Reeds acht jaar is DeWereldMorgen.be de alternatieve en kritische stem in de Vlaamse media.

Wij zijn volledig gratis en reclamevrij.

Maar dat kan enkel via uw steun.

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Boekrecensie

Ook nu: het probleem van de eigendom

Precies 175 jaar na dato verscheen de Nederlandse vertaling van 'Wat is eigendom?'. Deze verhandeling van Pierre-Joseph Proudhon is alleen al klassiek omdat ze de eerste tekst is, waarin een auteur zich expliciet als anarchist presenteert. En natuurlijk is er de slagzin ‘Eigendom is diefstal’. Proudhons boek bestaat vooral uit een lange reeks analyses, die moeten aantonen dat eigendom een logische onmogelijkheid is.
dinsdag 21 april 2015

Het behoort tegenwoordig tot de goede zeden om te fulmineren tegen de bankensector als bron van alle kwaad. Daarbij wordt graag op de man gespeeld, zodat de oplossing voor alle maatschappelijke problemen lijkt te bestaan in een morele herbewapening van de bankier. Laat bankentypes goedzakken worden, en alles is voor elkaar.

Een belangrijk probleem wordt daarbij consequent over het hoofd gezien, en wel dat van de eigendom en de ermee samenhangende machtsverhoudingen. Ook bij een bankensector die geheel en al zou bestaan uit lieve mensen die niet zouden doen aan bonussen, zouden die verhoudingen overeind blijven en werd het kapitalisme niet aangetast. Juist door de fixatie op het bankkapitaal blijven algemene eigendomsverhoudingen buiten schot, dreigen zij impliciet te worden gerechtvaardigd. Franz Neumann merkte in Behemoth, zijn studie van de financieel-economische structuur en praktijk van het nationaalsocialisme, niet voor niets op dat een eenzijdige strijd tegen de banken juist in een vorm van fascistisch kapitalisme kan uitmonden.

Zeker, dat waren andere tijden, maar typerend is dat de heden geruchtmakende Thomas Piketty een zwaardere belasting van rijken voorstaat als oplossing van toenemende inkomensongelijkheid, zonder minstens te verdisconteren dat daarmee de ontwikkelde staten profiteren van uitbuiting die multinationals voor het heil van de zogenaamd postindustriële samenleving plegen op het proletariaat in Verweggistan, liefst in landen waar een minimum aan democratie ontbreekt. Een vergelijkbaar probleem kleeft de hedendaagse wijdverbreide roep om een basisinkomen aan. Dat gaat hand in hand met een toenemende digitalisering van de samenleving die mensen alhier werkloos maakt, maar zelf afhankelijk is van uitermate goedkope arbeid, minstens voor het delven van de noodzakelijke metalen voor de digitale industrie, en ook hier fundamenteel ongelijke machtsverhoudingen intact laat.

Antisociaal

Alleen daarom al is het goed dat Uitgeverij IJzer ons nu trakteert op een vertaling van Wat is eigendom?, de klassieke verhandeling van Pierre-Joseph Proudhon uit 1840. Klassiek is die alleen al, omdat ze de eerste tekst is, waarin een auteur zich expliciet als anarchist presenteert. Maar zeker ook is ze roemrucht vanwege de slagzin ‘Eigendom is diefstal’, waarmee het boek opent, zonder verder overigens sloganesk te zijn. Wat is eigendom? bestaat vooral uit een lange reeks analyses van kwesties rond eigendom, die moeten aantonen dat eigendom een logische onmogelijkheid is.

Proudhon volgt daarbij het juridische onderscheid tussen eigendom en bezit. De eigendom is het domeinrecht: de eigenaar heeft de totale beslissingsbevoegdheid over al diegenen die zich binnen zijn grondgebied ophouden, en geniet van hun arbeid de financiële voordelen die zij zelf niet hebben. Het bezit is het recht op de natuurlijke en industriële goederen die je nodig hebt om te leven. Proudhons methode bestaat er nu in de ongerijmdheden aan het licht te brengen, die de eigendom met zich meebrengt. De vele argumenten ter rechtvaardiging van de eigendom wil hij niet rechtstreeks weerleggen, maar hij gebruikt ze om het gelijkheidsprincipe te bewijzen dat haaks op de eigendom staat.

Daarbij moet bedacht, dat gelijkheid en eigendom in de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger uit 1789 tezamen met vrijheid en veiligheid als de vier fundamentele mensenrechten op een lijn met elkaar werden geplaatst. Proudhon wil aantonen dat de eigendom in dat rijtje niets te zoeken heeft. Waar de andere drie sociaal zijn, is de eigendom antisociaal: als de aarde collectief eigendom van de mensheid is, dan staan eigendom en maatschappij haaks op elkaar. Het enige recht dat Proudhon aanvaardt, is dat van occupatie: elk menselijk individu heeft recht op een lapje grond om in zijn levensonderhoud te voorzien, en de omvang van dat lapje grond is enkel afhankelijk van de veranderlijke omstandigheden van beschikbare ruimte en het aantal mensen.

