Openbaarheid versus geheimhouding: zeven pertinente vragen
Openbaarheid van bestuur, Openbaarheid van bestuur geheimhouding OCMW Oostende Collins Nweke Groen asbest asbestinventaris asbestbeheer asbestonderzoek -

Openbaarheid versus geheimhouding: zeven pertinente vragen

zondag 22 juli 2012 14:56

In de afgelopen weken heerste er in de wijk Westerkwartier in Oostende een grote onrust naar aanleiding van de afbraak van de toenmalige weeshuis “de Brem” in opdracht van het OCMW-Oostende.  

In de raadzitting van het OCMW-Oostende van 26 juli 2012 verwijste ik de adder onder het gras  in dit dossier, namelijk het gebrek aan de wettelijk verplichte asbestinventaris en asbestverwijderingsplan voor het slopen van het gebouw. Los daarvan vond ik dat het niet kan dat een lokaal bestuur zijn inwoners op zo’n belachelijke manier behandelt: gebrek aan respect, geen strategische aanpak, geen communicatie en ook geen visie.

Zowat iedereen weet dat er in De Brem ( het vroegere Karolinenhof), asbest zit. Gezien de bouwperiode is dit niet ongewoon. In die tijd kende men het gevaar niet en was asbest een normaal product om brand te voorkomen, zeer hittebestendig en niet aantastbaar door insecten. Een logische keuze voor een weeshuis.

Ontzet zagen de omwonenden dat het Sociaal Huis op maandag 2 juli en dinsdag 3 juli, zonder enige voorzorg in verband met asbest, begonnen aan de sloop van De Brem. Ze trokken eerst de dakgoten af, reden daarna met de bulldozers de veranda, ramen, omlijsting, stukken binnen- en buitenmuur omver. Of rukten de stukken gewoon uit de muur. Zelfs de werknemers droegen geen maskertje laat staan beschermkledij. Dit lijkt in niets op de normaal te verwachten, wettelijk omschreven, voorzorgen om een gebouw met asbest te ontmantelen.

Daarnaast werd op geen enkele manier aangegeven dat het hier een werf betrof. Een nodige waarschuwing, om te voorkomen dat nieuwsgierige voorbijgangers of spelende kinderen (vakantie!) gevaar liepen. Het gebouw werd niet gestut en veel gevaarlijk materiaal lag gewoon meters rond de ruïne verspreid: glas, metaal, steenblokken, enz. Ongeruste buurtbewoners kregen op hun telefonische vragen aan het stadhuis eerst te horen “dat men niet op de hoogte was dat er al gesloopt werd op de site? Maar men zou wel alle wetten volgen” Op vraag naar de asbestsituatie zei men echter niet zeker te weten of er asbest aanwezig is. “Indien wel dan is de – screening of asbestinventaris de verantwoordelijkheid van de aannemer”. Als men vroeg waar men de asbestscreening of -inventaris kon opvragen of inzien kreeg iedereen hetzelfde antwoord: “er bestaat geen mogelijkheid voor de ‘gewone burger’ om dit te doen”. Wettelijk is er geen enkele verplichting om “gewone burgers” informatie te verstrekken over de stappen die zouden gezet worden om asbestvervuiling te voorkomen.

Na diverse reacties van omwonenden en mijn dringende tussenkomst op de raadzitting van 26 juni vallen de werken stil op 4 juli. Pas op 6 juli verschijnen borden van de bouwheer om te wijzen op de werf en het gevaar. Arbeiders plaatsen pas dan stutten om instorting te voorkomen, wat aangeeft dat zowel arbeiders als mogelijke nieuwsgierigen gevaar liepen. En de site wordt van het meeste afval ontdaan.

Op mijn pertinente vragen gericht aan de OCMW-voorzitter, Franky De Block, komt er antwoord dat men eerst het schrijnwerk verwijderde ivm gescheiden afvalverwerking. Enkel brandbaar materiaal. Na aandringen en verwijzend naar mijn eerder tussenkomst in de OCMW-raad rond de asbestsituatie die onbeantwoord bleef, kwam er een tweede antwoord. Hierin wordt een andere reden gegeven voor de aanvang van de sloop. Het werd bevestigt dat er asbest aanwezig is in het gebouw en dat er een asbestinventaris gemaakt is. Volgens dit antwoord hadden “de werken(van 2 en 3 juli ) juist tot doel bijkomend asbestonderzoek te doen teneinde de asbestinventaris te actualiseren”. Hij antwoordt niet op de vraag wanneer de asbestinventaris opgemaakt is en door wie. Hij zwijgt in alle talen over welk erkend bedrijf de aanwezige asbest zal verwijderen (asbest mag enkel door erkende en hierin gespecialiseerde bedrijven verwijderd worden). Hij legt evenmin uit hoe de afbraakwerken passen in de plannen om het asbest veilig te verwijderen, het zogenaamde beheersplan. En verbazend genoeg blijkt dat het OCMW met bouwheer Groep Sleuyter afspraken gemaakt heeft om de asbestinventaris geheim te houden! Er wordt herhaaldelijk en vanuit verschillende bronnen gewezen op de vertrouwelijkheid en de plicht tot geheimhouding van deze informatie.

