Gedelegeerd bestuurder van Zorgnet-Icuro Margot Cloet.
Interview -

“We moeten praten over onze kijk op zieken, kwetsbaren en ouderen”

'Ik hoop dat er een debat komt over hoe we kijken naar mensen die ziek zijn, hoe we kijken naar kwetsbaren en ouderen, want de voorbije weken en maanden hebben we onze blik daar toch wel wat van verwijderd', stelt Margot Cloet, gedelegeerd bestuurder van Zorgnet-Icuro. Lees hier hoe zij kijkt naar de heropstart van de zorg naast corona en naar de lessen die we uit deze crisis kunnen trekken.

dinsdag 12 mei 2020 15:22
Spread the love

“Deze crisis maakt duidelijk hoe belangrijk het is om voor elkaar te zorgen, om rekening te houden met elkaar, om mensen die ziek zijn te beschermen zonder er bang van te zijn.”

(Wil je het interview liever horen, dan kan dat hier. Onder de video volgt een uitgeschreven versie van het Zoom-interview met Margot Cloet op vrijdag 7 mei)

Eerst en vooral: hoe gaat het met jou vandaag?

Het gaat wel vandaag, maar het zijn bijzonder vermoeiende tijden. De ene dag vlot al beter dan de andere, maar er hangt wel een soort van permanente stress. Nu we wel wat goed nieuws kunnen aankondigen, bezoek kunnen toelaten in zorginstellingen en bepaalde activiteiten kunnen hervatten, voelt het toch wel iets comfortabeler aan. De voorbije weken waren heel moeilijk.

“Als je zinvol en ziek aan elkaar koppelt, kunnen ook mensen die langdurig ziek zijn heel veel betekenen voor de samenleving.”

Dat geloof ik. Laat ons beginnen met een woordexperiment: wat zijn de eerste drie woorden die in je opkomen bij het begrip ‘ziek’?

Kwetsbaar, en toch ook wel warmte. Als mensen zich ziek voelen, gaat het niet alleen over ‘ik heb pijn of koorts vandaag’, maar toch ook wel over de warmte die je nodig hebt omdat je anders vaak heel alleen zit met je gedachten. Dat heb ik toch als ik ziek ben: een troostend woord of een knuffel doet veel beter dan een pilletje nemen. Als derde woord: sterk. Als het gaat over mensen die chronisch ziek zijn, vind ik het enorm sterk hoe ze daarmee door het leven gaan. Langdurige ziekte is iets dat niet weg gaat, dus ik vind het ongelooflijk hoe mensen dat kunnen. Ik denk dat ik het er zelf heel moeilijk mee zou hebben, ik ben ook een slechte patiënt.

Wat als je hetzelfde doet voor ‘zinvol’?

Wat mij de voorbije weken geholpen heeft, is dat ik aan het werk kon blijven. Dat heeft me ook structuur geboden. Als je zinvol en ziek aan elkaar koppelt, kunnen ook mensen die langdurig ziek zijn heel veel betekenen voor de samenleving. Wat ik ook heel zinvol vind, en wat ik geleerd heb, is praten. Hou de dingen niet bij jou, probeer rechttoe rechtaan te zijn, al is dat niet altijd zo gemakkelijk.

Je hebt de koppeling al zelf gemaakt. Normaal is de derde vraag welke associaties je krijgt bij ‘zinvol ziek’? Misschien is er nog eentje?

Ja, ik denk dat het ook naar de zorg toe heel belangrijk is dat mensen die ziek zijn daar niet in een hiërarchie zitten ten opzichte van zorgverleners, maar mee de co-piloot zijn van de beslissingen die genomen worden. Ik denk dat dialoog heel zinvol kan zijn, dat mag niet zomaar een soort van fake participatie op papier zijn. Je hoort vaak dat mensen die ziek zijn in bestuursraden moeten komen van ziekenhuizen, maar ik denk dat zoiets heel doorleefd moet zijn – en dat gebeurt gelukkig ook. Wanneer ziekenhuizen hier aandacht aan geven, mag het nooit een excuus of een excuustruus of excuuspiet zijn die daar gaat zitten.

Wat is voor jou goede zorg?

“Dialoog is voor mij toch ook wel de essentie van goede zorg.”

Dat is heel moeilijk. Goede zorg is goede relationele zorg, is goed praten. Goede zorg heeft natuurlijk ook in veel gevallen een heel medische kant. Daar denk ik dat een zorgverlener of een arts ook altijd een soort van skilled companion moet zijn. Iemand die expertise heeft, die wetenschappelijk onderbouwd is, die een praktijk heeft, maar die samen met de persoon die ziek is toch wel in gesprek gaat en samen het traject aangaat, wetende dat hij in sommige dingen zeer bekwaam is, maar dat ook mensen die ziek zijn op heel wat andere vlakken veel beter weten hoe ze ermee moeten omgaan. Dialoog is voor mij toch ook wel de essentie van goede zorg.

Zorgnet-Icuro zet met het online platform De Zorgsamen in op veerkracht en mentale hygiëne van zorgverleners. Wat betekent veerkracht voor jou?

Veerkracht is voor mij hoe breed je schouders soms zijn om iets te dragen en hoe sterk je – zeker in deze crisis – kan omgaan met bepaalde dingen. We moeten ook accepteren dat het niet oneindig is en dat je mag aangeven ‘nu is het voor mij wel voldoende’. Dat gaat vaak ook over mentale veerkracht. Droom ik van zaken? Kan ik daarmee bij iemand terecht zonder schaamte? Dat wordt natuurlijk ook begeleid door hoe je je voelt, hoe goed je kan slapen, hoeveel regelmaat je in je leven kan brengen, of je voldoende kan bewegen. Veerkracht is voor mij ook af en toe kunnen zeggen: nu is het genoeg.

Hoe voelbaar is de morele stress?

Bedoel je bij mij?

Bij jou en algemeen in je (werk)omgeving?

Ik denk dat het absoluut normaal is dat we nu met z’n allen meer gestresseerd zijn. Je voelt een soort spanning die sluimert in de samenleving. Ik denk dat er weinig mensen zijn die opstaan zonder dat ze denken ‘ah, ja, ook vandaag zitten we in het coronatijdperk.’ Dat geeft toch een stukje stress waar iedereen heel anders op reageert, en dat is normaal. Het is ook heel normaal dat je reageert zoals je dat zou doen wanneer je heel moe bent of heel lang gewerkt hebt of net een dipje hebt gehad. Je voelt dat de morele stress aanwezig is in de samenleving en bij zorgverleners soms nog wat extra. Wie nu ziek is, ook al is het geen covid-19, is natuurlijk extra kwetsbaar.

Zorgverleners willen hun job zo goed mogelijk doen. Er is nu terug een heropstart van bepaalde activiteiten. Niet alleen het in lockdown gaan, maar ook het terug normaliseren van een aantal zaken, rekening houdend met het feit dat je toch bijzondere regels moet respecteren rond hygiëne, rond afstand, dat is vermoeiend voor de geest. Dat voel ik toch zelf ook. Wat gaat er volgende week gebeuren? Alle mensen hebben zich gigantisch snel moeten aanpassen aan een nieuw leven, en dat is toch wel opmerkelijk hoe goed dat gegaan is. Ik geloof ook, ik heb dat vertrouwen in de samenleving, dat de meeste mensen het zullen volhouden en daar allemaal rekening mee gaan houden, maar het is toch wel bijzonder spannend.

Zeker. De neveneffecten van deze crisis zijn niet min, kijk maar naar de uitgestelde zorg. Hoe zie jij de heropstart van de zorg naast corona?

“Ik zie de heropstart als iets heel belangrijks, maar iets dat we langzaamaan en zeer zorgvuldig moeten doen.”

Ik heb het altijd belangrijk gevonden, maar dat is in de praktijk niet zo gebleken, dat er blijvend zorg kon worden geboden. Dat was wel de bedoeling, maar ik begrijp ook door de vele interpretaties, door angst, door morele stress, dat heel wat zaken niet zijn kunnen doorgaan. Ik zie de heropstart als iets heel belangrijks, maar iets dat we langzaamaan en zeer zorgvuldig moeten doen. Het is niet de bedoeling dat we brokken gaan maken, dat zou niet goed zijn, noch voor de burgers, noch voor de zorgverleners. We gaan dat nu langzaam moeten doen, want we gaan alert moeten blijven naar elkaar toe de komende tijd. Ik vermoed al zeker tot het einde van het jaar.

Hoe zie je de prioriteiten dan binnen de ziekenhuizen?

De ziekenhuizen konden in principe sinds begin deze week opnieuw opstarten met een aantal activiteiten. Beginnen met consultaties, dan daghospitalisaties en dan de klassieke hospitalisatie. Ik denk dat het heel belangrijk is dat de artsen de prioriteiten kunnen opstellen en daarbij kijken naar de meest kwetsbaren, naar de zaken die dringend geworden zijn, en op voorhand telefonisch contact kunnen hebben met de patiënt om alles heel goed uit te leggen.

