Hespenworst en politiek
Antwerpen, Crisis, Roemenië, Europa, Referendum -

Hespenworst en politiek

maandag 3 september 2012 11:06

Vorige week werd het referendum over de afzetting van de Roemeense president door het hooggerechtshof nietig verklaard. De lage opkomst van de stemmers in het buitenland bleek de doorslag te geven. We informeerden bij de Antwerpse Roemenen.

“Kom liever straks”, zegt Claudia, “over een uur komen mijn ouders aan uit Roemenië. Dan is de toonbank terug vol en komen er veel klanten.”

De winkel is net open wanneer we binnenstappen. In de Antwerpse 2060, vlakbij het Sint-Jansplein, specialiseren Ionel en zijn echtgenote zich in Roemeense en Hongaarse eet- en drinkwaren. Het is een van de weinige ontmoetingsplaatsen voor Roemenen in Antwerpen en we zijn op zoek naar mensen die gestemd hebben in het referendum over de afzetting van de Roemeense president.

Van 29 juli dateert het nu al. Zevenentachtig procent van de stemmers was het eens met de afzetting van de president. Dat zijn bijna 7,5 miljoen stemmen tegen 950.000. Maar op 21 augustus besliste het Roemeense hooggerechtshof dat Basescu zijn functie van president toch mag verderzetten. Centraal stond het probleem dat minstens vijftig procent van de stemgerechtigden een stem moest hebben uitgebracht. In Roemenië, met zijn groot maar moeilijk exact te berekenen aantal emigranten, is het echter helemaal niet duidelijk hoeveel stemgerechtigden er zijn. Na een beraad van twee uur werden de Roemenen in het buitenland uiteindelijk meegeteld bij het totaal aantal stemmers. De opkomst strandde daardoor op 46,3 procent.

“Politiek interesseert mij niet”, antwoordt Claudia in het Engels wanneer we informeren wat ze van de situatie in haar land vindt. “En nog eens, ik moet de winkel opruimen. Ik heb echt veel te veel werk.”

Het referendum werd in gang gezet door de ‘sociaal-liberale unie’ in het Roemeense parlement die het besparingsbeleid van Basescu op de korrel neemt. Dat besparingsbeleid is een rechtstreeks gevolg van de financiële crisis, die zich ook in Roemenië manifesteert. In 2011, toen de overheidsschuld dramatisch klom door een combinatie van economische problemen, wist Basescu bij de Trojka van IMF, Europese Commissie en Wereldbank een lening te bekomen van twintig miljard euro. Maar aan de lening waren strenge voorwaarden verbonden. Naast het bestrijden van de corruptie moest de Roemeense regering vooral drastisch snoeien in de overheidsuitgaven. Met dat doel werden in juli 2011 de lonen van ambtenaren met vijfentwintig procent verlaagd, de pensioenen bevroren en de btw verhoogd. De vakbonden protesteerden hevig, maar konden geen vuist maken. De Roemeense bevolking leek zich te plooien naar de economische omstandigheden.

Tot januari 2012. Toen gaf Raed Arafat, staatssecretaris voor gezondheidszorg en een ware volksheld, zijn ontslag. Plots werd duidelijk hoe breed het ongenoegen gedragen werd. Niettegenstaande de stevige vriestemperaturen, trokken duizenden Roemenen de straat op. In de belangrijkste steden van Roemenië werd meer dan een maand lang betoogd tegen het besparingsbeleid en tegen de regering. De demonstraties leidden tot een politieke crisis op het nationale niveau waardoor president Basescu de steun van het parlement verloor.

In april stelde de rechts-conservatieve Basescu zijn politieke tegenstander Victor Ponta aan als premier. Die is lid van de sociaal-democratische partij (PSD), die momenteel samen met de alliantie van de liberale en de conservatieve partij een monsterkartel vormt onder de naam ‘sociaal-liberale unie’. Die unie won net geen vijftig procent van de stemmen bij de lokale verkiezingen in juni. De voorspellingen zijn dan ook dat zij bij de nationale verkiezingen in het najaar de partij van Basescu van de kaart zullen vegen.

Net als we de winkel willen verlaten komt Radu binnen, de eerste klant van de dag. Hij zit niet verlegen om een mening. “Natuurlijk ben ik niet gaan stemmen”, vertelt hij ons, “ze pikken toch allemaal.”  Radu komt uit Timisoara, vluchtte naar Frankrijk in 1989 en kwam ergens in de jaren ’90 naar België. Hij houdt van Antwerpen, zegt hij. Maar het leven is hier niet gemakkelijk. “Je krijgt hier geen uitkering, geen rechten, niets”, gaat hij vloeiend verder in het Frans. De Roemeense politiek maakt hem kribbig: “Basescu, wat heeft die eigenlijk gerealiseerd? Geef mij maar Dan Diaconescu”, Dat is de leider van de PPDD, ‘de partij van het volk’, die in juni 2012 voor de eerste keer opkwam en al direct nipt derde werd bij de lokale verkiezingen. Diaconescu is eigenaar van de commerciële zender OTV, en steenrijk. Dat laatste is in de ogen van Radu zijn grootste pluspunt: “dan moet hij tenminste niet pikken.”

Ondertussen arriveert de bestelwagen van Ionel. Meer dan twintig uur zijn ze onderweg geweest vanuit Oradea, een stad in het zuidoosten van Roemenië vlakbij de Hongaarse grens. “Normaal doe ik het in zeventien uur”, zegt Ionel in het Nederlands, “maar ik moest een omweg maken in Hongarije. En het was warm ook.” We vertellen hem wat we in zijn winkel doen en vragen of hij heeft gestemd.

“Ze pikken allemaal”, schudt Ionel zijn hoofd. “In België ook, maar in Roemenië gaat het van de laagste agent tot de hoogste piet. Het duurt nog minstens veertig jaar voor er daar echt iets verandert.”

Daarmee moeten we het voorlopig stellen. Over zijn winkel wil Ionel gelukkig meer kwijt. “Ik heb een nieuwe banner besteld”, zegt hij trots, en hij toont ons het ontwerp met het logo. ‘Traditionele Roemeense producten’ staat er in het Roemeens bij. Die banner zal in de plaats komen van het paneel dat nu boven de winkel, hangt, en waarop ‘dienstencheque.be’ staat. “Ik doe ook in dienstencheques, maar hier in de buurt heb ik daar toch niet zoveel klanten voor”, luidt het. “De klanten wonen in andere buurten en ze vinden ons wel online. Ik ben met de dienstencheques naar achter geschoven en de winkel is nu vooraan.”

Ionel moet nog op adem komen van zijn helse rit en haalt er drie krukjes bij. We zetten ons neer op de stoep voor zijn winkel.

“Eerst werkte ik nog in de Kempen op een boerderij”, vertelt hij. “Daarna ben ik begonnen als koerier. Flink gespaard en dan met dienstencheques begonnen.” “En zijn dat dan vooral Roemenen?”, vraag ik. “Er zijn ook Afrikanen bij, en Marokkanen, drieëndertig mensen in totaal. Maar de meesten daarvan zijn toch Roemenen. Ik heb een Belgisch meisje in dienst, dat perfect Roemeens spreekt. Zij doet de communicatie met de klanten.”

Het lijkt een vreemde combinatie, maar het is geen toeval. Via de winkel hebben Roemenen gemakkelijk toegang tot het circuit van dienstencheques. Maar daarnaast is de winkel ook een ontmoetingsplek voor de Roemenen in de buurt. Er is dan ook nergens een Roemeens café in de buurt. “De mensen komen hier langs, vragen hoe het gaat, drinken misschien een biertje of twee, kopen iets en gaan dan naar huis. Of ze vragen hulp bij het een of het ander.”

“We moeten wel opletten”, zegt Ionel en hij wijst op de krukjes. “De politie is al eens langs geweest omdat er teveel lawaai was op straat. Maar ik heb een aanvraag gedaan om twee tafeltjes te mogen zetten.”

Ondertussen wordt het drukker en drukker voor de winkel. Een paar fleurig geklede Roma-vrouwen hebben zich ook op de stoep in de zon genesteld. Ook Robert, het zesjarige zoontje van Ionel, komt even langs.

“Mijn vrouw is Hongaars Roemeense, en Robert spreekt ondertussen drie talen”, zegt Ionel trots: “Roemeens, Hongaars en Nederlands”. Hij port zijn zoon aan om hallo te zeggen.
“Is die Jaguar van jullie?”, wijst Robert. We moeten hem teleurstellen.

“Er komen straks nog meer mensen”, zegt Ionel. “Wanneer de mannen gedaan hebben met werken, springen ze snel even binnen.” We besluiten Ionel in tussentijd te helpen bij het uitladen van de koelwagen.

“Een constante temperatuur van twee graden is nodig”, toont Ionel op zijn thermometer. “En er is ook een printer die aantoont dat de temperatuur zo is gebleven onderweg. Dat is belangrijk als ik bestellingen voor anderen meebreng”.

De familie, de Roma-vrouwen, iedereen helpt mee. Er is droge worst, hespenworst, leverworst, gerookte varkensrib, schapenkaas, gekruid gehakt, Roemeens bier, melk, Fanta met druivensmaak (“die vind je hier niet”), mineraalwater, koekjes, taart. Alles bij elkaar kost het ons een dik half uur om de klus te klaren.

“Hoe lang duurt het nu voor dit is uitverkocht?”, vraag ik hem. “Ik ga om de twee, drie weken terug” zegt Ionel. “En om de twee weken komt er ook een levering van vers vlees aan”. Ionel vist ook nog twee hengels uit de koelwagen. “Die zijn van een vriend. Hij kreeg ze zelf niet mee terug”.

En dan begint hij alsnog over politiek te praten. “Het is een politiek spel. Het is toch niet normaal ook. Ponta is een jong gastje en die wil president worden. Mij niet gelaten, maar waarom wacht hij niet tot in november? Dan zijn er verkiezingen. Waarom moet het nu allemaal zo overhaast gebeuren?”
“Maar is er dan geen nood aan verandering?”
“Er is vooral nood aan stabiliteit. Basescu is nu bezig om iets op te bouwen. Laat hem doen. Het wordt weer helemaal onmogelijk gemaakt met afzettingsprocedures en noem maar op.”

“Zou je nog terug in Roemenië gaan wonen?”

“Als ik win met Euromillions misschien wel”, lacht hij. “Maar nu heb ik daar niets te zoeken.”

Stan arriveert in werkmansplunje en parkeert zijn Audi om de hoek. Hij komt recht van de werf, waar hij aan de riolering werkt. Zijn vrouw komt regelmatig helpen in de winkel. Ook hij is van de streek van Oradea. Ioan, in oranje fluovest, komt per brommer. Hij is ijzersnijder. En Mihael, uit Craiova, niet ver van Boekarest, is elektricien.

Het wordt nu drukker en drukker rond de winkel.

“We hebben geluisterd naar Basescu”, klinkt het. “Die heeft opgeroepen om niet te gaan stemmen.”

Het is waar. Basescu spoorde zijn burgers aan tot een boycot van het referendum. Ook de Hongaarse Victor Orban adviseerde de Hongaarse minderheid in Roemenië om niet te gaan stemmen. Zijn het die Hongaarse banden die verklaren waarom niemand hier tegen Basescu is gaan stemmen?

We praten nog even met Lazslo, hij is Hongaar en komt ook even langs.
“Ik ken alleen de Roemeense scheldwoorden,” lacht hij, “maar ze kunnen hier ook Hongaars.”
“Ze zijn Oost-Europa kapot aan het maken. Roemenië, Bulgarije, Hongarije. De Europese Unie beschouwt het als een marktgebied, niet meer dan dat. De landbouwgronden, die zijn van opperbeste kwaliteit. Maar ze worden nu allemaal opgekocht. En de leningen van het IMF, dat is toch niet menselijk. Ik denk dat heel die Europese Unie terug in mekaar gaat storten.”

Ondertussen vertrekt Stan met zijn vrouw en met de twee hengels. Ook de anderen druppelen weer weg.

We blijven zitten met veel vragen. Er zijn ongeveer twee miljoen Roemenen ergens in een Europees land. En toch hebben er maar 62.000 effectief gestemd via een van de 305 stemkantoren verspreid over Europa. Heeft de Roemeense diaspora in West-Europa inderdaad doelbewust Basescu gesteund? Dan ligt de politieke voorkeur van de Roemenen in Roemenië en die in het buitenland wel erg ver uit elkaar. Of is het vertrouwen in het Roemeense politieke systeem gewoon te laag? En zijn de Roemenen in het buitenland misschien vooral aan het proberen om op zichzelf hun welvaart te verzekeren?

(Sommige namen werden veranderd)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!