Foute lessen uit vier jaar economische crisis

Foute lessen uit vier jaar economische crisis

dinsdag 31 mei 2011 22:24
Spread the love

Ferdi De Ville

April 2007. Alhoewel het onmogelijk is een precies beginpunt van de crisis aan te duiden, wordt in deze maand soms de echte start van de ‘Grote Recessie’ gesitueerd, wanneer een Amerikaanse financiële groep die zich heeft gespecialiseerd in subprime mortgages (minderwaardige hypotheken) failliet gaat.

April 2011. De twee presidenten van de EU, Commissievoorzitter Barroso en Europees President (van de Europese Raad) Herman Van Rompuy komen hun economische plannen voor Europa verdedigen in het Europees Parlement tegen de kritiek dat deze tot een afbraak van de zo gekoesterde Europese welvaartsstaten zouden leiden. Ex-premier Dehaene verdedigt ondertussen in België een bonus van 800.000 euro voor met-overheidsgeld-gered-Dexia CEO Mariani die zijn totale verloning voor 2010 op bijna 2 miljoen euro brengt.

Vier turbulente jaren. Hoe is het eigenlijk zo ver kunnen komen dat een crisis die begon bij onverantwoorde hypotheekleningen in de VS is uitgemond in besparingswoede in de EU, behalve voor de toplui van de banken? Hebben we de juiste lessen uit de crisis getrokken? En wat betekent dat parcours dat we in vier jaar hebben afgelegd voor onze toekomst in Europa?

Ik heb niet de ambitie in dit essay dé geschiedenis van de crisis te vertellen. Dé geschiedenis van de crisis bestaat niet: er bestaan vele, meer en minder geloofwaardige, interpretaties van de crisis.  Afhankelijk van ideologische vooringenomenheden zijn al vele schuldigen aangewezen. Deze tekst wil doelbewust provoceren, omdat de thans gangbare interpretatie van de crisis volgens mij fout is en tot verkeerde oplossingen leidt met mogelijk rampzalige gevolgen. Het hoopt bij te dragen tot broodnodig publiek debat dat via de dialectiek van meningen hopelijk tot betere oplossingen zal leiden.

Zeepbel in de VS: gebrek aan regulering, goedkoop krediet en ongelijkheid
Een aantal zaken zijn redelijk onbetwist. Bijvoorbeeld de concrete aanleiding voor de crisis. In de VS werden in de jaren 2000 vele zogenaamde subprime mortgages verkocht, leningen voor het afbetalen van een huis aan mensen die daar eigenlijk niet het geld voor hebben. Soms niet eens gedekt door een loon. Maar omdat de huizenprijzen stegen dachten de banken enkel te kunnen winnen: als de schuldenaars niet meer konden betalen, bleven de banken met een huis dat meer waard was geworden achter. Tegen de (stijgende) waarde van hun nog af te betalen huis konden Amerikaanse burgers vaak verder via kredietkaarten een televisie en andere consumptiegoederen kopen. Die zichzelf opblazende zeepbel moest uiteraard ooit ontploffen. En dat gebeurde nadat de Amerikaanse centrale bank omwille van inflatiegevaar (onder andere door de sterk oplopende olieprijzen in 2007 en 2008) zich verplicht zag de rente te verhogen en dit er voor zorgde dat vele leningen (met variabele rente) niet meer konden worden afbetaald. Omdat financiële instellingen die minderwaardige hypotheken in allerlei ingewikkelde producten hadden herverpakt en aan elkaar doorverkocht –zogenaamd om de risico’s te spreiden– werden vele banken, ook buiten de VS, aangetast. En aangezien financiële instellingen niet wisten bij wie deze toxische producten zaten en in welke grootheden –ze wisten vaak niet eens hoe diep ze zelf in de problemen zaten– werden ze paranoïde en weigerden nog aan elkaar geld te lenen. Geldstromen vielen letterlijk stil en aangezien onze economie is gebaseerd op vertrouwen en circulatie van geld dreigde niet minder dan een meltdown.