Het Wijkcomité, de omwonenden en Groen maken zich ernstig zorgen. Na raadpleging van enkele mensen met kennis aangaande de verwijdering van asbest, waaronder milieuspecialisten van Groen, blijkt het zeer ongeloofwaardig dat de reeds uitgevoerde afbraakwerken echt tot doel had het asbestonderzoek verder te zetten.

Vandaar dat we dringend de volgende vragen beantwoord willen zien:

  1. Kan ons de garantie gegeven worden, met studies en analyse van een echte specialist, dat de reeds uitgevoerde afbraakwerken volgens plan waren? Dus deel uitmaakten van een beheersplan? Zo niet, moeten we ons nu al zorgen maken over asbest in de lucht in het Westerkwartier?
  2. Worden de nodige maatregelen genomen om asbestverspreiding te voorkomen? Zo ja, wat zijn de geplande methoden (couveuse-methode; volledig omhulsel; ander)? Zo ja, waarom is het dan zo moeilijk de naam van het gespecialiseerde asbestverwerkend bedrijf vrij te geven?
  3. Waarom heeft het zolang geduurd (tot maandag 17 juli 2012) om eindelijk antwoord te krijgen op de vraag: op welke datum is de inventaris opgesteld? Door wie is de asbestinventaris opgesteld? Antwoord: respectievelijk: 6 maart 2012, firma Fibrecount.
  4. Waarom staat Fibrecount niet op de officiële FOD-lijst: “Asbest: bedrijven erkend voor afbraak-of verwijderingswerken”?
  5. Wij begrijpen al helemaal niet waarom het OCMW en Groep Sleuyter een afspraak gemaakt hebben rond geheimhouding hierover. Is er iets te verbergen? We vragen met aandrang dat Sleuyter en het OCMW afzien van deze geheimhouding over iets dat essentieel is voor de volksgezondheid. We verwachten trouwens van een openbare instelling als het OCMW dat ze de regels van openbaarheid van bestuur volgt. Er is ook geen enkel commerciële of wettelijke reden om deze geheimhouding aan te houden.
  6. Is de stedelijke Inspectie van de werven geschoold om deze problematiek op te volgen en Groep Sleuyter, tijdig, te wijzen op hun plichten?
  7. Waarom heeft deze inspectie toegestaan dat de werf dagenlang niet behoorlijk afgeschermd was en dat de werf geen reglementaire signalisatie vertoonde?

Samenvattend, de huidige werken roepen serieuze vragen op, waarop geen echt antwoord gegeven is. We zouden uiteraard verwachten dat het Sociaal Huis minstens het voorbeeld zou geven en het welzijn van de omwonenden vooropstelt. Daartoe moet ze garanties van de bouwheer  eisen dat asbest reglementair en veilig verwijderd wordt. Temeer het mede- opdrachtgever en -aanvrager is van de toegekende stedelijke bouwvergunning. Verder draagt ook het stadsbestuur verantwoordelijkheid in deze gezien ze de sloopvergunning leverde.

We vragen dat het OCMW zelf zorgt voor behoorlijke, eerlijke en transparante informatiedoorstroming, gebaseerd op onafhankelijk onderzoek en zich niet enkel verlaat op de informatie van Groep Sleuyter (die bijvoorbeeld in hun schaduwstudies, getoond op de hoorzitting, de zon uit het Noorden liet schijnen…).

Het Wijkcomité zal met haar beperkte middelen ook de werken opvolgen. Groen zal desnoods acties in de hele wijk op touw zetten in samenwerking met het Wijkcomité om de veiligheid van alle wijkbewoners en passanten te blijven bewaken.

Collins NWEKE
OCMW-raadslid (Groen)

Linda SABBE
Wijkcomité Leefbaar Westerkwartier

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!