Europa en immigratie: alles liever dan de waarheid
Europa, Vluchtelingen, Immigratie, Dossier:vluchtelingen -

Europa en immigratie: alles liever dan de waarheid

maandag 20 december 2010 12:38

Hebt u zich ooit afgevraagd waarom de huurprijzen in Manhattan zo hoog liggen? Omdat knappe koppen leven daar waar ze willen leven. Ze zoeken niet enkel plaatsen uit waar ze comfortabel kunnen wonen; ze omringen zich ook graag met mensen die even veel of meer talent hebben dan zijzelf. Kenniskapitaal – hoog opgeleide mensen – is mobieler dan ooit. Het clusteren van talent is de belangrijkste gangmaker van economische groei, want wanneer slimme mensen clusteren ontstaat een vuurwerk van briljante ideeën.

In de competitie voor de beste immigranten die een belangrijke sociaal-economische bijdrage kunnen leveren zonder de maatschappelijke gezondheid van een land aan te tasten, maakt Europa geen enkele kans. 54% van alle academisch gevormde immigranten trekt naar Canada en de VS. Alle studies wijzen aan dat hun invloed enorm is. Immigranten lagen aan de basis van 1 op elke 2 techbedrijven die tussen 1995 en 2006 in Silicon Valley werden opgericht. In 2006 werden immigranten daar als uitvinder of mede-uitvinder vermeld in 1 op 4 patentaanvragen (in 1998 was dat nog 1 op 14). In 2006 genereerden deze door immigranten opgestarte bedrijven niet minder dan 52 miljard dollar aan omzet en stelden ze 450.000 mensen tewerk. Europa speelt -op Scandinavië na- geen enkele rol van betekenis in de ICT-economie die einde vorige eeuw zo’n hoge vlucht nam.

Omdat de economische vooruitzichten van een land grotendeels afhangen van het feit of mensen al dan niet daar willen zijn, trekken aantrekkelijke bestemmingen talent en slimme migranten aan. Minder aantrekkelijke bestemmingen kampen met brain drain. Het intelligentste en ondernemendste deel van de Duitse bevolking verlaat het land, ook Nederland kampt met een massale exodus van talent. Rudi Thomaes, de CEO van het Verbond van Belgische Ondernemers (VBO), riep Europa onlangs nog op om dringend maatregelen te nemen om die brain drain naar o.a. de VS tegen te gaan.
Maar politici luisteren niet graag naar ondernemers. Al lagen die nochtans aan de basis van de immigratiegolf die kort na de Tweede Wereldoorlog op gang kwam om het tijdelijke, maar enorme tekort aan werkkrachten op te vangen.

De tijdsgeest maakte dat daarover toen weinig vragen werden gesteld. Met de gruwel van de holocaust en onze rooftochten in koloniale gebieden nog vers in het geheugen, was de tijd niet rijp voor een debat over het importeren van grote aantallen mensen van andere rassen en culturen op het Europese continent.

Maar… ‘indien Europa midden vorige eeuw, bij het begin van de immigratie uit Turkije, Marokko, Algerije en elders, had geweten dat er 50 jaar later verspreid over haar grondgebied duizenden moskeeën zouden staan, dan zou die immigratie er waarschijnlijk nooit zijn gekomen. West-Europa werd een multi-etnische samenleving in een vlaag van verstrooidheid,’ schrijft Financial Times-journalist Christopher Caldwell in zijn boek Reflection on the Revolution in Europe: Immigration, Islam and the West.

De echte problemen begonnen pas na de oliecrisis van 1974. De industrieën waarvoor de immigranten waren binnengehaald trokken stilaan maar zeker uit Europa weg; de gastarbeiders en hun ondertussen talrijk overgekomen familieleden bleven hier. Een tijdelijk economisch probleem zou permanent onze demografie veranderen.

Dat was geen probleem zeiden de politici. Zij gingen er van uit dat die migranten zich aan de cultuur van hun nieuwe thuisland zouden aanpassen. Maar decennia later blijkt het gros van deze mensen onassimileerbaar. En volgens verschillende studies heeft de Europese Jan-met-de-Pet daar nu zijn buik van vol. Slechts 1 op 5 Europeanen denkt dat immigratie zijn land vooruithelpt, 57% vindt dat er teveel immigranten in zijn land zijn. Europa wordt bang voor die immigranten, maar het verbergt die angst onder een sluier van geforceerde gastvrijheid.

Toch moet Jan-met-de-Pet ook dringend eens in eigen boezem kijken. Toen we ze nodig hadden zagen we de migranten graag komen, maar echt welkom waren ze nooit. Onze attitude degradeerde deze nieuwkomers al snel tot tweederangsburgers. Uit pure schaamte werd dan maar de deur van het socialezekerheidssysteem wijd opengezet, alsof Europa een uitstaande schuld bij de rest van de wereld had vanwege eeuwen van economische uitbuiting. ‘De immigrant vleide zich daarna gewillig neer op het hoofdkussen van de uitkeringsfabriek’, om het in populistentaal te stellen. En de gevolgen zijn kolossaal: Duitsland heeft vandaag 6 miljoen mensen die afhankelijk zijn van sociale voorzieningen, maar gekwalificeerde mensen voor 2 miljoen vacatures blijken onvindbaar. ‘Het is niet voldoende dat je immigranten binnenlaat, je moet ze ook graag zien’, zegt men in Canada – het immigratieland bij uitstek-, ‘want anders lukt het nooit’.

Graag zien is moeilijk, want de islam en het op christelijke fundamenten gebouwde Europa blijken weinig compatibel. Ook heeft de radicalisering binnen de islambevolking meer met economie te maken dan men denkt. De islambevolking in Europa telt een hoge werkloosheid en is veelal tewerkgesteld in minder aantrekkelijke sectoren. 60 procent van de sociale woningen in de Belgische steden wordt bezet door vreemdelingen. Slechts één op elke twee immigranten in ons land heeft een job. Geen enkel ander Europees land -op Polen na- doet slechter. Deze frustratie blijkt een vruchtbare voedingsbodem te zijn voor radicalisering bij veel moslimjongeren, wat op zijn beurt dan weer leidt tot maatschappelijke uitstoting. Talentvolle allochtonen worden zo een makkelijke prooi voor de radicale islam.

De immigrantengemeenschap maakt het ons ook niet makkelijk. Waar ze juist voor staat en wie haar vertegenwoordigers zijn is nooit duidelijk. Toen senator Mimount Bousakla zich in 2004 kritisch opstelde tegenover de allochtonengemeenschap kreeg ze doodsbedreigingen. Amerikaanse moslims hebben zich veel beter in de Amerikaanse maatschappij weten te integreren. Minder dan de helft (47%) beschouwt zichzelf moslim eerder dan Amerikaan (in het VK is dat 81%). In de VS behoren de moslims meestal tot de middenklasse; 71% onder hen gelooft in hard werk. Ze trokken naar de VS om er te werken, niet om er te zijn. Slechts 2% van de Amerikaans moslims behoort tot de lagere klasse.

Politici houden niet van de immigrantenproblematiek. Het is een vervelende materie, waar weinig stemmen mee te winnen zijn. Wie een uitspraak over immigratie doet die als niet ‘politiek correct’ kan worden geïnterpreteerd wordt onmiddellijk als racist gebrandmerkt. Juist daarom werd immigratie een politiek angstconcept waaruit ‘het sowieso toch al verdachte’ extreem-rechts jarenlang electoraal profijt kon halen. Met een vaak crapuleus discours belandde extreem rechts uiteindelijk in verschillende Europese landen in de marge van de politique politicienne en zat machtsdeelname er amper in. Maar door de onderdrukking van het debat liep de integratie enorme averij op en bleef het onbehagen bij de bevolking groeien.

Een gezond immigratiebeleid vereist een plan. Canada stelde zijn Immigration Act op in 1976. De immigratiequota worden er jaarlijks vastgelegd in een gestructureerd overleg tussen de overheid, belangenorganisaties en de privésector, waarbij wordt rekening gehouden met de economische conjunctuur en de behoeften op de arbeidsmarkt. Ten allen tijde ligt de nadruk op de kwaliteit van de immigranten, nooit op de kwantiteit. Nieuwkomers krijgen gelijke kansen op de arbeidsmarkt, die wordt bewaakt via strenge controles. Maar zo’n beleid vereist enige kennis van zaken, het nemen van soms delicate beslissingen (‘5 minuten politieke moed’, in populistentaal), en goed bestuur. Niet direct zaken waarin onze politici uitblinken.

Niet het klimaat, maar de vergrijzing is vandaag Europa’s grootste uitdaging. In Europa is vandaag 1 op 4 inwoners ouder dan 60. Die vergrijzing legt een zware last op de actieve bevolking en vereist een hoge activiteitsgraad. De allochtonen hebben een erg lage activiteitsgraad. Zo berekende het Nederlandse Planbureau dat de bijdrage van allochtonen aan de Nederlandse economie nog steeds niet positief is. Indien de arbeidsmigratie op grote schaal, zoals ze vandaag plaatsvindt (‘het importeren van armoede’, in populistentaal), niet wordt aangepast, zal ze de financiële gevolgen voor de gemeenschap nog verzwaren, eerder dan -zoals sommige dwalende politici beweren- ze te verlichten. En omdat Europa geen partij is voor het Islamitische zelfvertrouwen dreigt naast collectieve economische verarming ook een demografische tijdbom.

Volgens een onderzoek van de Britse krant The Telegraph zal tegen 2050 één op elke vijf inwoners in Europa moslim zijn. ‘De Palestijnse baarmoeder is mijn beste wapen’, riep Yasser Arafat meer dan twintig jaar geleden. (De Palestijnse bevolking is de afgelopen 30 jaar verzevenvoudigd). En dat is slecht nieuws voor Europa, want ‘wanneer een onzekere, kneedbare en relativerende cultuur zich meet met een cultuur die geankerd, zelfzeker en gesterkt is door een gemeenschappelijke doctrine, is het meestal de eerste die zich aanpast aan de tweede,’ denkt Caldwell.

De Franse minister van Immigratie, Eric Besson, zei onlangs dat het debat omtrent de nationale identiteit dat momenteel in Frankrijk aan de gang is, ‘zeker geen debat over de immigratie en de islam is’. Tot een journalist van de krant Le Monde de reacties op de site debatidentitenationale.fr ging analyseren. Toen bleek dat bijna 40% van de commentaren net wél daarover gingen.
Een politiek beleid loopt doorgaans tien jaar achter op de feiten, maar inzake immigratie en integratie hebben vele Europese politici onze imminente irrelevantie al omarmd en nemen ze hun toevlucht tot een schijnbaar onaantastbare sereniteit van geveinsde onwetendheid. Als een welkome opluchting die hen bevrijdt van de last van hun verantwoordelijkheden.

Bron : 

Express.be / Dominique Dewitte

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!