Wie nu voor een behandeling naar het ziekenhuis gaat, komt door deze crisis in een andere omgeving terecht. Het zal voor patiënten best spannend zijn om in die setting te belanden. We weten dat het heel veilige omgevingen zijn, maar wellicht leeft dat beeld nu niet zo. In die zin denk ik dat het belangrijk is om mensen daar goed in te begeleiden en ook te voorzien van een begeleider. Als je helemaal alleen moet gaan, is dat ook niet evident, bijvoorbeeld als je slecht nieuws moet krijgen. Het is toch van belang dat je de nodige omkadering krijgt, dat een naaste bij je aanwezig kan zijn. Mensen kunnen dan zelf kiezen: zet ik mijn telefoon open of gaat er iemand mee? Dat is minstens even belangrijk als de consultatie of de behandeling op zich.

Mooi dat daar aandacht voor is. In een interview in Knack zei je: ‘Onze gezondheidszorg gaat nooit meer hetzelfde zijn.’ Welke veranderingen hoop je te zien?

Ik denk dat er heel veel dingen geleerd zijn rond samenwerking in de zorg, rond het delen van gegevens, rond het online consulteren en begeleiden. Ik hoop dat we die dingen vasthouden. Ik heb heel veel steun gezien vanuit de samenleving, maar ook heel veel steun van zorgverleners onder elkaar. Dingen die vroeger taboe waren. Hoe ziekenhuispersoneel in woonzorgcentra is gaan helpen, hoe het Rode Kruis vrijwilligers gratis en voor niks ter beschikking heeft gesteld. Dat is allemaal heel snel op gang gekomen. Dat moeten we echt proberen vasthouden.

Anderzijds gaan we wellicht naar sterielere zorgomgevingen. Daarmee bedoel ik dat we toch nog heel lang afstand zullen moeten houden, veel en vaak ontsmetten en maskers dragen, die ook nog eens voor afstand zorgen. We gaan er toch voor moeten zorgen dat het niet steriel blijft, als je begrijpt wat ik bedoel.

Dat het niet zo aanvoelt?

Ja, dat het niet voelt alsof we bang moeten zijn van elkaar, dat we voldoende gezond verstand aan de dag leggen en voldoende proberen van daar nabij in te zijn. In die zin denk ik dat de organisatie op zich zal veranderen en dat we vanuit de sector veel kunnen leren op vlak van samenwerking tussen beleidsniveaus, tussen gemeenten, tussen zorgverstrekkers, tussen het federale en het Vlaamse. Zeer ingewikkeld allemaal, dat krijg je niet uitgelegd aan patiënten. Dat is ambetant. Ook van hieruit zitten we daar vaak mee gewrongen.

Ik hoop dat er een debat komt over hoe we kijken naar mensen die ziek zijn, hoe we kijken naar kwetsbaren en ouderen, want dat hebben we de voorbije weken en maanden gezien, dat we onze blik daar toch wel wat van verwijderd hebben.

(Aanvulling: de dialoog over onze kijk op mensen die ziek, kwetsbaar en/of oud zijn, moeten we inderdaad durven voeren. Afgelopen weekend werd tijdens ‘Het Corona Debat’ van Medische Wereld nog gesteld dat de economie moet draaien op ‘gezonden’ en we bij een tweede golf enkel de besmetten en de ‘kwetsbaren’ moeten ophokken. Dat werd toen door niemand in vraag gesteld, iets waar ik me dan weer vragen bij stel. Is het onvoorzichtig om dit soort uitspraken te doen op een moment dat mensen al wekenlang geen blijf weten met hun frustraties? Werk je zo geen verdeeldheid in de hand?)

Met de federale regeringsvorming op tafel is het misschien wel een momentum om concrete voorstellen te doen. Welke drie dingen moeten ze volgens jou zeker meenemen?

“We mogen niet gaan naar een klassengezondheidszorg, maar moeten aandacht blijven hebben voor alle mensen.”

