Françoise Tulkens over het Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Mensenrechten, EHRM, EVRM, Europees verdrag voor de rechten van de mens, Françoise Tulkens -

Françoise Tulkens over het Europees Hof voor de Rechten van de Mens

maandag 7 maart 2011 10:39

Op 3 maart ging in het Vredescentrum van de provincie en stad Antwerpen de vierde ‘Venster op de Wereld’ lezing door van het Steunpunt Buitenlands Beleid. Françoise Tulkens, de Belgische rechter en vice-voorzitter van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM, het ‘Hof van Straatsburg’), hield een lezing ‘Het EHRM: de tocht tot hier, de uitdagingen van morgen’. Zij werd ingeleid door advocaat Paul Bekaert.

Bekaert situeerde een aantal ‘Belgische’ zaken voor het Hof, waarin België telkens veroordeeld werd voor inbreuken op het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM).
1. Richard Taxquet werd door het assisenhof van Luik veroordeeld tot een gevangenisstraf van twintig jaar wegens mededaderschap van de moord op André Cools. De advocaten van Taxquet trokken evenwel naar Straatsburg omdat het arrest onvoldoende gemotiveerd was, Taxquet te weinig informatie kreeg om te begrijpen waarom hij veroordeeld werd en er bovendien onvoldoende mogelijkheden waren om hiertegen in beroep te gaan. Het Hof in Straatsburg stelde een inbreuk vast op artikel 6 van het EVRM dat het recht op een eerlijk proces vaststelt. Als gevolg hiervan werd in België de assisenprocedure herzien en nieuwe wetgeving ontwikkeld zodat voortaan een assisenjury het verdict moet motiveren.
2. Een tweede zaak betrof de veranderingen in België na het Salduz-arrest, dat gaat over bijstand van een advocaat bij het verhoor door de politie en de onderzoeksrechter. In dat arrest oordeelde het EHRM dat slechts in zeer uitzonderlijke gevallen van dit recht afgeweken kan worden. De implicaties voor België zijn dat de rechtspraak en de praktijk van het verhoor hieraan aangepast moesten worden. Ondanks initiële tegenkanting van politie en onderzoeksrechters is sindsdien het systeem in de praktijk aangepast, zodat verdachten steeds een beroep kunnen doen op een advocaat bij het verhoor. En op de dag van de lezing zelf is ook op wetgevend niveau – meer bepaald in de Senaat – een wettelijke voorziening goedgekeurd die België in lijn brengt met de beslissingen van het Hof in Straatsburg.
3. In een derde zaak werden België en Griekenland veroordeeld op basis van artikel 3 EVRM. België had immers op basis van de zgn. Dublin II overeenkomst een Afghaanse asielzoeker verwijderd naar Griekenland, terwijl alom bekend was dat de asielprocedure en de opvang van aanvragers in dat land op zijn minst te omschrijven was/is als ‘onmenselijke en vernederende behandeling’. Daarnaast oordeelde het Hof dat de procedure voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RVV), die het sluitstuk is van de af- en terugwijzingsprocedure, niet voldeed aan de vereisten van een adequate rechtsbescherming. België werd veroordeeld tot een fikse schadevergoeding, en  de RvV heeft in Algemene Vergadering op 17 februari 2011 zeven arresten gewezen die de Belgische rechtsbescherming in lijn moet brengen met de rechtspraak van het EHRM inzake artikel 13 EVRM (recht op een daadwerkelijk beroep).
4. Iin de laatste en zeer recente zaak zijn de gevolgen nog onduidelijk. In deze zaak werd iemand bij verstek veroordeeld, maar niet op de hoogte gesteld dat hij hiertegen verzet kan aantekenen. Wanneer de man opgeroepen wordt zijn straf uit te zitten en zijn advocaat zich over de zaak buigt, wil hij alsnog verzet aantekenen. Dat komt evenwel te laat volgens de Belgische regelgeving. Het Hof oordeelt dat België in gebreke blijft: het volstaat niet procedures vast te stellen, zonder daarna de mensen in kwestie ook effectief te informeren en op de hoogte te stellen van hun rechten.

Volgens Bekaert draagt het Hof dan ook bij aan het aangeven van hiaten in de Belgische wetgeving. Dat neemt niet weg dat in globo de Belgische rechtbanken goed hun werk doen en dat de zaken waarin lacunes aan het licht komen veeleer een uitzondering zijn.

Dat is ook een kernpunt in de uiteenzetting van Françoise Tulkens, die door middel van een overzicht van de bepalingen van het EVRM en van verschillende zaken de werking van en interpretaties door het EHRM belicht, vaak vanuit haar eigen ervaring als Europees rechter.

