Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu
Interview

Stop seksisme! Interview met Ilse Ghekiere

#metoo heeft het laatste jaar veel losgemaakt. Hoewel het publieke debat soms bol stond van onbegrip of als gelegenheid diende om wat clichés over mannen versus vrouwen in de groep te gooien, bracht het voortschrijdend inzicht. Het antiseksisme zet door en heeft er met de campagnewebsite Engagement een nieuwe hefboom bij.
donderdag 15 maart 2018

Volgens de Verenigde Naties is wereldwijd een derde van de vrouwen, ofwel 1 miljard mensen, slachtoffer van aanranding of ander geweld. Het #metoo-activisme geeft deze vrouwen een stem en toont dat seksueel geweld ook in ons land meer voorkomt dan we denken.

Een taboe is doorbroken. De vraag is nu: hoe werken we samen aan een structurele aanpak inzake emancipatie, aanspreekpunten, bemiddeling, integriteitscodes of sanctiebeleid?

We vroegen het aan danseres Ilse Ghekiere die al aan een antiseksismeproject werkte nog voor de #metoo-trein vertrok. Ondertussen lanceerde ze samen met anderen engagementarts.be.

R.V.: Wat heb je zoal gedaan sinds #metoo in ons land in de kijker kwam met de zaak-De Pauw?

I.G.: In mei 2017 kreeg ik een beurs via het Vlaamse Kunstendecreet om seksisme in de Belgische dans te onderzoeken. Aanvankelijk ging dat om een artistiek onderzoek. Ik had niet verwacht dat dit zou uitmonden in een activistische beweging.

#metoo betekende een doorstart. Begin november, op het moment dat de zaak-De Pauw losbarstte, verscheen mijn artikel #Wetoo: Waar dansers over spreken als ze spreken over seksisme online in meerdere talen. Dat is erg veel gelezen.

Nadien kwamen we met verschillende dansers samen en beslisten we om een gesloten Facebook-groep te lanceren. Dat idee kwam van onze Scandinavische collega’s: daar hadden heel wat sectoren zich op die manier georganiseerd.

We wilden zo meer getuigenissen verzamelen, maar het werd voornamelijk een platform van solidariteit. In onze groep noemen we geen namen om slachtoffers te beschermen. Na een maand hebben we dan beslist om wekelijks samen te komen in vzw RoSa.

De Facebook-groep telt vandaag meer dan 700 leden, maar de wekelijkse bijeenkomsten maken echt het verschil. Na elke bijeenkomst volgt een verslag dat we met 150 actieve dansers en personen in het veld delen. Met deze verslagen communiceren we over het discours dat we gaandeweg opbouwen en delen we ideeën rond activisme. Op die manier is onze website ontstaan.

Tijdens de week van de Internationale Vrouwendag hadden we een debatavond in Kaaitheater waar we de site lanceerden. We hebben tijdens die avond alle getuigenissen voorgelezen. Het was intens om die luidop achter elkaar te horen, het doorbrak op symbolische wijze het collectieve stilzwijgen.

Wat is de inzet van de campagnewebsite?

De site roept op tot ‘enagement’. Seksisme aanpakken gaat over een mentaliteitsverandering. Om deze verandering teweeg te brengen, heb je de samenwerking nodig van verschillende partners die elk op hun beurt hun verantwoordelijkheden moeten nemen.

We kwamen tot de conclusie dat we in de kunstensector best met enkele sleutelgroepen werken die een andere aanpak vereisen: kunstenaars, organisaties, kunsteducatie, de toeschouwers en uiteindelijk de personen die grenzen overtreden.

Daarnaast willen we basisinformatie verstrekken over bestaande procedures om discriminatie en grensoverschrijdend gedrag aan te kaarten. In een internationale kunstsector waar veel mensen met korte contracten werken, is deze informatie vaak niet gekend. Velen hebben geen weet van hun rechten hier in België.

Dit heeft te maken met wisselende werkgevers, maar ook met taal. Daarom was het belangrijk dat de site eerst in het Engels verscheen. Nu werken we aan de Nederlandse en Franse vertaling.

Ook beleidsmatig zijn er initiatieven. Zo was er een rondetafelgesprek met minister Gatz. Wat vond je daarvan?

Ik juich dergelijke initiatieven uiteraard toe. Een structurele aanpak uitbouwen is noodzakelijk. Dat kunnen wij niet alleen.

Ik had wel de indruk dat niet iedereen aan tafel de situatie op een werkvloer kent. In dat opzicht vind ik het goed dat ik daar bij kan zitten. Op basis van meer dan 70 interviews met dansers kan ik enig inzicht op problemen meegeven.

De basis van het probleem is structureel seksisme en een diep ingeburgerde misogyne cultuur. Het is wel spijtig dat het gesprek vaak blijft hangen rond grensoverschrijdend gedrag. De problemen zijn vaak zo veel complexer, zeker als het gaat over situaties van machtsmisbruik.

Bij de rondetafel viel het op dat de meningen over hoe het verder moet ver uit elkaar liggen. De Acteursgilde is bijvoorbeeld geen voorstander van een eigen sectormeldpunt. Dat zou de indruk geven dat de cultuursector er erger aan toe is dan andere sectoren.

Ook al was het zo dat onze sector inzake seksueel geweld niet anders is dan andere, dan nog is het een sterk signaal een eigen meldpunt te hebben. Daarmee geef je een voorbeeldfunctie. We moeten nadenken over hoe een dergelijk meldpunt eruit zou kunnen zien specifiek voor onze sector.

Cultuurloket is bijvoorbeeld een meldpunt dat zakelijk en juridisch advies geeft aan kunstenaars. Met Engagement zien we dat de ‘peer support’ een centrale rol speelt in het bespreekbaar maken van deze vaak persoonlijke ervaringen. Misschien moeten we werk maken van een meldpunt dat door kunstgemeenschappen ondersteund is? Op deze manier betrekken we de kunstenaars en scheppen we ook werkgelegenheid voor hen.

Maar natuurlijk is het wel zo dat onze sector veel vatbaarder is voor grensoverschrijdend gedrag. Dat is ook logisch. De grens tussen privéleven en werk is doorgaans vaag: je werkt intensief samen, tijdens avonden en weekends, je gaat samen op reis. In het creatieve proces experimenteer je met grenzen, ook die van jouw lichaam. Je werkt samen, met je lichaam. En alles wat je doet, is direct gelinkt aan subjectieve en persoonlijke waardeoordelen.

Het is bovendien een heel competitieve sector. Doorgaans gaat het om contracten van korte duur, dat geeft onzekerheid. En er zijn niet zoveel kansen om op een constructieve wijze carrière te maken. Dat ligt in de handen van de deurwachters bij een smalle toegangspoort. Die kunnen gemakkelijk hun macht misbruiken.

De acteur van de gilde vreesde er ook voor dat je binnenkort geen naaktscènes meer kon spelen.

Dat is volledig naast de kwestie. #metoo gaat niet over een nieuwe preutsheid. Het is al evenmin een anti-romantische beweging. Het gaat om seksueel geweld en over hoe we dit machtsmisbruik kunnen voorkomen en bestrijden.

Er zit haast iets komisch in het moord en brand schreeuwen rond het idee dat naaktscènes zouden verdwijnen. Alsof we moeten kiezen tussen naakt in de kunst of het aanpakken van machtsmisbruik.

Het valt inderdaad op dat #metoo in de media een aanleiding is om over het allerhande zaken te hebben. In Frankrijk had je bijvoorbeeld de actrice Catherine Deneuve die samen met anderen in het verweer ging en de barricade opklom voor het recht op flirten. Wat vond je daarvan?

Teleurstellend. Het is een nationalistische kwestie: wij Fransen versus de Amerikanen. Het is ook een verdediging vanuit de positie van de ‘sterke’ vrouw: een vrouw die kan omgaan met grensoverschrijdend gedrag en die het allemaal wel ok vindt. Dit toont een gebrek aan solidariteit. Dit ging over vrouwen voor wie het patriarchale schoentje past.

Er werd ook veel verwezen naar de seksuele bevrijding van de jaren 60 terwijl #metoo net toont dat ons verlichte Westen misschien niet zo bevrijd is als we denken.

Anderzijds: uiteraard moeten we opletten dat mensen onterecht beschuldigd worden, reputatieschade zonder recht op antwoord, enz. Dat is ook de reden waarom wij het helemaal anders aanpakken.

Geen namen noemen, niet focussen op het één of andere schandaal, maar aandacht geven aan de kwetsbaarheid, aan de situaties die zich voordoen. En vooral: tijd nemen om het gesprek op te bouwen met al haar cruciale nuances.

Uit een bevraging van het sociale fonds podiumkunsten bleek dat 2 procent te kennen gaf vaak met seksisme te maken te hebben, 8 procent soms. Die cijfers wijken niet veel af van andere beroepsgroepen. Dat staat in contrast met de schandalen die we nu in de media lezen.

Die bevraging toont nochtans wel dat 10 procent van de ondervraagden een probleem signaleert! Bij de sport was er ook zo’n bevraging, er waren amper klachten. Tot de schandalen uitbraken.

Mensen die met seksueel geweld te maken krijgen, gaan dat ook niet zomaar even melden. Daar zit dikwijls veel schroom of pijn op. Je moet een vertrouwelijke context hebben vooraleer sommigen er over durven spreken. De zwijgcultuur in België zit diep.

Mijn onderzoek leerde me dat dansers zwijgen uit angst voor gezichts- en carrièreverlies. Machtsmisbruik wordt opgevat als iets normaal. Daarom reageerden we in België heel defensief en ongenuanceerd op het #metoo-verhaal. Ook vandaag nog, helaas. Maar ik ben hoopvol en zie toch hier en daar verschuivingen.

Op dit punt was ik wel optimistisch over de houding die de werkgeverfederatie oKo aanneemt. Liesbeth Dejonghe draaide er geen doekjes om in de commissie #metoo in het Vlaamse parlement: “Nultolerantie, dat moet onze instelling zijn. Integriteit moet voor werknemers en werkgevers net zo bespreekbaar zijn als een arbeidsreglement in het sociale overleg.” N-VA had het dan weer over “de metoo-heisa”.

Nultolerantie, zeker akkoord. Maar we kunnen er niet omheen dat er nogal wat organisaties zijn die niet altijd even correct omgingen of omgaan met hun werknemers. Dat zijn publieke geheimen binnen de sector.

oKo werkt aan een sociaal charter met een deontologische code waar organisaties zich aan moeten houden. Maar dat charter blijft work in progress omdat je natuurlijk ook een draagvlak moet hebben. Daar hapert het blijkbaar. Vele organisaties willen zich niet vastzetten. Er heerst een idee dat ‘te veel regeltjes’ de artistieke vrijheid tegenwerkt.

Niettegenstaande wij bij Engagement niet verrast zijn dat zoveel grote choreografen het probleem volledig ontkennen, brengen zulke reacties wel ergernis. Zeker als deze gezelschappen het zien als een gelegenheid om zichzelf schouderklopjes te geven over hoe feministisch ze zijn. Er is duidelijk niet veel ruimte voor zelfreflectie en solidariteit.

Als ledenorganisatie kan je uw leden natuurlijk niet verplichten een charter te tekenen, dan zijn ze weg. Ik denk dat er echt wel meer nodig is, ook al is het signaal van mevrouw Dejonghe heel waardevol. Zij zou het ook liever anders zien, ondertussen zetten ze zich in voor een sectoraal plan samen met de vakbonden en het sociaal fonds.

Je verwees naar bekende choreografen in de media. We lazen eerder deze week dat Anne Teresa De Keersmaeker (Rosas, Parts) jullie campagne steunt, ze spreekt van een kantelmoment en vindt dat sommige kunstenaars anders moeten gaan werken.

Zo’n oproep is echt belangrijk! De Keersmaeker gaf ook aan dat ze voorzichtig wilt zijn omdat ze in onze oproep dacht gelezen te hebben dat wij choreografen die seksistische beelden in hun werk gebruiken, willen straffen in hun subsidies.

Dat is een misverstand: dit staat niet in onze oproep, het was een bedenking die ik me persoonlijk maakte tijdens een interview. Het is toch een relevante vraag: moet je de heropvoering van problematisch werk blijven aanmoedigen en dus gewoon blijven betalen omdat het deel uit maakt van een historisch canon?

Als vakbond werken we inzake preventie aan sensibilisering via onze leden en onze personeelsdelegaties waar we werken met genderchecklists. We zijn een meldpunt voor personeel, ook freelancers, en volgen dossiers op. Vervolgens ijveren we ervoor dat organisaties clausules in hun arbeidsreglement opnemen en dat discriminatie en seksisme op sectorniveau wordt aangepakt via collectieve arbeidsovereenkomsten. Wat kunnen we meer doen?

Je zou erop kunnen toezien dat medewerkers integriteitscodes tekenen, naast hun arbeidscontract. Dan heb je een en ander expliciet duidelijk gemaakt nog voor een samenwerking begint en kan je ook terugvallen op gemaakte afspraken in geval van problemen. In het buitenland circuleren zo’n initiatieven. Dat is ook iets waar de cultuurminister werk van lijkt te willen maken.

Daarnaast is het van belang in te zetten op onderwijs: daar begint het. Maak studenten al tijdens hun opleiding bewust van wat de mogelijke problemen zijn, hoe ermee om te gaan, waar ze terecht kunnen indien het misloopt. Wij plannen sowieso al een traject langs verschillende scholen om gesprekken te voeren.

Nog een belangrijke piste: zet in op onafhankelijke vertrouwenspersonen die werkzaam zijn in de sector die als aanspreekpunt kunnen optreden. Mensen waarbij je terecht kan, uit de praktijk zelf. Misschien kan je via de ledenwerking een systeem van coaching uitwerken?

Je hoort nu stemmen opgaan die zeggen dat een beroepsverbod te zwaar is. Het andere uiterste van straffeloosheid is het einde van een artistieke carrière. Voor Bart De Pauw is het wellicht game over. Hoe zie jij dat? Wat doe je met aangebrand talent, zoals de filmmaker Roman Polanski bijvoorbeeld?

Ik geloof niet in censuur. Dat komt die kunstenaars indirect ook ten goede, dan kunnen ze zich wentelen in een slachtofferrol.

Het is wel belangrijk dat de achtergrond van deze makers gekend is en dat we hun kunst contextualiseren. Op die manier ben je als publiek geïnformeerd over hoe je naar die personen en hun kunst kan kijken.

Als kijker merk ik dan alvast dat ik anders kijk naar de referenties binnen deze kunstwerken en dat roept andere vragen op.

Verwacht je dat we binnenkort in de pers nog over nieuwe zaken gaan horen?

Waarschijnlijk wel. Maar ik hoop dat andere beroepsgroepen zullen volgen. Hoe zit het bij ballet, de muzikanten, beeldend kunstenaars? En wat met andere sectoren?

 

Robrecht Vanderbeeken is vakbondsverantwoordelijke voor ACOD Cultuur.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.