Leden van de observatiemissie MOIDH paraten met vluchtelingen tijdens hun bezoek aan het opvangcentrum La 72 in Tenosique, op dertig kilometer van de grens met Guatemala (Moisés Zúñiga Santiago/En el Camino)

Overheid Mexico betrokken bij mishandeling vluchtelingen

Latijns-Amerikaanse vluchtelingen moeten via gevaarlijke routes Mexico binnenkomen, op zoek naar een zeer onzekere toekomst in de VS of in Mexico zelf. De Mexicaanse autoriteiten controleren steeds strenger hun zuidelijke grens met Guatemala en Belize. Dat doen ze op brutale en arbitraire manier, waarbij vluchtelingen zwaar worden mishandeld en smokkelbendes ongemoeid worden gelaten.

woensdag 23 november 2016 11:09
Spread the love

Telkens wanneer een vluchteling uit het zuiden in het opvangcentrum La 72 in Tenosique toekomt heeft een jonge Salvadoraan hem gezien. Tenosique ligt op ongeveer dertig kilometer van de grens met Guatemala in de Mexicaanse zuidelijke deelstaat Tabasco, op ongeveer 1000 kilometer afstand van de hoofdstad Mexico City. Telkens er weer een vluchteling vertrekt, opent hij voor hem de deur.

De jonge Salvadoraan waarvan sprake wil liever anoniem blijven. Hij is zoals zovele anderen het geweld in Centraal-Amerika ontvlucht. Zelf kwam hij hier anderhalf jaar geleden aan. In afwachting van een humanitair visum is hij portier van het opvangcentrum.

La 72 is het belangrijkste opvangcentrum voor duizenden Centraal-Amerikanen die Mexico proberen binnen te komen. De naam van het centrum verwijst naar 72 migranten die in 2010 werden vermoord in het stadje San Fernando, in de noordelijke deelstaat Tamaulipas, op 140 kilometer van de grens met de VS. Daar werd in 2010 een massagraf ontdekt met 72 lichamen van vluchtelingen. Vermoed wordt dat ze tijdens hun reis verkeerd terechtkwamen en door drugssmokkelaars werden afgemaakt. In 2011 werden nog 40 massagraven ontdekt in de regio met totaal 193 lichamen.

Tegenwoordig komen in het opvangcentrum La 72 vooral mensen uit Honduras en El Salvador toe. Ze zoeken in de eerste plaats een veilige plek om in vrede te kunnen leven en willen niet noodzakelijk doorreizen naar de VS. Het stadje Tenosique ligt op een moeilijk controleerbare migratieroute die aan belang heeft gewonnen sinds de Mexicaanse grenscontroles zijn verstrengd.

Deze route loopt via de onherbergzame, nauwelijks bewoonde Peténjungle in Guatemala en komt de deelstaat Tabasco binnen via de rivier Usumacinta of via het onherbergzaam landschap in de grensstreek. Sommige zones aan de grens worden aan beide zijden van de grens gecontroleerd door misdaadbendes, die drugs smokkelen en vluchtelingen afpersen.

De vrijwilligers van La 72 merken de toename van het aantal vluchtelingen goed. In 2015 hielpen ze bij 120 asielaanvragen, dit jaar zitten ze al aan 370. De organisatie Asylum Access, waarmee het opvangcentrum samenwerkt, zegt dat in het centrum meer dan 600 mensen voor een humanitair visum in aanmerking komen. Vorig jaar kregen 300 vluchtelingen zo’n visum.

Van 10 tot 16 november 2016 kwam een dertigkoppige delegatie van de Internationale Observatiemissie voor Mensenrechten (MOIDH) ter plaatse. De MOIDH-missie is een initiatief van elf mensenrechten- en vluchtelingenorganisaties die de misbruiken tegen vluchtelingen en inheemse volkeren openbaar willen maken. De missie registreerde in Tenosique de verhalen van ongeveer honderd volwassenen, jongeren en kinderen uit Guatemala, Honduras en El Salvador.

Die hadden het allen over zware misbruiken tijdens hun vlucht. Sommigen vermelden massale ontvoeringen, iets wat volgens de Mexicaanse overheid nochtans niet zou voorkomen in Mexico. Medewerkers van het opvangcentrum hebben dit jaar echter al 77 ontvoeringen van vluchtelingen geregistreerd, de meeste in Cárdenas, de hoofdstad van de deelstaat Tabasco, op 260 kilometer ten westen van Tenosique. Ook misbruiken door agenten van de Mexicaanse overheidsinstelling Nationaal Instituut voor Migratie (INM) nemen toe, verklaren ze. Die gebruiken rubberkogels en elektrische wapenstokken tegen de vluchtelingen, ook al zijn die wapens verboden.

Op 60 kilometer van La 72 bevindt zich Corozal, een dorpje van nauwelijks enkele straten, vlak bij de grens met Guatemala. Hier komen veel migranten langs die in Tenosique belanden. Er staat een kleine hut, waar amper licht binnenkomt. Ze doet dienst als kerk. Hier vangt Andrés Toribio, een jonge godsdienstonderwijzer, al acht jaar mensen op die net de grens zijn overgestoken.

Samen met twee buren heeft hij in 2016 al negenhonderd mensen opgevangen. Soms brengt hij hen naar een andere plaats over, om te vermijden dat ze worden ontvoerd. Het heeft hem al problemen opgeleverd met het INM, dat hem van mensensmokkel beschuldigt. Smokkelbendes hebben inderdaad geprobeerd hem aan te werven voor hun praktijken. “Een maand geleden kwamen hier twee kerels langs. We weten waar je mee bezig bent, we willen dat je voor ons werkt.”

Mexicaanse ‘verzoening’

De leden van de MOIDH-delegatie volgden ook zelf het traject van twee van de door vluchtelingen gebruikte routes tussen Guatemala en Mexico. Ze stelden vast dat ook de daar gevestigde grote land- en mijnbouwbedrijven een ernstig probleem vormen. Getuigen vertelden hen over bedrijven die gewapende mannen in dienst nemen om plaatselijk wonende inheemse volkeren net als de vluchtelingen te verjagen.

De Mexicaanse overheden bestraft deze agressie niet. Integendeel, ze verplicht de slachtoffers samen met hun aanvallers een document voor “verzoening” te ondertekenen. Daarin beloven de gewapende bendes geen geweld meer te gebruiken, een belofte waar ze zich vervolgens volgens de vaststellingen van lokale organisaties nooit aan houden.

Een van de getuigen van de MOIDH-missie is Mario, die tot het inheemse volk der Quiché behoort. Hij klaagde een aanval op zijn vrouw en kinderen aan. Gewapende mannen hadden op hen geschoten toen ze op hun lapje grond werkten. Zijn vrouw werd door twee kogels getroffen, maar de verantwoordelijke van het openbaar ministerie zei hem dat ze zich maar moesten ‘verzoenen’ met de aanvallers.

“Het is een methode om de handen in onschuld te wassen”, zegt Jorge Luis Morales, advocaat van een plaatselijke organisatie die het recht van de lokale boeren op het bezit en bewerken van landbouwgrond beschermt in de departementen langs de Mexicaanse grens. Honderden families zijn al voor dit geweld gevlucht, naar de stad, of naar het buitenland, zeggen de boeren die zich bij de organisatie aansluiten. Alleen al in de eerste dagen van november sloegen 38 families van inheemse volkeren in deze grenszone op de vlucht. Dit jaar staat de teller al op 400 families.

Bron: Viaje a la tierra de nadie en el sur de México

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!