De Rentree: Loon naar werk?
ABVV, Loonbeleid -

De Rentree: Loon naar werk?

maandag 3 september 2012 09:42

Op dinsdag 4 september 2012 blaast politiek en ondernemend Vlaanderen verzamelen op ‘De Rentree’, een event waarmee VOKA, Knack en Trends het officieuze startschot geven voor het nieuwe politieke seizoen. ‘Loon naar werk’ is dit jaar het debatthema, waarvoor ook Caroline Copers van het Vlaams ABVV is uitgenodigd. Alvast een voorbeschouwing.

Het zal de lezer niet ontgaan zijn: verworven rechten liggen onder vuur. Indexering van de lonen, recht op tijdskrediet, opleidingscheques, vervroegde uittrede…

Hoe ouder hoe duurder?

Voeg er voortaan een nieuwe target aan toe: de anciënniteitsverloning. Het argument: ouderen prijzen zichzelf uit de markt, want naarmate ze langer in dienst blijven worden ze duurder, terwijl ze vaak ook nog eens minder productief worden.

Niet alleen de Vlaamse werkgeversorganisatie VOKA pakt daar mee uit, ook de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid (HRW) plaatste in haar recente verslag 2012 vraagtekens bij het gebruik van baremaverhogingen gebaseerd op anciënniteit. Wat federaal minister van Werk Monica De Coninck de uitspraak ontlokte dat wat minder verdienen op het einde van de carrière bespreekbaar moet zijn.

Neem het van mij aan: de kritiek op de anciënniteitsverloning is geen eendagsvlieg. Tijd voor een paar kanttekeningen.

Zoals bekend kunnen loonbarema’s niet langer in functie zijn van leeftijd: Europa laat dit niet langer toe, want een vorm van leeftijdsdiscriminatie. Barema’s in functie van anciënniteit zijn wel een gangbare praktijk voor heel wat bedienden.

Niet bij arbeiders

Eerste kanttekening: bij arbeiders speelt dit (nagenoeg) niet. Het is dus geen verklarende determinant voor de uitstoot en de moeizame (her)tewerkstelling van oudere arbeiders.

Vooroordelen tegenover ouderen

Tweede kanttekening: de moeizame (her)tewerkstelling van oudere werknemers heeft met heel wat andere factoren te maken. Ook de Hoge Raad voor Werkgelegenheid (HRW) wijst op de vooroordelen tegenover ouderen als verklarende factor: “Algemeen beschouwd, blijven zeer zware vooroordelen bestaan omtrent de productiviteit van werknemers van 50 jaar en ouder”. De HRW wijst er bovendien op dat er grote onzekerheden blijven omtrent de ramingen over die productiviteit van ouderen.

Een andere factor is ongetwijfeld de ruime mogelijkheden om te rekruteren onder andere werknemerscategorieën, alle verhalen over krapte op de arbeidsmarkt ten spijt. In hetzelfde verslag verwijst de Raad overigens naar de vaststelling van de Studiecommissie voor de Vergrijzing dat “de overheidsmaatregelen (verstrengde toegang tot het vervroegd pensioen, tot de werkloosheid met bedrijfstoeslag en tot loopbaanonderbreking en tijdskrediet), tegen de achtergrond van een weinig dynamische groei, op korte termijn wellicht zullen leiden tot een tijdelijke verhoogde werkloosheid”.

Ouderen worden voor een stuk uit de markt geprijsd door de relatief hogere loonkostsubsidies voor jongeren. Maar er is een merkbare inhaalbeweging ingezet. Naast de verhoogde Vlaamse tewerkstellingspremie voor 50-plussers worden nu opnieuw de federale bijdragekortingen voor oudere werknemers opgetrokken, variërend in functie van de leeftijd, van 400 tot 1500 euro per kwartaal.

Loonkostsubsidies

Derde kanttekening: De loonkostsubsidies voor 50-plussers kunnen een stuk van het loonkostverschil ten gevolge van anciënniteit wegwerken. Zeker wanneer men in de toekomst nog minder zou inzetten op algemene loonkostsubsidies ten voordele van doelgroepgerichte kortingen.

Loyauteit

Vierde kanttekening: Anciënniteitsverloning levert ook voordelen op, ook voor de werkgever. Het bevordert de loyauteit van de oudere werknemer. Niet voor niets werkt meer dan 80% van de 55-64-jarigen reeds meer dan 8 jaar bij de huidige werkgever. Geen overbodige luxe in tijden van (aankomende) krapte op de arbeidsmarkt. Het stimuleert ook langer werken, want langer werken loont (ook voor de latere pensioenuitkering).

Afspraken

Vijfde kanttekening: de looncurve is een debat waard. Zeker als het uitgangspunt geen besparingslogica zou zijn. Maar laat dit over aan de structuren die daarvoor werden opgericht, zoals de paritaire comités van werkgevers- en werknemersorganisaties. Die zijn het best geplaatst om tot evenwichtige afspraken te komen als het op lonen, arbeidsflexibiliteit en andere arbeidsvoorwaarden aankomt.

En de CEO’s?

Zesde kanttekening: ik blijf benieuwd hoe de CEO’s en andere topkaders hier het voorbeeld zullen geven. Maar dit geheel en al terzijde…

Tot slot: de aanval op de anciënniteitsverloning is illustratief voor het aanstormende debat over de ‘modernisering van het arbeidsrecht’. Eén goede raad: niet elke vernieuwing is progressief, net zomin als elk behoud conservatief is.

Jean-Marie De Baene, directeur studiedienst Vlaams ABVV

+++ Dit is de laatste ABVV-zomerblog 2012. Bedankt voor het lezen en de commentaren +++

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!