Banken in de rest van de wereld, ook en vooral in Europa, hadden meegespeeld in het spelletje dat hen een aantal jaren superwinsten had opgeleverd. Wie in de jaren 2000 niet meedeed aan de internationale roulette was een loser. Nu dreigden deze banken gewoonweg ten onder te gaan. In paniek besloten de leidende politici in vele westerse landen, soms tijdens het weekend en door de ongemene snelheid altijd zonder democratische inbreng, de banken te redden door hun tegoeden te garanderen, door financiële injecties of nationalisaties.
Laten we hier even pauzeren. Straks ga ik door naar de problemen in de eurozone, begonnen als een Griekse tragedie, en hoe dit verbazingwekkend snel de financieel-economische crisis uit ons collectieve geheugen lijkt te hebben verdrongen. Eerst is het belangrijk stil te staan bij de vraag hoe het eigenlijk is kunnen gebeuren dat een dergelijke destructieve zeepbel in de VS is opgeblazen en finaal gebarsten.

Er zijn verschillende oorzaken op verschillende niveaus aanwijsbaar. De meest concrete was het gebrek aan regulering waardoor het überhaupt toegelaten was minderwaardige leningen te verkopen aan niet beter wetende burgers, deze vervolgens om te vormen tot nauwelijks begrijpbare producten en door te verkopen, en die op de balansen als een mooie winst voor te stellen. Maar dat gebrek aan regulering had tot minder grootschalige gevolgen geleid had er niet massaal veel geld goedkoop ter beschikking geweest in de VS. Omgekeerd had het goedkope geld van de VS met betere regulering en andere maatregelen voor een echte boom van de economie kunnen zorgen in plaats van een zeepbel. Maar goed, de klok draaien we niet meer terug. Hoe komt het dat in de VS zoveel geld ter beschikking was om aan sukkelaars uit te lenen, en dat banken ook verkozen om dat te doen? De VS leeft al jaren boven zijn stand. Mensen sparen er nauwelijks en het land als geheel stapelt handelstekorten op door veel meer te importeren dan te exporteren. Maar tot de crisis, en eigenlijk zet dat zich vandaag gewoon verder, kon dat doordat heel veel geld dat Amerikanen uitgaven aan buitenlandse, bijvoorbeeld Chinese, producten terugvloeide naar de VS. Landen als China kopen veel Amerikaanse schulden op, omdat zij zich op die manier willen indekken tegen het risico van financiële crises, als de Aziatische crisis van de jaren ’90, en omdat hun groei voor een groot stuk is gebaseerd op export naar de VS. Dat heeft een aantal gevolgen. De VS produceert zelf alsmaar minder, waardoor vele Amerikanen het moeten stellen met, soms meerdere, slecht betaalde dienstenjobs, of helemaal geen werk. Met dat loon alleen zouden zij niet veel meer kunnen doen dan overleven, maar ‘dankzij’ goedkoop krediet konden zij hun consumptiepatroon opkrikken. Voor investeerders loont het dan weer relatief weinig te investeren in Amerikaanse bedrijven, meer winst is te halen uit het uitlenen van geld aan deze arme Amerikanen en via ingewikkelde financiële producten daar grote winst op te maken. In 2007 was de financiële sector in de VS goed voor 41 procent van de bedrijfswinsten. Het hoeft, zeker achteraf, weinig uitleg dat de Amerikaanse economie een zeer zieke man was geworden die alleen kerngezond leek door aan de zuurstoffles van onhoudbaar krediet te hangen.

