Een karikatuur van premier Erdogan op een muur in Istanbul.
Opinie, Nieuws, Europa, Politiek, Turkije, Recep Tayyip Erdo?an -

Verdeeld Turkije: “Erdogan geeft ons tenminste kruimels”

Op 28 mei 2013 verzamelde een klein groepje mensen om te protesteren tegen het ontwikkelingsproject en de vernietiging van Gezi Park. Tegen 31 mei was de demonstratie betekenisvol uitgebreid en aangegroeid, voor een groot deel dankzij de hardhandige aanpak van de politie. En toch is dit geen Turkse lente. Nog niet. Een analyse van Zihni Özdil.

maandag 3 juni 2013 22:36

De Turkse regeringsplannen voor het Gezi Park vlakbij het Taksim-plein in het centrum van Istanbul baarden van bij de aanvang zorgen. Zoals alle recente stadsverfraaiingprojecten van eerste minister Erdogan, waren de ontwikkelingsplannen voor Gezi Park bedoeld om bedrijven te verrijken die met de regerende partij AKP verbonden zijn en om de Turkse aangroei van het BNP verder te zetten door consumptie op krediet te stimuleren, eerder dan op de aangroei van het reële inkomen.

Met de gebruikelijke manier van werken, zoals brutale onderdrukking, het neerslaan van betogers, waterkanonnen met pepperspraywater, toonde de Turkse politie zich niet in staat de menigte snel uit elkaar te drijven. Integendeel, hun acties trokken nog meer jongeren naar de buurt rond het Taksim-plein en deden de steun voor de betogingen nog aanzwellen.

De Turkse massamedia staan steeds meer en meer onder de controle van de AKP sinds die partij aan de macht kwam in 2002. Zij blijven stil over de zich ontplooiende gebeurtenissen. Op de sociale media daarentegen werden twittertags zoals #Occupy Gezi snel trending over heel de wereld.

Slogans zoals ‘Turkse Lente’ en ‘Taksim = Tahrir’ werden prominent aangehaald in de talloze analyses en uitdrukkingen van solidariteit met de Turkse demonstranten. Deze commentaren – hoe goedbedoeld ze ook zijn, geven slechts een beperkt inzicht in de Turkse politieke economie onder de AKP-regering en in de drijvende krachten achter de protesten van Gezi Park.

Deze realiteit maakt dat de recente ontwikkelingen in Turkije fundamenteel verschillen van de protesten die uitbraken in Egypte en Tunesië in 2011. Daarvoor hoef je maar te kijken naar de jongeren die aan de protesten deelnamen en – nog veel belangrijker – aan de jongeren die er niet aan deelnamen, om vast te stellen dat dit in tegenstelling tot de Arabische Lente geen volkse massabeweging is, gesteund door brede lagen van de Turkse maatschappij.

Massale arbeidersprotesten zoals die vooraf gingen aan en rechtstreeks de 6 april-beweging  in Egypte beïnvloedden, zijn grotendeels afwezig in Gezi Park. Ontwortelde, werkloze jongeren van de sloppenwijken zijn tot nu grotendeels weggebleven van deze demonstraties. Vrome meisjes met hoofddoeken die voor meer vrijheden opkomen, zie je er ook niet.

Zolang die meisjes met hoofddoeken, staalarbeiders, arme straatverkopers, bouwvakkers en werkloze Anatolische jongeren niet protesteren op het Taksim-plein, is een vergelijking met het Tahrir-plein in Egypte misplaatst.

Upper Class-revolte

De jongeren die demonstreren in Gezi Park en deelnemen aan de solidariteitsprotesten in seculiere bastions over heel Turkije komen van meerdere groeperingen die zich tegen Erdogan verzetten. Deze jongeren komen grotendeels uit de upper class van Turkije, de seculiere ‘blanke’ Turkse sociale lagen zijn de drijvende krachten hier.

In die zin zijn de demonstraties één van de laatste stuiptrekkingen van de oude seculiere elites, die een bittere oorlog hebben gevoerd en aan het verliezen zijn tegen de opkomende nieuwe rijken uit Anatolië, die het gros uitmaken van Erdogans AKP. Het feit dat de betogers de vertegenwoordigers van CHP, de grootste oppositiepartij, niet verwijderden, spreekt boekdelen.

CHP is zo neoliberaal en autocratisch als de AKP en heeft zelf eveneens een gelijkaardig schandelijk verleden als de regeringspartij wat betreft respect voor mensenrechten. In tegenstelling tot de regering-Erdogan vertegenwoordigt de CHP de oude seculiere elite van Turkije. In feite heeft de partij de ontwikkelingsplannen voor Gezi Park goedgekeurd en geratificeerd, een feit dat niet werd vermeld door de personen die de protesten verwelkomden voor hun eigen politieke gewin.

OccupyGezi-protesten

Waar gaan de Gezi Park-protesten dan wel over? Ze zijn in essentie een culturele terugslag tegen de toenemende autoritaire en polariserende politieke stijl van de AKP-regering.

Bij de parlementsverkiezingen van 2011 behaalde de AKP voor de derde opeenvolgende keer een massale overwinning. Erdogan zag daarin de gelegenheid om zijn macht volledig te consolideren. De ‘gematigde’ toon en de tegemoetkomende stijl die hij zich aanmat tijdens zijn eerste jaren regeringsjaren verdwenen. Van het leger tot het gerecht, verjoeg Erdogan met succes ‘seculiere’ krachten uit hun machtsposities.

De eerste minister heeft eveneens de lange Turkse traditie voortgezet om dissidentie het zwijgen op te leggen. Zoals in de jaren negentig heeft de regering-Erdogan actief op journalisten en intellectuelen gejaagd, studenten en kinderen in de gevangenis gesmeten.

Nieuwe onderdrukkingsmethodes zijn ingevoerd onder het waakzame oog van Erdogan. Daar horen onder andere inspanningen bij om het internet aan banden te leggen, met de bedoeling uitspraken die op politieke dissidentie wijzen te verwijderen, evenals websites die het wetenschappelijke concept van evolutie behandelen.

Waar de vroegere Turkse reguliere regimes veeleer religieuze dissidentie vervolgden, richt de AKP-regering zich eerder op de repressie van seculiere kritiek.

Voor de Koerdische bevolking van Turkije is er onder Erdogan weinig veranderd, buiten enkele oppervlakkige toegiften over zelfbeschikking en mensenrechten. Een vriend van me bij de Human Rights Association (IHD), een onafhankelijke basisbeweging die ijvert tegen schendingen van de mensenrechten in Turkije, me ooit zei: “De AKP is de CHP met tulbanden”.

Religieus conservatisme en de daarmee gepaarde gaande sociale druk om zich te schikken naar de islamitische moraal werd voortdurend aangewakkerd door Erdogans populistische toespraken en beleidsbeslissingen. De controverses van de laatste maanden over de ban op lippenstift, de campagnes tegen schunnig gedrag, de beperkingen op alcoholgebruik en de vernietiging van de culturele symbolen van de oude elites, hebben bijgedragen tot deze seculiere woede.

De geprivilegieerde jeugd van Turkije was reeds voorbestemd door een al bestaand sociaal bewustzijn om deze grieven naar de straat te brengen. In Turkije gaat elk lid van de jonge elite met enig zelfrespect door een fase van toewijding aan het trotskisme, anarchisme of milieu-activisme.

Met een conservatieve, religieus gemotiveerde partij zoals de AKP aan de macht waren deze jongeren zeer gemotiveerd om hun ongenoegen uit te drukken. Flagrant gebrek aan respect voor het leefmilieu in alle megalomane bouwplannen van Erdogan heeft dit jong seculiere vuur alleen maar aangewakkerd.

“Erdogan geeft ons tenminste kruimels”

Erdogans visie op Turkije is er één van vrome gelovigen in de over het hele land verspreide moskeeën die daarna gaan shoppen in een van de eveneens alom aanwezige shoppingcentra, die koortsachtig worden gebouwd in de verstedelijkte gebieden.

Zolang de Turkse economische zeepbel, aangedreven door krediet, intact blijft, zal de regering doorgaan met het neoliberale beleid, onder luide toejuichingen van westerse denktanks en politici die vallen voor de valse mythe van het Turkse ‘succesmodel’.

Ondanks dit neoliberaal economisch beleid is Erdogan nog steeds extreem populair bij de Turkse armen en werkende klasse, zowel in stedelijke als landelijke gebieden. De meeste westerse waarnemers hebben dat cruciale feit gemist en gaan daarom zo enthousiast over tot de vergelijking van de Gezi Park-protesten met de Arabische Lente.

Men moet maar even vertoeven onder de arbeiders in Turkije om de volkse houding tegenover deze regering te begrijpen. Telkens wanneer ik in Istanbul ben, ga ik met mensen uit alle lagen van de bevolking in politieke discussie, met kelners, bouwvakkers, het jonge personeel op de ferries over de Bosporus. Ik bezoek ook regelmatig mijn familieleden, die een arme Anatolische achtergrond hebben.

Tijdens mijn gesprekken met deze mensen heb ik alleen maar resolute steun voor Erdogan gehoord. Als je hen vraagt naar de werkloosheidsgraad in Turkije of het nepotisme van de eerste minister, dan aarzelen zij niet om te zeggen: “Ik weet dat Erdogan ook geld in eigen zak steekt. Zoveel te beter voor hem, maar hij laat tenminste nog wat kruimels over voor ons. De vorige smeerlappen gunden ons nooit iets.”

Herinneringen aan tientallen jaren van economische en politieke repressie door seculiere elites liggen nog vers in het geheugen van de meeste Turken. Dankzij de AKP hebben deze mensen nu ook toegang tot dingen zoals geprivatiseerde gezondheidszorg, het gebruik van kredietkaarten en een nooit voorheen geziene ontwikkeling van de infrastructuur.

De meeste van die voordelen zijn inderdaad ‘kruimels’ – jeugdwerkloosheid en de schuldenlast van de huisgezinnen blijven alarmerend snel stijgen – en ze worden gefinancierd door een onhoudbare toename van speculatieve consumptie. Dit is echter meer dan de Turkse bevolking ooit heeft gekregen van hun regering sinds de neoliberale golf van de jaren tachtig begon en Erdogan is zich daar ten zeerste van bewust.

Het is waar dat hij niet verwacht had dat ‘Occupy Gezi Park’ zoveel mensen zou interesseren en uiteindelijk een strijdkreet zou worden tegen zijn regering. Hij had ook niet verwacht dat de demonstranten zo moedig zouden blijven en zouden doorzetten als ze geconfronteerd werden met de extreme politierepressie.

Maar Erdogan weet dat de demonstranten niet echt een bedreiging vormen voor zijn macht. Hij wordt nog altijd gesteund door de grote massa die thuis bleef en gelooft in zijn boodschap van een betere toekomst voor alle Turken.

Zoals elke machtsgeile autocraat zou doen, vloog Erdogan op 1 juni live op televisie uit tegen de vredelievende demonstranten. Zijn boodschap, in het kort, is dat hij zijn houding niet zal herzien over de vernieling van het park.

In plaats daarvan had hij het over illegale organisaties die naïeve demonstranten opstoken. Hij zei ook: “Als zij 100.000 mensen op straat krijgen, dan krijgen wij wel een miljoen mensen op de been. “Zoals verwacht refereerde hij ook naar de de vorige seculiere regimes: “Zijn jullie vergeten dat je geen schoon water had in Istanbul? Dat er overal afval op straat lag?”

De retoriek van ‘vergeet niet hoe slecht alles was toen zij aan de macht waren’ heeft een kern van waarheid in zich en viel in de smaak bij zijn aanhangers. Voor veel Turken is de angst nog springlevend voor de arrogante, stedelijke, seculiere oligarchie – of de ‘moncheris’ zoals Erdogan ze graag noemt – die nooit overwogen heeft om de bevolking van Anatolië als echte burgers te aanzien.

Besluit: (nog) geen Turkse Lente

Erdogan is beslist Moebarak niet. De AKP is een populistische partij die door eerlijke verkiezingen aan de macht is gekomen en succesvol is in het veilig stellen en uitbreiden van haar draagvlak. De Gezi Park-betogers hebben niet de aanzet gegeven tot een Turkse Lente, althans nu nog niet.

In de plaats daarvan verdelen de protesten en Erdogans gewelddadige tegenreactie waarschijnlijk een al extreem gepolariseerd land. Een massaal volksprotest in Turkije zal er alleen komen als de economische bubbel barst, wat vroeg of laat zal gebeuren. Misschien zal de Turkse Lente dan een feit zijn.

Zihni Özdil

Zihni Özdil is assistent en doctorandus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij geeft les in geschiedenis van het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Zijn doctoraatsthesis focust op de vroege secularisatieprocessen in de Turkse Republiek.

(Vertaald uit het Engels door Daphne van den Blink en Lode Vanoost)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!