about
Toon menu

Klimaatakkoord van Parijs: mooie beloftes, weinig kans dat ze gehaald worden

In de slipstream van het klimaatakkoord van Parijs maken regeringen wel mooie beloftes, maar zich houden aan die beloftes is nog iets anders. Dat schrijven enkele wetenschappers in een commentaarstuk in de magazine Nature.
woensdag 2 augustus 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Het commentaarstuk gaat niet over Trump of toch niet in de eerste plaats. Wel over de landen die netjes achter het akkoord van Parijs blijven staan.

In Parijs gooide de VN het over een andere boeg. In plaats van van bovenaf opgelegde regels kregen de lidstaten die het akkoord onderschrijven de kans om hun eigen beloftes bekend te maken. De optelsom van al die toezeggingen zou er dan moeten voor zorgen dat de temperatuurstijging tot 2 en liefst zelfs tot 1,5 graden beperkt blijft.

“Die logica dreigt echter in duigen te vallen omdat de nationale overheden beloftes maken die ze niet waarmaken”, schrijven de wetenschappers.

De voormalige Amerikaanse president Obama beloofde bijvoorbeeld om de uitstoot van zijn land tegen 2025 met 26 tot 28 procent te verminderen in vergelijking met het niveau van 2005. Maar als je kijkt naar de maatregelen die aan die belofte vasthangen dan zullen de VS eerder stranden op 15 à 19 procent. Dat was dus nog voor de nieuwe president Trump de Parijs-deal aan de kant schoof en de stekker trok uit heel wat initiatieven.

Ook Japan dreigt het doel van 26 procent minder uitstoot in 2030 niet te halen. De industrie in het land is al heel efficiënt. Minder uitstoot betekent daar dus grotere investeringen dan in de VS. Japan mikt ook op 17 procent minder elektriciteitsverbruik in 2030, maar verwacht tegelijk veel van elektrische wagens. Een uitbreiding van kernenergie zou dat kunnen oplossen, maar dat ligt tercht heel gevoelig in het land dat nog bekomt van de Fukushima-ramp.

In de Europese Unie is er dan weer een grote kloof tussen de boude beloftes op Europees niveau en de afwezigheid van regels om lidstaten in het gareel te houden.

Makkelijk om beloftes te breken

De auteurs vatten het probleem van de beloftecultuur mooi samen: “Het is voor politici makkelijk om beloftes te maken aan ongeduldige kiezers en oppositiepartijen. Maar het is moeilijk om hoge kosten op te leggen aan de machtige, goed georganiseerde groepen.” Of met andere woorden: het is makkelijker om beloftes te breken dan om multinationals in hun portefeuille te raken.

De logica van het Parijs-akkoord heeft die tegenstelling nog aangewakkerd door de vooruitgang te baseren op nationale beloftes.

Als we toch nog iets willen maken van Parijs dan moeten regeringen gedwongen worden om heel transparant te communiceren over hun beloftes én moeten ze niet alleen ‘targets’ bekend maken maar ook hoe ze die willen bereiken en wat de precieze kost zal zijn.

Veel tijd blijft er alvast niet meer over. Eerder stond in Nature te lezen dat 2020 een cruciaal jaar wordt. Als er dan nog geen scherpe daling te zien is van de globale uitstoot dan mogen de beloftes om de temperatuurstijging onder de 2 graden te houden in de vuilnisbak.

Het CO2-krediet bedraagt nog 150 tot 1050 gigaton, afhankelijk van hoeveel de kans is. Wereldwijd wordt nu 41 gigaton uitgestoten. Binnen vier jaar zitten we dus al voorbij de ondergrens. Binnen 15 jaar zitten we ergens in het midden tussen die twee uitersten.

Een stijging van 2 graden behoorde vroeger nog tot de rampscenario’s. Nu is het al een doelstelling geworden. Tot nu toe steeg de temperatuur met 1 graad door menselijke activiteiten. Dat leidde al tot extreme weerfenomenen en het afscheuren van gigantische ijsbergen.