Fall-out in Europa: van bankencrisis naar begrotingscrisis
Fast forward naar de Griekse crisis. De Griekse crisis startte in … Dubai, tot voor kort een walhalla van overvloed, maar ook met een staatsinvesteringsfonds dat net als vele westerse banken had meegespeeld in het casino. Eind november 2009 kondigde Dubai aan een deel van de terugbetaling van zijn leningen uit te stellen. Credit rating agencies (CRA’s) werden door de betalingsproblemen van Dubai verrast, net als met de subprime hypothekencrisis in de VS het geval was geweest, en vernamen over de problemen van de Golfstaat via de Financial Times zoals, nu ja, u en ik. Dat zou niet nog een keer gebeuren. De financiële markten werden nog zenuwachtiger, voor zover dat mogelijk was, dan ze al waren en voor de werknemers van CRA’s was het belangrijkste objectief geworden niet nog een keer de hoon van hun eventuele vrienden te moeten verdragen, dit keer zouden ze beter te vroeg dan te laat de rating van een land verlagen. Griekenland kwam snel in het vizier. Het had in 2009 een tekort van bijna 13 percent en een door Deutsche Bank berekende schuld van 135 per cent van het BBP. We mogen hierbij niet vergeten dat door de crisis uiteraard de staatsuitgaven, als overal, opliepen door een stijging van het aantal werkloosheidsuitkeringen, en tegelijk de inkomsten daalden. Bovendien hadden vele landen zich verder in de schulden gestoken door de banken te redden. En geld ophalen om deze tekorten mee te financieren was al voor de val van Dubai duurder geworden door het wantrouwen onder financiële instellingen, die het geld dat ze van overheden en centrale banken hadden gekregen om kredietverlening terug aan te zwengelen uit eigenbelang in kas hielden. Maar daarbovenop scheen de Griekse economie in het algemeen in zeer slechte papieren, waardoor het alsmaar onwaarschijnlijker leek dat het land zich uit de spectaculair toegenomen en als een sneeuwbal verder toenemende schulden zou kunnen groeien. Het nieuws verspreidde zich snel, en maakte van Griekse obligaties letterlijk zeer slechte papieren, die niemand nog in handen wou. De rente die Griekenland op zijn leningen moet betalen steeg bijgevolg snel, wat Griekenland in nog slechtere papieren bracht, een negatieve spiraal die enkel kon worden gestopt door tussenkomst van de EU en het IMF die Griekenland geld leenden aan iets minder moordende tarieven in ruil voor drastische besparingen. Dat volstond echter niet. De vrees voor bankroet van overheden die Dubai en vervolgens Griekenland hadden aangewakkerd, en die CRA’s en speculanten via een zelfvervullend mechanisme verder hebben versterkt, verplaatste de aandacht van de financiële markten naar weer andere landen. Niet toevallig binnen de EU. Griekenland had namelijk vraagtekens geplaatst bij de duurzaamheid van de eurozone. Al snel gingen stemmen op die stelden dat Griekenland zich enkel kon redden door of uit de euro te stappen, zijn schulden te herschikken en zijn nieuwe munt te devalueren of door echt gered te worden door transfers door de andere eurolanden. In beide gevallen zouden de gevolgen voor de rest van de eurozone onvoorspelbaar maar alleszins zeer significant zijn. Die onzekerheid leidde ertoe dat ook andere landen met een combinatie van hoge tekorten en/of schulden en slechte groeivooruitzichten in de eurozone in de problemen kwamen. Als eerste was Ierland aan de beurt. De Keltische tijger was enkele jaren voordien nog de posterboy van de vrije marketeers. Maar haar groei bleek in grote mate gebaseerd op de financiële sector en een vastgoedbubbel vergelijkbaar met die in de VS. De ondoordachte beslissing om de schulden van haar banken te garanderen en de daarmee gepaard gaande tekorten zorgden ervoor dat ook Ierland het vertrouwen van de financiële markten verloor. Uiteindelijk moest ook Ierland worden ‘gered’ door de EU en het IMF, en moest de gewone Ierse man opdraaien. Nog was, en is, het niet gedaan. Op het moment van schrijven heeft ook Portugal uiteindelijk toch aangeklopt bij het Europese steunfonds, en zeker Spanje is ook niet veilig. Belangrijk om hier op te merken is dat de landen die in de problemen zitten voor de crisis vooral grote private schulden hadden, maar door de crisis deze schulden zich naar de boekhouding van de overheid verplaatsten, de begroting dus. Deze schulden waren opnieuw het gevolg van verschillende dynamieken. Een belangrijke oorzaak zijn intra-Europees handelsonevenwichten gelijkaardig met deze op wereldschaal. Daardoor en in combinatie met financiële liberalisering en de euro als gemeenschappelijke munt konden de PIGS (Portugal, Italië, Griekenland en Spanje) veel goedkoper geld lenen dan anders het geval zou zijn geweest, en dit leidde tot zeepbellen in de financiële en de vastgoedsector, en tot steeds oplopende competitiviteitsverschillen met landen in de kern van de eurozone als Duitsland. Uitzondering op dit plaatje is Griekenland, waar wanbeheer van de publieke financiën wel één van de belangrijkste oorzaken was.

Vooraleer over te gaan naar het bespreken van de politieke reacties in de EU op deze gebeurtenissen vind ik het opnieuw tijd om op de pauze- en terugspoeltoetsen te drukken. Misschien denkt u ‘nu al weer?’, maar het is belangrijk omdat op dit punt gekomen Europese politici de oorzaken van de eurocrisis compleet vergeten lijken. Daarom deze opfrissing: de financieel-economische crisis begon in de VS, waar internationale handelstekorten werden gerecycleerd via goedkope terugstroom van kapitaal uit Azië. Dit kapitaal werd vervolgens door een gebrek aan regulering gebruikt door financiële instellingen om foute leningen mee te verstrekken, wat tot een vastgoed- en financiële productenbubbel leidde. Ondertussen zat de Amerikaanse economie in de feiten in het slop, maar werd dit gemaskeerd door een vastgoedbubbel en een gerelateerde zeepbel in financiële producten. Doordat Europese banken hadden deelgenomen aan deze dwaasheden, moesten nadat deze zeepbel in de VS was ontploft overheden in de EU schulden maken om hun banken te redden. De repercussies van de financiële crisis op de reële economie zorgden er tegelijk voor dat overheden de inkomsten zagen dalen en de uitgaven zagen stijgen. Dat zorgde voor een felle (over)reactie van de (een zenuwinzinking nabije) financiële markten en leidde tot een kettingreactie waardoor ook andere eurolanden in de problemen kwamen.

Het is geen fijne tijd politicus te zijn, zeker niet in de EU. Zonder goed te beseffen wat de gevolgen daarvan zouden zijn voor de eigen begroting moesten politici eind 2008 op enkele dagen een ineenstorting van het bankensysteem voorkomen. Wanneer ze daarvan bekomen waren, en ze zichzelf voorzichtig op de borst durfden kloppen, lieten de financiële markten hun dankbaarheid voor die gulheid blijken door de begrotingen van de Lidstaten zelf in het vizier te nemen. Na eerst lang getreuzel werd uiteindelijk Griekenland een reddingsboei toegeworpen, vervolgens een noodfonds opgericht waarmee Ierland ter hulp moest worden gekomen, waarna dat noodfonds een meer permanente status kreeg. Een land failliet laten gaan, uit de euro bonjouren of zelf laten stappen is geen optie omdat dit voor niet te voorziene problemen van de ‘eigen’ banken zou kunnen leiden, die veel geld hebben geleend aan bijvoorbeeld Griekenland.

Nu komt de donkere kant van politiek op de proppen. Terwijl het in de huidige constructie niet zo is dat bijvoorbeeld Duitsland bijvoorbeeld Griekenland ‘redt’ –integendeel Duitsland verdient aan de reddingsoperatie van Griekenland doordat de rente die Griekenland aan de EU moet betalen hoger is dan de rente die Duitsland voor haar obligaties betaalt– wordt het wel zo voorgesteld. Om dat vervolgens politiek te kunnen verkopen en omdat in het huidige neoliberale klimaat de leidende Europese politici ook geloven in de noodzaak ervan worden de landen die EU hulp krijgen gedwongen pijnlijke besparingen door te voeren. Wat deze politici niet (willen) inzien, is dat het op deze manier niet kan werken. De besparingen zullen misschien het begrotingstekort in deze landen terugdringen, maar zeker ook de groei fnuiken, wat betekent dat hun reële schuld ten opzichte van het bruto binnenlands product nog zal stijgen. Enkel schuldherschikking waarbij banken, die zichzelf dus niet enkel in de nesten hadden gewerkt door te beleggen in subprime financiële producten maar ook in klaarblijkelijk risicovolle leningen aan staten, een deel van hun verlies accepteren, aangevuld met een systeem van de facto solidariteit via euro-obligaties kan de probleemlanden, en dus de euro, redden.

Eenzijdige diagnose, verkeerde remedie
Dat de politici die vandaag de lakens uitdelen in Europa hopen dat dit oplapwerk de eurocrisis kan bezweren is een zeer belangrijke fout die verstrekkende gevolgen heeft voor de burgers in de probleemlanden. Maar er is een nog veel fundamentelere fout die zij maken, die indien niet vlug hersteld tot nog veel grotere gevolgen zal leiden voor ons allen. In wat in dit essay voorafging, heb ik uitgelegd hoe een crisis gestart in de VS is uitgemond in een eurocrisis via het effect op begrotingen van het redden van banken en tekorten als logische gevolgen van de repercussies van de financiële crisis op de reële economie. Wat blijkt nu de belangrijkste les te zijn die de huidige Europese machthebbers hebben getrokken uit het verloop van de crisis: dat de crisis de zwakheden van onze economie en onze sociale systemen heeft blootgelegd. Het staat zwart op wit in ‘Europa 2020’ –niet minder dan dé groeistrategie voor de EU voor het komende decennium– op pagina 8: ‘de structurele tekortkomingen van Europa zijn blootgelegd’. Die les verwoordde ook Van Rompuy toen hij op 11 maart van dit jaar het Pact voor de Euro toelichtte: ‘we live in a global economy, and an invisible loss of competitiveness was a driving force behind the public debt crisis in the Eurozone’. Dat we op dezelfde bladzijde van het citaat uit Europa 2020 in de voorafgaande paragraaf lezen dat ‘twintig jaar begrotingsconsolidatie in twee jaar crisis [is] tenietgedaan’ is een contradictie met die les die onder het tapijt wordt geveegd. Net als de inherente tegenstelling tussen de besparingen die worden opgelegd en de officiële doelstellingen van Europa 2020: slimme, duurzame en inclusieve groei.

Laat ik trachten de logica van de huidige Europese meerderheid trachten samen te vatten. De financieel-economische crisis heeft versneld aan het licht gebracht wat we al langer weten: in een geglobaliseerde wereld vormen onze welvaartsstaten met hun sociale bescherming, comfortabele arbeidsomstandigheden en vroege pensioenleeftijd een luxe die we ons niet meer kunnen veroorloven. Het zorgt er voor dat onze bedrijven internationaal niet kunnen concurreren en door de vergrijzing van de bevolking worden zonder drastische hervormingen onze pensioenen onbetaalbaar. De oplossing is loonmatiging en flexibilisering van de arbeidsmarkt om onze bedrijven ‘competitief’ te maken, verlaging van de sociale voordelen omdat ‘werk zou lonen’ en verhoging van de pensioenleeftijd, dit alles om onze welvaartsstaat betaalbaar te houden.

Er zijn een aantal problemen met dit verhaal. Het meest onschuldige is dus dat het geschiedvervalsing betreft. Zoals dit essay nog een keer in herinnering heeft gebracht zijn Europese staten in de problemen gekomen door een samenloop van omstandigheden: doordat ze banken hebben gered, door de gevolgen van de financiële crisis op de reële economie en hun begrotingen, door rentestijgingen op hun schulden door zenuwachtige financiële markten en door ongebalanceerde economische groei binnen de eurozone door het onevenwicht in de constructie tussen financiële en monetaire integratie en politieke en socio-economische integratie. Een veel ernstiger probleem is dat een verkeerde diagnose ook tot verkeerde, mogelijk dramatische oplossingen leidt. De vraag is namelijk: indien de burger moet inleveren (op lonen en sociale uitkeringen) en de overheid evenzeer ‘de broeksriem moet aanhalen’, vanwaar dan de (slimme, duurzame en inclusieve) groei moet komen die zo nodig is om onze welvaartsstaten en pensioenen te kunnen blijven financieren. Hier komt het antwoord: ‘de groei die Europa de komende tien jaar moet genereren zal voor een deel moeten komen van de opkomende economieën’, zo lezen we op p. 25 van Europa 2020. In de meest recente strategie van Commissaris De Gucht en zijn diensten dat de bijdrage van handel tot Europa 2020 vormt, wordt dit verder verduidelijkt: ‘[i]n 2015 zal 90% van de wereldgroei buiten Europa worden verwezenlijkt, waarvan een derde in China … In de komende jaren zullen we dan ook de kansen moeten aangrijpen die worden geboden door de hogere groei in het buitenland’, lezen we op p. 3.  

Dit is de strategie die de neoliberale elite voor Europa heeft uitgedacht. We moeten de komende jaren groeien, en dat terwijl we moeten besparen. Een basismodelletje van de economie leert dan dat de oplossing export is. Dan treedt een vicieuze redenering in werking: om te kunnen concurreren in bijvoorbeeld Azië, moeten we natuurlijk een flink stuk goedkoper produceren, dus verdere loonmatiging en verlaging van de lasten voor bedrijven zijn noodzakelijk. Maar omdat we op die manier veel meer mensen aan het werk krijgen, zullen de uitgaven van de staat verlagen en de inkomsten verhogen, blijven onze pensioenen en onze flink afgeslankte welvaartsstaat betaalbaar en hopen we dat het aantal werkende armen beperkt blijft. Het is de Europeanisering van het Duitse ‘mirakel’. Ziezo. Wellicht had u deze strategie nog nooit zo expliciet gelezen, en ik betwijfel ook sterk of alle betrokken politici ervan op de hoogte zijn. Het probleem is namelijk het volgende: het zal niet lukken om ons uit de crisis te exporteren. We (Europa) zijn ten eerste niet de enige die dit hopen te doen. In januari 2010 ‘beloofde’ Amerikaans president Obama om de export van de VS te verdubbelen in vijf jaar tijd, en op die manier twee miljoen jobs te creëren. De exportmarkten zijn dezelfde als diegene die de EU voor ogen heeft: China, India en andere opkomende economieën. Niet alleen zullen we er dus moeten concurreren met de VS, het zal ook niet zo zijn dat deze landen plots enorme hoeveelheden gaan beginnen importeren. Er zal de komende jaren wel een nieuwe evenwicht ontstaan in de wereldeconomie, in het beste geval gecoördineerd via de G-20, in het slechtere geval chaotisch en unilateraal. In het slechtste geval komt er geen nieuw evenwicht en mogen we beginnen gokken op de begindatum van de volgende wereldcrisis. Dit nieuwe evenwicht houdt in dat landen met handelstekorten (als de VS en sommige EU landen) minder zullen moeten importeren en meer van hun consumptie zelf produceren. Landen met handelsoverschotten (China en landen als Duitsland binnen de EU) zullen minder moeten exporteren en meer van hun productie zelf consumeren. Maar dat impliceert niet dat opkomende economieën als China plots ook veel meer gaan importeren. China zal haar groeimodel inderdaad (langzaam aan) hervormen door meer van haar productie zelf te consumeren en dus minder afhankelijk van de export te worden. Maar het zal niet tegelijkertijd massaal import verdragen. De belangrijkste doelstelling van China is sociale stabiliteit door groei en werkgelegenheid, en dat zal het niet laten doorkruisen door plots (grote) handelstekorten te maken.

