¡El violador eres tu! Foto: YouTube Las tesis
Essay - Aurélie Leroy, Alternatives Sud, CETRI,

Verzet tegen gendergeweld van toen tot nu: #NiUnaMenos

Historica Aurélie Leroy, onderzoekster aan het Centre Tricontinental, vat in deze analyse de evolutie van de strijd voor vrouwenrechten samen. Hoe kon de meest recente golf #NiUnaMenos ontstaan vanuit Latijns-Amerika en zich over de wereld verspreiden? Aan de hand van uitgebreid onderzoek trekt zij lering uit de opeenvolgende golven die de strijd voor vrouwenrechten heeft doorgemaakt.

donderdag 23 december 2021 11:34
Spread the love

 

In deze uitgebreide analyse verwijst de auteur regelmatig naar andere auteurs en werken. Voor de juiste referenties verwijzen we naar de bibliografie in de originele tekst (nvdr).

Ondanks een algemeen klimaat dat schadelijk is voor de rechten van de vrouw – een economische en gezondheidscrisis, reactionaire en gendervijandige offensieven1 – kent het feminisme de laatste jaren een nieuw elan, te beginnen in Latijns-Amerika.

Centrale thema’s in de huidige mobilisaties zijn politisering en dieper uitspitten van gendergeweld, benadrukking van de onderling verweven structurele oorzaken en de aanpak van straffeloosheid.

 

Performance van het collectief Las Tesis ‘Un violador en su camino’ (3:43, Spaans, eigen vertaling onder de video):

 

‘het patriarchaat is een rechter’

‘die ons veroordeelt bij de geboorte’

‘en onze straf’

‘is het geweld dat je niet ziet’

‘het patriarchaat is een rechter’

‘die ons veroordeelt bij de geboorte’

‘en onze straf’

‘is het geweld dat je ziet’

‘het zijn de vrouwenmoorden’

‘de straffeloosheid van de moordenaars’

‘het is de verdwijning, het is de verkrachting’

‘en de schuldige ben ik niet,’

‘noch mijn kleren,’

‘noch de plaats waar ik me bevond’

‘de verkrachter was jij’

‘de verkrachter ben jij’

‘hij is de politie, de rechters, de staat, de president’

‘de onderdrukkende staat is een macho-verkrachter’

 

Las Tesis, ‘Un violador en su camino’

Deze woorden van het Chileense collectief Las Tesis (De Stellingen) hebben de toon gezet voor de voorstelling ‘Un violador en su camino’ (Een Verkrachter op je Pad). Deze feministische scheldtirade ging internationaal viraal nadat ze op 25 november 2019 voor het eerst werd gebracht in (het centrum van de Chileense hoofdstad) Santiago ter gelegenheid van de Internationale Dag voor de Uitbanning van Geweld tegen Vrouwen.

Het is een krachtige hymne die oproept tot gerechtigheid tegen gendergerelateerd geweld en tegen femicide. Ze neemt de belangrijkste lessen over van antropologe Rita Laura Segato (zie verder) en toont aan dat een nieuwe drempel werd overschreden door het begrip dat wordt getoond voor het geweld, zijn straffeloosheid en zijn modi operandi.

Rita Segato tijdens een lezing in Brazilië op 7 november 2018. Foto: Universidade de Brasilia/DD BY-SA 2:0

Door woorden en ervaringen op een rijtje te zetten, hebben activisten van over de hele wereld dit rookgordijn doorbroken en de ‘illusoire valstrikken’ (Segato, 2021) blootgelegd die gendergerelateerd geweld reduceren tot individuele en toevallige daden. Wie dit doet, maakt het onmogelijk om ware motieven te onderscheiden van de franjes en om de gemeenschappelijke patronen achter dit geweld te achterhalen.

Geweld tegen vrouwen is een cruciale kwestie die feministische bewegingen sinds hun ontstaan mobiliseert. Ondanks de geleverde strijd en de uitgevaardigde wetten, zijn vrouwen in geen enkel land ter wereld veilig voor het geweld van mannen. Op geen enkele leeftijd, op geen enkele plaats, onder geen enkele vorm zijn vrouwen immuun voor mannelijke agressie.

De VN-Wereldgezondheidsorganisatie schat dat één op drie vrouwen tijdens haar leven het slachtoffer wordt van fysiek of seksueel geweld (WHO, 2021). Dit fenomeen is de afgelopen decennia zowel in aantal als in intensiteit blijven toenemen, in die mate dat het vandaag zelfs als een ‘epidemie’ wordt omschreven (UN Women, 2019).

De term ‘epidemie’ wordt soms bekritiseerd vanwege zijn pathologiserende en apolitieke dimensie of omdat hij zou verwijzen naar een ‘oorlog tegen vrouwen’ (Segato, 2016, Federici, 2021, Gago, 2018). Hij verdoezelt de verwoestende sociaaleconomische, politieke en ecologische repercussies die het kapitalistische model van accumulatie aanricht op de lichamen van vrouwen en op genderrelaties.

Dit artikel verscheen in Alternatives Sud, dat door het CETRI vier maal per jaar wordt gepubliceerd. Foto: cetri.be

Het succes van Las Tesis staat niet op zichzelf. Het maakt deel uit van de militante stroming van de ‘vierde feministische golf’. Die heeft zich de afgelopen tien jaar vanuit Latijns-Amerika ontwikkeld en heeft het probleem van sekse-gerelateerd geweld (huiselijk, buitenhuiselijk en institutioneel) duidelijk gemaakt.

Er zijn verschillende redenen voor de explosief toegenomen belangstelling voor dit belangrijke onderwerp. Die is niet alleen te wijten aan het groeiende gevoel bij veel vrouwen dat de sociale omstandigheden die hun worden opgelegd, ondraaglijk zijn.

Een andere reden is de urgentie waarmee zij hun grondrechten opeisen en uitoefenen via de centrale rollen die zij opnemen. Vrouwen hebben de schijnoplossingen vermeden die de autoriteiten bedachten met hun contraproductieve repressie- en veiligheidsmaatregelen.

Vrouwen hebben het probleem gepolitiseerd en hun eigen strategieën ontwikkeld om het geweld uit te roeien, de overheersingsstructuren te ondermijnen en hun autonomie en rechten te versterken. Zo maakten zij hun wil en hun actiesterkte duidelijk.

Het specifieke karakter van deze episode zit ook in het feit dat aanklagen van sekse-gerelateerd geweld leidde tot een erfenis van bestaande overwegingen en kennis. Deze nieuwe inzichten onderkennen het structurele en transversale karakter van gendergeweld.

Misbruiken en praktijken die vroeger werden verzwegen kunnen we vandaag benoemen en zichtbaar maken. Laten we daarom terugkeren naar een aantal theoretische begrippen en concepten die feministen hebben ontwikkeld. Zij kunnen ons helpen om de mechanismen te begrijpen die geweld produceren, blootleggen en tegelijkertijd verhullen.

 

Gendergeweld zichtbaar maken: enkele sleutelbegrippen

Patriarchaat en gender

Na een halve eeuw strijd is men erin geslaagd het mannelijk geweld bloot te leggen en te catalogiseren als een fundamentele functie van het patriarchaat. Het patriarchaat kan worden opgevat als een vorm van sociale organisatie gebaseerd op “een systeem van regels en waarden, codes en wetten, ontworpen om te specificeren hoe mannen en vrouwen zich in de wereld moeten gedragen en in de wereld moeten staan” (Gilligan en Snider, 2019). In deze gevestigde orde heeft het mannelijke voorrang op het vrouwelijke. Mannen concentreren privileges en macht in eigen handen.

Deze structuur van overheersing en ongelijkheid is gebaseerd op de principes van een dualiteit en complementariteit van de seksen die zogenaamd natuurlijk en universeel zou zijn. Ze werd opgericht als morele waarheid en voorschrift, geheiligd door de westerse kennisleer.

Deze structuur legt een seksuele rol- en werkverdeling vast: voor de man is er de rede, het openbare leven en de macht, voor de vrouw de affectiviteit, de privésfeer en de onderwerping. Zo legitimeert men de verbanning van de vrouw tot domeinen die het moeten stellen zonder rechten, middelen, erkenning of stem.

Om de systemen van asymmetrische verhoudingen tussen mannen en vrouwen beter te begrijpen, is gender ook een waardevol kritisch instrument gebleken, zowel in wetenschappelijk als in politiek opzicht.

In de meest traditionele interpretatie verwijst sekse naar het fysieke en biologische ‘gegeven’ en gender naar de sociale constructie. Recentere analyses hebben het kunstmatige van de ‘biologische’ en de sociaal geconstrueerde aard van sekse echter in twijfel getrokken, met name op basis van werk dat is gewijd aan ‘interseksualiteit’.

Als we verder kijken dan de tegensprekelijke debatten, heeft het begrip gender het mogelijk gemaakt de sociale, economische en politieke ondergeschiktheid van vrouwen van haar ‘natuurlijke’ context te ontdoen.

Het begrip gender heeft ook stilzwijgende genderregels in de socialisatieprocessen van individuen aan het licht gebracht, door dewelke mensen hun gedrag, hun denken en hun wereld gaan zien door het prisma van het genderverschil.

Maria Luisa Femenias tijdens een congres in Madrid over de strijd tegen genitale verminking van vrouwen op 4 februari 2017. Foto: Montserrat Boix/CC BY-SA 4:0

Historisch en op verschillende plaatsen bepaalden het patriarchaat en de gendernormen de contouren van ‘goede’ vrouwelijkheid en ‘goede’ mannelijkheid. Individuen werden ‘in ongekozen sociale identiteiten’ vastgeklonken en verplicht zich daaraan te conformeren. Patriarchale macht wordt zo gericht tegen vrouwen, maar niet alleen tegen vrouwen.

Gendergebonden dominantie valt ook ‘anderen’ aan, namelijk ‘gemarginaliseerde’ mannelijkheid op basis van etniciteit, religie of seksuele geaardheid. Laten we daarom, zoals Maria Luisa Femenias stelt, in gedachten houden dat “hoewel alle geweld tegen vrouwen gendergeweld is, gendergeweld niet beperkt mag worden tot geweld tegen vrouwen” (Femenias, 2014).

Bovendien is het patriarchaat, hoewel het gericht is tegen vrouwen en ‘vervrouwelijkte’ lichamen, niet de enige oorzaak van geweld tegen vrouwen, verre van. Het is verbonden met andere machtsverhoudingen met concrete lichamelijke gevolgen.

Aangezien gendercategorieën niet homogeen zijn, lopen er meerdere spanningen en breuklijnen doorheen (sociale klasse, ‘ras’, seksuele geaardheid, enz.) die leiden tot gedifferentieerde ervaringen van genderrelaties, wat Kimberlé Crenshaw (2005) ‘intersectionaliteit’ (overlapping) heeft genoemd.

‘Politieke’ conceptualisering van geweld

Het opleggen van ‘typische’ sociale constructies van mannelijkheid en vrouwelijkheid – de enige die als legitiem, passend en juist worden beschouwd – is een vorm van symbolisch geweld. Ze fungeren als “ware dwangbuizen voor individuen” (Femenias, 2014). Wie ervan afwijkt (esthetische dwang, romantische liefde, moeder-en-echtgenote, zelfverloochening en opoffering, enz.) wordt gestigmatiseerd, gediskwalificeerd en uitgesloten.

Kimberlé Crenshaw in 2017. Foto: The Maura Flanders Show/CC BY-SA 3:0

Deze constructies stellen wezenlijke en universele normen voorop, maar dulden en legitimeren tegelijkertijd het gebruik van fysiek geweld om lichamen te disciplineren en een zogenaamd bedreigde morele orde in stand te houden. Dit geraffineerde mechanisme van onderwerping, dat voortdurend wordt geregenereerd en herschikt, houdt zo het patriarchale gezag tijdloos in stand.

De inburgering van de ongelijkheid en de normalisering van gedifferentieerde hiërarchieën van het mannelijke en het vrouwelijke, vormen een “diepe symbolische structuur die onze handelingen en fantasieën ordent en ze begrijpelijk maakt” (Segato, 2021).

Dit postulaat ligt ten grondslag aan de feministische stelling dat seksuele misdrijven niet het werk zijn van ‘geesteszieken’ of zonderlingen. De daders zijn geen sociale eigenaardigheden. De daders zijn ‘normale’ mannen die binnen de gemeenschap “hetzelfde genderbeeld delen, dezelfde taal spreken en best met elkaar overweg kunnen” (Segato, 2021).

Genderverhoudingen worden in het algemeen niet als oorzaak gezien van geweld. Wat wordt verzwegen, wordt echter onzichtbaar. Deze sociale tolerantie komt vooral tot uiting in de manier waarop de media over femicides berichten. Femicides worden al te vaak ‘vermomd’ als passionele en impulsieve misdaden, als eenvoudige moorden of als dramatisch nieuws. Al te vaak ontbreekt het genderperspectief, ook al werden de vrouwen vermoord omdat zij vrouwen waren.

“Van seksueel geweld als terreurpolitiek tot uitsluiting uit de literaire wereld, altijd zijn dezelfde verhoudingen aan het werk: symbolisch geweld dat overheersing normaal vindt, straffeloosheid mogelijk maakt en geweld toedekt. Deze straffeloosheid en het toedekken van geweld worden op hun beurt motors van geweld.” (Autre part, 2018).

Het begrip gendergerelateerd geweld, gebaseerd op ongelijke machtsverhoudingen, is in de collectieve verbeelding, maar ook in een meerderheid van landen en hun strijd tegen geweld nog lang niet verworven en geïntegreerd.

Liz Kelly. Foto: lizk.org

Het inzicht in gendergerelateerd geweld blijft gefragmenteerd en verdeeld, neigt naar depolitisering en wordt regelmatig herleid tot fysiek geweld tegen vrouwen, hoewel het een “exces is dat wortelt in dieper structureel geweld” (Femenias, 2014). Soms beperkt men het tot de huiselijke privésfeer en verdoezelt men het institutioneel en structureel geweld, zoals het aan de kaak wordt gesteld door Las Tesis.

Toch wordt in feministische studies reeds lang gewezen op het verband tussen alledaagse en ‘buitengewone’ schendingen van vrouwenrechten. Liz Kelly (1988) ontwikkelde meer dan dertig jaar geleden het concept van de continuümbenadering.

Die legt het zeer brede scala van gewelddadig gedrag en destructieve handelingen bloot, gaande van de meest extreme vormen van seksueel geweld tot de meest voorkomende uitingen van pesterijen of mishandeling (verbaal of fysiek) waarrond het leven van vrouwen al te vaak gestructureerd is.

De Mexicaanse dichteres Susana Chávez Castillo, auteur van de slogan ‘Ni Una Menos’, werd op 6 januari 2011 gruwelijk vermoord door een drugsbende in haar thuisstad Ciudad Juárez. Zij had het geweld van de drugsmaffia meermaals openlijk aangeklaagd. Ze werd 35 jaar. Foto: Zerk/CC BY-SA 3:0

De onderzoekster toont het alomtegenwoordige, ondeelbare en veelzijdige karakter aan van geweld dat wordt uitgeoefend in alle levensfasen, in openbare of huiselijke ruimten, in tijden van oorlog of vrede.

De term continuüm maakt het mogelijk om “zichtbaar te maken wat verschillende situaties ogenschijnlijk met elkaar gemeen hebben” (Garance, 2016). Het legt verbanden tussen verhalen in verschillende fasen die in wezen ‘hetzelfde’ zeggen en daarom worden benaderd als een algemeen verschijnsel.

Zeggen dat geweld het gevolg is van een individuele daad is dus onjuist. Het patriarchaat wordt opgelegd en gestabiliseerd door een beleid van openbaar geweld. Talrijke feministische bewegingen, met name in Latijns-Amerika, hebben zich over dit vraagstuk gebogen.

Zoals we hier verder zullen zien, hebben deze bewegingen getracht het vraagstuk genuanceerder en politieker te maken door de structurele dimensie van de machtsdynamiek naar voren te schuiven, en door de straffeloosheid van geweld en geïnstitutionaliseerde verwaarlozing of zelfs stilzwijgende medeplichtigheid van staten aan te vechten.

 

Structureel geweld tegen vrouwen: intersectioneel perspectief

 

Patriarchaal geweld heeft zijn eigen specifieke kenmerken, maar om het in al zijn complexiteit aan te pakken, moet het in verband worden gebracht met andere overheersingsstructuren, zoals de kapitalistische productiewijze. Die is bijzonder schadelijk voor vrouwen, net als de koloniale matrix die concrete en blijvende gevolgen heeft voor regio’s en lichamen.

Om de politieke dimensie van overlappend en gendergerelateerd geweld te verklaren, analyseren we hier drie belangrijke gevallen: COVID-19 en de crisis van sociale reproductie, de economische plundering en haar gevolgen, en tenslotte seksueel geweld als strategie van overheersing over onderworpen groepen.

De crisis van sociale reproductie

De patriarchale overheersing geïsoleerd aanpakken, door haar als de ‘voornaamste vijand’ te beschouwen, leidt onvermijdelijk tot een hiërarchie van strijdniveaus en tot het afvlakken van ‘de categorie vrouwen’ naar het model van witte, heteroseksuele vrouwen uit de middenklasse.

Deze benadering leidde ertoe dat het mainstream feminisme de “secundaire” strijd negeerde en dat vrouwen die in opstand kwamen “tegen hun geboorteomstandigheden” (Davis, 2020) of tegen de discriminatie waaronder zij leden, werden verwaarloosd.

Opgepast! Machismo doodt!. Foto: nomasviolenciacontramujeres.cl

De hoofdstroom van de feministische beweging is zich niet altijd volledig bewust geweest van klassenverschillen – en is dat nog steeds niet. Daardoor is zij wellicht blind geweest voor de uitbuiting en de economische achterstelling die het gevolg zijn van het kapitalistisch systeem.

Ze is zich evenmin voldoende bewust van sommige van haar privileges, waardoor zij vrouwen en mannen negeert die het slachtoffer zijn van racistisch geweld of van vooroordelen vanwege hun seksuele geaardheid.

Geweld is patriarchaal maar is “onverbrekelijk verbonden met het neoliberale kapitalisme (…) dat de sociale veroveringen voortdurend ondermijnt, uberiseert (de ‘Uber’ zijn) en precariseert” (Vergès, 2020). Volgens cijfers van UN Women ‘is bijna driekwart van de mensen die onder de extreme armoedegrens leven, een vrouw’ (Naves, 2020).

Geweld houdt ook verband met ‘raciaal kapitalisme’ dat tijdens de COVID-19-pandemie resulteerde in de overbesmetting van geracialiseerde, inheemse en verarmde vrouwen en van vrouwen die in de frontlinie staan van de essentiële zorg (betaald of onbetaald) of die werken in contactberoepen en -rollen waar zij vaak de laatste schakels zijn in de productie- en toeleveringsketen.

Deze crisis heeft op ongekende en gevoelloze wijze de geweldsstructuren blootgelegd en aangewakkerd die op wereldschaal diepgaande sociale onrechtvaardigheden in stand houden.

Feministische publicaties in Chili. Foto: nomasviolenciacontramujeres.cl

Ondanks het eufemistische publieke discours – ‘we zitten allemaal in hetzelfde schuitje’ – dat de illusie van gelijkheid ten aanzien van het virus in stand houdt, sloeg COVID-19 anders toe bij verschillende sociale groepen.

Bovendien heeft het virus de reeds bestaande onevenwichten versterkt. Otamandi, Barroso en Calazans wijzen er in hun bijdrage aan deze Alternatives Sud op, dat in Brazilië zwarte vrouwen in deze periode de belangrijkste slachtoffers werden van femicide, terwijl zij ‘normaal gesproken’ al “het bevolkingssegment uitmaken waar het grootste aantal vrouwenmoorden geconcentreerd is. Daarenboven hebben zij sowieso al het meest te lijden onder huiselijk en verloskundig geweld, onder moedersterfte en onder de criminalisering van abortus.”

Uit deze pandemie kunnen we verschillende lessen trekken. De eerste, onverbiddelijk en cynisch, is dat niet alle levens even belangrijk blijken en dat sommige lichamen daarom meer worden opgeofferd dan andere.

De tweede herinnert ons aan de betekenis en de implicaties van de seksuele arbeidsverdeling tussen productieve arbeid2 die door mannen wordt gedomineerd, en de reproductieve arbeid van vrouwen. In deze sekse-gebonden verdeling van traditionele rollen hebben mannen de overhand in beroepen met een hoge sociale toegevoegde waarde, maar met minder maatschappelijk nut.

¡El violador eres tu! Foto: YouTube Las tesis

Vrouwen daarentegen doen jobs die ondergewaardeerd zijn, maar die als essentieel worden beschouwd voor de ‘productie van leven’ en voor het ‘draaiend houden van de economie’.

Hier ligt een van de grote tegenstrijdigheden van het kapitalisme: het denigreert en onderwaardeert diegenen die nodig zijn om de arbeidskrachten te onderhouden reproduceren en zij die ‘echte’ maatschappelijke rijkdom produceren (Farris, 2020).

Zoals Follegati Montenegro en Ferretti in dit essay aangeven, is een van de verworvendheden van de huidige feministische golf de aanhoudende kritiek op een reeks situaties die diep geworteld zijn in culturele praktijken en sociale structuren.

Die kritiek heeft geleid tot “de erkenning van het toegenomen aantal gewelddaden en tot de verbreding van het algemene besef dat ze bestaan.” Daardoor “omvat geweld tegen vrouwen en ‘vervrouwelijkte’ lichamen nu ook het economisch belang van de sociale reproductie als het fundament van de overheersing en de opbouw van vormen van geweld tegen vrouwen.”

Plundereconomie of de uitbuiting van vrouwen en regio’s

Plundereconomie (extractivisme) is een gewelddadig economisch en politiek model, gebaseerd op commercialisering en ongebreideld uitbuiten van de natuur. Het situeert zich op het kruispunt van kapitalistische, neokoloniale en patriarchale logica’s.

Het wordt aangestuurd door ondernemingen, met de medeplichtigheid van regeringen die verschillende strategieën gebruiken om hun doel te bereiken, zoals het gebruik van gewapende milities of de goedkeuring van ad-hoc-wetten.

Deze controle over rijkdom, in termen van “accumulatie van winst of kapitaal door plundering” (Harvey, 2010), is niet nieuw. Het was van oudsher de kern van roofzuchtige ondernemingen en heeft haar wortels in het proces van verovering en plundering van ‘onontgonnen’ landen en hun hulpbronnen door Westerse kolonisten in Latijns-Amerika, Afrika en Azië.

‘Stop het geweld tegen vrouwen’. Foto: nomasviolenciacontramujeres.cl

Dit proces van grootschalige beroving heeft, vanwege zijn “militaire, sociale, politieke, ideologische en culturele gevolgen in de geëxploiteerde gebieden” (Red Chilena, 2020), de sociale verhoudingen verstoord, met name die tussen mannen en vrouwen.

Het verlies van gemeenschapsruimten en bestaansmiddelen heeft negatieve gevolgen gehad voor vrouwen die vroeger in directe onderlinge afhankelijkheid met het land en het milieu leefden. De reorganisatie van de plaatselijke economie rond de centraal gepositioneerde plunderindustrie heeft geleid tot een uitvergroting van patriarchale patronen, ongelijke gendergebonden normen en een grotere seksuele verdeling van arbeid en ruimte.

Vrouwen werden plots (opnieuw) opgesloten in de privésfeer en gedwongen tot huishoudelijke en verzorgende activiteiten, die complexer zijn geworden door de verwoesting van hun leefomgeving (voedselproductie, water- en energievoorziening, enz.). Hun economische afhankelijkheid is dus toegenomen en zij moe(s)ten daardoor aan autonomie, mobiliteit en besluitvaardigheid inboeten.

Dat model van beroving en overheersing van hun omgeving heeft vrouwen gedisciplineerd en hun lichamen met geweld weer ‘onder controle’ gebracht. Verschillende feministische theoretici en talrijke boeren-, inheemse of Afro-afgeleide vrouwenorganisaties hebben, in de strijd voor de “verdediging van hun aards territorium” (Falquet, 2017), ook hun lichaam als territorium beschouwd.

Zij trokken een analogie tussen de overheersing van de menselijke soort over de natuur en de overheersing van mannen over vrouwen. Hetzelfde proces van verdeling, van hiërarchisering speelt zich af in sociale relaties en relaties tot de wereld. Er ontstond een binaire tweedeling, enerzijds door de ontwaarding van de natuur, van de vrouw, van de subjectiviteit en van emoties, anderzijds door de toegevoegde waarde van cultuur, van mensen, van objectiviteit en rede.

Volgens deze logica werden in winningsgebieden zowel het land als de lichamen – vooral die van inheemse vrouwen – tot handelswaar gemaakt en gebrutaliseerd. Zij werden voorbestemd om te worden veroverd en geofferd op het altaar van winst en groei. Het geweld van de plunderindustrieën heeft de vorm aangenomen van water- en bodemverontreiniging, wat leidde tot ziekte en dood. Het uit zich ook in de vorm van pesterijen, agressie en zelfs femicide om de bevolking te intimideren zodat ze begeerde gebieden ontvluchten.

Affiche: nomasviolenciacontramujeres.cl

Deze verschijnselen zijn geen ongekend of uitzonderlijk geweld en moeten eens te meer worden geplaatst in een continuüm dat “aan de basis ligt van zowel de oude als de nieuwe koloniale logica” (idem).

De conflicten op sociaal en milieugebied, die sinds de jaren negentig zijn toegenomen, met name in de regio’s van de wereld die het rijkst zijn aan natuurlijke hulpbronnen (Latijns-Amerika, sub-Sahara Afrika en Zuidoost-Azië), hebben nieuw leven geblazen in roofzuchtige strategieën en operaties. Het geweld tegen vrouwen en vrouwenlichamen krijgt daardoor een instrumentele dimensie ten dienste van instellingen als de staat, de ordehandhavers of de multinationale ondernemingen.

Feministische analyses van dit plunderbeleid wijzen op dezelfde problemen als die van de coronacrisis. Zij stellen ook dezelfde uitweg voor. Zij hekelen, zoals Follegati Montenegro en Ferreti in deze analyse doen, “de algemene crisis die het neoliberalisme veroorzaakt en de noodzaak om de maatschappelijke organisatie te heroriënteren zodat de reproductie van het leven centraal komt te staan en niet ondergeschikt wordt gemaakt aan de ‘waardewetten’.”

Deze vorm van verzet gericht op ‘bekommernis’ is geïnspireerd op de zorgethiek. Globaal verwijst die naar het behoud, de dagelijkse realiteit om het leven in stand te houden en het herstellen van de wereld.

In tegenstelling tot de onaantastbare geboden van vrijheid en efficiëntie die door de moderniteit worden gepromoot en deel uitmaken van de neoliberale leer, legt deze benadering de nadruk op begrippen als kwetsbaarheid, onderlinge afhankelijkheid en onmisbaarheid. Zij past deze toe op alle menselijke wezens en op alles wat kwetsbaar is in ons milieu en beschermd moet worden.

Seksueel geweld als overheersingsstrategie over ondergeschikte groepen

Seksueel geweld is een uiting van patriarchaal geweld dat zich zowel in fysieke termen (intimidatie, seksueel misbruik, verkrachting) als in symbolische termen manifesteert. De hashtag #MeToo, een verlengstuk van de feministische golf @NiUnaMenos3, heeft sinds 2017 op sociale netwerken een stortvloed van getuigenissen opgeleverd die alomtegenwoordig seksueel geweld in alle lagen van de samenleving aan het licht brachten.

Deze oproepen werden op wereldschaal verspreid, ook al bleef de mobilisatie in sommige landen virtueel en ontbrak het aan concrete, collectieve vertaling of aan transformerende publieke debatten. ‘Mijn lichaam is van mij’ en ‘Nee betekent nee’ zijn slogans die een nieuw elan kregen, maar de politieke consensus tegen geweld bleek in veel opzichten illusoir en niet in staat om het voortbestaan van de mannelijke overheersing aan te vechten.

Door seksueel geweld historisch te bekijken vanuit een feministisch en dekolonialistisch perspectief, zijn de auteurs van deze analyse het erover eens dat het patriarchaat “aan kracht heeft gewonnen” door toedoen van de moderne, kolonialistische staten. Zij hebben het patriarchaat vormgegeven en versterkt met hun structureel geweld.

In dit boek merkt Linda Mshweshwe op dat in Zuid-Afrika de apartheid, die “de onderdrukking van zwarte mensen en hun onderwerping aan systematisch geweld” mogelijk maakte, ook “de genderverhoudingen grondig heeft verstoord, wat resulteerde in hoge niveaus van gendergerelateerd geweld.”

Over het algemeen speelde seksueel en gendergeweld een centrale rol in de “gietvorm van de koloniale overheersing” (Perreault, 2015) en was het een instrument van staatskolonialisme, een instrument dat bijdroeg aan de controle en onderwerping van hele gemeenschappen en volkeren. “Door seksueel geweld verankerde het koloniale project de ideologie dat inheemse lichamen straffeloos konden worden geschonden, net als – bij uitbreiding – inheemse gronden” (idem).

Dit ontmenselijkende geweld heeft dus een grens gecreëerd, een afbakening, die het verschil in stand houdt, een verschil dat zich aftekent in het sociale beeld en de werkelijkheid ordent. Het verzinsel van anders-zijn, deze voortdurend vernieuwde creatie van een ‘wij’ en een ‘zij’ ligt ook vandaag nog aan de basis van de vertakte sociale scheidslijnen die de boventoon voeren in bijvoorbeeld het racisme, het seksisme of de homofobie.

Verkrachting is al altijd en overal een wapen van fysieke en morele overheersing van de ander geweest, een wapen van intimidatie en repressie van vrouwen (om ze te straffen en te tuchtigen) maar ook een ‘communicatiesignaal’ voor rivaliserende of ondergeschikte mannen.

