about
Toon menu

Trom in de RUZ - afl 21

dinsdag 17 juli 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.


Vorige keer kwam Trom heelhuids aan in de Geheime Vallei. Die ziet eruit als een soort Jurassic Disneyland, met virtuele prehistorische dieren als een titanosaurus, een mammoet en een sabeltandtijger. Trom kijkt zijn ogen uit, maar na de eerste kennismaking begint Atomù gelijk met zijn opleiding - in klassieke dialoogvorm. Megastuff voor het schoolfeest, vindt een enthousiaste Brim In 2045, terwijl Quint doorgaat met het coachen van zijn zus Moona. Hij leert haar meer bepaald hoe ze een personal dome rond zich kan opsteken. 

 

Dialogen


uit Nisja's log De Opstand der Dieren, 2016/21


‘Heb je het een beetje kunnen vinden, jochie?’ schalt de mammoet in Trom zijn oren.

‘Wat bent u groot en harig,’ bibbert onze held, onder de indruk van zo’n gigantische voorouder.

‘Ik kom uit het Pleistoceen, zo’n zeshonderdduizend jaar geleden,’ gaat de mammoet opgewekt verder. ‘Toen lag er in Europa een dikke laag ijs. Dan kun je zo’n vacht wel gebruiken.’

‘Het is wat overweldigend voor onze gast,’ zegt Quark tegen de verzamelde hoofden.

‘Ik kijk er niet van op,’ zegt een vogelbekdier droogweg. ‘Ik ben in zijn ogen vast ook een rare kwast.’

‘Dat kun je van ons allemaal beweren,’ zegt de titanosaurus die al uit de verte te zien was. Trom kijkt op van het onverwacht hoge stemgeluid dat het prehistorische dier produceert.

Van het ene op het andere moment ontlaadt de vergadering zich in minzaam gekeuvel. De lachsalvo’s rollen al door het dal wanneer ook Atomù zijn entree maakt. Trom probeert zich nog te verstoppen achter Quark, maar dat lukt niet te best, gezien de diminutieve gestalte van zijn gids.

‘Even aandacht graag,’ roept Atomù, zijn slurf hoog opgericht. ‘We hebben een bijzondere gast onder ons. We zijn opgetogen dat hij de uitnodiging aanvaard heeft, want zonder courage was hij nooit zo ver gekomen. Het is bepaald niet eenvoudig om tot ons niveau door te dringen. Dat is alleen weggelegd voor wie zich wegcijferen kan.’

Hear, hear,’ hinnikt een zebra.

Atomù hervat, iets zachter nu: ‘Ik heb het natuurlijk over Trom, een jonge kerel die tot nu toe maar weinig voorspoed heeft gekend. Dat komt onder meer omdat hij tegen de stroom in durft te gaan. Hij is een leider in de dop.’

‘Applaus voor onze gast,’ brult een sabeltandtijger.

De hele conferentie barst uit in een staande ovatie. Trom weet niet waar te kruipen van gêne. Maar iedereen kijkt aanmoedigend in zijn richting. Spontaan wijken ze uiteen om Atomù door te laten.

‘Rustig maar, kerel,’ geeuwt een nijlpaard.

‘Het komt goed,’ loeit een buffel.

‘Blijven staan,’ fluistert Quark. ‘Niet weglopen.’

Trom staat als aan de grond genageld in de schaduw van de grote bul. Een eeuwigheid geleden trok dokter Taldis nog zijn tand en nu torent de Keizer van de savanne hier hoog boven hem uit. Bovendien zwaait hij hem allerlei lof toe, dat is veel meer dan hij had verwacht.

‘De kunst bestaat erin jezelf te zijn, beste Trom,’ vervolgt Atomù. ‘Dat is al moeilijk genoeg. Maar we zullen je een handje helpen. Ikzelf zal je al mijn kennis overdragen en je opleiden voor de taak die je wacht.’

Een wave van instemmend gegrom gaat door de hoofden. Trom voelt een rilling over zijn ruggengraat lopen, al begrijpt hij geen jota van wat Atomù zegt. Het is iets belangrijks, maar of hij het waarmaken kan? Zei hij daarnet niet dat hij alleen maar zichzelf hoefde te zijn?

‘Ik snap dat je vragen hebt,’ zegt Atomù. ‘Maar het antwoord komt wel. Eigenlijk is het er altijd geweest. De kracht is in jou, daar gaat het om. Die is in ieder van ons, of je nu op de savanne woont of in bouwsels van steen.’

‘De steden van de tweevoeters,’ fluistert Quark.

‘Dat had ik al door,’ antwoordt Trom.

‘Rest me alleen nog jullie te bedanken voor jullie komst,’ zegt Atomù. ‘Ik stel voor dat iedereen nu wat rust en ontspanning zoekt. Als dat in jullie eigen wereld is, veel plezier en tot binnenkort. Ik reken op jullie.’

‘Je hoeft maar een kik te geven en ik kom eraan,’ kleppert een ooievaar.

‘Ik ben er in een wip,’ kwaakt een reuzenpad.

Als afgetikt door een toverstaf wijkt het panorama en blijft Trom alleen achter met Quark en Atomù. Rondom hen is er nog steeds de Geheime Vallei, met antilopen die grazen en vogels die cirkelen in de lucht. Alles oogt vreedzaam en volledig, dit is Afrika op zijn mooist.

‘Gaat het een beetje?’ zegt Atomù tegen Trom. ‘Als ik zo vrij mag zijn, je ziet eruit alsof een nest termieten over je heen getrokken is.’

‘Dat is het niet,’ zegt Trom. ‘De voorbije dagen zijn onwezenlijk geweest. Het lijkt wel een droom.’

‘Je bent op zoektocht gegaan. Wat had je gedacht te zullen vinden?’

‘Nou, in eerste instantie mijn vader.’

‘Waarom ben je er zo zeker van dat die hier is?’ zegt Atomù uitdagend. Even krimpt Trom weer ineen, maar dan haalt hij moedig adem.

‘Volgens een oude tante die ik drie kuddes geleden tegen het lijf liep heb ik uw oren’, zegt hij vol vuur. ‘Zelfs Mater fluisterde het me al in, toen ik het Tingatongapark verliet. Ik vermoed dat ù mijn vader bent.’

‘Zo,’ glimlacht de bul terwijl hij Trom inschattend bekijkt. ‘En wie was je moeder dan wel?’

‘Ik heb haar nauwelijks gekend. Bella heette ze, ze is omgebracht door de bende van Bozo. Op last van papa Zeus, om een globaal stadion voor Mugwana te bekostigen. Dat is nu al meer dan tien seizoenen geleden.’

‘Dat circus staat er intussen, jammer genoeg. Maar jij bent dus als een wees grootgebracht, als ik het goed begrijp. In Kitosha? Hoe gaat het met dokter Taldis?’

‘Met dokter Taldis? Best, denk ik. Het is een tijd geleden dat ik hem gezien heb.’

‘Hm,’ zegt de bul. ‘Ja ja, het Tingatongapark. En Taalu, waar ik mijn jeugd gesleten heb. Ik ben ook maar een weesolifant, moet je weten. In Taalu heb ik mijn vroegste kennis opgedaan, over de savanne, over de wijdere wereld en hoe we daarin passen. Ik heb de beste contacten met ooms en tantes in dierentuinen overzee. Via de teletam, daar kan geen satelliet of portal tegenop. Heb je al een profiel? Moet je dringend aanmaken op jouw leeftijd. Jij moet vrienden maken.’

‘Maar ik heb helemaal geen vrienden. En u bent toch ook meestal alleen op pad?’

‘Daar heb je gelijk in, jongen. Dat is het prerogatief van de ziener. Je moet alleen door het leven, anders blijf je stilstaan. Maar vooruit, ik zal je niet langer in onzekerheid laten. Natuurlijk ben ik je vader. Zeg maar je, trouwens.’

‘O,’ aarzelt Trom. ‘Maar waarom houdt u... hou je me dan zo aan het lijntje?’

‘Met schokken moet je door het leven. Daarmee leer je die van de tweevoeters te doorstaan. Daar wordt je sterker van, dat is de ultieme proef. Maar ik ga je niet langer kwellen. Tussen ons moet er vertrouwen zijn, om de dialoog op gang te brengen. Een vraag- en antwoordspel, zoals volwassen dieren en hun jongen dat sinds het begin der tijden doen. Je hebt je moeder amper gekend, dus zal ik antwoord proberen te geven op al je vragen.’

‘Pfff...’ blaast Trom, nog steeds overrompeld door de situatie. ‘Dan zou ik zeggen, hoe heb je mijn moeder leren kennen? Hoe was ze voor jou?’

‘Die vraag had ik niet verwacht,’ zegt Atomù peinzend. ‘Eens kijken. Ik heb het altijd verschrikkelijk gevonden van Bella. Ze was het mooiste wijfje dat rondliep op de savanne. En zo strijdbaar. Ik heb gehoord hoe ze jou met hand en tand heeft verdedigd. En hoe jij jezelf hebt gered.’

Trom ziet zijn spiksplinternieuwe vader een traan wegpinken. Hij vertrouwt het nog niet helemaal. Waarom deed hij daarnet zo autoritair tegenover hem? Omdat hij de situatie ook onwennig vond? Omdat hij bang was dat zijn verloren zoon aan hem zou klitten? Het is toch normaal dat hij gehoor geeft aan de roep van zijn bloed?

‘Ik was veel te ver weg,’ vervolgt Atomù. ‘Ik zat voorbij de berg, buiten de tijd. Hier, in de Geheime Vallei.’ En dan, na weer enig nadenken: ‘Ik was wel op de hoogte van Bella’s dood. Ik keek bij wijze van spreken van de zijlijn toe. Maar het was te hoog spel. Hoe dan ook, het heeft me best getekend. Misschien ben ik je daarom uit de weg gegaan. Maar nu is de tijd rijp. Kom, kerel. Laat ons wat genieten van de omgeving voor ik je deze dimensie leer kennen.’


Personal dome


Red Jezelf in Bruciety/21, februari 2045


‘Sangrila! Dat is net zo’n vallei als in Primal Earth of Powers of Prehistory,’ zegt Brim enthousiast.

‘Ik zou er helemaal tot rust komen,’ zegt Moona.

‘Dat klopt,’ zeg ik. ‘Op de savanne staan de dieren constant onder stress. Maar ze beschikken over een remedie. Jullie kennen ze ook: de prullenmand.’

‘De prullenmand?’

‘Ja, die zit toch overal op? Je dumpt gewoon wat je niet wil. Je sleept het naar de waste basket. Trash kun je missen als kiespijn.’

‘Meen je dat? Stress schakel je toch niet zomaar uit.’

‘En toch verdringen dieren om te ontspannen het gevaar gewoon uit hun hersens. Ze kunnen toch niet de hele tijd staan kniezen dat ze niet meer zijn dan een snelle hap? Hun overlevingsinstinct doet hen overgaan tot de orde van de dag. Hup, weg ermee. Straks zien we wel weer.’

‘Bedoel je dat ik dat ook vaker zou moeten doen?’ vraagt Moona zich af.

‘Ik ga toch eens proberen een Geheime Vallei in 64K te imagen,’ zegt Brim, half in zichzelf verzonken. ‘Ik vertrek van Nisja’s verhaal, van die tunnel. En dan mix ik al die vreemde beesten en dinosauriërs gewoon in een van mijn games. Dat zou leuk zijn om te beamen in het team. Ik kan er meteen weer een talk over maken.’

‘Of voor het schoolfeest,’ stelt Moona voor.

‘Hé ja, dat is een idee.’ Voor we er erg in hebben verdiept haar broer zich met Wage in een rondje algoritmes schrijven. Nog voor etenstijd krijgen we een eerste versie van zijn Geheime Vallei in 3D te zien. Er zit nog niet veel beweging in, maar de titanosaurus en de sabeltandtijger zijn al behoorlijk realistisch en Trom en Quark... nu ja, die ogen nog een beetje karikaturaal. Komt goed!

Ik moet uitkijken dat ik Moona niet te veel met mijn onconventionele ideeën bestook. Al klopt het natuurlijk wel: als ze haar gedachten niet de baas kan, krijgt ze een system overload. Dan zit haar interne drive vol malware. Als ze hem niet kan leegmaken, zal hij op den duur crashen, hoeveel nanochips er in haar bloedbaan ook rondzwerven.

De plek die we moeten bewerken ligt voor de hand: het lowtech gedeelte van haar hersens, waar het angstcentrum zich bevindt. Het allervroegste bewustzijn waarmee elk levend wezen zich in stand houdt als er gevaar dreigt - door ijlings weg te lopen, door zich dood te houden of door dicht te klappen en zijn stem te verliezen. Schrijf daar maar eens een commando tegen.

Als je sterk genoeg bent, kun je vechten. Maar dat is het nu net, het recht van de sterkste bepaalt juist dat niet iedereen even weerbaar is. En dan moet je ofwel op bescherming kunnen rekenen, of slim en flitsend zijn. Maar dan zijn je hersens al niet meer actief op dat basale niveau. Dan moet je werken met je cognitieve cortex, die zal zeggen dat samenwerken beter is dan ellebogenwerk.

Maar stel dat angst je werkelijk overmant - dan moet je de naald uit de groef tillen, net als bij een oude vinyl. De stroomtoevoer afsluiten. Niet makkelijk, of toch? Wat zei mijn oma vroeger toen ik wakker schrok uit een droom? Het zijn allemaal maar gedachten. Toen al.