De huidige Europese machthebbers zetten dus in op een groeimodel dat gedoemd is om te falen. Erger, door de besparingsmaatregelen die ze, in de woorden van President Van Rompuy, nemen ‘not to undermine the welfare state … but to safeguard it … not to hamper growth, but rather to make economic growth and employment possible’, ondermijnen ze net wel onze welvaartsstaat, economische groei en werkgelegenheid. Door in ons eigen ‘vet’ te snijden zullen we enkel de binnenlandse vraag beperken zonder dat daar, zoals in de vorige alinea uitgelegd, voldoende extra export zal tegenover staan. Door de daling van de lonen en de sociale lasten, zal dit voor een aantal geprivilegieerde bedrijven wel meer winsten opleveren. Die kunnen dan uitgekeerd worden aan de happy few van CEO’s en aandeelhouders. Die op hun beurt dan weer de, bij wijze van voorbeeld, 800.000 euro extra die ze toegestopt krijgen wellicht niet gaan consumeren door plots veel meer Belgische aardbeien of chocolade te eten. Eerder zullen ze daarmee trachten nog meer kapitaal te generen door het risicovol te beleggen.

Daarmee is de cirkel rond. Ik heb in dit essay getoond hoe de politici die vandaag in Europa aan de macht zijn compleet verkeerde lessen trekken uit de voorbije vier jaar sinds de crisis, met potentieel desastreuze gevolgen. Nochtans liggen de juiste lessen voor het oprapen. De problemen in de VS zijn begonnen door een consumptiepatroon dat niet meer was gebaseerd op inkomsten voor burgers maar op krediet, en een groeimodel dat was gebaseerd op onduurzame financiële tovenarij en speculatie in plaats van op duurzame investeringen die jobs genereren. Herverdeling en duurzame investeringen zijn dus de juiste lessen uit en oplossingen voor de crisis, zowel op korte als op lange termijn . Door de vermindering van de handel waar we door het nieuwe evenwicht in de wereldeconomie naar toe evolueren, worden de mogelijkheden voor een rechtvaardige herverdeling ook groter, aangezien de geloofwaardigheid van het excuus van ‘competitieve druk’ daardoor zal dalen. Om maar eens lekker populistisch te wezen: met 800.000 euro zou je zomaar 4.000 lage pensioenen met 200 euro kunnen verhogen. Vierduizend maal tweehonderd euro’s die ongetwijfeld wel onmiddellijk dankbaar zullen worden besteed, en zo onze economie stimuleren. Of je zou ermee kunnen investeren in de isolatie van energieverslindende huizen, en op die manier de elektriciteitsfactuur van de mensen verminderen, de klimaatverandering bestrijden, en onze energieafhankelijkheid verminderen. Juiste lessen genoeg uit de crisis te trekken. We moeten ze alleen durven en willen zien.

Ferdi De Ville studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit Gent. Sinds 17 september 2007 werkt hij als wetenschappelijk medewerker aan het Steunpunt Buitenlands Beleid en het Centrum voor EU-Studies aan de Universiteit Gent. Zijn onderzoek focust op: Europees handelsbeleid en de verhouding tussen globalisering en milieu-, consumenten- en sociale bescherming. De auteur schrijft zijn bijdragen in eigen naam.

 i Ik wil graag Hendrik Vos, Jan Orbie, Mattias Vermeiren, Lieven Meert, Olivier Pintelon en Pieter-Paul Verhaeghe en een anoniem redactielid van SamPol bedanken voor hun feedback op een eerdere versie van deze tekst. Dit stuk reflecteert uiteraard slechts mijn persoonlijke standpunten en alle resterende fouten zijn enkel de mijne. 
 ii Ik gebruik in dit essay nauwelijks referenties. De hier ontwikkelde lezing van de crisis en de verkeerde lessen die er uit worden getrokken zijn een specifieke interpretatie die wil polemiseren. Deze lezing is geïnspireerd door talloze boeken en artikels die de voorbije jaren zijn verschenen van de hand van, onder vele anderen, Joseph Stiglitz, Paul Krugman, Dani Rodrik, Colin Hay, David Coates, Paul De Grauwe en Barry Eichengreen.
 iii Zie nu zelfs een studie van het IMF dat de positieve relatie tussen gelijkheid en duurzame groei aantoont: http://www.imf.org/external/pubs/ft/sdn/2011/sdn1108.pdf.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!