about
Toon menu

Trom in de RUZ - afl 15

dinsdag 5 juni 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

 

Vorige keer liepen Trom en zijn vrienden in de Siringet Merengo tegen het lijf. Ze hadden geen idee dat de chagrijnige oude bul zijn laatste nacht zou ingaan. Merengo's einde onder een immense sterrenhemel is tegelijk intens droevig en van een aangrijpende schoonheid. Thuis in 2045 kondigt Moona aan dat ze wil stoppen met zangles. Dat is niet zo'n goed idee, zegt Quint. Hij besluit een manier te bedenken om haar te coachen. Dat levert hem tezelfdertijd punten op voor zijn persoonlijke care later...

 

Nacht in de Siringet


uit Nisja's log De Opstand der Dieren, 2016/15


Van alle windstreken trekken olifanten naar het meer van Salanga. Het is hun laatste hoop, want de regens zijn nooit eerder zo lang uitgebleven. Sommige maken een omweg langs het Daktabos voor een shot mineralen. Zelfs solitaire mannetjes wagen het erop de hitte van de Siringet te trotseren voor een zoute snack. Een ervan is Merengo.

Al dat jonge grut, ik hoef het niet aan mijn kop, moppert de oude bul chagrijnig. Het maakt maar herrie, ze zitten aldoor op hun samsam. Pure waanzin zoals ik een stel heb zien tokkelen op zo’n ding. Tegen dat ze verbinding hebben, ben ik allang aan het teletammen met mijn neef Tipolo uit Dallas. Nee, geef mij maar een leven alleen, dat is een stuk rustiger. Niemand die me achter de vodden zit, ik bepaal mijn eigen tempo.

Nog niet zo lang geleden was ik nog de schrik van de bush. Maak dat je wegkomt, riepen de tantes, Merengo is in aantocht. O, wat heb ik ze gepakt toen ik in must was. Mijn sappen stroomden uit mijn wangen en mijn geslacht. Ik liet een spoor van lust en procreatie achter mij van Salanga tot de Amhetat. Na twintig maanden had ik weer een verse nakomeling op de savanne.

Geen idee hoeveel ik er zo heb gemaakt. Ik lig er ook niet wakker van. De must, daar gaat het om. Die toestand van verdwazing, die drang naar kut, het enige wat telt op zo’n moment. Ik ga af op mijn zintuigen, op zoek naar een koe die bol staat van de hormonen. Ik ruik de bronst van mijlen afstand. Wat zeg ik, van dagreizen ver.

Toen was ik in de fleur van mijn leven. Ik genoot respect, andere bullen gingen voor mij aan de kant. Ik kon behoorlijk agressief zijn, ook met stropers in de buurt. Het verhaal gaat dat ik nog een Land Rover in elkaar heb geramd, het zou wat. O, ik zou best nog eens willen, zo erop en erover en gedaan. Maar het gaat niet meer zo best. Mijn oren lopen niet, het groene spul komt niet meer uit mijn deel. Alleen dat ellendige nadruppelen, krijg me wat.

Ik heb lang geen last gehad van ouder worden, maar nu is het beste eruit. Sinds ik niet meer kan kauwen, eigenlijk. Mijn grootvader Basile krijgt nog gelijk. Jongen, zei hij, met zes sets tanden moet je het doen. Hij bedoelde mijn kiezen, want mijn slagtanden heb ik nog. Eén is halverwege afgebroken bij het bespringen van een venijnige teef en de andere staat de verkeerde kant op, maar wat zou het, zo herkennen ze me.

Nee, die raspen waarmee ik mijn eten maal, die zijn finaal versleten. Ik verteer het groen niet meer en verzuring is het gevolg. Mijn poten staan stijf van de jicht. Die laatste keer de Siringet oversteken was niet zo’n best idee. Zout moet ik hebben, dacht ik. Zout en mineralen. En misschien dat zo’n bosolifantje nog weleens... Maar ik raak de helling niet op. Ik sta te hijgen als een ouwe posthengst.

Op de koop toe staat ginder een stel nieuwkomers me aan te gapen. Kijken naar mijn ellende, dat kunnen ze. Met hun flitsende oortjes op, ze hebben er vast glamrock op staan. Stel dat ze kwaad in de zin hebben, dan mag ik op mijn oude dag nog eens uit mijn sloffen schieten. Getver, het gaat niet meer. Het gaat niet meer.

Zwaar ademend staat Merengo te wachten op wat komen gaat. Argwaan is zijn deel, omdat hij als oude bul geleerd heeft alleen te rekenen op zichzelf. Of heeft dat schorremorrie enkel honger en dorst?

‘Hé Merengo,’ schettert er een van ver.

