De ijsbeer en de Vlaming

De ijsbeer en de Vlaming

woensdag 20 november 2013 21:33
Spread the love

Natuurlijk en cultureel gemeengoed uitgelegd aan kinderen

(Of wat ons gemeengoed de moeite waard maakt voor toekomstige generaties)

In onze reeks over de commons, hier een bijdrage van Ellen Babeliowky, Studente Film RITS

Tijdens de seminaries betreffende onze ‘Lessen in Urgentie’ bleken ‘The Commons’ een onderwerp met hoge urgentie: ons gemeengoed staat op de helling.  Ik voelde mij uitgedaagd om hier bij stil te staan en te reflecteren over wat ‘the commons’, wereldwijd en in Brussel betekenen. En hoe dat past binnen de urgenties de dag van vandaag. Ook en vooral voor  jonge mensen. Omdat ik zelf een tijdlang in het onderwijs heb gestaan, wil ik proberen die grote problemen zo uit te leggen dat ook kleine kinderen het kunnen begrijpen. Dat zal namelijk hard nodig zijn. 

Ons gemeengoed kan worden opgedeeld in twee groepen. Enerzijds het ‘natuurlijk gemeengoed’. Anderzijds het ‘cultureel gemeengoed’. Uiteraard zijn beide even belangrijk. Dat zal ik niet betwisten. Ik kan me niet voorstellen dat iemand het behoud van ijsberen minder belangrijk vindt dan het in stand houden van onze beschaving, waaraan reeds duizenden jaren werd gebouwd. Of andersom! 

Een kwestie die menig natuurliefhebber nauw aan het hart ligt is wellicht die van de bedreigde diersoorten. De lijst wordt dagelijks langer en we zullen goed ons best mogen doen om het gemeengoed van de waardevolle biodiversiteit die wij vandaag kennen, te bewaren voor toekomstige generaties. Maar naast het natuurlijk gemeengoed dienen we ook het cultureel gemeengoed te bewaken en te verdedigen. En waar kunnen we daar beter mee beginnen dan in onze schitterende Europese hoofdstad, Brussel? 

Een ijsbeer meer of minder…

Op een dag – in de niet zo verre toekomst – ga je samen met je (klein)kind naar het Natuurhistorisch Museum. Jullie wandelen door een grote hal waar allemaal opgezette dieren staan, omhulsels van de majestueuze wezens die eens zo talrijk de aarde bewoonden en bewandelden. Het kind blijft stilstaan bij een beer-achtig preparaat. Het wezen heeft een witte vacht met zwarte accenten om de ogen en op de oren. Uiteraard is het kind verwonderd, want het heeft nog nooit eerder een panda gezien. Daarnaast staat een preparaat van een aap, die nog meer mens dan dier is. Een Berggorilla uit Rwanda. Maar dat is nog niet alles, want iets verderop staat een gigantische witte beer. De eens zo grootse koning van de Noordpool. 

Je draait je om en je ziet dat de hal vol staat met ‘uitgestorven’ dieren. Zo ver als het oog reikt. Nu leg maar eens uit aan dat kind dat jijzelf al deze dieren ooit, lang geleden, in het echt hebt gezien in de zoo, of in het wild, maar dat de mensheid – die o zo grote ‘mens’ – je de mogelijkheid volledig heeft afgenomen om dit dier nog ooit in levenden lijve te kunnen bewonderen. Het enige wat er op een dag – in de niet zo verre toekomst – overblijft van onze kostbare biodiversiteit, zijn enkele preparaten, en met een beetje geluk wat oude films en plaatjes in een boek. Dit lijkt misschien op het eerste gezicht een kinderverhaaltje, maar: het kan echt gebeuren. Het is aan het gebeuren. 

Op hele jonge leeftijd werd ik gefascineerd door dieren. Als kleuter wilde ik dolgraag dierenarts worden. In mijn tienerjaren was ik een milieu-activiste. Nu wil ik natuurdocumentaires maken. Net zoals zoveel andere mensen vandaag ben ik me bewust van de ‘last‘ die wij, de mensheid, leggen op de aarde. Wij zijn verantwoordelijk voor het gat in de ozonlaag. Wij warmen de planeet op met onze uitlaatgassen en wij kunnen het niet laten om de natuur te manipuleren. Gewoon, omdat het kan (Monsanto! -zie elders op deze blog).

Enkele feitjes die je hoofd wellicht zullen doen spinnen: als de polen blijven smelten aan dit tempo zullen alle ijsberen uitgestorven zijn, ten laatste in 2040. De reuze-panda zal binnen dit en 3 generaties volledig uitgestorven zijn. Zonder de inspanningen van kweekprogramma’s en Chengdu Panda-base in China die zich bezighoudt met het (kunstmatig) in stand houden van de soort, was de panda waarschijnlijk al lang volledig verdwenen. Van de bijna mythische Amoerpanter leven er naar schatting nog maar 30 tot 40 exemplaren in het wild (enkel en alleen nog maar in Rusland). De lijst van uitgestorven walvisachtigen is ellenlang. De oceanen lijden enorm hard onder de opwarming van het klimaat, maar ook aan rechtstreekse factoren veroorzaakt door de mens (overbevissing, stroperij en vervuiling). Onze ecologische voetafdruk is zodanig belastend voor de planeet, dat als iedereen op de aarde zou leven zoals wij (Westerlingen), we 3 tot 4 aardes nodig zouden nodig hebben om daarin te voorzien.

In een ‘vorig leven’, toen ik zelf nog voor de klas stond bij de allerkleinsten (en occasioneel in het eerste leerjaar) maakte ik er een punt van om mijn klas ecologisch bewust te maken. Het was voor mij altijd ontzettend belangrijk om kinderen reeds op jonge leeftijd het nodige respect voor onze moeder aarde, onze ‘natural commons’, bij te brengen. Want, zei ik aan mijn kinderen met een grootmoeders wijsheid, zoals de spreuk zegt, jong geleerd is oud gedaan. 

Maar hoe maak je mensenkinderen bewust van die zogenaamde milieu-problematiek waar wij zelf toch weinig last van hebben? Want zeg nu eerlijk, het kan toch echt geen kwaad als de zomers vanaf nu ieder jaar gemiddeld een graadje warmer worden in België… 

Dat ene graadje is nu net het probleem (lees: 1 van de vele problemen!). De aanzet tot een kettingreactie van hier tot aan de andere kant van de wereld. Het poolijs zal ietsje sneller smelten. De hitte in Australië zal ietsje minder draaglijk worden en een paar extra bosbranden veroorzaken. De oceanen zullen ietsje warmer worden waardoor walvissen minder makkelijk krill vinden en bijgevolg verhongeren. Alles is met elkaar verbonden. Een wereldwijd ecosysteem, waarin de mens een centrale rol speelt en als ‘verheven’ en ‘geëvolueerd’ wezen zijn verworven wijsheid dient te gebruiken ten voordele van het natuurlijk gemeengoed. 

Het globaal denken is helaas niet iedereen gegeven. Veel problemen in de wereld zijn immers ‘ver van ons bed’. De Chaos-theorie bevat nochtans een interessante gedachte die we kunnen projecteren op ons kostbare ecosysteem: ‘ze zeggen dat als een vlinder zijn vleugels openslaat in Brazilië, hij een tornado kan veroorzaken in Texas.’ Als ik vandaag, schrijvend aan dit artikel, te veel op mijn potlood kauw, waardoor ze in pakweg Rusland de oerbossen sneller gaan rooien om ons van hout te voorzien voor nieuwe potloden, jaag ik (on)bewust die zeldzame Amoerpanter de dood in. Je zou voor minder kauwen op je potlood, eens je je bewust bent van de gevolgen die dit heeft.

Ik hou van u, Brussel vs. Bruxelles, je t’aime vs. I love you Brussels

En wat met ons cultureel gemeengoed? Toen Pascal Smet onlangs aankondigde dat het Engels als derde taal zou moeten gelden in Brussel, was ik daar best opgetogen over. Ik spreek zelf nu niet bepaald het beste Frans en soms lijkt het alsof het Nederlands een ‘vergeten’ taal is in de stad. Dat zou niet zo mogen zijn. Wij Vlamingen hebben immers ook het recht om ons gemeengoed, onze Nederlandse taal, te kunnen gebruiken in de hoofdstad. 

Dubbele gevoelens dus. Ergens vind ik het heel belangrijk om het Nederlands te veralgemenen in de hoofdstad. Als iedereen nu ook nog eens Engels moet leren, zal van dat Nederlands helemaal niets meer terecht komen. Voor de Vlamingen is Nederlands het gemeengoed waarvoor we doorheen de geschiedenis al gestreden hebben, om het te kunnen behouden. De Walen denken wellicht hetzelfde over het Frans. 

Ik betrap mezelf er regelmatig op dat ik Engels begin te spreken als iemand in het Frans iets tegen me zegt of aan me vraagt. Daarbij heb ik al gemerkt dat de meeste Franstaligen in Brussel even pover Engels als Nederlands spreken. Maar het Engels toch nog het beste van de twee. Feit blijft dat Vlamingen koppig vasthouden aan hun commons, terwijl de Franstaligen dat nog hardnekkiger doen. Maar een Vlaming is nu eenmaal flexibeler, misschien zelfs onderdaniger. Vandaar dat hij toch de middenweg neemt en na een mislukte poging in het Frans overschakelt naar plan B: het Engels.

Dat neemt niet weg dat als we het Engels zouden gebruiken als derde taal, we waarschijnlijk veel beter op internationaal vlak zouden scoren. Voor Brussel – de Europese hoofdstad in een geglobaliseerde wereld – zou het een goede zet zijn. Het zou de ultieme stap tot ‘veralgemening’ – ‘vercommoning’ – zijn met de rest van de wereld. Het Engels als ‘common-language’, waardoor Brussel interessant wordt voor het overgrote deel van de wereldbevolking.

Conclusie?

Als het nu gaat over het behoud van dieren en biodiversiteit, of de eindeloze strijd tussen Vlamingen en Walen om het behoud van eigen taal in de hoofdstad: iedere ‘common’ is het waard om voor te vechten. Gemeengoed is cultuur. Het is ontstaan vanuit de behoefte aan beschaving en eigenheid van mensen. Overal ter wereld. Het zijn de verschillen onderling die het leven boeiend maken, maar (helaas) vaak ook moeilijker maken. Sommige ‘commons’ hebben betrekking op ‘kleine’ groepen mensen (in een land of stad) terwijl ander gemeengoed de hele wereld omvat. 

We moeten van ons laten horen als het gaat over het behoud van onze eigenheid, van onze cultuur, van onze planeet. De toekomst ligt in onze handen. De toekomst, dat zijn wij. En dan vooral onze kinderen en kleinkinderen. Zij zullen het belang van het bewaren van ons gemeengoed begrijpen. Zij moeten het begrijpen.

Ellen Babeliowsky

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!