about
Toon menu

Apologie van de domme leerkracht

Leraren worden almaar dommer. Zo, het is eruit, moet André Oosterlinck gedacht hebben. Het was de voormalig rector van de KULeuven die de kat de bel aan bond en die, zoals dat tegenwoordig erg populair is bij de Vlaming, de dingen Eens Ging Zeggen Hoe Ze Zijn.
donderdag 10 april 2014

Het is u overigens vergeven indien u hierbij een beetje moet gniffelen achter het handje. Ieder van ons heeft immers wel een of andere nare ervaring met een leerkracht, een onterecht uitgemeten straf of een onvergeeflijk saai vak dat ons kostbare uren van ons adolescentenleven heeft gekost.

Ikzelf herinner me bijvoorbeeld dat ik met wat vrienden op mijn vijftiende een schoolkrantje opstartte onder de gevleugelde naam Utopia (Universeel Tijdschrift voor Onafhankelijke, Pseudo Intellectuele Asocialen) dat na ongeveer vijf minuten werd verboden door de directie.

De wijze les die ik daaruit leerde, was dat autoriteit en ik nooit de beste maatjes gingen worden en ook dat wie een puberale aanval op Het Systeem wil inzetten, best zelf toegang heeft tot een kopieermachine en beter niet die van Het Systeem gebruikt. Wel hield ik er destijds een lief aan over.

Soit, de kern van de kritiek die de heer Oosterlinck aan het adres van de leerkrachten richtte, was dat zij vandaag de dag en in het algemeen genomen over onvoldoende intellectuele bagage beschikken om de opvoeding van de jeugd op een ernstige manier ter harte te nemen. Niet zozeer dat ze echt te dom zijn, haastte hij zich te nuanceren, als wel dat zij een zeker tekort aan algemene kennis en wereldwijsheid ten toon spreiden. Of dan toch zeker de nieuwelingen in het vak.

Ondanks de ambigue gevoelens die ook ik ten aanzien van een aantal van mijn vroegere leerkrachten koester, was mijn eerste reflex bij het lezen van die uitspraak toch deze: de rector van de K.U.L versus de anonieme, jonge leerkracht lager onderwijs, dat is geen fair gevecht. Vandaar deze - naar ik hoop intellectueel volledig verantwoorde, mijnheer Oosterlinck - apologie van de domme leerkracht. En geen betere manier om daarbij de door de rector zo aangeprezen eruditie te etaleren, dan met enkele gerichte citaten. Voor de gelegenheid kiezen we voor Pink Floyd en George Bernard Shaw.

We don’t need no education.

Roger Waters is een schoolvoorbeeld (pun intended) van hoe met verve de domme leerkracht te verketteren. Hij schreef met Another Brick in the Wall, part II, al zijn frustraties over zijn schoolcarrière van zich af. De kritiek die hij overbrengt is dat onderwijs systeembevestigend is en zo het vrije ontwikkelen van de geest beknot.

Ik vind dat hoogstens een halve waarheid. Ik zal niet ontkennen dat onderwijs ertoe dient om het heersende systeem te reproduceren, maar alles hangt verder af van de vraag in hoeverre je dat systeem wel of niet positief inschat.

Als het heersende systeem er een is dat zelfstandige, mondige en kritische burgers zeer hoog waardeert, dan zal het onderwijs zich haast automatisch erop richten om dat soort burgers te produceren.

Als het een systeem is dat vooral relatief kritiekloos consumeren hoog in het vaandel draagt, als het een Dacia Duster boven Diderot plaatst, dan moet je ook niet schrikken van wat er aan afgestudeerden uit de onderwijsmal komt geglipt.

Met andere woorden: als ons onderwijs in Vlaanderen te weinig intellectuele bagage aanbiedt en te weinig kritische zelfreflectie stimuleert, dan is dat misschien gewoon omdat we als samenleving te weinig intellectueel en te zelfgenoegzaam zijn. 

De vraag die de rector onbeantwoord laat, is die naar het waarom van de vermeende afnemende kennis bij leerkrachten. Zo moeilijk is dat nochtans niet. De afgelopen jaren zijn er in Vlaanderen zo’n honderd bibliotheken wegbezuinigd en kelderde de boekenverkoop. Cultuur is zogenaamd een subsidieslurper en dus vooral te duur in de ogen van politici.