Autodidact

Met tomeloze ijver werpt Proudhon zich dan op de diverse argumenten die voor de eigendom in het veld zijn gevoerd. Aan die analyses is het grootste deel van het boek gewijd. Ze zijn scherp en uitermate lucide, hoewel voor een hedendaags lezer niet altijd even inzichtelijk. Waar ze primair betrekking hebben op het Frankrijk van zijn tijd, waar de Industriële Revolutie nog achterbleef bij de Engelse ontwikkelingen van dat moment, gaan ze uit van economische berekeningen en wettelijke regels rond situaties van pacht. Die heeft niet iedereen meteen paraat.

Bovendien treedt Proudhon vaak in discussie met Franse rechtswetenschappers en economen, van wie de namen toch niet altijd bekend zijn. Het bijgevoegde namenregister vangt dit enigermate op, al blijven de verklarende teksten summier. Storend is ook, dat de her en der opgevoerde Latijnse formules niet zijn vertaald. Pas tegen het einde van de tekst gebeurt dit een enkele keer, maar alleen doordat Proudhon dat in het origineel zelf doet. Zelfs in het notenapparaat (het oorspronkelijke, aangevuld met noten van de vertaler) staan oorspronkelijke noten onvertaald in het Latijn, en worden geen Nederlandse vertalingen aangeboden: al met al een serieus tekort van deze op zichzelf lovenswaardige editie.

Daarnaast wordt Proudhons stijl gekenmerkt door een ijzig-ironische, welhaast apodictische woede die de toegang tot het argument niet altijd bevordert. Soms krijg je zelfs het gevoel, dat de proletarische autodidact die Proudhon was, erg graag wil bewijzen, dat hij heus wel overweg kan met de ingewikkelde problemen van de burgerlijke wetenschap.

Dwangmiddelen

Dit neemt niet weg dat zijn argumenten vlijmscherp zijn. Proudhon voert ze bovendien in alle consequentie door. Want als eigendom onrechtvaardig is, dan is ze dat niet alleen in de verhouding landeigenaar-pachter, of industrieel-arbeider, maar uiteindelijk ook in de verhouding staat-burger. De bankenproblematiek komt zeker evengoed ter sprake, maar ook die staat hier in het teken van de algemene problematiek van de eigendom, wat een dus veel verder reikend tegengif impliceert dan goedheid van stoute bankiers verlangen. In laatste instantie is niet geld het probleem, maar het beginsel dat iemand meent grond te kunnen usurperen, daar regels voor op te stellen, waar anderen (burgers van een staat dus ook) zich aan te onderwerpen hebben, akkoord moeten gaan met de uitbuiting van hun arbeidskracht, via pacht dan wel belastingen.

Nu kan men tegenwerpen, dat Proudhon schrijft vanuit een situatie waarin die uitbuiting nog niet was opgevangen door sociaaldemocratische hervormingen. Maar als we de door hem geschetste situatie extrapoleren, moeten we erkennen dat de problematiek nog altijd geldt voor de eerder genoemden die in verre landen voor onze welvaart zorgen, zonder zelf te kunnen beschikken over het door hen bewoonde grondgebied waaraan zij voor ons metalen onttrekken. Daar geldt eens te meer het volgens Proudhon uiteindelijke probleem van de eigendom: zij komt alleen tot stand met dwang: ‘Zonder dwang is eigendom niets.’ De staat is de uiteindelijke heiliging van dwangmiddelen. Zij beschikt over de fysieke wapenen die de eigendom als ontkenning van gelijkheid in stand houden.

Proudhon trekt daarbij, vooral in het meer algemeen gehouden vijfde en laatste hoofdstuk, een duidelijke scheidslijn tussen de eigen positie en die van andere contemporaine denkers ter linkerzijde. Deze collectivisten doen geen recht aan de wezenlijke eigenschap van het menselijk individu: namelijk dat het zijn eigen leven wil bepalen, zelf wil beschikken over de eigen spontaneïteit. Die fundamentele gelijkwaardigheid van vrijheid en gelijkheid wordt door de collectivisten (Saint-Simon, Fourier, zeker ook hun latere, dan evenzeer door Proudhon gekritiseerde uitloper Marx) niet gegarandeerd: hun posities dreigen het individu te verstikken in een algemene middelmatigheid, te onderwerpen aan een nieuwe staat. Vrijheid is daarentegen de essentieel structurerende factor voor maatschappelijke orde.

Werkbij

Vrijheid fundeert de eerlijkheid in de verdeling van de mogelijkheden, zodra de eigendom is afgeschaft ten faveure van het loutere bezit. Proudhon noemt de politiek dan ook niet voor niets ‘de wetenschap van de vrijheid’. Het is precies daar, waar het anarchisme zich onderscheidt van het communisme, bij Proudhon dus nog collectivisme geheten.

Een andere richtingwijzer voor het latere anarchistische denken (met name Kropotkin en zijn Mutual Aid, maar ook een hedendaags denker als John Zerzan), eens te meer belangrijk voor de algemene ecologische situatie van de huidige tijd, bestaat in de diverse momenten waar Proudhon onderzoekt hoe groot de verschillen tussen mens en dier nu werkelijk zijn: volgens hem hooguit vloeiend zijn (let wel, in 1840, dus nog voor Darwin).

Nu heeft de modernste wetenschap zelfs zijn uiteindelijke criterium van verschil inmiddels achterhaald: waar Proudhon nog gelooft dat bijvoorbeeld bijen geen persoonlijkheid hebben, simpelweg doen wat ze doen omdat het instinct hen drijft, is recent komen vast te staan dat zelfs insecten beschikken over zoiets als individualiteit. Een dergelijk inzicht relativeert niet alleen de neiging tot usurpatie van de natuur door de mensheid, maar zeker ook de uitbreiding daarvan over andere mensen, oftewel hun reductie tot loutere werkbijen.

Berouw

Vanuit historisch perspectief beschouwd, stemt Proudhons gepassioneerde slotakkoord deels droevig. Hij stelt vast dat hij de eigendom nu voorgoed heeft overwonnen, en dat zijn studie de kiem zal planten die leiden zal tot de dood van eigendom: ‘vroeg of laat zullen daar privileges en eigendom verdwijnen’. Jammer genoeg gaat het vooralsnog eerder om laat dan vroeg. Het zal nog wel even duren voordat de ‘tot wanhoop gedreven’ jonge man, die door Proudhon is geïnspireerd geraakt, de machthebber zo ver weet te brengen dat hij er als eerste naar ‘verlangt al zijn fouten goed te maken’, opdat hij kan worden vergeven ‘vanwege de gretigheid van zijn berouw'. Proudhon hoopt dat nog te bereiken door de inzichtelijkheid van de eigen wetenschappelijkheid en de goedheid van God als God van de vrijheid, God van de gelijkheid.

De machthebbers, of ze nou kapitalistisch of collectivistisch waren, zijn tot op heden echter niet erg bevattelijk voor berouw gebleken. Vrijheid wordt nog altijd onderworpen aan hetzij de eisen van de gelijkheid, hetzij de eisen van de eigendom. De vraag hoe dit te boven te komen, zonder zelf te vervallen tot dwang, blijft de centrale uitdaging van anarchistische theorievorming.

Maar om die hele problematiek onder ogen te zien, is het een goede zaak dat de centrale brontekst van het anarchisme, ook nog voorzien van een mooie inleiding door anarchisme-kenner Thom Holterman, eindelijk in het Nederlands beschikbaar is. Daarbij moeten we een ding niet vergeten: het arbeiderszelfbestuur uit de dagen van de Spaanse Burgeroorlog heeft aangetoond dat een leven zonder eigendom in principe mogelijk is.

Pierre-Joseph Proudhon: Wat is eigendom? Vertaling door Zsuzsó Pennings. Uitgeverij IJzer, Utrecht. ISBN 978 90 8684 108 0.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

3 reacties

  • door Jan Willems op woensdag 22 april 2015

    Voor de liefhebbers: www.marxists/org/nederlands/marx-engels/1847/armoede/aanhangsel.htm En: www.vn.nl/archief/politiek/artikel-politiek/gaat-de-filosofie-terug-naar-de-werkelijkheid.htm

  • door Koen Verhofstadt op donderdag 23 april 2015

    Om met een goede vriend te spreken, en toepasselijk voor onze banksector: eigendom is diefstal; maar diefstal is ook vooral eigendom/

  • door hem day op donderdag 23 april 2015

    Mooie recensie. Ik zou er alleen aan willen toevoegen dat Proudhons begip van eigendom doorheen zijn werk evolueert en dat, terwijl hij in "Wat is eigendom" nog vurig pleit voor de afschaffing van eigendom, hij bepaalde vormen van eigendom zal verdedigen vanaf zijn "Idée générale de la révolution au XIXe siècle" (1851). Voor de geïnteresseerden die het Frans voldoende machtig zijn raad ik ter aanvulling René Berthiers Études proudhonniennes deel II (Éditions du Monde Libertaire) aan.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties