Essay, Boekrecensie - Ann-Sophie Van Baeveghem,

Witte orde – Over ras, klasse en witheid

Ann-Sophie Van Baeveghem las 'Witte Orde – Over ras, klasse en witheid' van Sibo Rugwiza Kanobana. “Het is een toegankelijk en uitnodigend boek voor ieder die bereid is tot het in vraag stellen van het witte, gehomogeniseerde Europa van vandaag.”

maandag 3 juni 2024 10:43
Spread the love

 

“Zeg je nu ‘wit’ of ‘blank’?” Met deze openingszin katapulteerde Sibo Rugwiza Kanobana me als lezer onmiddellijk terug naar verschillende momenten waarop deze vraag zich, in allerhande contexten, doorheen de jaren aanbood in mijn leven.

Naar het middelbare klaslokaal, waar het betoog van de leraar Nederlands over de etymologische en historische betekenis van het woord ‘blank’ me voor het eerst aanzette tot denken. Naar de rij aan de kassa van de plaatselijke supermarkt, waar ik me als onbeschaamde overluisteraar opwond over de manier waarop dorpsgenoten deze vraag wegzetten als flauwekul.

Naar de feesttafel, waar ik eind december hondstrouw, maar onsuccesvol bepaalde familieleden ervan probeer te overtuigen sommige woorden wél en andere woorden nóóit meer te gebruiken.

Het antwoord op Kanobana’s eerste vraag leek me bijzonder duidelijk, tot ik de eerste pagina omsloeg. Er valt heel wat te zeggen over Witte orde – Over ras, klasse en witheid, maar niet dat het moraliserend is.

In iets meer dan tweehonderd pagina’s geeft Kanobana zijn visie op witheid. Niet als kleur of kenmerk van een mensenlichaam, maar als ideologie, als voorwerp van sociaalwetenschappelijk onderzoek, als statussymbool en als cruciale component van historisch gegroeide machtsverhoudingen die we tot op heden structureel in stand houden.

De manier waarop Kanobana de drie thema’s in de ondertitel van het boek – ras, klasse en witheid – benadert, aan kritische introspectie doet én dit helder weet te formuleren, maken van Witte Orde een toegankelijk en uitnodigend boek voor ieder die bereid is tot het in vraag stellen van het witte, gehomogeniseerde Europa van vandaag.

Van ‘muzungu’ naar zwarte man in een witte wereld

In het eerste deel van zijn boek gunt Kanobana de lezer, aan de hand van afwisselend aangrijpende en grappige gebeurtenissen, een blik op zijn levensloop. Hij vertelt over de verschillende manieren waarop hij werd waargenomen door tal van mensen, afhankelijk van waar en wanneer hij zich bevond in het leven, en hoe dat zijn persoonlijk raciaal bewustzijn versterkte.

Door het benoemen en ontleden van zijn ‘positionaliteit’1 wil Kanobana transparant zijn over de manier waarop zijn persoonlijk inzicht, zijn lens op raciale ongelijkheid en theoretisering van witheid werd vormgegeven door zijn ‘Belgisch-Vlaams-francofone-Rwandees-Congolese ervaring’.

De lens van Sibo Rugwiza Kanobana op raciale ongelijkheid en theoretisering van witheid werd vormgegeven door zijn ‘Belgisch-Vlaams-francofone-Rwandees-Congolese ervaring’

Van ‘metis’ (raciaal gemengd) bij zijn geboorte in Congo, naar jongen met migratieachtergrond in een Brusselse lagere school, naar ‘muzungu’ (Swahili voor witte persoon) in het Congolees middelbaar onderwijs, naar misfit in een Nederlandstalige Brusselse eliteschool, naar zwarte universiteitsstudent in het enorm witte Gent van de jaren 1990: een zoekend kind, later een zoekende man, onderworpen aan het proces van raciaal bewustzijn dat enkel werd aangescherpt door ondoorgrondelijke gebeurtenissen zoals de Rwandese genocide van 1994.

De positiviteit waarmee zo’n zwaarwichtig verleden wordt beschreven, zegt minstens evenveel als dan niet meer over Kanobana dan de aangehaalde herinneringen en anekdotes.

Racisme als systemisch proces

Witte Orde vertaalt Kanobana’s interesse in de manier waarop onze samenleving haar leden categoriseert en de gevolgen die dit met zich meebrengt. Het boek leest als een poging tot het begrijpen van sociale dynamieken die de Europese koloniale wandaden uit het verleden mogelijk maakten, zoals uitsluiting en minderwaardigheid.

Drie bronnen van inspiratie

De rode draad doorheen het boek, namelijk een analyse van hoe en waarom racisme werkt met het benoemen van witheid als tool, wordt in het tweede deel binnen de bredere context van bestaand sociaalwetenschappelijk onderzoek geplaatst.

Het bespreken van theorieën over ras en witheid is hierbij cruciaal. Kanobana benadert beide concepten als ideologieën die een bepaalde waarde toekennen aan een mensenleven. Racisme wordt dan weer opgevat als een kenmerkende ideologie binnen samenlevingen die zichzelf als westers beschouwen of daarnaar streven.

Hiermee wordt afgestapt af van de lens van individualiteit waardoor vaak wordt gekeken naar sociale processen zoals racisme. Die verschuiving van focus, van het individuele en persoonlijke naar het collectieve en systemische, is alomtegenwoordig in Witte Orde – een titel die trouwens werd geïnspireerd door het werk van filosofe Patricia Schor en cultuurcriticus Egbert Alejandro Martina over structureel racisme in samenlevingen die zichzelf percipiëren als westers of Europees.

De verschuiving van focus, van het individuele en persoonlijke naar het collectieve en systemische, is alomtegenwoordig in Witte Orde

Vanuit die systemische invalshoek twijfelt Kanobana aan de relevantie van bepaalde concepten die steeds frequenter opduiken in het discours rond racisme. Denk aan ‘wit privilege’. Dit is een centraal thema in, onder andere, het boek van Layla F. Saad Me and White Supremacy, naar de gelijknamige instagramtrend uit 2018).

Denk aan ‘witte fragiliteit’ zoals beschreven door Robin DiAngelo in White Fragility: Why It’s So Hard for White People to Talk About Racism en aan ‘witte onschuld’, een concept dat onlosmakelijk verbonden is met het werk van Gloria Wekker White Innocence: Paradoxes of Colonialism and Race.

Hij beschouwt dit alles als onderdeel van de neoliberale, individualistische en moraliserende dialoog die categoriserend te werk gaat (bevoorrecht versus gediscrimineerd, schuldig versus onschuldig) en bijgevolg focust op de gevolgen in plaats van op de oorzaak.

Die cirkel kunnen we volgens Kanobana doorbreken door een beter begrip te ontwikkelen van de manier waarop de witte orde witheid beloont. Ook door het erkennen en in vraag stellen van de mythologie van een wit Europa: de opnieuw categoriserende opvatting van wat Europees is en wat niet.

Idealiter wordt racisme tegelijk vanuit een historische invalshoek bekeken, aangezien we zo de geracialiseerde, sociale orde van vandaag beter zouden begrijpen – volgens Kanobana een voorwaarde om racisme uiteindelijk onder handen te nemen.

Ras en klasse, klasse en ras

In het derde en laatste deel van Witte Orde ligt de focus op het politieke karakter van ‘ras’ en hoe zich dat vandaag de dag uit. Kanobana wijst erop we dit onder andere kunnen terugvinden in onze taal en omstreden discussies over de evolutie van bepaald woordgebruik.

Wat begon met ‘gastarbeider’ eindigde met ‘(im)migrant’ of meer segregerende termen zoals ‘autochtoon’ en ‘allochtoon’. Dit racistische hokjesdenken is voor Kanobana een vorm van sociale zuivering, door hem benoemd als ‘sociale schoonmaak’, die de witte orde faciliteert en legitimeert.

Ook elders kunnen we de politieke dimensie van ‘ras’ terugvinden. Denk aan de door de bureaucratie ingegeven processen die ‘rassen’ voortbrengen en bestendigen, maar ook aan historisch gegroeide constructies zoals ‘het Westen’ of ‘de bourgeoisie’ die Kanobana beschouwt als onmisbare componenten van witheid die men best bekijkt door een politiek-historische bril.

Verder bekritiseert Kanobana in één van de laatste onderdelen van het boek Bloed en bodem, de assumptie dat niet ras of kleur, maar klasse de doorslaggevende factor is in sociale processen van uitsluiting.

Dat de 44e Amerikaanse president een zwarte man was, dat in 2022 voor het eerst een niet-witte persoon eerste minister werd in het Verenigd Koninkrijk, dat personen van kleur machtsposities in de witte orde innemen, wekt blijkbaar de indruk dat ras niet langer een sociale rol speelt.

Kanobana gaat hier radicaal tegenin. Hij benadrukt dat klasse en ras hand in hand gaan en wijst de lezer erop dat men, mocht ras vandaag effectief niet meer doorwegen, de Obama’s en Sunaks van deze wereld niet telkens naar voren zou schuiven als best practices.

Mocht ras vandaag effectief niet meer doorwegen, dan zou men de Obama’s en Sunaks van deze wereld niet telkens naar voren schuiven als best practices

Foto: celstec.academia.edu

Geïnspireerd door de Jamaicaanse schrijfster en cultuurcriticus Sylvia Wynter, geeft Kanobana mee dat historiseren (en bijgevolg zijn eigen werk) niet per se het westerse denken wil verwerpen. Wel wil het de problematieken en tekortkomingen ervan blootleggen, zodat onze kennis van de in Witte Orde besproken thema’s erop vooruitgaat.

Tegelijk las ik Kanobana’s werk als een warme oproep om op menselijk vlak bepaalde dynamieken, houdingen en assumpties in vraag te stellen. Boeken die hierin slagen, die na het omslaan van de laatste pagina en lang daarna blijven nazinderen, zijn er om te koesteren.

 

Sibo Rugwiza Kanobana. Witte Orde – Over ras, klasse en witheid. De Geus, Amsterdam, 2024, 224 pp. ISBN 978 9044 5475 42 – uitgegeven in de reeks Publieke Ruimte.

Lees ook de recensie van Zwarte Bladzijden, samengesteld door Sibo Rugwiza Kanobana.

Note:

1   Dit is een concept dat oorspronkelijk uit de antropologie komt en dat de identiteit van de onderzoeker en de invloed hiervan op diens perspectieven beschrijft – het neemt binnen sociaalwetenschappelijk onderzoek toe aan belang.

steunen

Steun voor een nieuwe website

We hebben uw hulp nodig voor een essentiële opfrissing van de website. Om die interactiever, sneller en gebruiksvriendelijker te maken hebben we 30.000 euro nodig. Elke bijdrage, groot of klein, helpt. Met uw donatie ondersteunt u onafhankelijke journalistiek die de verhalen blijft brengen die er echt toe doen. Laat uw hart spreken.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!