‘Verrek, zijn jullie het,’ stoot Merengo een krachteloze klank uit. ‘Gaetan en Bulli. Wel, wel. Tijdje geleden.’

‘Zeg dat wel. Hoe gaat ie? Ook op weg voor een portie mineralen? Goed idee bij zo’n hitte.’

‘Ik was wat aan het verpozen. Dan vlieg je des te makkelijker die helling op. Wacht maar, ik geef jullie nog het nakijken. Zelfs dat jonge gebroed dat je daar mee hebt.’

‘O, dat zijn Veyron, Amahl en Trom,’ zegt Gaetan opgewekt. ‘Trom hier moet je trouwens wat vragen.’

‘O ja?’ Merengo kijkt geringschattend naar de jonge snaak. ‘Ik hoef niks en ik heb ook niks in de aanbieding.’

‘Het is Mater die mij stuurt,’ zegt Trom. ‘Ik zoek mijn vader. Volgens haar kunt u me op een spoor zetten.’

‘Ik?’ zegt Merengo schamper. ‘Ik, vaderlijk advies? Ik kan een koe wel met jong schoppen, jochie, maar verder reikt mijn interesse niet. De goeiendag.’

Met de laatste kracht die hij in zich heeft, draait Merengo zich om en vat de klim aan. Maar het gewicht van zijn linkerslagtand doet zijn kop doorzwiepen, zodat hij door zijn rechterbeen zwikt en op zijn knieën belandt.

‘Zo zal het niet gaan, ouwe,’ zegt Amahl.

‘Rustig maar, Merengo,’ zegt Gaetan. ‘Je hoeft niks te bewijzen. Rust eerst maar eens goed uit. De zon gaat onder, ik stel voor dat we hier samen met jou de nacht doorbrengen. Morgen zien we verder.’

Knarsetandend laat Merengo zich op zijn zij vallen. Er zit niets anders op dan te berusten in zijn lot. Een nachtje slapen, dat is inderdaad het beste. Maar of er nog veel in zit voor hem, staat te bezien. Hij is versleten, dat beseft hij maar al te goed. Zijn dagen zijn geteld.

Dromen van vroeger, ja dat kan hij wel. Want mentaal voelt hij zich niet oud, het is meer de buitenkant die niet mee wil. Natuurlijk is er een verschil met die broekies. Ze zijn met andere dingen bezig, elke generatie gebruikt andere paden. Hoe noemt de tweevoeter het ook alweer, filteruniversa? Gek eigenlijk, het idee dat alles door elkaar loopt. Hoort daar ook leven en dood bij?

Plotseling schrikt hij op. Hij heeft een trap gekregen of een van de jonge dieren heeft een geluid gemaakt. Maar de lijven naast hem gaan gestaag op en neer. Het is wel geruststellend, zo eens niet alleen. Boven hem uit torent het uitspansel. Hij kan zich perfect richten op de sterren, dus zo groot kunnen die idiote universa niet zijn. Ook het rijk van de geest niet, waar ze toch allemaal naartoe gaan.

Nee, het is meer de tijdruimte die ze delen die hem parten speelt. Hij heeft nooit de regels begrepen die omgaan in de kudde. Neem nu een boreling, die moet na twintig maanden dracht meteen mee met de rest. Alleen al daarvoor had hij niet de goeie hersens. Meiden, nog zoiets. Als ze niet tochtig waren, konden ze hem missen als kiespijn. Ze zitten anders in elkaar, ze hebben het altijd over gevoelens en zo. Alsof bullen die niet hebben, die kunnen zich ook gekwetst voelen.

Een apart probleem zijn die snaken, dat heeft hij de laatste tijd ondervonden. Hij loopt ze in de weg, hij heeft te lang een monopolie op de beste wijfjes gehad. Nee, die competitie, dat had hij niet zien aankomen. Vrijheid, gelijkheid en broederschap, zolang ik maar aan mijn trekken kom, was zijn mantra. Dat ging ineens niet meer op.

Vertwijfeld schudt Merengo zijn kop. Ik herken mezelf niet meer, rommelt hij zachtjes voor zich uit. Al die anderen die mijn weg hebben gekruist, al die gebeurtenissen die zich nu samenballen alsof ze zich tezelfdertijd hebben afgespeeld. Alles om mij heen dat klontert tot een niet te ontwarren geheel... Het is allemaal van weinig tel.

In de verte brult een leeuw. In een flits heeft Merengo het begrepen. Het is een verbazend inzicht, hij heeft er vrede mee. Maar hoe moet hij het formuleren? Ze zeggen dat een vlinder in het oerwoud van Brazilië een lawine kan veroorzaken in de Himalaya. Of dat een zwaluw die uit een boom valt de regens doet komen. Anders gezegd, we leven met zijn allen noodgedwongen op een kluitje en met een beetje deeltjestheorie of hoe heet het ook weer kunnen we het wel met elkaar vinden, toch? Dat wist dat kleine grut met hun samsam me op een keer toch te vertellen.

Niemand hoeft dus bang te zijn voor de implosie van het universum. Niemand hoeft zelfs bang te zijn voor het bestaan van een multiversum daarachter, een superheelal waar geleerde tweevoeters naar zoeken. Laten we volstaan met te zeggen dat het niet makkelijk is om zonder wrijvingen in symbiose te leven. En toch is de natuur, ondanks alle verval, alle geweld en alle commotie gericht op het doorgeven van leven. Uiteindelijk houdt ze zo zichzelf in stand. Zolang het laatste uur van de aarde niet geslagen heeft, zal ze elke aanslag op haar integriteit te boven komen.

Met een diepe zucht voelt Merengo zijn krachten wijken. Het is nacht. De maan schijnt boven de Siringet, de sterren fonkelen en alles is zoals het is. Zijn tijd is gekomen, waarom zou hij talmen? Vooruit dan, laat maar komen. Voortgang betekent dat elk zijn beurt heeft in het nulsomspel.

  

Zangles


Red Jezelf in Bruciety/15, februari 2045


‘Delen is het tegengestelde van stropen en roven,’ hoor ik Brim declameren door de muur van zijn kamer.

‘Delen is geen naïef begrip uit het verleden. Delen is een stap vooruit zetten,’ klinkt de blikken stem van Wage, zijn personal asimo. Ze zijn duidelijk iets belangwekkends aan het doornemen.

‘Delen hoeft niet te betekenen dat het individu erop achteruit gaat. Het sluit privé-initatief niet uit. Volksmenners hoeven geen schrik te hebben van extreme utopieën.’

‘Delen betekent het evenwicht herstellen. Herverdelen. Sommigen zullen niet graag terrein prijsgeven en hun vermogen belast zien. Maar er is geen andere keus. Waar ongelijkheid groeit, moet de balans weer in evenwicht.’

‘Zijn jullie bezig met de groep?’ vraag ik, als ik de deur halfopen tik.

‘Nee,’ zeggen Brim en Wage betrapt. De uitdrukking op het gezicht van de robot is goddelijk. Chapeau, Brim is erin geslaagd hem expressiviteit en empathie bij te brengen. En dat voor zo’n relatief betaalbare consumerware. Wie is hier leerling en wie assistent?

‘O, jullie hebben een oude talk van Hans Rosling opgedoken, zie ik. Wat vertelt hij?’

‘Het kwam eruit toen ik stropen en roven invoerde,’ vertelt Brim. ‘Grappig, echt een professor. Ken je die man?’

‘Het gaat over logische keuzes die iedereen ten goede komen en niet enkel bepaalde sectoren,’ dreunt Wage zijn les op. ‘Hans Rosling laat met een grafiek zien dat we op een onhoudbare piek afstevenen. Alles kantelt, alles valt omver. Vermoedelijk is dat voor iedereen een schok te ver, ook voor wie met vuur speelt.’

‘Dat heeft vast te maken met de lat,’ zegt Brim.

‘Juist, de lat. Heel goed. Maar nu ik jullie bezig hoor, hoe zit het in de dojo? Alles OK daar?’

‘O, gewoon. Sommige meiden lopen buiten bereik met schaartjes rond. Ziva en Gala maken er een sport van om de kneusjes een pluk uit hun haar te knippen. Ze heeft al eens in iemands oor gesneden, heb ik gezien op een klappertje. Gewoon wild, een druppel vampierenbloed. Misschien moet je het aan Moona vragen.’

‘Het is allemaal fake,’ gilt die achter de muur. ‘Het is geshopt, snap je dat dan niet?’ zegt ze als ik haar kamer binnenstap.

‘Kan zijn, maar ik schrik er toch van op. Zoiets kan niet, dat besef je toch, Moona?’

‘Ik ga Krav maga doen bij Mr Big,’ zegt ze ferm. ‘Dan kunnen ze me niks meer. Kickboksen is te slap voor mij. De anderen houden zich toch niet aan de regels.’

‘Meen je dat, Moon?’ roept Brim onstuimig. ‘Ik ga mee. Ik zal je verdedigen.’

‘Ho, wat zegt Diede daarvan? En Magnus en Atika?’

‘Die weten het nog niet. Ook niet dat ik stop met zangles.’

‘Ga je stoppen met zangles?’

‘Wat maakt het uit.’

‘Dat is geen goed idee,’ zeg ik. ‘Je stem is je sterkste wapen. Gebruik je ze weleens als de meiden je uitdagen? Weet je hoe je ze rustig en ontspannen van antwoord kunt dienen? Misschien moeten we daar eens aan werken.’

‘Ze staat altijd met haar mond vol tanden,’ zegt Brim. ‘Ze lopen haar te treiteren en dan maakt ze dat ze wegkomt. Ik moet altijd uithalen in haar plaats.’

‘Maar dat is het net,’ sist Moona tegen hem. ‘Dat hoor jij niet te doen. Stel dat iemand het ziet, dan hang jij. Ik zal wel voor mezelf zorgen, op mijn manier.’

Zo zie je maar, een dag teamklas is erger dan de savanne. Ik sta versteld van de overeenkomsten tussen real life en Nisja’s fabel. OOO is er slecht aan toe deze winter. Ik heb al gehoord van coaches die er de brui aan geven, vanwege te veel suïcidale kinderen. En dat mét nanochips.

‘Waarom hebben ze die app je hoofd leren leegmaken geëlimineerd,’ zeg ik ‘s avonds tegen Diede, die uitgeregend thuisgekomen is. ‘Daarmee leren kids andere niveau’s van hun bewustzijn aanboren en hun angsten beheersen. Al die features op de I ontnemen hen tools waar wij nog volop over beschikten: schrijven, onthouden, aanvoelen.’

‘Is dat niet wat onrealistisch, Q?’ zegt ze, draaiend voor de UV. ‘Ik ben ook voor de zachte aanpak, maar wie gaat dat betalen? We zitten met een tekort op onze balans.’

‘Jouw passieven verschaffen wel werk aan tienduizenden jonge carers. Wat moeten we anders met al die asilo’s?’

‘Mij niet gelaten. Ze hebben tenminste nog een zeker respect voor grijs haar ingelepeld gekregen. Maar mindful onderwijs? Komaan.’

Zo ken ik Diede. Op haar scherpst na een lange, vermoeiende dag. Maar wat moet ik zeggen, dat de burgerraad er een zaak van moet maken? Die zelfmoordneigingen bij gechipte tieners, dat kan toch niet. Zelfs de hoogste havenchef moet zien dat dat niet productief werkt.

‘Wat vind je ervan dat Moona met zangles wil stoppen?’ zeg ik. ‘Is dat een goed idee?’

‘Eerlijk gezegd staan mijn gedachten er niet naar,’ zegt ze. ‘Dat is meer iets voor haar persoonlijke ontwikkeling. Daar maakt ze later geen beroep van, toch? Zingen is iets wat ze zelf moet willen.’

‘Je kunt haar talenten ook stimuleren.’

‘Laat maar even betijen. Het waait over, of ze neemt het later weer op. Ik vind die affaire in de groep belangrijker. Dat mobben moet ophouden. En dat gedoe met die havenschepen, daar heb ik ook mijn bekomst van.’

‘We zien wel op het oudercontact. Hoe was het met de oudjes? Wanneer verheffen die hun stem?’

Diede en ik kunnen onze bezorgdheden altijd kwijt bij elkaar. Wat gekanker op zijn tijd is een prima ontlading. Ze was niet voor niets Nisja’s assistente, haar beste vriendin. Maar ze wil ook dat ik minder knies. Al dat gepieker over Big of Small Society levert weinig op. Aan de andere kant, Masters & Disasters, dat brengt wel brood op de plank. Geregeld een eigen reeks levert ons meer credits op de social hubs op dan de remaster van een oude natuurdocu.

‘Wij hebben het nog goed,’ zegt Diede stil. ‘Er zijn veel mensen die zich gedrukt houden. Voor hun kids, beweren ze. Die kunnen ons nooit betalen. Ze passen op hun kleinkinderen om punten te verzamelen voor hun eigen care. Dat is de enige voorziening die ze nog hebben.’

Ik rek me uit en geeuw. ‘Het helpt ook allemaal niet als het de hele dag zo regent. Goed dat er geen teamdag was voor de kids. Ik ben ook maar binnen gebleven.’

Het water staat ons tot aan de lippen, bedenk ik als ik naar boven trek. Steeds meer wijken die met wateroverlast kampen, allemaal nog volgebouwd voor G zijn sluier over ons wierp. Enfin, daarmee is onze waterzuiveringsput vol. En met mijn brandstofcel in de kelder hebben we genoeg stroom op reserve voor de rest van de winter.

 

Volgende keer trekken Trom en zijn vrienden naar Kirungo, maar niemand beseft wat Veyron daar te wachten staat. Op het oudercontact van de diepklas gaat Quint in de clinch met de vader van Ziva. De Meester weet niet wat hem overkomt. 

 

Auteursrecht bij SABAM - illustraties Inga Moijson - eigen foto's

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.