Wie in het publieke debat niet in holle oneliners of Latijnse spreuken balkt, wordt al snel weggezet als ‘politiek correct’, hetgeen zowat een scheldwoord is geworden en gelijkgeschakeld wordt met niet-volks en niet-representatief voor hoe wij, gewone mensen, echt zijn. 

We vinden dingen als sociale zekerheid belangrijk, maar als er daarover gediscussieerd wordt kiezen we eerder het kamp van het achteruitleunend  cynisme dan voor optimisme en daadkracht tegen beter weten in. Er gebeurt dagelijks heel wat in de wereld, maar onze beeldbuis kleurt steevast zwart-geel en bleef jarenlang ingezoomd op een driehoekig lapje grond tussen Brussel, Halle en Vilvoorde.

Terwijl de gevaarlijkste inheemse diersoort bij ons een koolmeesje is of zo, wappert op onze vlag een heuse leeuw die woest brult in een aandoenlijke poging om onze almaar toenemende kneuterigheid te verhullen. Het zijn wij zelf die toelaten dat onze blik verengd wordt en dat we dommer worden. Als wij dom besparen en enkel naar onze navel staren, wat gaat een toelatingsproef voor leerkrachten daar dan aan veranderen?

Sorry, ik liet me even gaan. Tijd voor de tweede quote.

Those who can, do. Those who can’t, teach.

Deze wordt doorgaans aan George Bernard Shaw toegeschreven. Ook hij rekent hiermee in Man and Superman af met zijn schoolse verleden. Leerkrachten zijn, om de boodschap samen te vatten, eigenlijk gewoon mislukte doeners. De uitspraak stamt uit 1903 maar is actueler dan ooit.

Doeners zijn populair. Wie de vraag “Hoe gaat het?” niet beantwoordt met “Druk, druk, druk” wordt steeds vaker scheef en meewarig aangekeken. En toegegeven, ook al vormen zij nog steeds de uitzondering, we kennen allemaal wel leerkrachten die voor het beroep gekozen hebben omdat zij andere ambities niet hebben kunnen waarmaken. 

De kritiek van Oosterlinck sluit daar bij aan in de zin dat ook hij leerkrachten een zekere wereldvreemdheid verwijt. Beiden zeggen: zij staan niet in de echte wereld. Dat is begrijpelijk, maar dat is niet fair. Het is begrijpelijk omdat de onderwijswereld inderdaad vaak lijkt op een soort wereldvreemde zeepbel waarin specifieke, erg rigide wetten en krachten gelden.

Maar het is ook unfair omdat dat net zo goed geldt voor wie voor de kost pakweg dure wagens verkoopt, kanalen uitbaggert of knoeit met de boekhouding. Door onze graad van specialisatie zijn beroepen waarin je slechts met een petieterig deel van de werkelijkheid bezig bent eerder de regel dan de uitzondering. We pendelen allemaal naar onze zeepbel.

Bovendien: hoe meet je wereldvreemdheid? Leerkrachten krijgen via hun leerlingen veelvuldig te maken met kritische vragen, familiale problemen, diversiteit, interpersoonlijke conflicten, groepsdynamiek, ongelijkheid en alle praktische beslommeringen die onlosmakelijk verbonden zijn met het samenbrengen van een meute kinderen in een klaslokaal.

De mate waarin je aan de dagelijkse problemen van gewone mensen wordt blootgesteld lijkt me een vrij goeie graadmeter om te voorspellen hoeveel iemand weet van de wereld. En ik denk dat een leerkracht in het lager onderwijs op die schaal een pak beter zal scoren dan vele andere beroepsgroepen, inclusief die van Rector van een Katholieke Universiteit. 

Chesterton en Murakami

Tot slot wil ik, bij wijze van hart onder de riem, nog twee citaten meegeven die als tegenwicht kunnen dienen voor de voorgaande.

Het eerste is er een van G.K. Chesterton, een tijdgenoot en notoir tegenstander van Shaw. In het leuke boekje What’s Wrong With The World, dat ik overigens iedereen kan aanraden, stelt hij ergens:

"No man who worships education has got the best out of education... Without a gentle contempt for education no man's education is complete."

Oftewel: als we zo kritisch zijn voor leerkrachten, dan is dat het beste bewijs dat zij hun werk nog steeds naar behoren doen. Dat kan alvast een geruststelling zijn.

Het tweede citaat komt uit Haruki Murakami’s roman Norwegian Wood.

