about
Toon menu

Angolese milieu-activist gearresteerd in Kinshasa

Maandag werd op de luchthaven van Kinshasa de bekende Angolese activist Agostinho Chicaia aangehouden. Chicaia wilde er het vliegtuig nemen naar Harare. Chicaia is oud-voorzitter van de Associação Cívica Cabindense Mpalabanda die op een vreedzame manier ijverde voor meer autonomie voor de enclave Cabinda. Hij is opgepakt op vraag van de Angolese autoriteiten.
donderdag 23 juni 2011

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Agostinho Chicaia is landbouwingenieur van vorming en leefde de laatste twee jaar in vrijwillige ballingschap, vooral in de Congolese hoofdstad Kinshasa.

Hij coördineert vanuit Pointe-Noire (Congo-Brazzaville) in opdracht van de Verenigde Naties het grensoverschrijdend ecologisch project 'Mayombe', gericht op een betere bescherming van de enorme biodiversiteit van het tropisch regenwoud in de regio Bas-Congo en de aangrenzende streken in Congo-Brazzaville en Angola. Dit gebied staat onder zware druk van de olie-industrie.

In 2009 publiceerde hij het hoofdstuk 'Angola' in het kritische 'alternatieve' jaarrapport over de houding van oliereus Chevron onder de titel: 'The True Cost of Chevron. An Alternative Annual Report'.

Begin dit jaar was hij nog in de Angolese hoofdstad Luanda waar hij overleg pleegde met medewerkers van diverse ministeries in verband met het VN-project. Hij ontmoette er ook de gouverneur van Cabinda. Daarom gingen waarnemers ervan uit dat hij niet direct werd geviseerd door de Angolese overheid.

Naam op zwarte lijst

Maar blijkbaar stond zijn naam toch op een zwarte lijst van de Angolese ambassade in Congo. Toen hij maandag een tussenlanding maakte op de luchthaven van N'Djili om er te vertrekken naar Harare in Zimbabwe voor een VN-bijeenkomst, werd hij door de luchthavenpolitie aangehouden. Hij zou worden vastgehouden door de ANR, de Congolese inlichtingendienst, in afwachting van zijn ondervraging door Angolese agenten.

Op basis van artikel 26 van Angolese strafwetboek wordt hij ervan verdacht "misdaden tegen de veiligheid van de staat" te hebben gepleegd. Dat slaat op zijn jarenlange rol als activist in de beweging Mpalabanda die op een absoluut vreedzame manier de rechten van de lokale bevolking van de enclave Cabinda verdedigde tegen de militarisering van de provincie en tegen de almacht van de oliebedrijven.

Enclave Cabinda: olierijk en omstreden

Cabinda behoort sinds de koloniale tijd tot Angola, maar is er geografisch van afgescheiden door een strook grondgebied van Congo-Kinshasa ten noorden van de monding van de Congostroom.

Het relatief kleine gebied (10.000 km² met 300.000 inwoners) is strategisch van enorm belang voor de Angolese economie omdat de grootste oliereserves zich voor de kust van Cabinda bevinden. Sinds enkele jaren is Angola de grootste exporteur van ruwe olie in Afrika ten zuiden van de Sahara. Angola is zelfs de belangrijkste Afrikaanse olieleverancier van de VS en China.

Sinds het einde van de koloniale tijd in 1975 en het begin van de 27 jaar lange burgeroorlog die Angola verscheurde, was er ook een gewapende afscheidingsbeweging (FLEC - Frente de Libertação do Enclave de Cabinda) actief die de enclave wilde afscheiden van de rest van Angola.

Militarisering van Cabinda

Ook na de ondertekening van het algemene vredesakkoord tussen de MPLA-regering en UNITA van 4 april 2002 bleef FLEC af en toe aanslagen plegen. De regering van president José Eduardo dos Santos probeerde met een sterke militaire aanwezigheid de opstandige provincie onder controle te houden. Daarbij werden vaak wreedheden gepleegd tegen de burgerbevolking die ervan verdacht werd steun te geven aan de guerrilla van FLEC.    

De arrestatie van Agostinho Chicaia heeft al vele reacties losgeweekt bij vertegenwoordigers van de Angolese civiele samenleving in Angola zelf én in de diaspora.

Volgens pater Raúl Tati, een mensenrechtenactivist uit Cabinda en vroegere medewerker bij Mpalabanda, hebben de Congolese autoriteiten zich laten meeslepen in een conflict waar ze eigenlijk buiten staan. Tati beschouwt de arrestatie van Chicaia als "walgelijk en een duidelijke poging van Luanda om de vreedzame stemmen van het maatschappelijk middenveld van Cabinda het zwijgen op te leggen". Tati beschuldigde de Angolese regering "geen vreedzame oplossing van het conflict over de toekomst van het olierijke Cabinda te willen".

"Intimidatie maakt werk van civiele samenleving onmogelijk"

José Patrocínio, coördinator van de NGO Omunga, die zich onder meer inzet voor de rechten van krottenwijkbewoners die door de overheid uit hun huizen worden gezet, vindt dat Chicaia's aanhouding "de zoveelste aanduiding is van het repressieve klimaat van vervolging en intimidatie die activisten in Angola het werken onmogelijk maakt". In een interview verklaarde hij dat zijn organisatie samen met andere NGO's proberen informatie te krijgen over de verblijfplaats waar Chicaia wordt vastgehouden.

De Angolese wet op misdrijven tegen de staatsveiligheid, die nog dateerde uit de tijd van de burgeroorlog, werd nochtans door het parlement grondig aangepast. Toch blijkt het een instrument dat door de overheden kwistig wordt aangewend om kritische stemmen het zwijgen op te leggen.

Corruptie en verzwakte oppositie

Sinds het begin van dit jaar zijn er in Angola al diverse pogingen geweest om volksprotest tegen het overheidsbeleid meer concreet vorm te geven. Totnogtoe met veeleer beperkt resultaat. De politieke oppositie is na de parlementsverkiezingen van september 2008 verzwakt. Volgend jaar zouden er presidentsverkiezingen worden gehouden.

President José Eduardo dos Santos (MPLA) is al aan de macht sinds 1979. Zijn regime wordt gekenmerkt door grootschalige corruptie en machtsmisbruik. Terwijl Angola potentieel tot de rijkste landen van Afrika behoort - dankzij de inkomsten uit de olie-export - leeft het grootste deel van de bevolking onder de armoedegrens.

reageer

Er zijn nog geen reacties op dit artikel.