Democratie is volgens Tulkens de centrale waarde. Daar moet permanent over gewaakt worden. Maar dat is geen evidentie als gevolg van het delicate en complexe karakter van de vragen waarover het Hof zich buigt en van de verschillende spanningen tussen het nationale en supranationale niveau of tussen de reikwijdte en grenzen van wat het Hof kan doen. Bijvoorbeeld, het EHRM is niet bevoegd voor rechten i.v.m. het milieu of sociale en culturele rechten, maar vaak zijn fundamentele mensenrechten en deze andere rechten dermate verweven dat ze ook indirect aan bod komen in de werking van het Hof.

Voor Tulkens beginnen fundamentele rechten alleszins op het nationale vlak. De nationale dimensie komt eerst aan bod. Vandaar dat het subsidiariteitsprincipe centraal staat in de werking van het Hof: het EHRM treedt enkel op als ‘last resort’, wanneer een zaak op het nationale niveau ‘uitgeput’ is. Het biedt aldus, gedragen door de 47 staten als collectief, minimumbescherming voor alle mensen, waar en in welke situatie ze zich ook bevinden. Het subsidiariteitsprincipe is op het eerste gezicht een eenvoudig principe, maar de uitvoering ervan is vaak erg complex. Daarom stelt Tulkens als rode draad in haar betoog dat de essentie van de bescherming van mensenrechten ligt op het nationale niveau. Daar kan bovendien verder gegaan worden dan de minimale bescherming en kan er worden geanticipeerd op nieuwe evoluties. Dat betekent echter ook dat op dat niveau de staten de plicht hebben om via hun wetgeving en rechtspraak zoveel mogelijk compatibiliteit na te streven met de voorzieningen in het EVRM. Het EHRM geeft dan slechts aan waar de wet niet nageleefd wordt of wanneer het kader voor een effectieve uitvoering ervan ontbreekt. Een illustratie: in Polen is abortus illegaal, tenzij in een uitzonderlijk geval om medische redenen. In een zaak hieromtrent is het Hof opgetreden. Niet om de achterliggende ratio van de Poolse wetgeving i.v.m. abortus te wijzigen, maar wel om aan te stippen dat (in het geval van Tysiac v. Polen) de Poolse wetgeving een effectieve toepassing van deze uitzondering verhindert en dat deze dus aangepast moet worden. Het EVRM bevat immers ook positieve verplichtingen voor de staten, wat de mogelijkheden van actie door het Hof heeft uitgebreid.

Het EVRM is er trouwens niet enkel op gericht mensenrechten te beschermen, maar ook te bevorderen. Het Hof heeft dus een dubbele functie, nl. het interpreteren van de regels wanneer een zaak voorkomt, en de mensenrechten in globo bevorderen. Tegelijk dient het daarbij het subsidiariteitsprincipe en de soevereiniteit van de deelnemende staten te eerbiedigen. Dat is vaak een complexe evenwichtsoefening. De enorme groei van zaken impliceert bovendien een nieuwe spanning in de werking van het Hof. Sinds de begindagen is het aantal zaken dat op behandeling ligt te wachten aangegroeid tot ongeveer 140.000. Meer dan de helft daarvan zijn trouwens gericht tegen vijf landen: Rusland, Turkije, Roemenië, Oekraïne en Italië. België was in 2010 betrokken in iets meer dan driehonderd zaken. Dat is niet heel veel, maar een pijnpunt is wel dat bijna de helft daarvan handelt over uitwijzingen, waar misschien op het nationale beleidsniveau stappen ondernomen zouden moeten worden.

In de slotdiscussie waarin het publiek vragen kon stellen en commentaren aan de sprekers kon bezorgen, werd voornamelijk op deze laatste spanning gefocust. Mevrouw Tulkens gaf aan dat er niets anders op zit dan zaken te selecteren op hun relatieve ernst, en dat er dus gesproken kan worden over zwaardere feiten dan andere. Een soort piramide komt zo tot stand waar de zaken i.v.m. kern-mensenrechten bovenaan de piramide te situeren zijn, en voorrang in behandeling krijgen. Anderzijds blijft het moeilijk een selectie te maken in zaken die over mensenrechten gaan. Welke criteria pas je toe in de selectie? Opnieuw, stelt Tulkens, zou een adequate toepassing van subsidiariteit er mee voor kunnen zorgen dat reeds op het nationale niveau zaken uitgeklaard worden. Bovendien stelt zich binnenkort een nieuw niet te overzien probleem: sinds het Verdrag van Lissabon is nl. de EU zelf toegetreden tot het EVRM, wat inhoudt dat de Unie zelf verantwoordelijk wordt voor de bescherming van de mensenrechten op de terreinen waar zij bevoegd is. Hoe moet dan de rechtspraak van de hoogste EU-instantie, het Hof van Justitie, in lijn gebracht worden met de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens?

Jan Loisen

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!