Volgens de theorieën van Segato kan verkrachting ook een stellingname zijn, gericht tegen leeftijdsgenoten, waardoor men “de waarborg voor het patriarchaal geweld en de continuïteit ervan kan garanderen” (2020). De Midden-Amerikaanse jeugdbendes los maras zijn daar een voorbeeld van (Bahr, 2020). In dit schema word mannelijkheid een soort status die verdiend moet worden door agressie en machtsvertoon.

In haar bijdrage aan Alternatives Sud analyseert Jyoti Diwakar hoe gender in India door dominante kaste-gemeenschappen wordt gebruikt om hun macht te doen gelden en “andersdenkenden op hun plaats te zetten.”

Bij geschillen tussen hogere kasten en gemarginaliseerde Dalits, met name bij landgeschillen, wordt de verkrachting van ‘onaanraakbare’ vrouwen gebruikt om de sociale controle over de Dalit-gemeenschap als geheel te herstellen. Dat gebeurt vooral wanneer de gemeenschap haar rechten tegen de kasten- en klassenhiërarchie wil doen gelden.

Aangezien vrouwen worden beschouwd als hoeders van de familie- en kaste-eer, worden zij een kwetsbaar doelwit van geweld tussen gemeenschappen en etnische groepen. Wanneer een Dalit-vrouw wordt verkracht, “is dat geen seksuele daad die op een persoon wordt gepleegd, maar een daad van schending van de mensenrechten van de sociale groep waartoe zij behoort”, aldus Diwakar.

Het in aanmerking nemen van overlappende structuren (in dit geval het ‘Brahmaanse patriarchaat’), evenals de status van de dader en het slachtoffer, is daarom van cruciaal belang om de gewelddaden en de selectieve gerechtigheid die daaruit voortvloeit te begrijpen.

Gender is een essentieel onderdeel van de geweldpolitiek. Dat geldt zowel in vredestijd als tijdens oorlogen. Net als in de Indiase situatie kan het seksuele geweld dat Yezidi-vrouwen in 2014 in Irak werd aangedaan, worden verklaard door meerdere, met elkaar verweven structurele factoren.

Foto: Zeynep Kaya

Zeynep Kaya wijst er in haar tekst op dat radicale groeperingen zoals IS, zich – om hun gewelddaden goed te keuren – baseren op specifieke morele en gendernormen en voorstellingen van identiteit en religie. De Yezidi-minderheid, die zich ‘in de periferie van de periferie’ bevindt, werd reeds vóór de aanvallen van IS bedreigd en gediscrimineerd omdat de Iraakse regering haar onvoldoende beschermde.

Seksueel geweld in dit conflict is dus geen afzonderlijke, autonome of spontane gebeurtenis, maar veeleer een onderdeel van het continuüm van alledaagse vormen van geweld en discriminatie waarmee Yezidi-vrouwen en hun gemeenschap worden geconfronteerd.

Seksueel geweld komt ook voortdurend tot uiting in het parcours dat migrantenvrouwen afleggen. Het is “een van de redenen die hen ertoe aanzet te migreren, maar (het is) ook een element dat voortdurend aanwezig is in hun migratietraject”. Almudena Cortes keert in deze Alternatives Sud terug naar de hiërarchische machtsverhoudingen die kenmerkend zijn voor grensgebieden en die aan beide kanten van de scheidslijn voorkomen.

In de context van een vluchtsituatie komen vrouwen in een kwetsbare situatie terecht door de vervrouwelijking van armoede, door het gendergeweld van hun echtgenoot of schoonfamilie, door gearrangeerde huwelijken en genitale verminking. Die situatie escaleert nog eens tijdens gewapende conflicten waar seksueel geweld vaak een oorlogswapen is.

Onderweg bepaalt gender ook de mobiliteit van vrouwen. Onderweg, in kampen of bij grensovergangen, worden zij dikwijls geconfronteerd met geweld van tussenpersonen (kustwachters, politie, andere migranten, enz.). Dat geweld – kenmerkend voor een neoliberaal regime – maakt deel uit van de controle van gebieden, verplaatsingen en lichamen.

In de drie genoemde situaties van Dalit-, Yezedi-, migranten- of vluchtelingenvrouwen staat seksueel en op gender gebaseerd geweld tegen vrouwen nooit op zichzelf. Het is niet marginaal, maar verbonden met structurele factoren. Het maakt deel uit van ongelijke sociale verhoudingen en is gebaseerd op meervoudige machtsverhoudingen.

De kruising van verschillende onderdrukkingssystemen draagt daarom bij tot de toename van geweld. Het feit dat seksueel geweld wordt afgedwongen en ondergaan, mag ons niet doen vergeten dat vrouwen dit fenomeen niet zomaar passief ondergaan. Vaak geven ze blijk van ‘daadkracht’. Door middel van individuele of collectieve strategieën trachten zij dit geweld te verdragen, te weerstaan en te bestrijden.

 

Strijd en verzet tegen gendergeweld

 

Het sombere beeld dat zojuist werd geschetst, mag echter de historische strijd die door vrouwenbewegingen werd geleverd, noch de geboekte vooruitgang, maskeren.

Vooruitgang en beperkingen van de institutionele strijd

Op institutioneel vlak heeft deze strijd de laatste decennia geleid tot een geleidelijke erkenning van het probleem van geweld tegen vrouwen, een probleem dat ondertussen de internationale agenda heeft gehaald.

In 1985, op de derde VN-Vrouwenconferentie in Nairobi, werd het systematische karakter van geweld tegen vrouwen voor het eerst aan de kaak gesteld. In 1993, met de ratificatie van de Verklaring Inzake de Uitbanning van Geweld tegen Vrouwen door de VN-Algemene Vergadering, verbonden de staten zich ertoe ‘hun verantwoordelijkheid op te nemen en een einde te maken aan geweld tegen vrouwen’. Geweld tegen vrouwen werd voortaan erkend als een inbreuk op de mensenrechten en werd, dank zij deze formulering, onderdeel van een structurele genderanalyse.

In 1996 werd huiselijk geweld gedefinieerd als een vorm van foltering die bij wet moest worden bestraft. Twee jaar later werd het Internationaal Straftribunaal voor Genocide, Oorlogsmisdaden en Misdaden tegen de Menselijkheid opgericht. Het hof behandelt onder meer het misdrijf van verkrachting als oorlogswapen en gedwongen zwangerschap (Autre Part, 2018).

Het constructieve politieke klimaat dat in de jaren 1990 opgang maakte en tot aanzienlijke vooruitgang leidde, is ondertussen weer verslechterd. De verzwakking van het multilateralisme en de opkomst van een offensieve coalitie van conservatieve overheids- en niet-overheidsactoren hebben een nadelige invloed gehad op de rechten van vrouwen en meisjes. Die achteruitgang werd door de VN in verschillende regio’s van de wereld uitvoerig gedocumenteerd.

In de nasleep van de VN-Wereldvrouwenconferentie van Peking in 1995 doken reactionaire mobilisaties op ten gunste van een ‘traditionele’ seksuele orde en tegen de rechten van vrouwen en seksuele minderheden. In de jaren na 2010 kregen die een nieuw elan.

Deze reactionaire mobilisaties liepen samen met aanvallen van het Vaticaan op het begrip gender. Het Vaticaan wilde gender immers reduceren tot een ‘theorie’ of ‘ideologie’. Reactionaire krachten gingen ook het officiële beleid van verschillende ultranationalistische, openlijk seksistische, racistische en homofobe regeringen bepalen. Dat gebeurde vooral in Latijns-Amerika en Europa, maar ook in de VS en in sommige Afrikaanse en Aziatische landen.

Ook de VN hebben ondertussen alarm geslagen over de bedreigingen van de seksuele en reproductieve gezondheid en rechten van vrouwen. Het recht om over het eigen lichaam te beschikken is voor vrouwen verre van vanzelfsprekend. Latijns-Amerika is een van de meest repressieve regio’s ter wereld wat het recht op abortus betreft.

In haar boek vertelt Marta Lamas ons dat de legalisering van abortus een domein is “waar de Kerk niets loslaat en de patriarchale macht verscherpt.” Vrijwillige onderbreking van de zwangerschap is alleen toegestaan in Cuba, Puerto Rico, Guyana, Uruguay, twee Mexicaanse deelstaten en in Argentinië sinds eind 2020.

Overal elders op het continent is het nog steeds strafbaar, behalve in situaties van ‘therapeutische abortus’ en, in sommige gevallen, na verkrachting. In dit soort vijandige contexten wordt het merendeel van de abortussen illegaal uitgevoerd, waarbij vrouwen niet dezelfde risico’s lopen voor hun leven en gezondheid.

De volledige legalisering van abortus is een van de langst gekoesterde eisen van de vrouwenbeweging en vormt, waar ze is verwezenlijkt, de bekroning van tientallen jaren strijd. Deze verhitte kwestie maakt ook duidelijk dat het patriarchale systeem weegt op de politieke structuren en dat de mannelijke overheersing geïnstitutionaliseerd is via de letter en de werking van de wet.

Hoewel wetten dus belangrijke stappen voorwaarts kunnen zijn, moeten zij toch ook aan een feministische controle worden onderworpen zodat de gebreken, de tekortkomingen en de dominante waardesystemen gecorrigeerd kunnen worden.

In het digitale tijdperk schieten de wettelijke kaders ook tekort om online intimidatie op grond van gender en cybergeweld aan te pakken. Gurumurthy en Jha merken in hun bijdrage op dat in India “het rechtssysteem […] zijn obsessie met tradities van ‘eer’ en verouderde preoccupaties met ‘obsceniteit’, ‘vulgariteit’, ‘wulpsheid’, enz. heeft behouden, terwijl kwesties als de persoonlijke levenssfeer, toestemming en waardigheid van vrouwen naar de achtergrond zijn verschoven.” De twee auteurs concluderen dan ook dat “de wetgeving moet worden gezien als een strijdtoneel voor feministen.”

Feministische mobilisaties tegen gendergeweld

De staat geeft vorm aan mentale structuren via instellingen en draagt zo bij tot het ontstaan van een symbolische orde, en daarmee van een sociale orde. Hoewel staatsinstellingen een deel van de oplossing kunnen zijn, zijn zij voor veel feministen nog steeds factoren die bepaalde vormen van geweld voortbrengen.

Institutioneel geweld tegen vrouwen, als manifestatie van patriarchaal geweld binnen staatsinstellingen, manifesteert zich op vele manieren: niet-naleving van internationale verdragen, gebrek aan overheidsbeleid om geweld te voorkomen, uit te roeien en te bestraffen, schending van fundamentele rechten (zoals toegang tot gezondheidszorg), politiegeweld, vrouwenhaat binnen de rechterlijke macht, enz.

Elsa Dorlin tijdens de conferentie Philosophie de la violence in Marseille van 6 februari 2020. Foto: UPOP Marseille/CC BY-SA 3:0

“De staatsinstellingen spelen allesbehalve een ondergeschikte rol in de organisatie en de bestendiging van geweld tegen vrouwen” (Vergès, 2020). Zij zijn geen neutrale instanties die boven de overheersingsverhoudingen staan.

Elsa Dorlin is van mening dat de staat “de belangrijkste stichter van ongelijkheid is en dat het zinloos is om er gerechtigheid van te eisen, omdat zij juist de primaire instantie is die sociale onrechtvaardigheid institutionaliseert” (Dorlin, 2019).

Deze veroordeling, waarin de woorden van de ‘verkrachter op mijn pad’ van het collectief Las Tesis doorklinken, verklaart waarom veel feministische bewegingen het een illusie achten om te proberen de samenleving te hervormen door middel van overheidsoptreden alleen. Alleen door verzet en de implementatie van een machtsevenwicht kunnen volgens hen nieuwe rechten worden verkregen en daadwerkelijk worden uitgeoefend.

De eerste demonstratie van Ni Una Menos in mei 2015 in Argentinië, maakte deel uit van deze logica. De bijeenkomst bracht 300.000 mensen bijeen en vormde het beginpunt van een nieuwe mobilisatiegolf (de ‘vierde golf’ of de ‘feministische revolutie’) die opkwam tegen geweld op vrouwen en discriminatie.

Vanaf het begin van de jaren 2010 waren er al sporadisch verschillende massale vrouwenbewegingen tegen geweld ontstaan, zoals in India, na het smerige geval van een groepsverkrachting in Delhi in 2012. Halverwege het decennium was Ni Una Menos echter al doorgedrongen en verspreid in de rest van Latijns-Amerika, om zich vervolgens ook buiten het continent te verspreiden.

Aurore Koechlin. Foto: genevevision.ch

Volgens Aurore Koechlin (2019) is deze vierde golf specifiek in de zin dat zij een soort synthese vormt van de twee vorige feministische golven. Ze tracht ook de tegenstrijdigheden die nog overbleven, te overwinnen. Van de tweede golf behoudt zij massale mobilisaties en de inhoud van bepaalde eisen.

Naast de strijd tegen femicide die de beweging in vuur en vlam zette en overal verontwaardiging opwekte, plaatste de tweede feministische opleving de niet-seksistische opvoeding en de kwestie van de seksuele en reproductieve rechten in het middelpunt, met name de centrale kwestie van het recht op abortus, dat in de jaren 1970 een deel van de feministische beweging verenigde.

Van de derde golf erfde zij de kritische analyse van de categorie ‘vrouwen’ en hield zij rekening met de verwevenheid met andere onderdrukkingsgolven (ras, klasse, geslacht, enz.) die een bepalende invloed hadden op de manier waarop vrouwen leefden en hoe ze door de samenleving werden gezien.

De huidige ‘feministische revolutie’ probeert dus een aantal tekortkomingen van de intersectionele benadering te overwinnen. In sommige gevallen had ze immers de sporen van de materialistische analyses gewist uit de overheersing van sekse en ‘ras’. Daardoor ontstond onenigheid over het doorgronden van de sociale posities tussen zij die domineren en zij die gedomineerd worden.

De feministische revolutie is gericht op het ongedaan maken van “een geïntegreerd en gecombineerd systeem van verschillende overheersingsrelaties die hun wortels hebben in de geschiedenis en in de beschouwde samenlevingen (klasse, ras, geslacht) en die worden geproduceerd en gereproduceerd door economische, sociale en politieke structuren (staat, justitie, politie). Dit geïntegreerde systeem heeft als materiële basis een productiewijze die samenhangt met een reproductiewijze” (Koechlin, 2019).

Om dit systeem aan te pakken, stelt de vierde golf, meer dan de vorige generaties, de strategie in vraag. Zij benadrukt “het economische kader van het patriarchaal geweld” (idem) en plaatst de kwestie van werk – betaald of onbetaald – in het middelpunt van de bezorgdheid en neemt haar toevlucht tot staking als een strijdinstrument.

De feministische staking is geen nieuwe vorm van sociaal protest. Er werd in het verleden al toe opgeroepen, maar ze neemt vandaag een nieuwe wending. Op 8 maart 2017 hebben organisaties uit ongeveer 50 landen ter gelegenheid van de Internationale Dag van de Rechten van de Vrouw voor het eerst gemobiliseerd voor een ‘Dag zonder Vrouwen’. Het succes is enorm en zal met de jaren toenemen. Na de eerste editie van 2018 zullen miljoenen vrouwen elk jaar die dag het werk neerleggen en de straat opgaan.

De strijd tegen gendergeweld en de onzekerheid van het vrouwenleven is een bindende factor geweest en heeft brede sociale sectoren samengebracht, zoals gebleken in Chili. De slogan ‘Tot het leven de moeite is om geleefd te worden’ weerspiegelt deze bezorgdheid voor het herwinnen van een ‘collectieve soevereiniteit’ over de levensomstandigheden en het leven, om de “ramp te vermijden waartoe het neoliberale, plunderende en patriarchale project leidt” (Follegati en Montenegro).

Meer in het algemeen weerspiegelt het feministische elan rond en in het kielzog van Ni Una Menos “de opkomst van de vrouwelijke politisering en een nieuw soort politieke participatie” (Le Monde, 2020). De voorstelling van Las Tesis, ‘Een Verkrachter op je Pad’, is daar een sterke uiting van.

Aurélie Leroy. Foto: cetri.be

Het streven van het collectief om bepaalde feministische stellingen om te zetten in toegankelijke, creatieve en artistieke taal bood een breder publiek sleutels tot inzicht in de problematiek en de structurele aspecten van gendergeweld en -ongelijkheid.

Het virale karakter van de beweging weerspiegelt het centrale belang van deze kwestie op alle domeinen van het maatschappelijk leven. De beweging illustreert ook de urgentie van heroverweging en reorganisatie van de productie- en reproductieverhoudingen, als onontbeerlijke voorwaarde voor de emancipatie van vrouwen en gender-minderheden.

 

Het essay Violence de Genre et Résistances van Aurélie Leroy verscheen in de reeks Alternatives Sud van het Centre Tricontinental (CETRI) en werd vertaald door Jan Reyniers. Historica Aurélie Leroy is onderzoekster aan het CETRI. Zij werkte mee aan de boeken Etat des résistances dans le Sud (2016), L’Inde: une modernité controversée (2011) en Contre le travail des enfants (2009).

Notes:

1   Het begrip ‘gender’ stamt af van het Latijnse ‘genus’, wat ‘soort’, ‘type’, ‘aard’ betekent. Men vindt de stam ook terug in woorden als genetisch of genese. Het gebruik van de term in zijn huidige betekenis is vrij recent, sinds de jaren 1950, toen men voor het eerst begon na te denken over het verschil tussen fysieke kenmerken en de rol die er door culturele, sociale, maatschappelijke, religieuze structuren en denkpatronen wordt aan verbonden.

2   Marx definieert productieve arbeid als arbeid die waarde voortbrengt, die meerwaarde schept.

3  De uitdrukking ‘Ni Una Menos’ werd bedacht door de Mexicaanse dichteres Susana Chávez, een feministische activiste die in 2011 werd vermoord. De zin is ontleend aan de zin ‘Ni una mujer menos, ni una muerta más’ (‘Niet één vrouw minder, niet één dode meer’) waarmee ze de femicides in de Mexicaanse stad Ciudad Juárez aan de kaak wilde stellen.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!