(1) Breng de beleidsniveaus veel dichter bij elkaar en desnoods samen. (2) Investeer in geestelijke gezondheidszorg. Geen gezondheidszorg zonder dat er een component aan is die te maken heeft met je welbevinden. Geestesgesteldheid is zo’n zwaar woord, maar de emotionele toestand, hoe mensen zich voelen, is heel belangrijk. (3) Hou toch ook wel vast aan een systeem waarbij we een goede, gefinancierde gezondheidszorg hebben die breed toegankelijk is. Ik weet dat we daar vanuit de samenleving veel voor betalen, maar het bewijst toch ook zijn waarde. Ik vind het heel belangrijk dat we niet gaan naar een klassengezondheidszorg, maar dat we aandacht blijven hebben voor alle mensen.

Deze week had ik ook een coronababbel met Ilse Weeghmans, directeur van het Vlaams Patiëntenplatform (dat gesprek lees je hier). Voor haar is duurzame samenwerking over de zorglijnen heen the way to go. Ook jij kaart dat aan. Vind jij dat er momenteel al voldoende intersectoraal gedacht en gewerkt wordt?

Daar werk(t)en we aan, maar dat is niet zo gemakkelijk, dat zie ik ook. Die crisis heeft alles wel dichter bij elkaar gebracht. In dat kader is ook het delen van gegevens met goedkeuring van de patiënt zeer belangrijk. Ik denk dat het een van de geleerde lessen moet zijn: dat we heel goed moeten samenwerken, dat huisartsen goed moeten praten met zorgverleners in ziekenhuizen en in andere voorzieningen. Daar moeten we veel werk van maken, zodanig dat de burger niet telkens zijn verhaal opnieuw moet doen, want dat kan vermoeiend zijn.

Mankeren er volgens jou niet een paar menswetenschappers in de exitgroep?

“Het lijkt soms ook bijna één groot experiment omdat je niet weet hoe mensen zich gaan gedragen.”

Ja, al vind ik dat mevrouw Vlieghe de leiding van de exitwerkgroep heel goed op zich neemt. Ik voel ook bij haar dat ze oog heeft voor het maatschappelijk welzijn. Ik denk dat het misschien eerder wat op het politieke niveau zit, waar men beslissingen neemt die soms wat te economisch georiënteerd zijn. Ik vind dat men daar vorige week het evenwicht wel terug wat in heeft herwonnen door de nieuwe bezoekregels. Het is een schipperen tussen allerlei zaken. Het lijkt soms ook bijna één groot experiment omdat je niet weet hoe mensen zich gaan gedragen. Ik vind die component van gedragswetenschappen én hierover advies vragen belangrijk. Maar, de vraag is of je het daardoor allemaal zal kunnen voorspellen?

Ik vroeg me af hoe je kijkt naar de regel van vier. In mijn omgeving is er vooral heel veel twijfel over hoe je dat kwartet moet samenstellen. Heb jij al een plan van aanpak?

Ik heb nog geen plan van aanpak. Ik denk ook dat ik daar zelf geleidelijk aan ga aan beginnen. Niet meteen vier mensen en als het goed weer is, liefst buiten. Ik ga me daar toch niet zo massaal in storten omdat ik er zowel voor mezelf als voor mijn gezin, maar ook voor anderen, op een rustige manier mee wil omgaan en geen extra risico’s wil nemen. Ik ben ook aan het werk gebleven en ben andere mensen tegengekomen, dus in die zin ga ik daar extra voorzichtig mee zijn.

Wat zijn voor jou de gouden randjes aan deze crisis?

Ik vind dat we enorm veel solidariteit hebben gevoeld, naar de zorg, maar ook binnen de samenleving. Ik zie mensen veel meer telefoneren om te vragen hoe anderen het stellen. Wellicht is het moeilijk voor mensen die alleen zijn, maar de wijze waarop we daar over het algemeen als samenleving mee omgegaan zijn, door echt massaal binnen te blijven, vind ik wel een gouden randje. Ik hoop dat het iets is dat we blijven voelen, iets dat mag blijven leven.

Denk je dat er meer begrip gaat ontstaan, bijvoorbeeld voor mensen die dagelijks met een beperkte keuze- en bewegingsvrijheid moeten leven? Denk je dat we duurzame inzichten gaan halen uit deze lockdownweken?

Ik hoop dat van harte, omdat zorg iets is wat we als samenleving moeten opnemen. Ik hoop dat we dat over een jaar kunnen bevestigen. Deze crisis maakt duidelijk hoe belangrijk het is om voor elkaar te zorgen, om rekening te houden met elkaar, om mensen die ziek zijn te beschermen zonder er bang van te zijn.

 

Meer coronababbels?

Tot schrijfs

Lynn

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!