about
Toon menu
Opinie

Open brief aan Samira Azabar

Etienne Vermeersch reageert met een open brief op het interview met activiste en moslima Samira Azabar dat bij ons verscheen binnen het kader van de week van het andere F***woord. Vermeersch stelt dat emancipatie en geloof niet te verzoenen zijn.
vrijdag 8 maart 2013
Etienne Vermeersch (foto: Skepsis.nl)

Geachte Mevrouw Azabar,

Verre van mij de gedachte dat een vrouw met een hoofddoek niet rationeel kan denken of dat vroeger een non met een traditionele kap niet kon denken. Het is mijn ervaring dat meningsverschillen tussen mensen in veel gevallen weinig te maken hebben met intelligentie; maar, onder de vele factoren, vooral beïnvloed zijn door diep ingewortelde motieven  - die bvb. uit de opvoeding voortkomen -  en daarnaast voortspruiten uit een gebrek aan adequate kennis. Zelf heb ik ongeveer 25 jaar nodig gehad om mij te ontrekken aan de invloed die mijn ingrijpend christelijke opvoeding op mij had uitgeoefend, mede omdat dit samenhing met een intense band met mijn zeer gelovige moeder. Ik zal dus nooit zomaar de intelligentie of de intellectuele eerlijkheid van een andersdenkende in twijfel trekken. Wat ik wel telkens weer moet vaststellen, is de ontzaglijke moeilijkheid om afstand te doen van overtuigingen die sterk zijn ingeworteld. Zo’n afscheid veroorzaakt immers een psychische pijn, die door de Amerikaanse sociaal-psycholoog Leon Festinger ‘cognitieve dissonantie’ genoemd wordt. Om die dissonantie weg te werken (die bvb. gepaard zou gaan met het verlaten van het geloof in God), zoeken we allerlei ‘ad hoc’ redeneringen, alternatieve interpretaties en verbloemende voorstellingen van zaken. Een typisch voorbeeld hiervan vinden we sinds meerdere decennia bij geëmancipeerde vrouwen die trouw willen blijven aan de islam. Ze stellen het dan zo voor dat de islam aanvankelijk een vrouwvriendelijk karakter had, maar naderhand door allerlei macho interpretatoren in de richting van mannelijke dominantie evolueerde.

Ik heb heel veel begrip voor die pogingen om de dissonantie te reduceren. Immers, wie een geëmancipeerde vrouw wil zijn; dus trouw aan zichzelf als autonoom denkend wezen, en daardoor in de bekoring zou komen de godsdienst te laten vallen, wordt geconfronteerd met een verscheurend afscheid van geloofsinhouden en attitudes waaraan men van kindsbeen af gehecht is. Bovendien leidt dat meestal tot een pijnlijke breuk met ouders, broers en zusters en vaak ook tot een uitstoting door de bredere gemeenschap. Maar, hoezeer ik dat ook als medemens respecteer, en op grond van mijn eigen ervaring kan aanvoelen, toch vind ik dat de ware trouw aan onszelf inhoudt dat we ons tot het uiterste inspannen om de waarheid ten volle aan het licht te laten komen. Ik zou die gedachte graag illustreren rond de thematiek van de positie van de vrouw in de islam, waarover ik al zoveel onjuistheden gelezen heb.

In het interview in DeWereldMorgen.be beklemtoont u herhaalde malen dat volgens de Koran man en vrouw gelijk zijn. U drukt het onder andere zo uit: "Vrouw zijn is in de Koran als dusdanig niet een element waaraan allerlei voor- of nadelen verbonden zijn. De beide geslachten staan op gelijke hoogte, en ook dat is fundamenteel bevrijdend en emanciperend.”  Ik vraag me af waarop deze bewering steunt.

Ik neem aan dat u, bij de verwijzing naar het scheppingsverhaal, Soera 7, 189 voor ogen hebt: “Hij is het die jullie uit één wezen geschapen heeft en die uit hem zijn echtgenote maakte opdat hij bij haar rust zou vinden.” Dit strookt met het bijbelverhaal, waarbij de man eerst geschapen werd, waarna ‘uit hem’ een echtgenote werd gemaakt, ten behoeve van hem (“om bij haar rust te vinden”). Hoe men uit die getrapte schepping af kan leiden dat man en vrouw gelijk zijn, ontgaat me.

Overigens staan naast deze passus in de Koran een hele reeks teksten die de ongelijkheid tussen man en vrouw nadrukkelijk bevestigen.

(a)  Het basisprincipe wordt uitgedrukt in Soera 4, vers 34:  “De mannen zijn zaakwaarnemers voor de vrouwen, omdat God de een boven de ander heeft bevoorrecht...” . (“Men are the maintainers of women because Allah has made some of them to excel others…”  “Les hommes ont autorité sur les femmes en vertu de la préférence que Dieu leur a accordée sur elles »).

Dit principe kan zeker niet uit zijn verband gerukt zijn, want het komt uit een van de meest samenhangende Soera’s: die welke expliciet over ‘de vrouwen’ handelt (an-nisaa). Deze principiële ongelijkheid van man en vrouw wordt door geen enkel ander vers van de Koran ontkracht. Integendeel.

(b)  Op het seksuele vlak wordt dit als volgt geconcretiseerd: een vrouw kan alleen seksuele betrekkingen hebben met haar echtgenoot (wanneer die dat wenst); de man mag betrekkingen hebben met een onbeperkt aantal vrouwen: vier echtgenoten en zoveel slavinnen als hij zich kan veroorloven: S 23, 1-6;  “Het zal de gelovigen wel gaan... die hun schaamstreek kuis bewaren, behalve bij hun echtgenotes of de slavinnen waarover zij beschikken...”; “ Successful are the believers…who guard their private parts except for their mates or those whom their right hand possess…”  “Heureux les croyants…qui se contentent de leurs rapports avec leurs épouses et leurs captives “. Vgl. ook:  S 4, v 3 : « …trouwt dan met zoveel vrouwen als jullie goeddunkt, twee, drie of vier. Maar als jullie vrezen (haar) niet rechtvaardig te kunnen behandelen, dan met één of met slavinnen.” “…then marry such women as seem good to you: two and three or four but if you fear that you will not do justice (between them), then (marry) only one or what your right hands possess”. “…épousez comme il vous plaira, deux trois ou quatre femmes. Mais si vous craignez ne pas être équitables prenez une seule femme ou des captives de guerre ». S. 70, 28-30 : « … zij die hun schaamstreek kuis bewaren, behalve bij hun echtgenotes of de slavinnen waarover zij beschikken…”, “A l’exception des hommes chastes, qui n’ont de rapports qu’avec leurs épouses et avec leurs captives de guerre. » . « And those who guard their private parts, except in the case of their wives or those whom their right hands possess.”

Aangezien er geen enkel spoor in de islamtraditie bestaat dat enige polygamie van de kant van de vrouw mogelijk zou zijn, wijst dit op een onmiskenbare discriminatie ten nadele van de vrouw. De Arabische tekst zegt: “die welke uw rechterhand bezit” en de hele traditie is het erover eens dat dit betekent ‘slavinnen’. Er kan dus geen twijfel bestaan dat Mohammed en zijn volgelingen slavinnen hadden en dat men daar seks mee had  - als volledig ondergeschikt aan hun meesters konden ze zich daartegen niet verzetten en zelfs als ze dat konden, wisten ze wat hen te wachten stond -. Deze vrouwen waren dus onderworpen aan een totale mannelijke willekeur. 

Het is (volgens de islam) ‘God’ (Allah) die hier spreekt en als hij het anders bedoelde, had hij het in een zo belangrijke materie wel duidelijk mogen zeggen. Dit voorschrift, dat misschien enige vooruitgang betekende (qua aantal echtgenotes) in het Arabisch schiereiland, vormde in de later veroverde gebieden (met het grootste aantal inwoners) een substantiële achteruitgang op humaan vlak, want zowel de Griekse als de Romeinse maatschappij waren monogaam en tegen de tijd van Mohammed waren die bewoners dat als christenen ook.

(c) De man kan zijn echtgenote verstoten, het omgekeerde is uiteraard niet mogelijk. S 65, v 1:  “O profeet! Wanneer jullie je van je vrouwen scheiden, doe dat dan met inachtneming van haar wachttijd...” . “ O Prophet when you divorce women divorce them for their prescribed time…”. “Prophète lorsque vous voulez répudier vos femmes, faites-le à l’issue de leur période d’attente ».

Er is nergens in de islamtraditie enige aanwijzing dat een vrouw een man kan verstoten. Dat is opnieuw een verregaande discriminatie. Men moet er ook rekening mee houden dat de man geen reden moet opgeven voor de verstoting.  Opnieuw, als God dat anders bedoelde, had hij dat wel nauwkeurig duidelijk moeten maken, want hierdoor is onnoemelijk veel lijden van vrouwen en kinderen veroorzaakt.

(d) Deze voorrang op het seksuele vlak komt op markante wijze tot uiting in de behandeling van mannen en vrouwen in het paradijs.  Er staan in de Koran een honderdtal vermeldingen van de beloning in het paradijs.  De meeste gaan over de gelovigen of de goede mensen in het algemeen; een tiental vermelden dat zowel vrouwen als mannen in de tuin binnengaan.  Maar de negen echte beschrijvingen van het paradijs hebben alle betrekking op de beloning van mannen: zij krijgen de beschikking over de hoeri’s, maagden met de grote ogen en de blijvende jeugd (volgens de latere traditie: 70 of 72 in aantal). Dat zijn duidelijk lustobjecten; het lot van de vrouwen die ze op aarde hadden, wordt niet uitgelegd. Zie hiervoor: S. 37, 49-49; 38, 50-52; 44, 51-54; 52, 17-27; 55, 46-78; 56, 22-38; 78, 31-34. Er zijn geen koranverzen waar vrouwen in het Paradijs maagdelijke jongemannen tot hun (seksuele) beschikking hebben. Dat die hoeri’s niet hun eigen vroegere vrouwen kunnen zijn, blijkt uit de precisering:  “ze zijn nooit door een man of een djinn aangeraakt”.

In de christelijke hemel wenst men zijn geliefden terug te zien: echtgenoten, ouders, kinderen. Maar hier gaat het om ‘maagden’ als pure lustobjecten.

(e) Vrouwen zijn op het emotionele en intellectuele vlak minderwaardig aan mannen, daarom zijn ze bv. minder betrouwbaar als getuigen:  S 2, v 282  “ En roep twee getuigen op uit het midden van jullie mannen. En als er geen twee mannen zijn, dan een man en twee vrouwen... zodat, als één van haar beiden zich vergist, de andere haar eraan kan herinneren.” “And if there are not two men, then one man and two women…so that if one of the two errs, the second of the two may remind the other”. “Si vous ne trouvez pas deux hommes, choisissez un homme et deux femmes… si l’une des deux femmes se trompe, l’autre lui rappellera ce qu’elle aura oublié. »

Dat een mannelijke getuige kan dwalen, wordt blijkbaar niet in rekening gebracht.

(f) Ook op het vlak van de erfenissen wordt de vrouw achteruit gesteld:  S 4, v 176:  “... als er verscheidene broers en zusters zijn, dan komt de man het aandeel van twee vrouwen toe.”

Hierbij wordt tot in den treure als argument gegeven dat de man zijn vrouw moet onderhouden. Ten eerste is dit een typische stadsopvatting. Op het platteland werkt de vrouw evenveel en meestal meer op het land dan de man, zodat het onderhoud van het gezin in grote mate op haar berust. Ten tweede is deze formule van geen nut als de man arm en/of werkloos is: dan kan hij helemaal niemand onderhouden. Ten derde wordt hier geen rekening gehouden met het feit dat de vrouw weduwe kan worden of kan worden verstoten: in die gevallen zou een rechtvaardige erfenis haar goed van pas komen. Deze dissonantie-reductie is typisch voor de bochten waarin men zich wringt om een intrinsiek onrechtvaardige maatregel goed te praten.

(g) Een manifest bewijs van de feitelijke ongelijke behandeling van mensen vindt men in de toepassing van de ‘lex talionis’ (oog voor oog, tand voor tand);  S. 2, 178:  “Jullie die geloven, aan jullie is voorgeschreven te vergelden bij doodslag: een vrije voor een vrije, een slaaf voor een slaaf, een vrouw voor een vrouw”. “Retaliation is prescribed for you in the matter of slain: the free for the free the slave for the slave and the female for the female”. “La loi du talion vous est prescrite en cas de meurtre: “l’homme libre pour l’homme libre, l’esclave pour l’esclave, la femme pour la femme ».

Dat betekent: als iemand de slaaf of de vrouw van een ander doodt, dan moet zijn eigen slaaf of vrouw gedood worden, ook al zijn die onschuldig. Hier wordt terloops nog eens duidelijk bewezen dat het bezit van slaven institutioneel volledig geregeld is: tevens blijkt dat niet alleen de slaven een ander statuut hebben dan de vrije man, ook de vrouwen hebben een ander statuut. Maar misschien had God dat anders bedoeld? Waarom heeft hij dat dan niet duidelijk gezegd?  Terloops, in dezelfde tekst wordt vermeld dat men de doodstraf kan ontlopen als men de familie kan uitbetalen. De rijken kunnen dus aan hun straf ontkomen, de armen niet…

(h) Het overwicht van de man komt op de meest markante wijze tot uiting in het feit dat de echtgenote hem onderdanig moet zijn en dat hij wordt aangespoord haar te slaan in geval van ongehoorzaamheid:  S 4, v 34: “ De deugdzame vrouwen zijn dus onderdanig...Maar zij van wie jullie de ongezeglijkheid vrezen, vermaant haar, laat haar alleen in haar rustplaatsen en slaat haar”. “the good women are therefore obedient…and (as to) those on whose part you fear desertion, admonish them, and leave them alone in the sleaping places and beat them; then if they obey you, do not seek a way against them”. “ Celle dont vous craignez l’indocilité, avertissez-les! Reléguéz-les dans les lieux où elles couchent! Frappez-les. Si elles vous obéissent ne cherchez plus contre elles de voie de contrainte! »

Er bestaat een onvoorstelbare massa pogingen tot dissonantie-reductie naar aanleiding van dit vers. Het komische is uiteraard dat er zoveel verschillende zijn. Als er één duidelijke uitleg zou bestaan, dan zou die toch door iedereen worden gevolgd? De eenvoudigste dissonantie-reductie bestaat erin manifest te liegen:  “de vertaling is verkeerd” zegt men dan. Zo bestaat er een Nederlandse ‘vertaling’ die luidt “slaat ze (lichtjes)” een andere zegt: “geef ze een tikje”. In het Engels zijn er heel wat die vermelden “lightly”. Als dat er zo in het Arabisch stond, zouden alle moslim vertalers dat toch zeker vermelden en er zijn er heel veel die zo eerlijk zijn dat niet doen, o.m. die van de Islamitische Republiek van Iran. Anderen putten zich uit om aan te tonen dat ‘slaan’ hier iets helemaal anders betekent dan ‘slaan’; maar dat wordt uiteraard tegengesproken door degenen die het dringend nodig vinden eraan toe te voegen ‘lichtjes’. Anderen zeggen dat dit alleen geldt als de vrouw ongelovig wordt, of ontrouw, maar iedereen die de islam kent, weet toch dat op ongeloof en overspel heel wat strengere straffen staan (doodstraf) en daar heeft de man niets over te zeggen. Bovendien toont het laatste vers duidelijk aan dat het over ongehoorzaamheid gaat, want, als de vrouw terug gehoorzaam wordt, mag de man niet verder aandringen.

De ongehoorzaamheid waarover het hier gaat, luidt in het Arabisch “nušuz”. Volgens de hele moslimtraditie moet deze ondeugd volgens de koran in drie stappen worden bestreden. Er bestaat ook een hedendaagse moslima deskundige die het met deze procedure tot verbetering eens is. Hierbij vergeet men dat de koran alleen die situatie in ogenschouw neemt waarin de vrouw in de fout gaat en door de man moet worden ‘bijgewerkt. Nergens wordt er uitgelegd hoe een vrouw haar man  (een luiaard, een dronkaard, een vrouwenloper) op het goede pad moet brengen en zeker staat er nergens dat zij hem mag slaan. De discriminatie is dus weer eens evident. Dat het om echt slaan gaat, kan met talloze ahadith worden bewezen. Zo is er een getuigenis van Asma, dochter van Abu Bakr (eerste ‘rechtgeleide’ kalief). Ze zei dat haar man al Zubeir, wanneer hij kwaad was al zijn vrouwen sloeg met een kapstok tot die brak (tafsir al Alussi). Asma ging eens haar beklag maken bij haar vader; hij antwoordde: wees geduldig: Al Zubeir is een vroom man, het is mogelijk dat gij het verdient.

De tweede kalief Omar antwoordde aan iemand die hem verweet dat hij zijn vrouw sloeg: “Ik heb de Gezant van God horen zeggen: een man die zijn vrouw slaat hoeft geen rekenschap af te leggen.”(Al Qortubi, 1967). Ook is er de hadith van de Profeet “Hang uw zweep daar waar uw vrouw die kan zien”. (Tafsir al Zamkhshari). Al Kassani schrijft in zijn werk ‘Bada i al Sana i’ dat een man het recht heeft zijn vrouw te slaan zoals een meester het recht heeft zijn slaaf te tuchtigen. Verschillende korangeleerden, die teveel uitspattingen kenden, hebben echter gepoogd beperkingen op te leggen; zij het niet altijd dezelfde.

Het slaan mag de dood niet tot gevolg hebben; het moet op verschillende plaatsen van het lichaam gebeuren; men mag niet in het gezicht slaan; men moet slaan met een opgerolde handdoek (citaten bij Akkad: ‘Al Mara…’1969)

Volgens nog anderen mag men geen snijwonden aanbrengen of botten breken. De meest humane: Ibn Abbas vindt dat men moet slaan met een tandenstoker. (geciteerd bij Akkad, ibidem) Anderen verkiezen een kort rietje of een potlood.

Dit alles maakt duidelijk dat, vanaf het begin, degenen die Arabisch kenden, wel degelijk ‘slaan’ als ‘slaan’ verstonden. Maar degenen die het inhumane karakter aanvoelden poogden het ergerlijke ervan te verzachten. Dat leidde uiteraard tot uiteenlopende ahadith. Over de rechten van de vrouw zou de Profeet gezegd hebben: “Je moet haar eten en kleren bezorgen telkens je dat voor jezelf doet. Je mag niet in het gezicht slaan” (Citaat Akkad, 1969).  Maar een andere hadith zegt het tegenovergestelde: “Houd uw vrouw in de hand, je mag de ongehoorzame vrouw in het gezicht slaan” (citaat: Omar Farrukh, ‘Al usra…’ 1951). Maar weer andere ahadith zeggen: “Sla de vrouwen niet” (citaat Al Mawdudi, 1978. “Ben je niet beschaamd dat je je vrouw slaat zoals een slaaf? Je slaat ze ’s morgen en ’s avonds ga je ermee naar bed.” (citaat Akkad, 1969). (Als dit een ‘authentieke’ hadith is, impliceert die wel dat je een slaaf mag slaan.) “De beste onder u is die welke de beste is voor zijn vrouwen” (Cit. Al Mawdudi, 1978). Onder de hedendaagse islamtheologen is er ook meningsverschil. Zaki Addin Shaaban verzet zich tegen de opvatting dat de kastijding van de vrouw een voorbijgestreefde woestijnopvatting is. Hij vindt wel dat men zich aan bepaalde culturen moet aanpassen, maar toch zijn er vrouwen, vindt hij, die men alleen met kastijding kan verbeteren.(Shaaban: ‘Al Ahkam…’1971). Shawki Abu Khalil  vindt deze methode alleen toepasselijk in welbepaalde situaties, niet bvb. als de vrouw van plan is een echtscheiding aan te vragen; maar ongetwijfeld is dit een passend middel voor bepaalde vrouwen. (‘Al islam fi qafas al ittiham’, 1980)

De grote theoloog Mahmud Shaltut  denkt dat de lichaamskastijding gepast is voor vrouwen die marginaal en afwijkend zijn en niet vatbaar voor rede. In die gevallen is die straf ‘natuurlijk’. (‘Al islam aqida wa shariah’ 1974).

Al Akkad aanvaardt, zij het met beperkingen, het algemene principe: “zolang er in het universum één vrouw op duizend bestaat voor wie die straf nuttig is, moet de jurisprudentie dat vermelden”. (‘Al mar’a fil quran 1969). Hij vindt bovendien het volgende “De vrouw beleeft er genoegen aan zich te onderwerpen als ze iemand vindt die haar daartoe dwingt… Aangezien ze in de onderwerping plezier vindt is het niet te verwonderen dat ze geniet, telkens als ze door haar man gekastijd wordt.” (Hadidi as-sagara 1969). Mohammad Qobt zegt dat je het wapen van de lichaamskastijding slechts mag gebruiken als alle andere middelen zijn uitgeput, maar er zijn gevallen van psychische afwijking waar geen ander middel helpt. Indien een bepaalde neurose (masochisme)  bij een vrouw aanwezig is, is de lichaamskastijding voor haar de geschikte straf. Ze wordt er meer evenwichtig door. (‘Subuhat…’1960). Ahmad Mohammad Jamal is het daarmee eens (‘Muhadarat fi at-taqafa al islamya’, 1974).

Dit zijn allemaal gezaghebbende figuren van onze tijd die in Arabische faculteiten doceren of doceerden. Er zijn natuurlijk ook enkele moslimgeleerden die de lijfstraf afwijzen; nog anderen keren de zaken om: het gaat om een voordeel voor de vrouw. Boudhiba  - een vrouw - zegt: het gaat hier om een verdeling van verantwoordelijkheden binnen het gezin: het recht om de vrouw te slaan impliceert tevens de plicht om haar te onderhouden en voor haar te werken.  (‘La sexualite en islam 1975’). Je kunt het zo gek niet bedenken of men heeft het uitgevonden om dit sinistere vers enige zin te geven.

Maar opnieuw, kon die alwijze God niet voorzien wat men hiermee allemaal zou uitrichten en zich wat nauwkeuriger uitdrukken?

Eén ergerlijk gegeven uit de Koran wil ik nog vermelden. Bij de regels over de wachttijd (vóór een nieuw huwelijk) na verstoting wordt vermeld dat die voor meisjes die nog niet gemenstrueerd hebben, drie maanden bedraagt. (S. 65, 4). De Koran laat dus toe een niet geslachtsrijp meisje uit te huwen. Kan er sprake zijn van ‘gelijkheid’ met een onmondig kind?

Ik besef dat dit betoog nogal uitvoerig is, maar ik heb in mijn discussies (ook schriftelijke) met moslima’s zoveel pogingen tot vergoelijking meegemaakt, dat het nuttig lijkt de objectieve gegevens eens op een rijtje te zetten. Ik zie er voorlopig van af ook nog de talloze vrouwonvriendelijke ahadith te vermelden (voor de niet-kenners, dit zijn tradities over uitspraken en handelingen van de Profeet; heel veel ervan zijn vermoedelijk niet authentiek, maar ze drukken wel de mentaliteit van de eerste eeuwen van de islam uit).

Alleen dit nog. Volgens verschillende ahadith werden de vrouwen van een tijdens gevechten veroverd gebied als slavinnen aan de krijgers toegewezen. Die slavinnen werden op grote schaal verkracht en volgens die ahadith had de Profeet daar geen bezwaar tegen. Ik heb er moeite mee om zoiets te zien als een uiting van respect voor de vrouw.

Mevrouw Azabar, in al mijn uitspraken over de vrouw in de islam steun ik niet op Westerse bronnen: alleen op authentieke islamitische. Het is mogelijk dat deze uitspraken u pijn doen; dat is niet mijn bedoeling. Wel is het mijn diepe overtuiging dat we altijd de waarheid onder ogen moeten zien. U hebt gelijk als u erop wijst dat ook in het christendom de positie van de vrouw lange tijd  - ten dele ook nu nog - te wensen over liet. Maar dit kan voor de islam geen excuus zijn.

Ik heb geen probleem met een moderne islam die mensen als Malek Chebel, Mohammed Arkoun, Rachid Benzine, enz. verdedigen. Zo’n verlichte islam bereikt men echter niet door een verkeerd beeld van de historische waarheid op te hangen; en die waarheid is dat zowel de Koran als de islamtraditie, in tegenstelling tot wat u beweert, verregaand vrouwonvriendelijk is.

Een islam die zich vooral door de Mekkaanse Soera’s laat inspireren en de latere als grotendeels tijdsgebonden ziet, zou wellicht voor veel geëmancipeerde moslims en moslima’s een zinvolle combinatie vormen van modern denken en trouw aan een traditie. Er zijn theologen zoals Schillebeeckx die iets analoogs voor het christendom gerealiseerd hebben. Waarom zou dat voor de islam niet mogelijk zijn?

Maar het is mijn diepe overtuiging dat men hiervoor bereid moet zijn de waarheid, de hele waarheid, onder ogen te zien.

Met bijzondere waardering,

Etienne Vermeersch

reageer

47 reacties

  • door JanBlommaert op vrijdag 8 maart 2013

    Het is inderdaad moeilijk om zich te ontdoen van oude en diep ingewortelde overtuigingen. In het geval van Vermeersch is dat zijn scholastieke opvoeding, die alles wat een gelovige doet noodwendig wil herleiden naar de letter van de gewijde geschriften. En zijn vele jaren professoraat, gewijd aan werken met heel jonge studenten, die hij vakkundig de mond wist te snoeren met ellenlange scholastieke vertogen zoals deze.

    De Waarheid en het Grote Gelijk: ik ben van mening dat Vermeersch ze al vele decennia met mekaar verwart. De waarheid heeft voor hem immers een heel bepaalde taalkundige structuur: die van het scholastieke bewijs. Zaken zijn waar als ze aldus bewezen worden, en onwaar als ze aldus niet bewezen worden. En wie de scholastieke kunst niet beheerst zoals hij ze beheerst, die kan dus geen aanspraak maken op waarheid.

    Het was op grond van een dergelijke Waarheid dat hij met vuur de Golfoorlog van de vroege jaren 90 verdedigde; en dat hij met evenveel vuur streed tegen het stemrecht voor migranten. In ellenlange tirades in woord en geschrift zette hij tegenstanders van zijn standpunt te kijk als mensen die de waarheid niet kenden of ontkenden.

    Wat het eerste betreft was hij er zeker van - waarheid! - dat Saddam Hussein verdelgingswapens aanmaakte en dus een nieuwe Hitler dreigde te worden. Wat het tweede betreft was hij ervan overtuigd - waarheid - dat stemrecht voor allochtonen noodzakelijk zou leiden tot de absolute meerderheid van het Vlaams Belang. In belde gevallen had hij het volstrekt verkeerd voor.

    Vermeersch beheerst zoals weinigen in dit land de kunst om mensen verbaal plat te slaan. In zijn visie is dat: overtuigen van de waarheid. En Vermeersch gelooft dat als zijn tegenstrever zwijgt, die tegenstrever hem gelijk geeft.

    Vanuit een ander standpunt gezien is dat botte demagogie, belachelijke demagogie ook in het licht van de feiten. Die laatste - het palmares van Vermeersch is bijzonder indrukwekkend in dit opzicht -zijn wat hem betreft makkelijk, vlot, en herhaaldelijk op te offeren aan de Waarheid, 't is te zeggen, Zijn Waarheid.

    • door evermeer op zaterdag 9 maart 2013

      Vooreerst, in tegenstelling met de inleiding tot mijn stuk (door de redactie), ben ik wel degelijk van mening dat geloof, ook het moslimgeloof, te verenigen is met emancipatie. Mijn laatste paragrafen verwijzen naar moslim-auteurs die de mogelijkheid daarvan aantonen. Nu over deze reactie. Dat is Jan Blommaert ten voeten uit. Geen enkele, maar dan ook geen enkele, van de feitelijke beweringen die ik doe, wordt door hem ontkracht. Ook niet de algemene vaststelling dat de Koran vrouwonvriendelijk is. Hij heeft het wel over mij in het algemeen en mijn opvatting betreffende ‘waarheid’. Hierbij citeert hij geen enkele van mijn talrijke publicaties hierover. Bovendien kent hij niet het elementaire onderscheid tussen feitelijke oordelen en waarde-oordelen. Wanneer ik de geschiedenis van de hidjab schrijf, dan gaat het over feiten en die zijn met andere feitelijke gegevens te weerleggen (bvb. dat een vertaling die ik gebruik, fout zou zijn). Zodra men mij daarop wijst, geef ik dat onmiddellijk toe. Wanneer ik mijn voorkeur uitspreek betreffende het al dan niet dragen van de hoofddoek in bepaalde ruimtes, dan is dat geen ‘waarheid’ maar een waarde-oordeel. Men kan daarover van mening verschillen en als na discussie de meningen niet nader tot elkaar komen, moet iedereen die van de andere respecteren. Ik heb dat altijd gedaan. De vraag of Saddam voor de eerste Golfoorlog plannen had voor atoombommen, is een feitelijke vraag, die achteraf positief beantwoord werd. Of daarom een oorlog gewenst was is een waarde-oordeel en daarover geldt wat ik hierboven zei. Als J.B. het nog niet begrepen heeft, raad ik hem verdere lectuur aan: trefwoorden: ‘disagreement in belief’ en ‘disagreement in attitude’. Het artikel dat hier voorligt, bestaat hoofdzakelijk uit feitelijke beweringen. Ik nodig iedereen uit aan te tonen dat ze fout zijn. De laatste paragrafen zijn waarde-oordelen over de vraag aan welk type van islam ik de voorkeur geef. Ik blijf iedereen respecteren die andere voorkeuren heeft.

      • door JanBlommaert op zondag 10 maart 2013

        Vermeersch en feitelijke beweringen. Ik geef er een, hij heeft het over "vrouwonvriendelijke ahadith" en zegt: "(voor de niet-kenners, dit zijn tradities over uitspraken en handelingen van de Profeet; heel veel ervan zijn vermoedelijk niet authentiek, maar ze drukken wel de mentaliteit van de eerste eeuwen van de islam uit)." Kan hij bewijzen geven voor die nogal absurde veronderstellingen dat gewijde teksten de "mentaliteit uitdrukken van de eerste eeuwen van de Islam"? Wiens mentaliteit? En waar? Hedendaags Mali? Zanzibar? Jemen? In een samenleving die grotendeels ongeletterd is, is dit zacht gezegd een belachelijke bewering, die uiting geeft aan een ethnocentrisme zonder grenzen. Kan Vermeersch hier dus bewijzen geven?

        Hij kan dat niet. Hij levert naar hartelust BEWERINGEN, die hij dan als FEITELIJK bestempelt. Het botte feit is hier dat hij een gigantisch pak wetenschappelijke bagage mist om met gezag over dit soort zaken te praten, en zich dus verstopt achter "voorkeuren" die echter voor de "waarheid" staan. Scholastiek dus, en dit moet dan historisch en antropologisch onderzoek overbodig maken.

        Wat de Hijab betreft, en over feiten daaromtrent, kan hij zich even achter YouTube zetten en 'hijabista' ingeven als zoekterm. Hij zal honderden en honderden filmpjes vinden van jonge Moslim vrouwen die hun hijab als een essentieel stuk zelfexpressie zien. Als de feiten moeilijk liggen kan hij even een stukje lezen dat wij daarover heb geschreven, te vinden op http://www.tilburguniversity.edu/upload/a703a2ee-7edc-4b05-a0fc-78222ae641c3_tpcs%20paper30.pdf

        Zorgvuldig onderzoek heeft Vermeersch nooit gedaan. Men zal in zijn CV vruchteloos zoeken naar grote internationale publicaties. En zelfs lezen, zeker zaken die eventueel zijn eigen Waarheid aan het wankelen brengen, is nooit zijn forte geweest. Doen alsof hij gelezen heeft, en onderzoek heeft gedaan, is echter "Vermeersch ten voeten uit".

        • door JanBlommaert op zondag 10 maart 2013

          Nog een korte aanvulling, die aangeeft hoe Vermeersch 'feitelijkheid' ziet. Hij schrijft in zijn reactie: "De vraag of Saddam voor de eerste Golfoorlog plannen had voor atoombommen, is een feitelijke vraag, die achteraf positief beantwoord werd."

          Amai. Door wie werd deze vraag 'positief beantwoord'? Dit is nu net de vraag waarover men post hoc feitelijke consensus heeft weten bouwen: er waren GEEN bewijzen voor deze stelling, en zelfs Colin Powell en Tony Blair hebben dit moeten toegeven. Vermeersch heeft kennelijk ettelijke duizenden pagina's lectuur over dit thema gemist. En hij blijft in weerwil van overdonderende feitelijke bewijzen van zijn ongelijk geloven dat zijn feitelijke vraag 'positief beantwoord' werd. Het is meelijwekkend.

          Hij zwijgt over zijn standpunt uit de jaren negentig inzake stemrecht voor migranten. Ook hier was er een 'feitelijke' kwestie: hij beweerde dat stemrecht voor migranten het Vlaams Belang aan de macht zou brengen. Toen migranten stemrecht kregen en het in 2006 voor de eerste keer mochten uitoefenen, zorgde dit ervoor dat niet Filip Dewinter maar Patrick Janssens burgemeester werd. Het zorgde er eveneens voor dat ettelijke allochtonen politieke mandaten opnamen, waaronder - zeer talrijk - vrouwen. Die vrouwen bleken zonder uitzondering 'gematigd' te zijn, volmaakt 'geintegreerd', en in veel gevallen ook bewust de sluier te dragen. Ook hier werd zijn feitelijke vraag dus negatief beantwoord. Ik zal het allicht gemist hebben, maar ik heb hem deze fouten in zijn feitelijke oordelen nooit weten toegeven.

          In beide gevallen gaf Vermeersch blijk van een zeer verregaande onwetendheid en volstrekt foute inschatting van de feiten. Een minachting voor de feiten zelfs, want wie hem tegensprak werd op de gekende wijze bedolven onder bombastische scholastieke retorica. Hij mag gerust vragen of ik hiervan bewijzen heb, ik heb ze liggen en zal ze met plezier citeren. Ze zullen zijn imago van alweter echt geen goed doen. Hij wordt immers bepaald kribbig wanneer mensen hem tegenspreken en vlucht dan in wat andere commentatoren hier 'eruditie' noemen. Ik ben nooit onder de indruk geweest van de 'eruditie' van Vermeersch, omdat deze 'eruditie' in realiteit nogal dikwijls bijzonder oppervlakkig blijkt te zijn, en omgekeerd evenredig aan de zekerheid waarmee Vermeersch ze hanteert. Wat meer bescheidenheid zou hem sieren.

          Vermeersch leeft op een planeet die ietwat afgezonderd is van degene die wij doorgaans 'Aarde' noemen. Op die planeet van hem domineert een geloof, het geloof in het Eigen Gelijk. Feiten spelen er geen rol, tenzij ze door het geloof worden goedgekeurd. Het geloof wordt er fundamentalistisch beleden, en het is, zoals elk geloof, een belemmering voor emancipatie en bevrijding der mensen.

    • door EP op zaterdag 9 maart 2013

      [title]Mohammed, Sta mij toe om je[/title]Mohammed,

      Sta mij toe om je reactie wat hypocriet te vinden:

      Enerzijds beweer je dat Etienne Vermeersch zegt dat “moslims outsiders zijn en dat ook horen te blijven”.

      Anderzijds gebruik je het word “koefar”, waaruit ik meen af te leiden dat je zelf denkt dat al wie op de Islam kritiek durft te uiten een “outsider is en dat ook hoort te blijven”.

      Mvg

  • door hdeley op zaterdag 9 maart 2013

    Beste Etienne, men kan niet anders dan vol bewondering zijn voor je enorme eruditie terzake. Toch durf ik enige tegenstrijdigheid bespeuren in je positie tav islam en hedendaagse moslims. Enerzijds verwijt je hen regelmatig dat zij de Koran nog altijd létterlijk verstaan, in contrast met de christenen en hun Bijbel, maar anderzijds, zoals hier, verwijt je feministische moslima's dat zij niet een "waarheidsgetrouwe" maar een vrije interpretatie geven aan de verzen van de Koran ivm de verhouding tussen man en vrouw, dwz een interpretatie die recht doet aan hedendaagse normen. Dat deze gelovige feministen er daarbij van overtuigd zijn de Koran "naar waarheid" te verstaan, doet niets af aan de hermeneutische waarde van hun interpretatie. Zoals de godsdienstantropologe Catherine Cornille schreef, in haar "Vrouwen in de wereldgodsdiensten": "De geschiedenis van een wereldgodsdienst kan ... beschouwd worden als de geschiedenis van de interpretatie van het heilige boek" (mocht ik over meer layoutmogelijkheden beschikken zette ik "interpretatie" hier in cursief). Als ik je uitvoerige uiteenzetting goed gevolgd heb, laat je enkel mannelijke interpretatoren aan het woord, met hun androcentrische, orthodoxe interpretaties (en toevoegingen). mvg, herman

  • door Marc Van den Bossche op zaterdag 9 maart 2013

    'Dat stáát er toch!', zal Vermeersch nu repliceren. Lees hier ook het interview met Ellen Billiet, waar zij verwijst naar racistische en seksistische uitspraken van 'Verlichtingsfilosofen'. Dat stáát er ook. In één van mijn cursussen citeer ik Mark Johnson: 'Literalism lies ar the heart of fundamentalism'. Vermeersch, gepokt en gemazeld in een positivistische traditie, kan alleen maar letterlijk lezen, dwz niet-hermeneutisch, niet-contextgebonden, niet-historisch enz... Hij heeft het letterlijke lezen nodig om anderen van fundamentalistische dwalingen te kunnen beschuldigen. Enkel ziet hij niet zelf fundamentalistische trekjes te vertonen. Die van de Waarheid. De zijne. Hij beledigt de moslima's die hij wil behoeden voor verdere dwalingen. Alsof zij niet beter zouden kunnen dan alleen maar letterlijk te lezen.

  • door Johan Leman op zaterdag 9 maart 2013

    Ik lees u altijd met belangstelling. U bent enorm erudiet en u hebt een – geloof me - zeer scholastiek getrainde denkstijl. Ik hou daarvan en ben er trouwens zelf ook nog voor een groot deel in opgeleid. Niettemin is er toch altijd iets dat me wat afstand doet nemen van wat je schrijft. Mag ik het in drie punten samenvatten? 1. het beroep dat je – mijns inziens iets te gemakkelijk – doet op begrippen als cognitieve dissonantie om uit te leggen waarom anderen denken wat ze denken. Weet je, Evans Pritchard waarschuwde daarvoor: “if I was a horse…”. Een psychologisch verklaringsmodel binnenbrengen om uit te leggen waarom anderen zus of zo denken…is zich op glad ijs bewegen. Het levert interessante hypotheses op, maar het blijven toch onbewezen toestanden. 2. de oproep om zich voor de waarheid en de gehele waarheid open te stellen. Het komt bijna hegeliaans over… en dat verwacht ik niet van u. (Weet je, rond mijn 20ste werd ik ook met zulk een slogan om de oren geslagen, “Veritas”, weet je wel.) 3. de omgang met religieuze teksten. Laten we mekaar goed begrijpen: evident zijn die religieuze teksten ook voor mij heel conjunctureel. En het laatste wat religieuze teksten mogen doen, is evident om wetenschappelijkheid te mogen claimen. Maar weet u, mensen die zulke teksten vandaag tot de hunne maken (en die nadenken – categorie die toeneemt), zien daar al lang geen teksten meer in waarvan enkel hun eigen geestelijke leiders of genormeerde wetenschappers (theologen) de inhoud bepalen. Mevrouw Samira Azabar behoort klaarblijkelijk tot de groep mensen die een eigen kritische lectuur aan het ontwikkelen is over het eigen cultureel geloofskapitaal. Dit valt toe te juichen. Zo moeten er meer komen, klopt toch? Misschien houdt u daar iets te weinig rekening mee als u naar islamitische theologen en dergelijke verwijst om haar tot het juiste inzicht te willen leiden. Dit gezegd zijnde, met vriendelijke groet, Johan Leman, antropoloog, emeritus professor

  • door Piet De bisschop op zondag 10 maart 2013

    Vermeersch : het zal zijn tijd wel duren, zeker ? Ze hebben het nog niet echt door bij onze media (de huidige preekstoelen van gisteren). Ondanks de rode loper daar voor deze koene doch belegen denker (onder andere bij onze Openbare, Regionale Zender) : : The times they are a-changin ...

  • door pb9494 op zaterdag 9 maart 2013

    Beeld u maar eens in dat iedere in een katholieke kerk gedoopte Vlaming zou beoordeeld worden op een letterlijke interpretatie van de Bijbel. Het Vlaams-Nationalistische kot zou te klein zijn.

    Ik heb in gans mijn leven nog niet een keer last gehad van een mens omdat hij moslim was. Voor Jan Modaal is het Vlaams-Nationalisme met zijn extreem-rechtse maatschappijvisie een veel grotere bedreiging dan Mohammed Metdepet.

  • door Helene P op zaterdag 9 maart 2013

    Dank, Jan Blommaert, je legt de communicatietechniek van Pr.Vermeersch haarfijn uit. Het is een stuk demagogische 'scholastiek' bedoeld voor hen die van de Islam en de wijde Islamitische wereld niets weten en de moeite niet nemen om er iets van te weten. Als Vermeersch er de bijbel op dezelfde manier op na zou slaan, zou hij met nog veel meer 'onverenigbaars' met onze huidige samenleving opkomen. Integristen en hyperconservatieven doen dat, of ze nu aanhangers van de Islam, het christendom of de Joodse religie zijn. Vermeersch laat er voor het gemak vele stromingen, bewegingen en denkwijzen in de Islamitsche wereld buiten, bijv. de al vroege feministische beweging in Egypte die op eendere wijze het conservatieve patriarchaat en zijn interpretatie van de Koran aanviel voor wat ze is: pogingen om de onderdrukking van vrouwen te rechtvaardigen en vereeuwigen. Daartegenover staan moderne interpretaties, die - net als moderne protestantse of katholieke theologen - de tekst van de Koran en de Hadith terugplaatsen in de historische context, daaruit de zin distilleren van de vernieuwing die Mohammed wilde invoeren en die als leidraad nemen. Dan ziet men dat de Koran niet alleen uitbuiting, woekerrente, armoede en ongelijkheid alsmede andere verregaande euvels in die tijd bestrijdt, maar ook een andere relatie tussen man en vrouw en met slaven voorschrijft. Dat die zo'n 15 eeuwen geleden niet helemaal beantwoordden aan de huidige tijden neemt niet weg dat ze toen revolutionair waren. Mohammed wilde een 'andere', betere maatschappij stichten op basis van de judeo-christelijke tradities en geschriften. Een soort van andersglobalist voor zijn tijd? Of bevrijdingstheoloog? Want een van de indrukwekkendste 'geboden' van de Koran is: 'je mag jezelf niet laten onderdrukken'. Als je je niet in daad of woord kunt verzetten, dan minstens 'in je hart', dwz je bewust zijn van de onderdrukking (is dat geen grote verbetering op het christelijke idee om je te onderwerpen en je beloning in het hiernamaals afwachten?) En daar staat niet bij dat het gebod niet voor vrouwen geldt! In die zin was Mohammed dus een 'revolutionair' in zijn tijd en cultuur.

    Het verschil met de evangelies is dat Christus vage morele uitspraken en gebaren deed, terwijl de Koran concrete voorschriften bevat. (T/m hygiënische voorschriften met een lichaamshygiëne die in onze westerse 'beschaving' tot voor kort onbekend of zeer uitzonderlijk was!) Maar noch 2000 noch 1500 jaar geleden was er ergens sprake van de vorm van gelijkheid tussen man en vrouw waar we nu over spreken (en die bijv. in de katholieke Kerk nog steeds niet bestaat...). Dus moet je die ook niet in die letterlijke vorm zoeken in oude geschriften. En w.b.de slavernij: die werd in de 'christelijke beschaving' pas 19 eeuwen na Christus afgeschaft, nadat de transatlantische slavenhandel en de behandeling van de slaven op de plantages (door christenen!) alle eerdere normen in horror overtroffen en ook radicaal tegen de letterlijke voorschriften van de Koran ingingen. Ook christelijke theologen noemen christus 'revolutionair' voor zijn tijd en baseren de sociale vorderingen en aanpassingen aan de moderne wereld op een interpretatie van de diepere zin van de geschriften die ze distilleren uit de studie van de toenmalige tijdsgeest. En ook bevrijdingstheologen hebben hun tegenhangers binnen de Islam.

    Het is goed dat Jan Irak noemt en Vermeersch' ageren tegen stemrecht voor zgn allochtonen. Het past allemaal in hetzelfde kader. Ik geloof zelfs niet dat het "Zijn Waarheid" is, tenzij hij zeer onwetenschappelijk-selectief bladert in de Koran, de Hadith en theologische geschriften teneinde zijn vooroordelen te bevestigen. Eenieder die de Koran, de Hadith en moderne Islam een beetje kent, kent al die citaten, maar geeft er niet de integristische interpretatie aan van Vermeersch. Zoals de meeste Christenen ook geen integristische interpretatie van de geschriften en tradities toelaten. Kortom, deze 'open brief' is een stuk propaganda. Als je je even niet laat verblinden door het pseudowetenschappelijke uiterlijk, is het duidelijk dat Vermeersch geenszins Samira Azabar of andere Moslimas op 'betere gedachten' wil brengen, maar in feite door religieus integrisme en conservatisme voor te stellen als 'dé Islam' het vuur aanwakkert van angsten in onze samenleving en ons opzet tegen een grote groep landgenoten. Bovendien haalt hij daarmee de strijd van Moslemvrouwen onderuit.

  • door froels op zaterdag 9 maart 2013

    Etienne Vermeersch geeft zelf aan, dat volgens DWM (niet volgens hemzelf) hij, EV, emancipatie onverenigbaar acht met "geloof" (zie inleiding boven zijn artikel). In de mails aan de abonnees schrijft DWM: "onverenigbaar met de islam". EV schrijft hierboven nog eens, dat sommige islamgeleerden een 'moderne', 'verlichte' islam verdedigen, verenigbaar met de hedendaagse denkbeelden over emancipatie. De redactie van DWM zet dus de lezer eventjes op een verkeerd been, wellicht omdat ze in het dagelijks oververdovend anti-moslim discours onbewust meegaan. Maar nu over de stelling van Etienne V. De citaten uit de koran die hij aanhaalt zullen wel correct zijn; daarin vertrouw ik Etienne (ik ga ze zeker niet opzoeken). Maar ze zijn alleen relevant als de discussie gaat over de koranteksten. Het is een heel andere vraag, of hedendaagse moslims en moslima's, zich beroepend op hun godsdienst, voor (vrouwen)emancipatie etc, kunnen strijden. Dat is zichtbaar het geval (voor Samira e.a.). Dat ongelovigen zoals Etienne, en mijzelf, dan zouden voorschrijven wat de ware inhoud van de koran is, en dat de gelovigen zich vergissen - wel, dat is wel eens leuk, als grap dan. Misschien wordt dat duidelijker door een vergelijking: dat christenen nu eens aan Etienne gaan uitleggen dat atheïsten niet dit, maar dàt zouden moeten denken, vermits, enz. Of nog: als ongelovigen kunnen we onze dagen vullen met katholiek opgevoede mensen erop te wijzen dat ze niet leven zoals Jezus het voorschrijft: kijk, hier zegt Hij zus en zo. Ja, grappig is het; en wrang, op een ogenblik dat presidenten en ministers ten oorlog roepen met de steun van hun christelijke god. Kortom: godsdienstig gelovigen hebben hun eigen, persoonlijke interpretatie van goed en slecht; de heilige teksten worden er achteraf bijgesleurd, soms als schaamlap, soms als innerlijke steun. Want gelovigen hebben niet geleerd hoe ze een eigen, humanistische moraal kunnen opbouwen zonder heilige teksten. Dat doet niets af aan de vaststelling dat gelovigen en atheïsten samen voor dezelfde idealen op deze aarde kunnen vechten. Zoals tegen de honger, het onrecht, de terreur van de machtigen en rijken. En dat is het belangrijkste; het enige dat voor mij telt.

    • door Johan Leman op zondag 10 maart 2013

      Dat in om het even welke tekst van minstens 50 jaar oud zinnen staan die men vandaag niet meer zou schrijven, ja… daar moet je niet echt zwaar voor gestudeerd hebben, hoor. Binnen 50 jaar zal men ook wel zo denken over wat wij vandaag schrijven. Stel u dus voor… teksten van 2000 jaar geleden! Wat mij verbaast, is dat collega Vermeersch daar nog zit op te broeden om dingen te ontdekken die vandaag niet meer kloppen. Let wel: ik lees hem graag. Zijn eruditie is enorm en ik heb daar heel veel respect voor. Ik leer ook iedere keer nog bij en ben dus niet zo negatief over hem als veel respondenten het hier blijkbaar zijn. Om nu op uw reactie bij het debat te komen: bij mij is het nooit opgekomen om te schrijven welke de ware fundamenten zouden moeten zijn van een rechtgeaarde atheïst. Ik kan me voorstellen dat dit heel wat kan zijn en dat dit voor de een er al eens anders zal uitzien dan voor de ander. Ik leer van u dat u er blijkbaar ook zo overdenkt waar het om moslims of christenen gaat. Maar nu toch een afsluitertje: uit het einde van uw tekst blijkt dat u lijkt te denken dat gelovigen toch nog altijd “ergens” zijn blijven steken… Dat is uw recht, hoor… maar ik weet niet of u me gelooft of niet: ik denk dat er meer gelovigen zijn dan u denkt die er niet van uitgaan dat het bij geloof om moraal (al of niet autonoom) te doen is. Want, alla, zeg nu zelf… met al die schandalen die recent uitgebroken zijn, moet je als gelovige toch al met iets anders bezig zijn dan met moraliteit om nog bij de zaak te blijven, of niet? Maar lig daar niet van wakker. Het belangrijke is, zoals je zelf schrijft, dat mensen rondom concrete acties en programma’s kunnen samenwerken. Prettige zondag nog.

  • door johan bosmans op zondag 10 maart 2013

    "Geen enkele, maar dan ook geen enkele, van de feitelijke beweringen die ik doe, wordt door hem ontkracht. Ook niet de algemene vaststelling dat de Koran vrouwonvriendelijk is. "

    Die laatste feitelijke bewering zou ik graag ontkrachten. Tenzij u mij een referentie geeft waar er in de koran geschreven staat: "de koran is vrouwonvriendelijk".

    • door evermeer op zondag 10 maart 2013

      Voor één keer dat Jan Blommaert uitspraken doet die voor controle vatbaar zijn (zijn algemene uitspraken over mij of mijn visie op waarheid zijn dat niet) is het al prijs. Mijn terloopse uitleg over wat hadiths zijn, vindt hij absurd, belachelijk en ethnocentrisch. Iedereen die een minimale kennis van de islam heeft, weet dat de gezaghebbende soennitische verzamelingen van hadiths in de negende eeuw ontstaan zijn. Ze kunnen dus moeilijk de mentaliteit van het ‘hedendaagse’ Mali, Zanzibar en Jemen weergeven… Dat uiteenlopende (soms tegenstrijdige, zie mijn voorbeelden in de tekst) hadiths uiting geven aan diverse stromingen, ligt nogal voor de hand en dat wordt bewezen door het feit dat bvb. de sjiïeten gedeeltelijk andere hadiths erkennen dan de soennieten. Maar het heeft geen zin in discussie te treden met iemand die de basisnoties niet kent. JB denkt dat men vruchteloos zal zoeken naar ‘grote internationale publicaties’ in mijn CV. Weer gaat hij er onderuit. Ik ga ze niet allemaal citeren. In het begin van mijn loopbaan gaf ik een lezing over het cultuurconcept op het internationaal antropologisch congres in Chicago (1973). Dat maakte zoveel indruk dat een uitgewerkte versie (64 blz.), verscheen als eerste artikel van het eerste deel van de omvangrijke reeks ‘World Anthropology’ (Proceedings van dit congres). Later in mijn loopbaan verscheen (opnieuw op verzoek van een redactie) een artikel van mij (samen met N.Lameire) over het ethisch probleem van wetenschappelijke publicaties over foltering (1995). Het belangrijke A1 tijdschrift was ‘Nephrology, dialysis and transplantation’. Vrij recent verscheen in het absolute toptijdschrift ‘Nature’ in 2009 mijn stuk over “Free will and quantum effects”. Ik ben natuurlijk beschaamd met die enkele voorbeelden te koop te moeten lopen, maar de bedenkelijke werkwijze van JB dwingt mij ertoe. Daar waar ik het over ‘historische’ gegevens over de hidjab had, verwijst hij me naar een stuk over de actuele zelfexpressie van moslima’s. Hij is blijkbaar een meester in het veranderen van onderwerp; maar het verschil tussen ‘disagreement in attitude’ en ‘disagreement in belief’ begrijpt hij nog altijd niet. Over de andere commentaren (die, behalve één, ethisch op een hoger niveau staan) wil ik dit kwijt. Ik beweer helemaal niet dat moderne moslims of moslima’s zich aan een letterlijke interpretatie van de Koranteksten moeten houden. Integendeel, ik hoop, zoals ik uitdrukkelijk op het einde van mijn stuk schreef, dat ze mensen zoals Mohammed Arkoun, Malek Shebel, Rachid Benzine, Fazlur Rahman, Abu Zaïd, enz. zouden lezen. Die bieden een aanloop tot een moderne islam die waarheidsgetrouwheid koppelt aan respect voor een religieuze traditie. Malek Shebel bvb. zal niet beweren - zoals sommige moslima’s met wie ik gecorrespondeerd heb - dat de islam de slavernij heeft afgeschaft. Integendeel, intellectueel eerlijk, maar niet zonder schaamtegevoel bekent hij na ernstig onderzoek dat de islamitische slavenhandel nog veel erger was dan de christelijke. Hij komt op een getal van 20 tot 21 miljoen. Daarbij moet men beseffen dat een groot aantal van de mannen gecastreerd werd, om die te kunnen inzetten voor huiselijke taken. Mijn antwoord op mevrouw Azabar had betrekking op haar uitspraak: "Vrouw zijn is in de Koran als dusdanig niet een element waaraan allerlei voor- of nadelen verbonden zijn. De beide geslachten staan op gelijke hoogte, en ook dat is fundamenteel bevrijdend en emanciperend.” Zoals ik op het einde betoogde is zo’n benadering, die de waarheid geweld aandoet, niet het juiste middel om een emanciperende visie op de islam te hebben. Veel beter is het de kernboodschap van de Mekkaanse Soera’s en ook de inleiding tot elke Soera “Bismi l Lahi rahmani rahim” centraal te stellen en veel andere passussen (zoals ook bvb. het verbod op homoseksualiteit) als tijdsgebonden en niet meer actueel te beschouwen. Als Professor Schillebeeckx de emancipatie van de vrouw verdedigt, zal hij niet betogen dat Paulus vrouwvriendelijk was (“het woord te voeren past de man” is nu eenmaal niet vrouwvriendelijk). Hij zal gewoon zeggen dat die tekst achterhaald is en niet tot de kernboodschap behoort. Om te weten wat een tekst precies zegt, gebruik ik geen ‘scholastieke’ metode (whatever that may be), maar dat wat ik als klassiek filoloog geleerd heb. Er is een wezenlijk verschil tussen wat een tekst precies voor zijn eerste lezers betekende (filologie) en de vraag welke religieuze inspiratie er nu nog van kan uitgaan (theologie). Ik schrijf dus niet voor, Frank, hoe men moet lezen, ik zoek gewoon de meest plausibele interpretatie van de tekst zoals men die toen las. Dat mag een filoloog of historicus doen met elke tekst, godsdienstig of niet. Wie beweert dat ik ‘geselecteerde’ passussen uit de Koran citeer, mag mij een andere ‘selectie’ voorleggen; of is dat te moeilijk? Wat Festinger betreft, dat was een poging om duidelijk te maken dat ik de bedoelingen van mevrouw Azabar respecteer. Als iemand een andere aanpak voorstelt, mij goed. En nogmaals, collega’s Leman en Deley, ik heb geen enkel bezwaar tegen een moderne benadering van een godsdienstige tekst zoals de Koran, als algemene inspiratiebron, maar wel tegen de bewering dat er letterlijk iets staat wat er niet staat. Naast de godsdienst heeft ook de geschiedvorsing haar rechten. Die kunnen naast elkaar bestaan, maar vermeng ze niet. Mevrouw Passtoors, u schrijft over zaken die u niet bestudeerd hebt. Er staat in de Koran dat men geslachtsonrijpe meisjes mag uithuwelijken. Het is niet ‘integristisch’ te zeggen dat zoiets er staat; het is wel integristisch dat nog als norm te gebruiken. Het is niet integristisch te beweren dat shariahspecialisten van de 20ste eeuw dat nog altijd aanvaardbaar vinden: daar geef ik voorbeelden van. Toen Khomeini aan de macht kwam heeft hij de huwelijksleeftijd van meisjes in Iran van 16 naar 9 jaar gebracht. Wat hij deed was integristisch; dat mede te delen en duidelijk te maken dat hij hierbij verwees naar het voorbeeld van Mohammed en Aïsha is niet integristisch, maar gewoon de waarheid. Over de slavernij alleen dit. Ik vind het verkrachten van slavinnen (goedgekeurd door de Profeet) geen substantiële vooruitgang en het castreren van slaven, eeuwenlang typisch voor de islam, evenmin. De horigheid (serfdom) werd in het christelijke Rusland afgeschaft in 1861; het laatste christelijke land dat de slavernij afschafte was Brazilië in 1888. In meerdere islamlanden bestond de slavernij tot ver in de 20ste eeuw. In 1926 was er nog een slavenmarkt in Mekka, het centrum van de islam. Het is niet integristisch dit te zeggen; het is gewoon de waarheid. Ten slotte, wanneer gaat men nu eens één van de beweringen die ik in mijn tekst naar voren breng ontkrachten?

      Etienne Vermeersch

      • door JanBlommaert op zondag 10 maart 2013

        Beste meneer Vermeersch, ik zal mijn vraag even preciseren want U wil er royaal omheen fietsen: ik stelde U de vraag of U bewijzen had voor Uw uitspraak dat de hadith een beeld geven van de mentaliteit van de Islam in de eerste eeuwen, in die gebieden die men nu Mali, Zanzibar, Jemen en zo meer noemt. Ik wacht Uw antwoord heel graag in.

        Ik voorspel dat U geen zinnig antwoord hebt, want dat wie iets van de taalkundige en culturele aspecten van geletterdheid afweet - U uiteraard niet - om dat soort 'feitelijke' beweringen in een schaterlach zal uitbarsten. Uw 'klassieke filologie' is inderdaad 'klassiek', in de zin van hopeloos voorbijgestreefd. Lectuur van goede actuele internationaal gezaghebbende bronnen hierover kan ik U desgewenst doorgeven. U zal er - helaas - ook bronnen van mijn hand bij moeten lezen.

        Er valt immers niks te ontkrachten aan wat U zegt. U moet eerst bewijzen wat U beweert. Dat is een onderscheid dat U, meneer Vermeersch, eindelijk eens moet leren. Uw uitgangspunten slaan nergens op, en U hebt geen idee van een ernstige methodologie voor het benaderen van dit soort thema's. Toon dus eerst eens aan wat U zo stellig voor waar houdt. Een zekere kennis van klassieke filologie is daarvoor natuurlijk ruim onvoldoende.

        Ook Uw nogal beknopt overzicht van grote internationale publicaties maakt weinig indruk. Iedereen beschikt vandaag over Google Scholar, U ook. Tik voor de pret even Uw naam in. U zal bronnen vinden - Uw grote publicaties - en aantallen citaties ervan. U mag, evengoed voor de pret, dan even de naam van ondergetekende ingeven en vergelijken. Uw poging hier om als Groot Wetenschapper erkend te worden is eerlijk gezegd pathetisch. U kan dit een bedenkelijke handelswijze van mij vinden, en dat mag U best; U gebruikt ze echter zelf met graagte, en U raakt er in de regel ook mee weg. Niet bij mij, helaas. U hebt geen benul van hedendaagse antropologische of tekst-analytische theorievorming, doe dan ook niet alsof, en probeer iemand die daar wel in beslagen is niet af te blaffen of weg te honen. En doe ook niet alsof het heden hier niet belangrijk is: de dame aan wie U deze open brief richt leeft in het hier en nu, niet in de elfde eeuw en niet op het Arabische schiereiland.

        De bottom line is: U hebt over dit thema niets, helaas niets, relevants te vertellen. Ik zal U het recht niet ontzeggen nog verder onzin te verkondigen. Maar verwacht van mij geen respect voor die onzin alstublieft. Ik zal ze telkens weer aanvallen en onderuit halen. En geef toe wanneer U fout bent of Uw hand hebt overspeeld in de kennis-poker die U zo graag speelt. Het zou dit debat wezenlijk vooruit helpen.

        • door evermeer op maandag 11 maart 2013

          Tegen mijn zin moet ik toch nog eens antwoorden op Jan Blommaert. Hij slaat werkelijk alles door mekaar. Er is een brede consensus dat Saddam na 1991 geen programma van nucleaire wapens meer had. De uitspraken van Powell en Blair in de aanloop tot de tweede Golfoorlog werden door ieder mens met gezond verstand afgewezen. Ik was dan ook één van de eersten die zich publiek tegen die oorlog heeft verzet. Daarentegen zijn er heel solide argumenten dat Saddam vanaf de jaren ’80 wel zo’n programma had. Eén van de vele is de onderschepping op Heathrow (1990) van een lading ontstekers voor kernwapens. De rest ga ik hier niet vermelden. De verwijzing van JB naar Powell en Blair – in de aanloop tot de tweede golfoorlog - bewijst immers dat hij niet goed bij de les is. Mijn bezwaar tegen het migrantenstemrecht was niet dat het VB stemmen zou halen. Zoals als al mijn standpunten was het principieel. Zodra de naturalisatie, dank zij Agalev versoepeld was, vond ik dat degenen die, hoewel ze van plan waren hier te blijven leven, de Belgische nationaliteit weigerden, ook authentiek burgerschap afwezen en die konden volgens mij geen aanspraak maken op stemrecht. Terloops, want hij leert het nooit, het ging hier niet over waarheid, maar over een waarde-oordeel. Velen hebben beweerd dat het VB stemmen won met het ‘cordon sanitaire’; ik heb dat nochtans altijd verdedigd omdat ik principes over de stemmen van het VB stelde. Iedereen kan het vaststellen: zodra het over feiten gaat, zit JB er naast; bij persoonlijke aanvallen, zonder enig bewijs, voelt hij zich in zijn nopjes. Ikzelf val zijn persoon niet aan, alleen zijn beweringen. In verband met de laatste nota van JB nog dit. Ik kan inderdaad niet bewijzen dat de hadiths de mentaliteit van Mali en Zanzibar weergaven; uiteraard, JB zou mogen weten dat die landen toen nog niet geïslamiseerd waren. Mijn verwijzing naar uiteenlopende hadiths bij sjiïeten en soennieten toont voldoende aan dat uiteenlopende stromingen tot uiteenlopende hadiths aanleiding gaven. Overigens tonen de thans ruim aanvaarde hiërarchieën inzake de betrouwbaarheid van hadiths aan dat men er zich van bewust was dat diverse groepen via die weg hun opinies wilden doordrukken. Maar wat baten kaars en bril…? Over mijn publicaties verandert hij opnieuw van onderwerp. Ik wou gewoon aantonen dat hij liegt als hij beweert “men zal in zijn CV vruchteloos zoeken naar grote internationale publicaties”. Nu ik aantoon dat die er wel degelijk zijn, stelt hij het voor alsof ik als “groot wetenschapper erkend wil worden”. Helemaal niet; ik wou alleen aantonen dat hij liegt, en dat is nu aangetoond; meer moet dat niet zijn. Het stramien blijft hetzelfde: algemene persoonlijke aanvallen zonder enig bewijs en zodra het concreet wordt blijkt het fout; die fout wordt dan weggemoffeld door met iets anders af te komen. Hij zegt dat ik in mijn artikel nog geen bewijs geleverd heb. Ik heb een hele reeks citaten uit de Koran vermeld die vrouwonvriendelijk zijn. Ik vraag JB aan te tonen, ofwel dat die citaten fout zijn, ofwel dat ze niet vrouwonvriendelijk zijn. Als hij dat niet kan doen heb ik het bewijs geleverd. Let wel, ik verwacht hierover weer geen algemene beweringen over mijn competentie, maar doodgewoon, punt voor punt concrete weerleggingen. Hij kan dit niet en dus moet hij mij persoonlijk aanvallen. Ik zal hem op dat bedenkelijke terrein niet volgen; hoewel ik het zou kunnen.

          Etienne Vermeersch

          • door JanBlommaert op maandag 11 maart 2013

            Meneer Vermeersch toch

            -De gebieden die ik vermeld zijn wel degelijk in de eerste eeuwen na de Profeet tot de Islam overgegaan. Als U deze onzin volhoudt zal ik U even les geven over dit thema. U bluft en liegt.

            -Uw argument inzake stemrecht voor migranten werd in de jaren 90 wel degelijk gemotiveerd met het argument dat ik aanhaal, en niet met de natiralisatiekwestie, die overigens slechts in 2000 aan de orde kwam. U liegt ook hier. Ik heb hier wat teksten liggen uit de jaren 90; ik wil ze gerust uitvoerig citeren.

            -Uw standpunt inzake Saddam was eveneens precies hetgene ik hier beschrijf. U beweerde bij hoog en bij laag dat Saddam atoomwapens fabriceerde; U verwijst hier naar een 'mediaconsensus'. U gelooft dus de gazettekens, en niet de vele deskundigen die (ook in de media) het atoomarsenaal van Saddam als onbestaand beschouwden, zeker na de aanval van israelische vliegtuigen op een nucleaire faciliteit in Irak. Powell en Blair bekenden overigens lang na het uitbreken van de tweede Golfoorlog, niet 'in de aanloop' er naar.

            -Over Uw geweldige publicaties heb ik het hier al even gehad. U spreekt met het gezag van een provinciaal filosoof, U doet alsof U deskundig bent. Dat heet dilettantisme. Ik geef nog even mee dat Uw 'letter to the Editor' in Nature niet eens wetenschappelijk is gerefereed; ikzelf zou zoiets nooit durven vermelden als een wetenschappelijke publicatie. Het is immers niet het tijdschrift dat een stuk 'wetenschappelijk betrouwbaar' maakt, wel de procedure via dewelke het in dat tijdschrift is gekomen. U suggereert een top-publicatie, terwijl het een niet-beoordeelde opiniestukje is. In een sollicitatieprocedure zou zoiets snel als een vorm van misleiding worden bestempeld. Voor bewijs, zie http://www.nature.com/nature/authors/gta/others.html#correspondence.

            Voor iemand die zich in deze deelstaat graag opstelt als de scherprechter over alles wat wetenschap is en wat niet is dit heel erg minnetjes. Ik geef ook even mee dat de publicaties die U vermeldt in Uw eerdere reactie de ENIGE publicaties van die orde in Uw bibliografie zijn. De 'lijsten' die U 'hier allemaal niet wil geven' zijn dus bluf: U gaf meteen ALLES wat in degelijke internationale kanalen is verschenen. En geen element van dat zeer korte lijstje maakt indruk. Zoals ik zei: vandaag de dag raakt U met dit CV niet meer benoemd als postdoctoraal onderzoeker. Dat, meneer Vermeersch, is Uw ware wetenschappelijke niveau. Ik geef even mee dat U zelf de criteria van publicatie-prestaties hebt ingevoerd als bindend voor aanwerving en promotie aan de UGent. Kom dus niet zeuren dat ik oneigenlijke criteria aanwend in mijn feitelijk oordeel.

            -Uw argument inzake Shia en Sunni en hun hadith slaat nergens op. Het geeft aan dat de geletterde clerus in de eerste eeuwen na de Profeet de leer in diverse richtingen ontwikkelde. Dat die hadith, of zelfs de tekst van de Koran, een weergave zijn van een brede cultuur, of die hebben vorm gegeven op de manier die U suggereert, is klinkklare nonsens. De letterlijke lezing van een boek is om nogal duidelijke redenen geen voor de hand liggende inspiratiebron voor ongeletterden; ze geeft hoogstens 'de mentaliteit' weer van de elites, maar vertelt ons niets over die van de doorsnee gelovige. Voor dat laatste hebben we heel andere studies nodig. Ook hier raad ik U nogmaals aan kennis te nemen van wat recente invloedrijke studies over geletterdheid in dergelijke samenlevingen.

            -U blijft jammeren over het feit dat anderen fouten zouden moeten zoeken in de citaten die U in Uw opiniestukje geeft. Enkel dan is er een debat zeker? Welnu, U lijkt niet te snappen dat Uw hele benadering volslagen irrelevant is. Wat U aantoont, in het allerbeste geval, is dat de mevrouw die U kastijdt 'dwaalt' als ze van oordeel is dat de Koran gelijkheid van man en vrouw uitdraagt. Uw gesprokkel van citaten moet dan aantonen dat de Koran 'vrouwonvriendelijk' is, en dus zou deze dame die woorden moeten inslikken.

            Prima. Et alors?

            U gaat wel nog wat verder, want uit dit lesje "zeg nooit A maar zeg B" leidt U "respect voor de historische waarheid" af. Welke historische waarheid? Niet die van het hier en nu, waarin het standpunt van deze mevrouw een 'feit' is. Neen, een geschiedenis 'van de Islam' (herlees even Uw eigen woorden) waarbij U ervan uitgaat dat die vroege geschiedenis relevantie heeft voor het standpunt van Mevrouw Azabar in 2013. Dat heet anachronisme, zoals we weten.

            Ziet U: U levert helemaal niks historisch-analytisch aan, U geeft een boekbespreking van een zeer oud boek, en die zou dan op een duistere wijze relevant moeten zijn voor standpunten en overtuigingen uit het urbane en superdiverse Vlaanderen van 2013. Het is volstrekt naast de kwestie, het is volkomen irrelevant. U begaat de fundamentale vergissing die talrijke auteurs hebben aangegeven: U gaat ervan uit dat het gedrag en de gedachten van mensen lineair verband houden met de grote teksten die hen omringen, en dat het dus volstaat die teksten te bestuderen om de mensen en hun handelingen te verstaan. Dat heet 'the fallacy of internalism'. Volgens die logica moet men het gedrag en de opvattingen van elke hedendaagse Amerikaan afleiden uit de declaration of Independence. U lijkt niet te snappen dat mensen tekstuele tradities doorheen de tijd in alle mogelijke richtingen trekken en verplaatsen, en dat tekst-interpretaties dus voortdurend in beweging zijn. Uw tekstueel fundamentalisme houdt geen stand in het licht van tonnen historische, antropologische en taalkundige studies. En dat, meneer Vermeersch, probeert U met alle middelen te verhullen en goed te praten. Het lukt U niet.

            Vermits U geen meter onderzoek hebt uitgevoerd in Uw loopbaan naar de werkelijke levens- en gedragspatronen van mensen in een hedendaagse diverse urbane omgeving, kan U een standpunt dat vanuit dat soort contexten komt slechts te lijf gaan met wat Koran-citaten. U hebt enkel Uw lectuur van de Koran, maar dat stelt U niet in staat op een gezagvolle manier te spreken over wat mevrouw Azabar beweegt, motiveert en inspireert in haar uitspraken. Voor U kan dat wel, uiteraard. Maar wetenschappelijk kan dat niet. U produceert hier een logisch klinkende toogfilologie.

            Hou toch op met deze dans, meneer Vermeersch. Het was al meelijwekkend, het wordt nu stilaan pijnlijk.

            • door evermeer op woensdag 13 maart 2013

              Ik verontschuldig mij tegenover de auteurs van enkele waardevolle bijdragen, zoals Mohammed Talhaoui, dat ik hun stuk hier niet kan beantwoorden, vanwege de onaflatende aanvallen op mijn persoon door Jan Blommaert.

              Aangezien we deze pagina’s niet onbeperkt in beslag kunnen nemen, wil ik met hen graag in discussie gaan via mijn e-mail: etienne.vermeersch@ugent.be

              Nadat JB eerst gezegd had dat er in mijn publicatielijst GEEN grote internationale publicaties van te vinden waren, heb ik er toch drie expliciet vermeld. Hij had dus manifest gelogen. Wat later schrijft hij “u gaf meteen ALLES wat in degelijke internationale publicaties verschenen is”. Nu verwijs ik naar het artikel: “Individual rights versus societal duties, Vaccine, 17, 1999, pp. 814-817. Vaccine is “the official journal of The International Society for Vaccines and the Japanese Society for Vaccinology”. Dat was dus een tweede leugen; ik geef maar één voorbeeld om hem de kans te geven tot een volgende leugen.

              Hij vindt het nuttig erop te wijzen dat mijn ‘correspondence’ in Nature geen wereldschokkende gevolgen heeft gehad. (Wat de relevantie daarvan is voor mijn stuk over de vrouw in de Koran mag Joost weten.) Zo’n ‘correspondence’ wordt inderdaad niet door referees onderzocht, maar wel door de redactie; anders zou men er talloze moeten publiceren. Na mijn stuk is er op het forum van ‘Nature’ een uitvoerig debat geweest met gedegen wetenschappers, waaronder medewerkers van de zoon van Werner Heisenberg. Die ‘correspondence’ heeft er ook toe toe geleid dat de eminente fysicus Roger Penrose (die o.a.samen met Hawking gepubliceerd heeft) en die nu in ‘bewustzijn’ geïnteresseerd is, mij om een bijdrage gevraagd heeft, die gepubliceerd is als: “Consciousness: Solvable and Unsolvable Problems” in: Penrose, R., Hameroff , S., Kak, S., Consciousness and the Universe Quantum Physics, Evolution, Brain and Mind, Cosmology Science Publishers, Cambridge, MA, 2011.

              Dit voor wat betreft de eerste serie leugens en irrelevante aantijgingen.

              JB gaat er prat op dat hij een omvangrijker bibliografie kan voorleggen dan ik.

              Vooreerst kom ik uit een periode waarin de A1-publicaties een geringe rol speelden. Met de criteria van JB konden noch Wittgenstein, noch Heidegger, noch Sartre ooit in aanmerking gekomen zijn. Maar, afgezien daarvan; (a) heb ik altijd alle vakken gedoceerd waarvoor ik benoemd was; alles samen voor 40.000 mensen. Kan JB dat ook beweren? Neen! (b) Daarnaast heb ik taken op de universiteit op mij genomen; vakgroepvoorzitter, decaan, lid van de Raad van Bestuur en vice-rector. (Voor dit laatste werd ik met een verpletterende meerderheid van de studentenafgevaardigden na drie stemronden verkozen (2/3) ondanks een christelijke en een loge-kandidaat.

              JB beweerde dat ik de studenten ‘platsloeg’; achteraf droegen ze me wel op de handen; merkwaardig. Overigens heb ik ook in het maatschappelijk leven mijn rol gespeeld: VRWB, FRWB, Mina-raad, Commissie inzake dierenrechten en vooral, voorzitterschap van het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek. In die functie heb ik een solide bijdrage kunnen leveren tot de realisatie van onze wetgeving inzake embryo-onderzoek, patiëntenrechten en euthanasie. Vooral voor dit laatste geef ik graag mijn hele bibliografie cadeau. Wat mijn publicaties betreft, heb ik mij tot nu toe hoofdzakelijk toegelegd op ons taalgebied. Mijn boek “De Ogen van de Panda” is op 25.000 exemplaren verspreid en heeft ook in Nederland een grote impact gehad. ‘De rivier van Herakleitos’ (Hugo Brandt Corstius: “Een schitterend boek. Lees het”) kent nu zijn zevende druk. ‘Dirk Verhofstadt in gesprek met Etienne Vermeersch’ (Willy Courteaux: “Het beste boek dat ik in jaren gelezen heb”) gaat naar zijn elfde druk. Ik kan de waardering van JB dus missen als kiespijn.

              Maar eerst nog een paar leugens. Met zijn onnoemelijke pretentie schrijft hij: “De gebieden die ik vermeld zijn wel degelijk in de eerste eeuwen na de Profeet tot de Islam overgegaan. Als U deze onzin volhoudt zal ik U even les geven over dit thema. U bluft en liegt.” Het ging hier over Zanzibar en Mali en de periode waarin de verzamelingen van hadiths geschreven werden (9de eeuw) Over Zanzibar lees ik in de ‘Encyclopaedia Universalis’ (1996): “Sur la côte de Zandj, comme ils la nomment, les Arabes enracinèrent à partir du dixième siècle des comptoirs commenciaux… ». Dat strookt met diverse passussen die ik op het Internet vind : (a) “On the east coast of Africa, where Arab mariners had for many years journeyed to trade, Arabs founded permanent colonies on the offshore islands, especially on Zanzibar, in the 9th and 10th century.” (b) “Traders began to settle in small numbers on Zanzibar in the late 11th or 12th century, intermarrying with the indigenous Africans”.

              Uit deze en andere citaten krijg je de indruk dat in de negende (misschien al de 8ste ?) eeuw Arabische kooplieden handelskolonies stichtten, die zich (en de islam) langzamerhand uitbreidden en stilaan, wellicht reeds in de 12de eeuw, het land grotendeel geïslamiseerd hadden (niet in de 9de eeuw dus). Over Mali zegt de Winkler Prins (1981) “Islamitisch koninkrijk ontstaan in de 11de eeuw. Het heeft de plaats ingenomen van het Ghana-rijk. (dus weer niet in de 9de eeuw). Als stichter geldt Keita, leider van het Mande-volk, die tot de islam overging.” In de ‘Encyclopaedia Universalis’ lezen we: “ Au onzième siècle les Berbères Almoravides entreprirent la conquête de cet empire animiste » (dus zeker voor de 11de eeuw niet-moslim). Les Soninke hostiles à l’islamisation se réfugièrent au sud. »

              Dat strookt met wat ik op het Internet vind : « Although originally a diverse settlement of agro-pastoralists, the empire was soon dominated by the Soninké, a Mandé speaking people. The Soninké kings never fully adopted Islam, but the empire had good relations with Muslim traders. Nevertheless, the Ghana Empire fell in 1078 as a result of inter-dynastic turmoil and a sweeping change in political structure, likely attributable to Almoravid intervention.” Voor JB volstaat het blijkbaar dat enkele islamitische kooplui zich ergens vestigen, om die streek automatisch als geïslamiseerd te beschouwen.

              Overigens komt die hele discussie voort uit zijn onwetendheid over wat een hadith is. Die bevatten niet alleen een tekst van of een verhaal over de Profeet. Die zijn ook voorafgegaan door een ‘isnad’, een ketting van getuigenissen die uiteindelijk bij een metgezel van Mohammed eindigen. Het spreekt vanzelf dat alleen echte islamkenners daarmee vertrouwd waren. De mentaliteit waarover ik het had, was evident niet die van het gewone volk, maar wel van de opinieleiders die geacht werden de islam te interpreteren. Dat dit niet het gewone (vaak ongeletterd) volk was, volgt uit de aard van een hadith zelf. Maar ik kon natuurlijk niet vermoeden dat JB niet weet wat een hadith is. Zijn bewering over Zanzibar en Mali is dus niet alleen fout, maar ook irrelevant: zelfs als ze geïslamiseerd waren, kon je daar moeilijk getuigen gaan vinden die een isnad konden bevestigen.

              In verband met het migrantenstemrecht bevestig ik dat wie mijn publicaties hierover volledig leest, zal vaststellen dat mijn basisargument ligt in het feit dat volgens mij echt burgerschap met naturalisatie moet samengaan (uiteindelijk maakte ik voor de eerste generatie wel een uitzondering op die eis). Ooit heb ik eens de retorische vraag gesteld of de verdedigers van dat stemricht dat nog zouden volhouden als dat tot een volstrekte meerderheid voor het VB zou leiden. Ik ben er wel van overtuigd dat ik nooit formeel een voorspelling gedaan heb dat dit effectief zou gebeuren. Als men dit toch ooit zou bewijzen, zal ik zeggen dat dit een stommiteit was. In tegenstelling met JB ben ik wel in staat eventueel een fout te erkennen.

              Wat de grond van de zaak betreft, nog dit. Ik keur het goed dat mensen in de Koran of de Bijbel uitspraken vinden die hen positief inspireren. Wat mevrouw Azabar naar voren bracht was echter een feitelijke bewering van historische aard, nl. dat de Koran een vrouwvriendelijk boek is. Ik heb er een hele reeks beweringen uit geciteerd die manifest niet vrouwvriendelijk zijn, zoals ik vroeger vaak op inhumane passussen uit de Bijbel gewezen heb. Dat zijn gewoon historische vaststellingen. Dat men na het constateren van dat alles toch een moderne positieve houding tegenover de islam kan ontwikkelen, heb ik beklemtoond door te verwijzen naar een aantal moderne islamdenkers.

              In verband met JB wil ik nog het volgende kwijt. Ik heb aangetoond dat in de Koran (a) het uithuwelijken van niet geslachtsrijpe meisjes toegelaten wordt, (b) de man zijn vrouw mag slaan als ze ongehoorzaam is, (c) vrouwelijke slavinnen aan de seksuele willekeur van hun meester onderworpen waren. Ofwel geeft JB mij gelijk dat deze en de andere vermelde passussen vrouwonvriendelijk zijn en dat de Koran dus (als historisch geschrift), in die zin vrouwonvriendelijk is; ofwel heeft hij een aparte, Blommaertiaanse methode van lezen, waarmee je eventueel ook Mein Kampf jodenvriendelijk zou kunnen noemen.

              Ik herhaal dat JB tot nu toe veel algemeenheden heeft gespuit, maar nog geen enkele bewering van mij heeft ontkracht.

              Etienne Vermeersch

              • door JanBlommaert op woensdag 13 maart 2013

                Vermeersch verweert zich: "Vooreerst kom ik uit een periode waarin de A1-publicaties een geringe rol speelden." Ik mag hem dus niet beoordelen aan de maatstaven van vandaag.

                Dat zegt de man die een tekst uit de 7de-8ste eeuw voorhoudt als baken om het gedrag en de opvattingen van 21ste eeuwse Moslims te begrijpen.

                Mijn kinderen zeggen over zoiets: DOODLACHEN

              • door jorisv op woensdag 13 maart 2013

                Meneer Vermeersch,

                hoewel ik het heen en weer gooien van hadiths en soera's ongelooflijk irrelevant vind voor het maatschappelijk debat, verwondert het mij zeer dat u hier verder voor past. U verkiest de discussie met o.a. mijnheer Talhaoui, die ingaat op uw oproep om een alternatieve selectie hadiths naar voor te schuiven, verder te zetten via e-mail in plaats van op dit publieke forum. Schijnbaar vindt u het rondje schaduwboksen met Jan Blommaert over uw "persoon" belangrijker dan in te gaan op het inhoudelijke commentaar van mijnheer Talhaoui. Gebrek aan plaats op dit forum is in dat geval blijkbaar geen argument. Een mens zou zich afvragen waar het u dan eigenlijk om te doen was met uw open brief.

                Joris

      • door JanBlommaert op zondag 10 maart 2013

        Ter informatie, enkele louter feitelijke waarnemingen.

        De hele bibliografie van Vermeersch is te vinden op http://etiennevermeersch.be/boeken/bibliografie-van-etienne-vermeersch. Alles is te checken.

        Van de 11 boeken + 3 collectieve werken is er geen enkele bij een internationale uitgeverij gepubliceerd.

        Er worden 79 artikels opgelijst op 51 publicatie-jaren (1961-nu). Daarvan zijn er ruim 50 in het Nederlands en lokaal gepubliceerd. Dit geldt ook voor enkele Engelstalige bijdragen gepubliceerd in Philosophica Gandensia, destijds ook gekend als 'de Gazet van de Blandijn'. Het wetenschappelijke niveau van de vermelde artikels is niet altijd even helder. Zie bijvoorbeeld publicatie 75, "Wat poëzie voor mij betekent", 2002, gepubliceerd in de Poëziekrant. Of nog publicatie 8, "In memoriam Prof. E.A. Leemans", De Brug, XI, 1969, pp. 161-164. verder ook wat dingen in Ons Erfdeel, congresverslagen en zo meer.

        Het 'zeer indrukwekkende' artikel van Vermeersch over 'culture', vermeld in zijn reactie, verscheen in 1977 en kreeg op Google scholar 23 citaties, in ruim 35 jaar gepubliceerd leven. http://scholar.google.be/scholar?q=An+analysis+of+the+concept+of+culture&btnG=&hl=en&as_sdt=0%2C5. De wetenschappelijke wereld werd er niet echt door geschokt.

        Zijn geweldige publicatie in 'Nature' is geen artikel maar staat onder 'correspondence', en is precies twee pagina's lang. Het is een academisch opiniestukje. http://www.nature.com/nature/journal/v459/n7250/full/4591052d.html. Ook daar lijkt de wereld niet spectaculair veranderd door deze 'top-publicatie'.

        Nodeloos te zeggen dat er niets ernstig wetenschappelijks te vinden is over Islam of over de hedendaagse beleving van urbane cultuur. Opinies bij de vleet, en van het 'klassieke filologie' niveau van hierboven. Maar ernstig en methodologisch rigoureus onderzoek over deze dingen: zero.

        Ik moet deze week sollicitatiegesprekken houden voor een postdoctorale aanstelling. Iemand met dit soort CV komt er gewoonweg niet in.

        Het is de hoogste tijd dat men de ballon Etienne Vermeersch eens doorprikt. Het is goed dat men deze man erkent voor wat hij is: Vlaanderens grootste dilettant. En dit is geen waarde-oordeel, maar een feitelijk oordeel.

      • door Helene P op maandag 11 maart 2013

        Meneer Vermeersch, u zegt dingen die u niet weet. Ik heb drie jaar onderricht in de Islam gevolgd, de hele Koran, de Hadith, de beginselen van het sufisme en de praktijk. Door een gewone Sunni Imam, wel in een niet-arabisch land en uit een niet-arabische cultuur. Hetgeen niet betekent dat ik 'gelovig' ben, maar dat is een ander verhaal. Die solidaire Imam had een groot respect voor vrouwen en de strijd voor vrouwenemancipatie. We hebben dus veel gediscussieerd over de soort citaten die u aanhaalt en hoe ze te interpreteren. Kortom, ook hij zou uw manier van de 'vrouwonvriendelijkheid' van de Koran 'bewijzen' meteen integristisch of fundamentalistisch noemen. Hij hoefde daar niet zoals u allerlei theologen erbij te slepen en was ook geen grote linkse revolutionair zoals Imam Abdullah Haron (vermoord door het apartheidregime in 1969) of Imam Achmad Cassiem (u mag opzoeken wie zij zijn) voor wie hij wel veel bewondering had. Net als deze bekende Imams - en vele anderen... - drong mijn eenvoudige Imam er altijd op aan dat de Islam op de eerste plaats tegen iedere vorm van onderdrukking was.

        Wat de slavernij betreft, had ik het over de normen voor de behandeling van slaven in de Koran, die in die tijd een verbetering waren, en vele eeuwen later relatief nóg waren in vergelijking met de horror van zgn veel 'beschaafdere' christenen, de slavenhandelaars en -'bezitters' alsmede de (vnl maritieme) bourgeoisie in Europa wier opkomst en verrijking erop gebaseerd waren. (Het is dan ook pas met de opkomst van de industriële bourgeoisie die niet gebaseerd was op slavenarbeid, dat de slavernij werd afgeschaft. Niet vanwege de morele waarden van het christelijk geloof. Die vorm van slavernij althans...) Maar ook daar bent u in uw antwoord selectief en zelfs insinuerend omdat u het steeds hebt over landen/culturen als Iran of - nog insinuerender maar in feite nietszeggend - 'shariahspecialisten' (=???). Dwz u speelt op hedendaagse Vlaamse of Europese angsten die te maken hebben met zaken als immigratie en racisme, 'war on terror', imperialisme en wat men in een wijde zin 'politieke Islam' pleegt te noemen. Dwz de nieuwe 'vijand' sinds de Koude Oorlog. Is dat 'dé Islam'? Zijn de Tea Party of Opus Dei, of de apartheidsdoctrine (ingebed in het Calvinisme en gebaseerd op bijbelteksten), of de Hutu priesters die in 1994 genocide preekten onder aanhaling van Paulus, of genocide-geile Evangelistische groepen of welke christelijk-fundamentalistische club dan ook 'hét christendom'? Of - zoals de mannen vd apartheid volhielden: de 'Westerse christelijke beschaving'? Om ook eens te citeren: "God said to Saul [Paulus]: Now go, attack the Amalekites, and totally destroy all that belongs to them. Do not spare them; put to death men and women, children and infants, cattle and sheep, camels and donkeys." 1 Samuel (15:3) Deze en andere teksten werden gebruikt door Puriteinen die Indianen doodden, door die Hutu priesters en andere christenen die moord of genocide willen rechtvaardigen met bijbelteksten. Zie 'Christen fundamentalisten onderwijzen genocide' http://www.guardian.co.uk/commentisfree/2012/may/30/christian-fundamentalists-plan-teach-genocide. Over vrouwen kun je ook ladingen bijbelcitaten of -concepten vinden die gebruikt worden om vrouwenonderdrukking te rechtvaardigen. Of homofobie zoals we recent nog in de straten van Parijs hoorden in manifestaties tegen de wet voor homohuwelijk...

        Dat integrisme (in de zin van conservatisme van gelovigen die iedere verandering weigeren in de naam van trouw aan de tradities) en fundamentalisme (als theologische stroming) inherent zijn aan de Islam, is helaas wel wat uit uw relaas spreekt. Ondanks de decoratieve omkadering. Om nog niet te spreken over hoe u culturen, culturele tradities en conservatismes waaronder het (overal hardnekkige) patriarchaat zonder meer terugvoert niet alleen naar de Koran maar naar 'dé Islam' als dat toevallig een wijdverspreide religie is in een cultuur of land. Alsof u net als al lang voorbijgestreefde culturele antropologen nog steeds denkt dat geloofssystemen het sociale en economische determineren en bovendien onveranderlijk zijn. Of als het over woorden en teksten gaat, weet u dan het verschil niet meer tussen signifiant en signifié? Tussen een rechtvaardigingsdiscours en waar het in wezen naar verwijst, bijv. uitdrukkingen van racisme of machisme? Sorry, het zal uw bedoeling wel niet zijn, maar als wetenschapper zou u toch eens na moeten denken over connotaties, implicaties en vooroordelen die in uw teksten kunnen sluipen, dwz uw eigen teksten aan een grondige discourse analysis onderwerpen. En dus ook hoe ze op de lezers overkomen. Vind u het bijv. niet vreemd dat u hier van alle kanten kritische commentaren oogst? U lijkt op een wolkje van teksten en woorden te leven zonder u - als filoloog nota bene - te realiseren dat die slechts betekenis krijgen in een sociale context met alle connotaties en implicaties en de analogieën die ze oproepen.

        Neen, uw Islam is niet 'dé Islam'. Het is niet de algemene interpretatie door gewone Moslems rondom ons. Ook al zijn er onder hen die meer of minder aan tradities hechten en dat voor allerlei redenen, o.a. identiteit. Het is trouwens maar de vraag in hoeverre identiteit en gelovig-zijn in alle gevallen samengaan... Met name in de Islam die een veel sterkere sociale dimensie bezit dan het Christelijk geloof, dat steunt op individualisme. Ook in de wijdere wereld zijn er zeer veel tegenvoorbeelden te vinden die u misschien zullen verbazen. Zoals de hierboven vermelde Imams Haron en Cassiem en hun Moslemgemeenschap. Of ook het volgende historische voorbeeld eveneens uit Zuid-Afrika. Zoals u weet, was slavernij een legale en wijdverspreide instelling in de Kaap Kolonie. De meeste slaven kwamen van origine uit Azië, vnl Indonesië. De Islam verspreidde zich onder de Kaapse slaven als de bevrijdende religie, in feite als een verzetsbeweging. Ik raad U en alle lezers aan om er de recente, op historisch onderzoek (en zijn eigen voorvaders) gebaseerde roman van André Brink, 'Philida', op na te lezen.

        (En tussen haakjes, ik ben linguïste met een eerste graad in filologie en ook een in geschiedenis, hoewel mijn opleiding blijkbaar al moderner was dan de uwe. En met zelfs ook artikelen in internationale tijdschriften in mijn specialiteit, maar dat is al lang geleden...)

        PS het artikel in The Guardian verwijst o.a. naar: Philip Jenkins, 'Laying Down the Sword' 2011, HarperCollins, en boek dat u misschien zal interesseren.

        • door Helene P op woensdag 13 maart 2013

          Ter verduidelijking: 'Philida' van André Brink gaat over een vrouw, een jonge 'huisslaaf', die zich uiteindelijk via de Islam bevrijdt - niet alleen van haar 'eigenaar' maar ook van haar 'verlichte' blanke geliefde.

          Zie verder het commentaar en de citaten van Mohammed Talhaoui waarop u vreemd genoeg niet antwoordt hoewel dat het debat is waarom u vroeg en hij zeer duidelijk en uitgebreid op uw relaas in gaat.

  • door Jelle Versieren op zondag 10 maart 2013

    Als marxist blijf ik versteld staan hoeveel progressieve mensen met hand en tand een monotheïstische godsdienst blijven verdedigen. 1. Vermeersch mag er dan wel een scholastieke op nahouden, zijn godsdienstkritiek is wel gegrond in verschillende tradities: via Spinoza en Hume, via de Franse Verlichting, via de Duitse Jong-Hegelianen en Marx, via Russell en Wiener Kreiss, via de Kritische School, etc. De tegenstanders van Vermeersch denken dat hun eclectische mengeling van factisch, descriptief historisme en post-structuralistische discours-analyse aanspraak kan maken op deze traditie? Bij mijn weten hebben al deze voorgaande tradities 1 zaak gemeen: elke kritiek begint met godsdienstkritiek. 2. Het gouden kalf in de vereringscultus van de subalterne cultuurfenomenen heeft weinig te maken met emancipatie. Het is niet omdat "subalterne" sociale groepen een bepaalde praxis heeft, dat het daarom ook als positief moet worden ervaren. Emancipatie verloopt via kritiek, ook op de praxis van degenen die niet behoren tot de hegemonische klassen. Marx heeft personen zoals Weitling serieus de mantel uitgeveegd omdat deze de organische ideologie van ambachtslieden op een piédestal plaatste. De katholieke en islamitische praxis hebben nog steeds een hermetische kern vol bijgeloof. Ik zie geen enkel positief gegeven in het promoten van de ongelijktijdigheid van de moderniteit. De moderniteit heeft een seculiere kern, en alleen de seculariteit moet gepromoot worden om te komen tot een algemene en universele progressie van de mensheid. Het bewieroken van subalterne particulariteit blijft nog altijd even onzinnig als het was in de 19de eeuw met het katholieke bijgeloof. De jonge Habermas stelde dat godsdienst in essentie een hardnekkig artefact van de premoderniteit is.

    • door JanBlommaert op zondag 10 maart 2013

      Wie 'verdedigt' hier een monotheistische godsdienst, meneer Versieren?

      • door Jelle Versieren op zondag 10 maart 2013

        U natuurlijk. U maakt geen onderscheid tussen de analytische-interpretatieve tools van theorieën die ik ook onder de knie heb, en het transformatieve luik van een radicale politieke filosofie. Wat ik lees is dat het godsdienstige aspect van een bepaalde onderlaag moet worden gesteund, omdat het nu eenmaal de organische ideologie is van die onderlaag. Waar is het transformatieve luik? Elke goede marxist weet dat een kwalitatieve maatschappelijke (materieel en mentaal) sprong maar pas kan worden gemaakt indien een theoretische sprong wordt gemaakt van de organische common sense naar een good sense, waarbij het seculiere denken een van de voornaamste politieke hefbomen is. Godsdienst, hoewel potentieel particulier emanciperend in premoderne tijden (bv. de rol in boerenopstanden of ambachtsopstanden), is gebrekkig vanuit het oogpunt van het universeel emanciperend modernisme met haar moderne revoluties. Dus ik blijf wachten op de even ongenadige godsdienstkritiek tegen de islam als de vorige generaties marxisten dit deden tegen het christelijke geloof. Het doel is immanent materialistisch denken, niet een godsdienstige subjectiviteit. Het alternatief is blijvend particularistisch obscurantisme onder de vlag van de ontmoeting met "De Ander". Dat laatste is de culturele logica van het laatkapitalisme onder de noemer tolerantie (zie Zizek).

        • door JanBlommaert op maandag 11 maart 2013

          U mag die genadeloze kritiek gerust zelf geven meneer Versieren. Wat mezelf betreft,m ik heb lang geleden met Herman de Ley het Centrum voor de Studie van Islam in Europa opgezet aan de UGent, niet om Islam te 'verdedigen', wel om ze als cultureel, maatschappelijk en politiek fenomeen te bestuderen. Het transformatieve luik, met andere woorden, stond centraal. De website van het Centrum bestaat nog, U kan er even op struinen: http://www.cie.ugent.be/CIE/index.htm.

          Voorts ben ik niet van oordeel dat een beschrijvende analyse een 'verdediging' is van datgene wat men beschrijft. The Condition of the Working Class in England is niet echt een verdediging van de onderdrukking van de werkman. Dat soort beschrijvingen zijn een voorwaarde tot verandering, dacht ik van Marx te hebben geleerd. Ik dacht ook dat hij ons voortdurend aanspoorde om de theorie van de revolutie enkel dan toe te passen wanneer de bestaande situatie in detail is geanalyseerd.

          • door Jelle Versieren op dinsdag 12 maart 2013

            Ik ken Prof. de Ley's contributies, en ik heb daar veel respect voor. Een identiek respect heb ik voor uw bijdragen over populisme, nationalisme, etc. Ik schrijf ook samen met een collega in de vakgroep Derde Wereld over de politieke economie van modern Egypte, het onderwerp is mij dus niet compleet vreemd. En mijn visie verschilt in wezen weinig met de programmatorische-ideologische visie van de seculiere zijde in Egypte betreffende de Islam. Namelijk dat de sociale praxis van de religie in politieke vorm niet strookt met de lange traditie van moderniseringsgedachten (zie bv. Timothy Mitchell of de Egyptische marxisten zoals Malek). Of je nu marxist of Nasserist bent, of eerder de Wafd-partij steunt. Maw, deze bewegingen hebben al meer dan een halve eeuw niet meer een religieus discours nodig om een transformatie van de samenleving te beogen. Ik zie niet in waarom dit wel het geval zou moeten zijn in de avondlanden van de moderniteit. Maw, de moslimidentiteit bij ons is eerder een product van de sociale achtergesteldheid en bestendigt deze situatie. En het staat ook duidelijk haaks op de mijlenverre voorsprong van de seculiere zijde in diverse Arabische landen.

            Ik heb dus ook geen fundamentele kritiek op uw descriptief antropologisch kader. Dat heb ik ook nooit beweerd. Alleen zie ik bij u geen transformatief luik. Engels' boek was een studie en een aanklacht, en het seculiere socialisme werd als programma en interpretatiekader voorgesteld. Zoals E.P. Thompson reeds beschreef over de eerste opstanden tegen het fabriekssysteem, was religie (bv. methodisme) reeds in die duistere tijden ook een remmende factor, hoewel mensen teruggrepen naar dat premoderne discours om hun ongenoegen te laten blijken. Eenmaal de moderniteitsgedachte gecombineerd werd met een marxistisch interpretatiekader, kon alleen via deze frame gekomen worden tot een transformatie. Omdat het nu eenmaal een betere frame is dan pakweg het methodisme of het gildensocialisme.

            • door JanBlommaert op woensdag 13 maart 2013

              We zijn duidelijk al een stuk verwijderd van een betoog over "verdediging van een monotheistische godsdienst". So far so good.

              Voor alle helderheid: ik ben atheist maar niet anti-religieus, omdat ik me laat inspireren aan het standpunt van bijv. Locke inzake de onverschilligheid tegenover iemands diepste overtuigingen. En voor alle helderheid, ik schrijf al een paar decennia over de manier waarop Islam, en radicalisering, een maatschappelijk fenomeen zijn dat in een dialectiek staat met een hegemonie van steeds hardnekkiger afwijzing. De 'regressie', zo U wil, van een 'gematigd' naar een 'radicaal' religieus systeem, kan je niet begrijpen vanuit een wezenlijke traditie (zoals Vermeersch, Van Rooy, Cliteur en andere Wilders-adepten), maar net als een vernieuwing die uiting geeft aan een conflict in de samenleving.

              Dit beschrijven is, zoals eerder gezegd, iets helemaal anders dan dit goedkeuren of toejuichen. Men kan allerhande zaken perfect begrijpen, en dat moet men zelfs indien men ze wil afwijzen met recht van spreken. We hebben die beschrijving evenwel nodig omdat ze een diagnostiek bevat, die de kern van transformatie inhoudt. Concreet: we gaan dit conflict niet oplossen door Islam te verbieden of zoiets (Wilders), of door Moslims uit te leggen hoe onnozel ze wel zijn (Vermeersch). De kern ligt in de maatschappelijke verhoudingen, en indien men Moslim-radicalisering als een probleem ziet dan moet men dit aanpakken door die diepere (en fundamenteel niet-religieuze) maatschappelijke verhoudingen aan te pakken.

              Het transformatie-aspect is er dus wel degelijk, indien men het wil zien.

              En wat E.P Thompson betreft: Hij zou zelf met alle macht pleiten om elke concrete situatie op zichzelf grondig te analyseren - zie zijn Poverty of Theory, nog altijd een van de krachtigste methodologische opstellen ooit geschreven. Het feit dat religie een rem was op de vroege sociale transformatie in Engeland maakt dit gegeven niet tot een 'model'. Men kan over Rerum Novarum van alles zeggen, maar niet dat het een sociaal conservatief traktaat is, en dat het een diepe kloof veroorzaakte in de houding van de Katholieke kerk, bijvoorbeeld chez nous, voor en na de encycliek.

              Dit gezegd zijnde woon ik in een buurt waarin, op ongeveer 1 kilometer, zowat 15 nieuwe evangelische kerken hun deuren hebben geopend en elk weekend honderden gelovigen uitnodigen op gebedsbijeenkomsten waarop mirakelen worden verricht. Die gelovigen zijn, zoals de kerkleiders, nieuwe migranten uit Afrika, Latijns Amerika en Azië. Bij afwezigheid van formele krachtige solidariteitsmechanismen vult een sensationele religiositeit het vacuum van de armoede. Ik keur het alweer niet goed, maar vind het belangrijk om het te beschrijven als gegeven.

              • door Jelle Versieren op donderdag 14 maart 2013

                1. Locke heeft dan ook een problematische theorie betreffende private individuen die kapitaal en arbeid hebben, en zijn stilte over de samenleving als stuctureel aggregaat in verhouding met de staat. Maw, voor Locke bestaan alleen individuen die arbeid en kapitaal verhandelen, en om het succesvol te moeten laten verlopen hebben ze alleen zich te houden aan zeer minimale principes betreffende fysiek zelfbeschikkingsrecht. Verder, heeft Alan Ryan een halve eeuw reeds geleden duidelijk gemaakt dat deze onverschilligheid gebaseerd is op de vestiging van een bourgeois dictatuur, de onverschilligheid komt voort uit de individualistische kijk op de zaak, terwijl de samenleving wordt gestuurd door de wetten van het eigendomsrecht. Dus, helaas werkt religie niet op die manier. Religie zit ook vervat in dat structureel aggregaat, en dan is het uiteindelijk een staatsvraagstuk hoe daar mee om te gaan. Ik pleit voor een complete neutrale staat zoals in Frankrijk, waarbij de staat actief zorgt voor het feit dat religie een louter individuele zaak blijft. De notie van civilité legt de link tussen staat, samenleving en individu. Dat is de overwinning van het universele op premoderne particuliere identiteiten van het Ancien Régime. 2. Voor mij is de islam geen boeman zoals deze bij Wilders naar voor komt. Sterker nog, ik vind het een complete idiotie om te beweren dat de islam een zaak is van jihadi's en fundi's. Mijn punt is eerder dat zowel epistemologisch-ontologisch religie afdoe als onzinning (de theologische fundamenten), als is het mijn overtuiging dat er betere kaders bestaan om maatschappelijk progressie te maken (Marx, Gramsci, Lenin). Een seculier, materialistisch kader. En er is niets verkeerd om vanuit dat kader duidelijk te maken dat binnen het modernisme politieke actie niet langer moet gedragen worden door een religieuze inspiratie. Het doel is onwetendheid te verbannen, omdat niemand geholpen is met onwetendheid. Een socialistisch streven. 3. Thompsons boek is a great read, helaas snapte hij weinig van Althussers inzichten. Oa. over de connectie tussen ideologie-filosofie-wetenschap. 4. En die afwezigheid, daar heeft links compleet de schuld aan, nu nog altijd. Nu zegt men gewoon "laten we meegaan naar die kerk". Neen! Dat doe je niet! "De prins" van de politiek is een eigen partij met een eigen hegemonische doelstelling, de enige mogelijke weg.

                • door JanBlommaert op donderdag 14 maart 2013

                  Beste Jelle Versieren, als ik dit lees heb ik de indruk dat ik een evangelisch predikant aanhoor. Dat heb je met Althusserianen uiteraard :-)

                  Ik stel voor (a) dat je jouw radicale kritiek van Islam publiek maakt. Als daar zo'n behoefte aan is dan moet je dat maar snel doen, en niet naar mij kijken; (b) dat je die kritiek ook op de ene of andere manier toepasbaar probeert te maken op de concrete realiteit. Die hegemonie die je beoogt, of die transformatie, zal immers niet plots uit de lucht komen vallen, en evenmin zal ze uit een boek van Althusser te voorschijn springen.

                  Het was Howard Becker, als ik me niet vergis, die ons het onderscheid leerde tussen waarden, regels, en gedrag. Waarden, dat zijn algemene richtlijnen zoals "het verkeer moet veilig zijn". Regels zijn afgeleide richtlijnen voor delen van gedrag; bijvoorbeeld: een snelheidsbord dat zegt dat je 70 mag rijden. Gedrag is dan wat we daar allemaal concreet mee aanvangen. Bijvoorbeeld: "ik rij 80 want er is toch geen verkeer en ik zie geen flikken".

                  Ik hou me liefst met gedrag bezig, en werk dan mijn weg omhoog naar de twee andere niveaus. Je hoeft me in die voorkeur niet te volgen, maar dat verschil zorgt er wel voor dat ik niet de juiste gesprekspartner ben voor dit soort thema's.

                  Daar komt nog bij dat wanneer ik me bezig hou met heel kwetsbare mensen in de samenleving, zeg maar daklozen, ik me daar nogal vaak in het gezelschap vind van gelovige mensen. Logebroeders of hardcore atheïsten loop ik daar eigenlijk zeer zelden tegen het lijf. Dat kan aan mij liggen, of aan die daklozen. Maar het kan evengoed aan het geloof van die mensen liggen. Je kan daar klein over doen natuurlijk, maar mij blijft het verbazen dat gelovigen vaker in de frontlijn van de strijd tegen ongelijkheid verschijnen dan eender welke andere categorie mensen. Je zal me dan ook niet snel overtuigen van een louter principieel verzet en afwijzing van geloof als verdwazing en als een hinderpaal voor sociale strijd. Wat dat laatste betreft: toen ik daarstraks op de trein stapte, stapten een hele groep mensen in groene jekkers uit de trein. ACV-miltanten die terugkwamen van de betoging. Rerum Novarum, nietwaar. Ik ben blij dat ze er zijn, en dat ze met heel erg veel zijn.

                  Het is dus best dat we dit debat verder blauw-blauw laten. Ik ben immers een Thompsoniaan.

                  • door Jelle Versieren op zaterdag 16 maart 2013

                    Neo-Hegeliaans marxist, en kritisch realist. Ik ben zeer diep beïnvloed door de inzichten van Hegels Logik (de progressieve-retroactieve ontwikkeling van kennis als praxis, de interactie tussen het subjectieve en het objectieve, de sprong van voorwaarden via essentie naar het bestaande, de gecontrueerde interne rationele relaties tussen concepten, de verhouding tussen het particulier-concrete en het universele als tegelijk meest formele en meest complexe entiteit, etc.) en Roy Bhaskars Dialectic. Niettemin staat nu al vast dat Althusser een blijvende waarde zal hebben betreffende de vraagstukken over materialisme, ideologie en epistemologie. Zoals Peter Thomas het verwoordde: we leven steeds in twee politiek-theoretische "momenten": Gramsci (absoluut historicisme) en Althusser (de noodzakelijkheid tot het lokaliseren van contradicties in een gelaagheid van praktijken).

                    Neen, en dat is de schuld van de huidige generatie intellectuelen en het theoretische verval van de linkse wetenschappelijke praktijken, gecombineerd met een blijvende politieke malaise. Er is gekozen voor de gemakkelijke oplossing, "laten we gewoon de organische ideologie van subalterne klassen als een waarheid op zich nemen". Dat was een fatale, zeer fatale fout, gedreven door een bepaalde vorm van luiheid en/of defaitisme. Dan ligt de weg open voor allerhande aberraties.

                    Waarden zijn niets meer dan ethische verwoordingen van ideologische praktijken die een subject scheppen, en die het subject laat geloven in zijn eigen subjectivering. Ergo zijn alle waarden een site van transformatie, een site waarbij de sterkste politieke en theoretische praktijk wint.

                    • door JanBlommaert op zondag 17 maart 2013

                      "Dat was een fatale, zeer fatale fout, gedreven door een bepaalde vorm van luiheid en/of defaitisme. Dan ligt de weg open voor allerhande aberraties."

                      -Fataal: voor wie of wat? -Aberratie: van wat?

                      In zijn geheel: geef me eens een concreet toepassingsveld voor al die esoterische blabla a.u.b. Ik weet het, je dpctoraat natuurlijk. Maar een ander voorbeeld, iets dat met de concrete praktijk van sociale actie te maken heeft.

                      Bijvoorbeeld: hier ligt een dakloze in de goot en het vriest. Wat ga ik doen?

                      • door Jelle Versieren op zondag 17 maart 2013

                        Fataal voor het linkse politieke veld. De crisis van het linkse denken overlapte de opkomst van het neoliberale economische systeem in de jaren 70 & 80. Toen finaal de meeste eurocommunistische partijen verdwenen, werd alleen nog honend gedaan over de marxistische traditie van een gecentraliseerde partij met de missie een intellectuele hegemonie te creëren. Plots werd alles grassroots, culturalistisch, post-materialistisch, pluralistisch, etc. Dat zijn de aberraties.

                        Mijn doctoraat gaat over het corporatieve stelsel en fabriekssystemen in de transitie van feodaliteit naar kapitalisme.

                        Dat zal afhangen van uw persoonlijkheid en middelen.

        • door Geert Daems op dinsdag 12 maart 2013

          Mijnheer Versieren haspelt de dingen nogal graag door elkaar heb ik de indruk. Marxisten allerhande beschouw(d)en de kritiek van de religie steeds als een onderdeel van een veel bredere maatschappijkritiek. Een kritiek van de religie die daarentegen in en voor zichzelf bestaat is dan in principe iets voor (toog)filosofen. In principe, want diegenen die vandaag de religie aanvallen hebben wel degelijk een bredere politieke en maatschappelijke agenda, alleen heeft die doorgaans bitter weinig met emancipatie te maken. Daar ligt het grote verschil met al de illustere voorgangers van Etienne Vermeersch. De rol die het christendom in de 19de eeuw op maatschappelijk gebied speelde maakte een kritiek ervan niet meer dan logisch en zelfs noodzakelijk. Kritiek op het christendom was namelijk kritiek op de staat en de maatschappelijke verhoudingen. Iemand die in de 21ste eeuw aan religiekritiek doet kan zichzelf dus om evidente redenen onmogelijk vergelijken met zijn 19de-eeuwse voorgangers. Diegenen die vandaag de religie in het vizier nemen hebben het op de eerste plaats over de islam en daarmee het geloof van de meest kwetsbaren in onze samenleving. In plaats van te focussen op wat mensen verbindt, wordt de religie gebruikt om een hele bevolkingsgroep te marginaliseren en hun engagement ten aanzien van mensenrechten en democratie verdacht te maken. Daar zou mijnheer Versieren beter eens een "genadeloze kritiek" van maken. Ik denk dat mensen als Samira Azabar meer kaas hebben gegeten van emancipatie dan menig zelfverklaard marxist.

          • door Jelle Versieren op dinsdag 12 maart 2013

            1. Niet alleen onderdeel, ook het fundament van elke mogelijke kritiek. Religiekritiek is de start van elke kritiek omdat godsdienst een epistemologische-ontologische problematiek bezit. Het is de projectie van agency en structurele context op een metafysische-theologische constructie (Spinoza-Hume-Feuerbach-Marx). Religiekritiek is dus de start van de immanentiegedachte, en dus via die kritiek kan men komen tot een meer wetenschappelijk beeld op de realiteit. Wanneer de filosofische metaveronderstellingen, gebaseerd op wetenschap, geen basis kan bieden aan politieke actie, dan is deze actie gebaseerd op onwetendheid. En dus per definitie slecht. De kritiek wordt misschien uitgeoefend door filosofen, maar zonder deze filosofische activiteit bestaat ook geen goede politieke actie. Zie ook de visie van Gramsci of Althusser betreffende de rol van filosofie & wetenschap. 2. De religiekritiek van de 19de eeuw moet sowieso vervat zitten in de synthese van de huidige religiekritiek. De rationaliteit van het actuele is gebaseerd op de synthetische progressie van al de filosofische kritiek. Een Hegeliaanse dialectische waarheid. 3. En kritiek leveren op het geloof van de meest kwetsbaren is een eerbare en noodzakelijke activiteit om het emancipatorisch potentieel los te maken. De politieke fetish van down-top processen is even bedrieglijk als de oude fetish van top-down processen. Spontaneïsme is nooit een voldoende factor voor kwalitatieve verandering.

            • door Geert Daems op donderdag 14 maart 2013

              Mijn oorspronkelijke reactie is blijkbaar verdwenen. Toch kort een samenvatting ervan. De kritiek van de religie is de voorwaarde voor alle kritiek, maar ze wordt wel opgeheven door de ideologiekritiek. In die zin is kritiek op de islam onzinnig omdat zij geen wezenlijke rol speelt bij het legitimeren en reproduceren van de maatschappelijke verhoudingen in onze westerse liberale democratieën. Ideologiekritiek brengt velen ertoe om de open brief van Vermeersch genadeloos te bekritiseren. Kort nog iets over je laatste opmerking over de relatie tussen religie en emancipatie. Je verdedigt hier een standpunt dat door Marx bekritiseerd werd in Zur Judenfrage. Alsof moslims pas aansprak kunnen maken op politieke en maatschappelijke emancipatie wanneer ze hun geloof vaarwel zeggen.

              • door Jelle Versieren op donderdag 14 maart 2013

                1. Godsdienstkritiek is ideologiekritiek. Wat zou godsdienst anders zijn dan ideologie? 2. De Islam speelt wel een wezenlijke rol in onze democratie. Duidelijkste bewijs is dat met de komst van deze religie er ook een relativeringsgolf ten opzichte van religie is ingetreden onder de noemer "tolerantie". De islam speelt een duidelijke rol in de culturalisatie van sociale problemen, en het wordt actief gelegitimeerd als een bron van protest. Dit was nooit het geval met de kerk, tot de jaren jaren 1970 was er een expliciete seculiseringstrijd tegen ethische monopolies, zoals de kerk. De islam is voor de eigen ondergeschikte sociale groep eveneens een monopolie, ondanks alle soorten schakeringen. Een kwalijke evolutie. 3. Punt van Marx was "de mensheid zal maar geëmancipeerd zijn als de joden dat zijn". Maw, als ze uit hun eigen talmoedisch ghetto treden. Dat was de reden waarom plots veel joden afscheid namen van hun godsdienst, waaronder Marx. Dat was een fundamentele evolutie voor de bestendiging van het socialisme.

    • door Helene P op maandag 11 maart 2013

      Jelle Versieren, moet ik u er nu van verdenken een fundamentalistische marxist te zijn? Of denkt u dat die niet bestaan? Ik ken een goed aantal marxisten die daarom nog niet (helemaal) van hun geloof of moslem-, christelijke of Joodse achtergrond afstand hebben genomen. Heel eerlijk gezegd vond ik dat vanuit mijn achtergrond aanvankelijk ook vreemd, maar echt, je went eraan als je ze in actie ziet. En met name in zaken als bewustmaking en emancipitatie waarbij ze soms wel, soms niet de godsdienst gebruiken. Ze waren/zijn niet alleen marxisten maar ware revolutionairen, geen zetelmarxisten of zetelrevolutionairen. Niemand verwijt hen trouwens iets, het hele marxistische debat over godsdienst werd secundair, kreeg een dogmatisch kleurtje. Dat gaat immers over de superstructuur, nietwaar? Wb geïnstitutionaliseerde godsdienst ligt het er maar aan aan wiens kant die staat. En daarin zijn de monotheïstische godsdiensten tegenwoordig verre van monolytisch. Ook daarbinnen vindt veel strijd plaats precies in die zin. De 'praxis' = bijgeloof? Er leeft in de hele wereld - en waarschijnlijk in iedere mens - zeer veel 'bijgeloof' dat met geïnstitutionaliseerde godsdienst meestal weinig te maken heeft (hoewel die erop inspeelt) en daar in ieder geval niet door uitgevonden is. Maar wel te maken heeft met een denkwijze die Robin Horton, de Britse antropoloog en filosoof, stelde tegenover het Westers-wetenschappelijk denken (cf Horton's oude klassiek 'Traditional thought and Western Science'.) Hij stelde ook dat geen mens 24 uur per dag 'wetenschappelijk' kan denken, verre van. Onafhankelijk van godsdienst of cultuur. Dus hoe rationeel-marxistisch je ook zou willen zijn, een zekere mate van bijgeloof zul je waarschijnlijk op de koop toe moeten nemen in het echte leven.

      Goed, dat mag je zelf in een mooi theoretisch verhaal omzetten of weerleggen. Maar fundamentalistische marxisten bestaan wel degelijk en persoonlijk zie ik het nut van geen enkel fundamentalisme in.

      Oh ja, voor ik het vergeet: zelfs Fidel Castro heeft daarover geschreven, de fameuze dialoog met Frei Betto. Geen 'goede marxist' in jouw ogen, Fidel?

  • door Mark Saey op maandag 11 maart 2013

    In de Koran staan inderdaad vrouwonvriendelijke passages. Enkele van degene die u aanhaalt kunnen en moeten mijns inziens echter anders, dat wil zeggen: vrouwvriendelijk(er), worden gelezen en begrepen. Daarnaast vindt u in de Koran ook aardig wat passages die kunnen pleiten voor de bewering van mevrouw Azabar. Hier vindt u de tekst waarop ik me voor deze opvattingen baseer: http://www.cie.ugent.be/bogaert/bogaert3.htm. Dat betekent, zeker gezien de algemene context van deze discussie, dat mevrouw Azabar zich mijns inziens plaatst in de beweging voor een "meer moderne islam" die u aan het eind van uw reactie blijkt genegen te zijn. De waarheid heeft steeds zijn rechten, daar ben ik het met u eens. Maar zeker gezien deze niet onbelangrijke "nuances" denk ik u te mogen vragen het voorafgaandelijk psychologiseren van vrouwen, die hun strijd voor emancipatie voeden met ook inspiratie uit "de" islam én een lezing van de Koran, te laten. Netjes vind ik dat niet staan in een open brief, en mijns inziens werkt zoiets ook enkel averechts.

  • door Ico Maly op maandag 11 maart 2013

    Het maatschappelijk debat over islam en moslims in onze samenleving blijft steeds hangen in hetzelfde zwart-wit-stramien. Moslims die vol vuur democratie, gelijkheid en feminisme prediken worden dan om de oren geslagen met teksten die zouden moeten bewijzen dat ze falen. En zo is elke moslim altijd en overal verdacht a priori.

    In plaats van het engagement van die moslims en moslima's toe te juichen worden ze verweten fout te zijn. En zo zie je de enorme overeenkomsten tussen mensen als Vermeersch en degene die ze pretenderen te bestrijden: bij beiden staan DE teksten centraal en mogen ze slechts op 1 manier geïnterpreteerd worden: de hunne. Een geëmancipeerde moslim is dan eentje die hetzelfde denkt als Vermeersch.

    Na 2 decennia zijn deze intellectuelen blijkbaar nog altijd niet in staat om te luisteren naar wat moslims en moslima's vertellen die hier en nu leven. Vermoeiend en contraproductief.En dan heb ik het nog niet over een evidentie idiotie als de golfoorlog afschilderen als progressief of vanuit de verlichting redeneren dat we rechten moeten koppelen aan nationaliteit in plaats van aan elk individu.

  • door Robrecht Vanderbeeken op maandag 11 maart 2013

    Vermeersch zit helaas graag alleen in de kring van de 'heerschapsvrije' dialoog. Als hij kritiek krijgt, volgt dikwijls hetzelfde patroon: de ander is onwetend, verward of speelt het ad hominem. Dat zijn nota bene ook persoonlijke charges, op de man en niet op de bal. Hij is opvallend dikwijls hardhorig voor de argumenten van een ander en blijft altijd maar zijn eigen punt herhalen. Zo slaat de liefde voor de waarheid om in ‘het grote gelijk’ omdat academisch narcisme zich blijkbaar geen deukje kan permitteren.

    Concreet: Vermeersch ontwijkt hier steeds opnieuw de inhoudelijke kritiek van Blommaert, namelijk dat een smalle filologische charge als wetenschappelijke benadering van deze antropologische aangelegenheid niet deugt. Een religie is nu eenmaal geen filosofisch traktaat dat je even kan doorlichten op inconsistentie of irrationaliteit en daarna kan wegzetten. Dat valt Vermeersch misschien zwaar om te begrijpen omdat hij als neopositivist blijkbaar niet echt weet wat sociale wetenschap is. Dat bleek helaas ook al uit de discussie over de psychoanalyse die op DWM een jaar geleden werd gevoerd.

    Bij elke boekreligie vindt men straffe passages terug die wij vandaag duidelijk immoreel vinden. Nochtans heeft elk van deze religies een emancipatorisch potentieel als bevrijdingstheologie – daar zijn voldoende historische voorbeelden van te geven – maar dat kan binnen de kortste keren omslaan in een reactionair fundamentalisme, net vanwege de vage tekstuele basis die bewust voor interpretatie vatbaar is.

    Het punt dat Vermeersch wil maken is volgens zijn logica dus evengoed van toepassing op het Jodendom. Het is bijgevolg vreemd dat Vermeersch zijn kritiek niet opentrekt naar de verschillende boekreligies, en altijd opnieuw op de islam focust, zoals zijn collega’s Cliteur en Verhofdstadt en hun kruistocht tegen de islam. Het zou zijn goede relaties met Joods Actueel natuurlijk niet ten goede komen, maar de waarheid heeft zo zijn rechten.

    Ook de onderlinge afweging tussen religies is merkwaardig en wijst op een vreemde intentionaliteit om het Westen (Christendom) toch nog wat uit de wind te zetten. Nochtans is het idioot om te verwijzen naar het feit dat de ene religie vroeger of later slavernij verwierp - het punt is immers dat ze het allemaal wel prima vonden.

    Vermeersch doet zich gematigd voor en eindigt met de opmerking dat hij een moderne, verlichte islam wel een goed idee zou vinden. Daarmee geeft hij alleen aan dat het hem om ‘rationaliteit’ is te doen, conform zijn wetenschappelijk wereldbeeld. Nochtans kunnen mensen met zo een wereldbeeld evengoed homofoob, vrouwonvriendelijk, racistisch, etc. zijn zoals er evengoed erg veel moslims of andere gelovigen zijn die dat allemaal uitgesproken niet zijn. We kunnen ons dus afvragen wat Vermeersch nu eigenlijk beoogt of wil bewijzen.

    Maar een filosoof die een beetje het volledige raamverhaal respecteert, zou er op zijn minst ook op kunnen wijzen dat islam vandaag, in het M-O maar ook in onze stadstaat Vlaanderen, voor veel moslims niet alleen emanciperend kan zijn inzake bepaalde normen en waarden maar ook een houvast biedt tegen het Westerse imperialisme alsook tegen het ‘Vlaamse Gezang’ en bijbehorend racisme en asocialisme. De radicalisering van geloof loopt overigens evenredig op met de onverdraagzaamheid en brutaliteiten van het Westen. Ik denk niet dat Vermeersch zal betwisten dat moslims op dat punt nogal wat hebben mogen incasseren de laatste decennia. Het kan de vergelijking met slavernij gemakkelijk doorstaan, tot men met vandaag.

    Vervolgens zou een beetje linkse filosoof, maar dat mogen we Vermeersch niet van beschuldigen, er op kunnen wijzen dat het belangrijk is dat de sociale strijd het best gevoerd wordt los van elke religie, of over de religies heen: met een directe focus op de uitbuiting, de machtsongelijkheid, de inzet van de ontvoogdingsstrijd etc.

    Tot slot, als Vermeersch vandaag meent naar zijn waarheid en met een hoge moraal te kunnen handelen, ondanks verschillende uitspraken en beleidsdaden in het verleden die op zijn zachtst gezegd voor discussie vatbaar zijn, dan kan een moslim vandaag evengoed waarheid en ethiek in de beleving van zijn of haar religie terugvinden, ondanks de talrijke excessen die over elke boekreligie bijeen te sprokkelen zijn.

    Dat is dan de cognitieve dissonantie waar Vermeersch zelf moet proberen uit te geraken, zijn strijd met de maagdelijkheid van Maria, of zoiets.

  • door Abrimont op woensdag 13 maart 2013

    Het zou voor een moraal-filosooof essentiëel moeten zijn om in de eerste plaats aan zelfreflectie te doen en zich bij het filosoferen rond moraal zich bewust te zijn van diens persoonlijke overtuiging als beïnvloedingsfactor op de perceptie en invulling van moraal. Moraal bestaat uit een combinatie van zingeving en waardebepaling, daarin verschilt zij niet van religies. Menig atheïst zal zich verzetten tegen een dergelijke gelijkschakeling van atheïsme en religie, al te zeer gebeurt dit vanuit een houding van afzetting, door deze opwerping als tegenpool creeërt men eerder een vorm van contra-religie veeleer dan een autonoom inhoudelijk ingevulde levensbeschouwing. Wie zich afzet tegen religie er verkeerdelijk vanuit gaande dat dit de essentie van atheïsme is, zet zich daarbij af tegen de zingeving van anderen en in principe daardoor tegen zingeving in zijn geheel. Zingeving is immers zowel een universele als een persoonlijke beleving en kan niet vanuit een model opgelegd worden, noch éénzijdig gedefiniëerd, noch in een religieuze context, noch in een vrijzinnige.

    Individuen hebben een beeld op de maatschappij alsook een verwachtingspatroon dewelke steeds beïnvloed wordt door voorbeeldmodellen of deze nu levensbeschouwelijk of anders geladen zijn. Het is dan ook onheus om religieuze patronen als dogma’s te omschrijven en vrijzinnige als filosofisch. Bepalend daarentegen is het intellectuele engagement, bezinning en zelfreflectie, dit kan zowel vanuit een atheïstisch als een religieus uitgangspunt. Het blindelings volgen van dogma’s is een fenomeen dat op veel maatschappelijke domeinen voorkomt (denk maar aan politiek populisme) en kan ook voorkomen op levensbeschouwelijk vlak maar is daar zeker de essentie niet van en evenmin automatische gevolgtrekking. Als geen ander zou een zichzelf claimend moraalfilosooof dit moeten inzien.

    Geloof kan zelfs een emanciperende functie hebben, (zelfs ?) feitenlijk ligt dit in haar oorsprong (zowel bijvoorbeeld in het Christendom als in de Islam). Een hedendaagser voorbeeld van emancipatie binnen een godsdienstig kader is Martin Luther King Jr, onbetwistbaar één van de (om niet dé te zeggen) allergrootste politieke én levensbeschouwelijke figuren uit de 20e eeuw. Indien men zich als atheïst zich hiervan bewust is gaat men zich duidelijker focussen op de overeenkomsten dan de verschillen. De verscheidenheid is immers een logisch gevolg van de individuele invulling en niet de overtuiging doch de diepzinnigere en genuanceerde wijze waarop dit beleefd wordt doorslaggevender. Uiteindelijk zijn allen een kijk op hetzelfde concept van zingeving en waardebepaling enkel voor ieder vanuit diens persoonlijke uitvalshoek. Daarom is een afwijzende houding tenaanzien van een religieuze benadering op zich een kortzichtige houding dewelke afwijkt van de essentie. Het automatisch veroordelen of minachten van een religieuze overtuiging komt in feite neer op het ontzeggen van een andere, persoonlijke benadering. Dit laatste getuigt hoegenaamd niet van veel verlichting.

    Intelligentie impliceert ook het vermogen diens eigen positie te kunnen plaatsen in een groter geheel en alsdusdanig voldoende te zelfrelativeren, het inzicht in diens eigen begrensdheid en het besef dat men slechts diens eigen begrenzing kan overstijgen door externe inzichten. Een verruimd inzicht is geen teken van zwakte of toegeving zoals populisten graag stellen, het vraagt daarentegen meer zelfvertrouwen en fundering om zich durven open te stellen en de toetsing aan anderen geloofwaardig te doorstaan, alsook de waarde van andere inzichten te kunnen erkennen. Een gelovige is iemand die voor zichzelf uitmaakt een antwoord te hebben op dé vraag. Een agnost is iemand die stelt het antwoord niet te weten. Een atheïst is iemand die de vraag bewust niet stelt. Wie claimt te kunne stellen dat een God niet bestaat is geen atheïst, maar veeleer iemand die een “ander” geloof propageert, en niet meteen een tolerante vorm.

  • door Luc De Coster op zondag 17 maart 2013

    Ik ben slechts een geïnteresseerde leek en kan over de discussie ten gronde weinig zeggen.

    Het gratuite scheldproza van de Heer Blommaert (is dit echt een hoogleraar?), waar de frustratie en de agressie vanaf spat, is voor mij een forum als dit onwaardig.

    Als de Heer Blommaert al iets interessant te zeggen heeft, wordt het volledig toegedekt door die dikke laag emotionaliteit en snoeverij.

    Het papertje van de Heer Blommaert over de Hijab, dat hij als voorbeeld geeft van echt wetenschappelijk werk, heeft mij in elk geval niet overtuigd van zijn zelfverklaarde superioriteit.

    Ik vraag mij wel af wat een universiteit denkt over zulk onbetamelijk gedrag van een docent uit haar rangen.

  • door ofathi op zaterdag 23 maart 2013

    Beste prof. Vermeersch, ik wil heel kort een aantal "impulsen" meegeven naar aanleiding van je toelichting over het vrouwonvriendelijk karakter van de islam.

    Jouw visie en interpretatie is in geen enkel opzicht de visie en interpretatie van wat ik de doorsnee moslim zou noemen. De wijze waarop je verzen (uit de context) letterlijk interpreteert verschilt in het niets met de letterlijke interpretatie van onder meer Wahhabieten die inderdaad niet direct een mooie track-record hebben als het gaat over vrouwenrechten.

    Natuurlijk heb je gelijk dat er strikt genomen géén échte gelijkheid te bespeuren valt in de lezing van de Koran (ondertussen daterend van een goede 1400 jaar geleden). Dat de vrouw een plek toegewezen krijgt, waarbij de man als voogd optreedt. Op juridisch vlak is het inderdaad zo dat de grondprincipes in de Shari'a niets te maken hebben met onze huidige houding en inzichten inzake gelijke rechten en wettelijke gelijkheid. (zoals je weet is er zelfs nu in onze verlichte samenleving nog veel werk aan de winkel als het gaat over gelijkheid en gelijke behandeling van man en vrouw)

    Ik wil echter een argument opwerpen dat toch een geheel ander licht werpt op de zaken die je voorstelt en dat ook bewijst dat de interpretatie die je hier weergeeft veelal niet overeenkomt met wat in de praktijk door moslims beleefd wordt.

    Het gaat om het punt van echtscheiding.

    In feite is er geen sprake van echtscheiding en gaat het - zoals je vertaling aangeeft - over verstoting. Nu, in het geval van Marokko, volgens mijn meest recente gegevens een overwegend islamitisch land en wiens familierecht grotendeels gebaseerd is op de Shari'a, heeft de vrouw sinds de laatste hervorming van het familierecht onder andere het initiatiefrecht gekregen om een echtscheiding te vragen en te bekomen. Dit is slechts één van de aanpassingen die doorgevoerd werden en die, indien ik je interpretatie zou moeten aannemen als de algemeen geldende visie onder moslims, toch wel stevig indruist tegen deze visie. De hervormingen van het familierecht zijn er gekomen onder druk van onder meer de Marokkaanse feministen (bestaande uit zowel seculieren als vrome moslims) en onder impuls van de koning Mohamed VI - die tot nader order nog steeds de titel aanvoerder der gelovigen draagt.

    Dit om maar te zeggen dat je Marokko, haar inwoners en haar vorst niet kan beschuldigen van geloofsafval. Ondanks hun duidelijke outing als moslims slagen zij erin een geheel andere praxis te beleven dan wat je hier tracht te doen doorgaan als algemene tendens en geloof der moslims. Natuurlijk is het nog steeds heel slecht gesteld met vrouwenrechten in Marokko, bewijs hiervan wordt geleverd door de meer en meer confronterende reportages die de nationale zenders in Marokko uitzenden om deze problematiek blijvend aan te kaarten.

    Wat me het meest verontrust is dat het verhaal dat je verkondigt exact hetzelfde is als datgene wat de extremistische islamisten in onze samenleving pogen te doen, de moslims ervan overtuigen dat er slechts één (radicale) interpretatie is en dat elke deviatie per definitie geloofsafval inhoudt. Dat verlichting en democratie tegengesteld zijn aan de islam. Door de wijze waarop je onder meer de positie van de vrouw voorstelt geef je een zekere legitimatie aan deze schare extremisten en draag je slechts bij tot het idee dan moslim zijn per definitie een complete afwijzen is van progressief denken.

    Als je nog niet overtuigd bent van mijn punt; je haalt onder meer aan dat een man vrij kan beschikken over zijn slaven... welnu, slavernij is bij mijn weten in de meesten (misschien wel àlle) moslimlanden officieel afgeschaft. Als het mogelijk is om algeheel een concept (nl. slavernij) af te schaffen dan denk ik dat er voldoende ratio is onder moslims en vooral dan ruimte en openheid om mee te gaan met de tijd - misschien niet zo snel als je zou wensen - maar de progressie is er wel degelijk - als je maar de moeite neemt om die ook aanbod te laten komen en mee te ondersteunen.

    Tot slot, ik ben het principieel oneens met het idee dat je poneert dat men pas echt vrij kan zijn door zich volledig los te rukken van geloof. Er zijn verschillende gradaties van "geloven" en het getuigt van een verregaande miskenning van eigenheid, vrijheid of de capaciteit om oordeelkundig te handelen van juist die groep mensen die waarde hechten aan hun geloof. Het eindstation van de verlichting is niet per definitie dat van de vrijzinnigheid...

  • door Helene P op maandag 1 april 2013

    Als er nog mensen geïnteresseerd zijn in dit debat: hier de link naar de inleiding van een nieuw boek van de franse filosoof Pierre Tevanian: 'La Hasine de la religion (La Découverte, maart 2013) http://lmsi.net/La-haine-de-la-religion Zeer de moeite waard!

    En als iemand geabonneerd is op Médiapart (mediapart.fr) zie het uitstekende uitgebreide artikel (van Joseph Confavreux, 30 maart)'Altermondialisme et Islam politique: la gauche face aux conservatismes' over debatten over hetzelfde en aanverwante themas op het WSF in Tunis http://www.mediapart.fr/journal/culture-idees/290313/altermondialisme-et-islam-politique-la-gauche-face-aux-conservatismes?page_article=5