“I have a lot more patience for others than I have for myself, and I'm much better at bringing out the best in others than in myself. That's just the kind of person I am. I'm the scratchy stuff on the side of the matchbox. But that's fine with me. I don't mind at all. Better to be a first-class matchbox than a second-class match.”

We klagen wat af over het onderwijs en het onderwijzend personeel, en soms is dat ook terecht. Maar zolang er leerkrachten zijn die zich met hart en ziel over onze kinderen ontfermen en die elke dag hun best doen om een zo goed mogelijke zijkant van het luciferdoosje te zijn, mogen we best tevreden zijn.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

4 reacties

  • door sam vanderleyden op vrijdag 11 april 2014

    Mooi artikel... Kan ik me in vinden.

    • door GVD op vrijdag 11 april 2014

      Vind ik ook. Vooral de tekening van 'de echte wereld' waarmee de leerkracht geconfronteerd wordt en het beeld van het luciferdoosje.

  • door Marc De Prins op vrijdag 11 april 2014

    Kritiek op een leerkracht, mooi van een vooraanstaand man. Men zou beter wat meer kritiek hebben op het hele systeem. Ken een heel aantal leerkrachten, zowel van het basisonderwijs als van midden- en hoger onderwijs. Ik hoor van die mensen steevast het zelfde, ze hebben meer werk met notities maken voor de statistieken. Ik moet bij hen ook vaststellen dat ze meer dan behoorlijk gemotiveerd zijn, en heel dicht bij hun leerlingen staan, wat van de overheid en sommige directies niet altijd kan gezegd worden. Hoogtijd om eens iets te doen aan de mentaliteit van de overheid en van de grote multinationale bedrijven.Ben onlangs ontslagen, niet omdat ik mijn werk niet goed deed, maar omdat ik opkwam voor mijn rechten en dat van mijn collega's, daar heb je geen onderwijs voor nodig om te weten hoe dat komt.

  • door hansma op maandag 14 april 2014

    Een aantal stellingen worden door elkaar geschud. Veel jongeren mogen van geluk spreken. Ze worden dagelijks geconfronteerd met leerkrachten die o zo graag de kennis van hun geliefde vak willen doorgeven. De passie bij verschillende leerkrachten maakt van dit vak een boeiend en echt verhaal. Daarnaast mogen we echter niet uit het oog verliezen dat door de democratisering en flexibilisering van het hoger onderwijs er een ruimere instroom is van leerlingen. Een leerling met een technische vooropleiding stroomt bijna automatisch door naar het hoger onderwijs. Een traditie zou je kunnen zeggen, maar dan wel een traditie die nog niet zo heel lang bestaat. De instroom in de studierichtingen die leiden tot het beroep van leraar, van de kleuterjuf tot de leerkracht geschiedenis, is in de loop der jaren veranderd. Terwijl dit vroeger 'exclusief' een verhaal was van leerlingen die uit de humaniora kwamen, merken we dat vandaag alle mogelijke onderwijsvormen (ASO - BSO - KSO - TSO) vertegenwoordigd zijn. Niets zegt dat deze toekomstige leerkrachten passief les geven, zonder passie voor de klas staan, didactische nitwit's zijn of geen kaas hebben gegeten van een hedendaags klasmanagement. Wel is het zo dat, als we over gemiddelden mogen spreken, de gemiddelde leerkracht dommer is dan in het verleden. Verschillende ervaren docenten in de lerarenopleiding kunnen beamen dat de inhouden die vandaag werden gegeven niet van dezelfde orde zijn als die van pakweg 20 jaar geleden. Daarnaast is er tussen de inhoudelijke keuzes, vertaalt in ontwikkelingsdoelen, leerplandoelstellingen of vakoverschrijdende eindtermen, en het niveau van de leerkrachten geen causaal verband. Tenslotte haal je de dalende boekenverkoop aan. Dit is een terecht gegeven als je naar de laatste jaren kijkt. De evolutie op middellange termijn in Nederland toont evenwel aan dat de verkoop cyclisch stijgt. Of het nu kookboeken, strips of Nobelprijswinnaars zijn, leert ons de grafiek evenmin, enkel de algemene trend. Of deze cyclische stijging definitief gedaan is of nog lang zal doorgaan weten we evenmin. (http://www.siob.nl/bibliotheekmonitor/trends-media-informatie/boeken/algemene-boeken-gekochte-aantallen/item90)

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties