Buitenlandse Zaken van Lula, naar Defensie ging.

In eerste instantie toen de Syrische revolutie uitbrak, volgde Dilma het beleid van de BRICS ten aanzien van Syrië. Later werd het meer westers georiënteerd en werd er gezocht naar een vreedzame politieke oplossing voor het conflict samen met de landen van de Mercosul.

Toch bleven landen als Venezuela, die deel uitmaken van de Mercosul, het regime van Assad openlijk steunen. Terwijl de toon van Dilma steeds scherper werd ten aanzien van het Syrisch regime. 

Nu werkt ze met India en Zuid-Afrika aan een toenadering tussen het Westen en de andere BRICS (China en Rusland).Het idee van Lula was de Syrisch-Libanese gemeenschap die aan een heropleving bezig was sinds 11/09 te gebruiken als pasmunt om zijn droom van een olië-exporterend land in een multipolaire wereld waar te maken, Maar met de oorlog in Syrië liep de strategie om de banden met het Midden-Oosten aan te halen uit op een sisser. 
Hierdoor moet het Midden-oostenbeleid van Brazilië herbekeken worden, misschien bieden de vluchtelingen uit Syrië die nu toekomen in Brazilië wel een kans? 

Vluchten via een eeuw oude route

De opvang van de vluchtelingen wordt voornamelijk georganiseerd door internationale organisaties zoals het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN (UNHCR), de overheid (CONARE) en NGO’s als Caritas, Viva Rio en Adus. De Syrische vluchtelingen kunnen in de Braziliaanse ambassades in de buurlanden van Syrië een humanitair visum aanvragen nadat ze een interview hebben ondergaan.

Dit gebeurt voornamelijk in Libanon, Turkije, Jordanië en Egypte. Van daaruit vliegen de vluchtelingen op eigen kosten naar Brazilië. Dit kost zo’n 2500 dollar met een rechtstreekse vlucht naar São Paulo.

Veel vluchtelingen verkiezen dit boven de nog duurdere en gevaarlijkere boottocht via de Middellandse Zee naar Europa. In theorie was dit systeem ontworpen om vluchtelingen sneller naar Brazilië te laten komen, maar ondertussen blijkt het toeristenvisum veel efficiënter.

Dat kun je in één maand bemachtigen, terwijl het aanvragen van een humanitair visum tot zes maanden kan duren. In de praktijk wordt het humanitair visum enkel in de vier bovengenoemde landen uitgegeven, maar in theorie is dit mogelijk over heel de wereld. Toch heeft tot nu toe geen enkele uitgeprocedeerde Syrische asielzoeker in Brussel een humanitair visum voor Brazilië aangevraagd. Bij aankomst moeten de vluchtelingen zich melden bij de federale politie op de luchthaven en daar krijgen ze een protocol, waarmee ze recht hebben om op Braziliaanse bodem te blijven in afwachting van hun formele asiel.

Er zijn inmiddels ongeveer drieduizend erkende Syrische vluchtelingen in Brazilië, terwijl nog tweeduizend wachten op erkenning. Daarnaast zouden er volgens een medewerker van Caritas São Paulo nog eens vijfduizend zonder papieren in het land verblijven.

Voor Syriërs duurt de asielprocedure ongeveer een jaar, maar voor mensen met andere nationaliteiten, zoals uit Afrikaanse landen, is dat vaak drie of vier jaar. Dit komt omdat de situatie van Syriërs als riskanter en gevaarlijker wordt beschouwd. De asielprocedure verloopt in Brazilië op een vergelijkbare manier als in Europa. Syriërs worden dus niet teruggestuurd. Ook is de asielprocedure, net als in Europa, individueel.

Verantwoordelijk is CONARE, de overheidsorganisatie belast met migratie. In de praktijk is er slechts sprake van één interview met CONARE, maar omdat deze organisatie slecht georganiseerd is en weinig geld krijgt, verlopen deze interviews naar verluidt nogal chaotisch. São Paulo is de opvangplaats voor de meeste Syrische vluchtelingen. Het zijn vooral mannen, net als tijdens de eerste migratiegolven van Syrio-Libanezen.

Ze komen vooral naar Brazilië omdat ze hier familie hebben, hoewel er vaak al tientallen jaren geen contact meer geweest is. Desondanks ziet de meerderheid van hen Brazilië als eerste tussenstop op weg naar de Verenigde Staten.

De grootste groep kwam in 2012-13, in 2015 is de influx van Syrische vluchtelingen zo goed als stilgevallen. Als ze geregistreerd zijn, hebben de vluchtelingen recht op een Vluchtelingenpas die ontworpen is door Paulo Illes, coördinator voor de vluchtelingen in São Paulo onder burgemeester Fernando Haddad (2013-2016, van christelijke orthodoxe Libanese oorsprong).

Deze pas geeft vluchtelingen op veel gebieden dezelfde rechten als Brazilianen.Op 6 december 2016 keurde het parlement de nieuwe migratiewet goed. Hiermee zou Brazilië migranten en vluchtelingen weer met opener armen ontvangen. De wet kan echter nog niet uitgevoerd worden omdat nog niet alle procedures goed geregeld zijn.

De huidige opvang vindt op drie niveaus plaats. De vluchtelingen komen soms terecht in de informele setting, dat wil zeggen op straat of bij bekenden. Zij kunnen ook op het lokale niveau worden opgevangen, samen met bijvoorbeeld daklozen . Dan zijn er vluchtelingenherbergen van de staat São Paulo, genaamd Terra Nova en Casa do Migrante. Hier worden de vluchtelingen in gemeenschappelijke kamers opgevangen die vaak van betere kwaliteit zijn dan die van lokale overheden.

Voor eten kunnen de vluchtelingen terecht in volkskeukens voor 1,99 real (0,5 euro) per maaltijd.Er zijn veel taalscholen voor vluchtelingen. Missão Da Paz organiseert een cursus in Mesquita Brazil in São Paulo. Daar is de studie van het alfabet in het Arabisch en wordt de rest van de cursus in het Portugees gegeven. De cursus van ACNUR (UNHCR Brazilië) en Caritas São Paulo heet Mafalda: 4-6 uur per week gedurende zes maanden, in het Arabisch en het Portugees. Dit zijn echter geen integratie- of inburgeringcursussen.

Het zijn voornamelijk rijkere Syrische vluchtelingen die naar Brazilië komen. Ze moeten wel geld hebben omdat ze hier weinig of geen financiële ondersteuning krijgen. Soms kunnen ze in aanmerking komen voor de bolsa familia, een uitkering voor arme gezinnen ter waarde van het minimumloon: zo’n 250 euro per maand. Sinds kort mogen migranten ook werken of zelfs al werk te zoeken als ze nog niet in Brazilië zijn, maar of dit in praktijk wat oplevert is nog niet onderzocht.Met drieduizend erkende Syrische vluchtelingen heeft Brazilië het hoogste aantal van heel Latijns Amerika.

Er was onder presidente Rousseff een deal met de Europese Unie om honderdduizend vluchtelingen te hervestigen in Brazilië op kosten van de EU. De VN had hiervoor al een structuur opgezet. Door de impeachment van Rousseff werd dit akkoord echter geannuleerd. Ondertussen heeft de nieuw aangestelde president Michel Temer verklaard dat Brazilië zich meer zal inspannen om Syrische vluchtelingen op te vangen.

Voor de verkiezingen van 2018 zou er een deal moeten zijn met Libanon en Syrië over de hervestiging van vluchtelingen.Volgens een Libanese moslim uit São Paulo hebben de vluchtelingen niets te vrezen van de Syrische veiligheidsdiensten in Brazilië. Deze hebben volgens hem enkel macht in Syrië en Libanon. In Brazilië houden zij zich bezig met routinewerk zoals het monitoren van Syrische vluchtelingen en andere ‘Syriërs’.

Het enige dat zij kunnen doen is familie in het land van herkomst onder druk zetten, hoewel migranten vaak uit families komen die in Syrië nog steeds veel macht hebben. Toch wil deze man anoniem blijven omdat hij zijn droom om ooit naar Libanon terug te keren, op geen enkele manier in gevaar wil brengen.Ondanks hulp bij de eerste opvang, worden Syrische vluchtelingen in Brazilië grotendeels aan hun lot overgelaten.

Vanuit de overheid komt er geen krachtig signaal hen te helpen. Zij worden door zowel door de oude Syrio-Libanezen als de huidige Syrio-Libanese president Michel Temer genegeerd. De geschiedenis leert ons dat als de grenzen van de Verenigde Staten dichtgaan, vluchtelingen en migranten zich naar Zuid-Amerika begeven. Tot die grenzen weer opengaan.


Willemjan Vandenplas kan je volgen op facebook en zijn website