Als je heel lang oefent en traint, kan iedereen in een gedachteloze staat belanden. Maar dat is voorlopig geen optie voor Moona. Ik kan haar wel leren om haar denkbeelden te zien voorbijtrekken als een reeks passengers. Ze bestaan buiten haar om, het zijn elektrische stroompjes die over slecht geleidende synapsen springen, zoveel weet ze al.

Eigenlijk benutten we ons megabrein maar voor een fractie van wat het kan. We zijn het kanaal vergeten dat ons verbindt met de energie waar we van afstammen, die materie bewustzijn geeft. We kunnen ons bij onze levensadem nog altijd maar weinig voorstellen, behalve dat hij net zoals elektriciteit uit golven en trillingen bestaat. Die zijn met het oog ook niet waarneembaar, terwijl ze er toch zijn.

Levende wezens laden al miljarden jaren bij het slapengaan hun batterijen op, alleen wij mensen slagen er hoe langer hoe minder in om in te loggen in ons intuïtieve netwerk. Dat is grosso modo het idee achter Nisja’s verhaal en, bij uitbreiding, alle fantasy games. Het principe waarmee Atomù en de dierenhoofden zich naar de Geheime Vallei uploaden berust enerzijds op verbeeldingskracht, maar tegelijk is het je reinste kosmologie.

Het is nu al geruime tijd geleden dat gravitatiegolven aangetoond hebben dat alles zich overal en tegelijk afspeelt. Leven, dood, tijd, ruimte, het zijn allemaal virtuele dimensies van het grote kosmische spel. Het enige wat die niveau’s onderscheidt, hier op aarde of in het hiernamaals, is een bepaalde graad van ontwikkeling. De bedoeling is telkens een trapje hoger te klimmen, maar meestal struikelen we en gaan we x-aantal vakjes achteruit, of terug naar af. Jammer, maar dat is een wetmatigheid waarmee je ook in real life voortdurend te maken krijgt. De materiële werkelijkheid is evengoed virtueel, net als in Plato’s grot.

‘Ik krijg m’n stem weer niet goed,’ klaagt Moona de volgende morgen. Ze moet naar de groep, voor een ochtend sneldaten. Honderd meerkeuzevragen die de kids moeten klaren in vijf minuten. Sommigen gaan er met de natte vinger door, maar Moona is consciëntieus.

‘Ik weet niet wat het is. Ik heb geen kracht. Als ik uitadem, klinkt mijn stem als schuurpapier.’

Ik zie meteen wat er scheelt. Ze trekt haar schouders op, zodat haar sternocleidomastoideus haar parten speelt. Vreselijk voor een kid van haar leeftijd om zo onder de stress te zitten.

‘Voel je deze hier, Moona? Daar mag je altijd wat op kneden, om de spieren van je keel en het gebied rond je oren te stimuleren. Het is belangrijk dat je buis van Eustachius voor goede ontluchting zorgt. Probeer eens hoever je kan gaan zonder jezelf pijn te doen.’

We staan allebei voor de spiegel onze nekspieren te masseren. Het is niet evident, ook niet voor mij. Maar wat ik nooit gedaan heb voor Magnus, doe ik nu voor haar.

‘Nu zal ik je laten zien hoe je je energie kunt opleggen aan je omgeving. Strek je armen voor je uit en waaier ze langzaam opzij, alsof je de schoolslag zwemt. En denk daarbij: blijf uit mijn buurt, dit is mijn privésfeer.’

Ik doe het voor en binnen de kortste keren staan we cirkels om ons heen te draaien.

‘Zo steek je je personal dome op,’ leg ik uit. ‘Het is net een bal die je rond je opblaast. Een mentaal krachtveld dat niemand kan zien. Op die manier hypnotiseer je je omgeving zodat niemand binnen je bel kan.’

‘Sturen ze me dan geen klappertjes meer?’

‘Meer nog, je zult anderen aantrekken als een magneet, want behalve negatieve energie afstoten ga je ook positieve energie uitstralen. Als iedereen op die manier zijn stralingsveld zou gebruiken, pakt niemand elkaar nog zijn veerkracht af. Het zal niet van een leien dakje lopen, Moona, maar dit is wel het principe. Filter de negatieve van de positieve energie en er kan je niets gebeuren.’

 

Volgende keer geeft Atomù uitleg over de gravitatiegolven waarop de Geheime Vallei surft, terwijl Quint Moona erop wijst dat ze de communicatie met haar peers ook als een spel kan opvatten.

 

Auteursrecht bij SABAM - illustraties Inga Moijson - eigen foto's


Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.