In de Braziliaanse metropool São Paulo wonen minstens 19 miljoen mensen. Sinds een vijftal jaar woont de helft van de wereldbevolking in steden, of we dat nu graag willen of niet (foto: Cleber Quadros)
Nieuws, Wereld, Economie, Milieu, Klimaatverandering, Brazilië, Water, Soja, Vegetarisme, Globalisering, Agroforestry, Mato Grosso, Ecologische voetafdruk, Grootsteden, Ecologische spiritualiteit, Vleesconsumptie, São Paulo, Minas Gerais, Paradigmashift, Eric Corijn, Knooppunten van steden, Voedselvoorziening, Cuiabá -

Kan de stad de wereld redden?

Op weg naar de metropool São Paulo lees ik het interview met prof. Eric Corijn van de VUB: 'De stad kan de wereld redden'. Het is een uitdagende titel, maar zou er niets van aan kunnen zijn? Sinds een vijftal jaar woont de helft van de wereldbevolking in steden. Voor honderden miljoenen mensen is het een eindstation, na veel lijden omdat het leven op het platteland hen onmogelijk werd gemaakt.

donderdag 12 mei 2011 15:30
Spread the love

Het Federaal Instituut (IFET) in Rio Pomba, deelstaat Minas Gerais. Eli Lino de Jesus is er in geslaagd om in dit berggebied als één van de eersten een opleiding ‘agro-ecologie’ op poten te zetten.

Ondertussen is het docententeam serieus uitgebreid en kwam er het laatste jaar een campus bij in Muriaé. Dat wordt twee uur rijden voor de scholieren die een technische opleiding volgen. Het is even wennen, want het publiek bestaat uit 15-16-jarigen en hun docenten, maar het blijkt een bijzonder ontvankelijke groep te zijn.

Agro-ecologische bagage

Ze leven met veel hoop om vanuit hun agro-ecologische bagage aan de slag te gaan. Hoop en optimisme zijn best wel nodig, want tijdens de rit zie je de getuigen van de laatste honderd jaar: geërodeerde bergen waar tot in de jaren dertig van de twintigste eeuw veel koffiestruiken stonden.

Als de internationale koffiehandel met de wereldcrisis in puin viel, werden de bergen vooral ingenomen door melkvee in een gemengde bedrijfsvoering.

Maar wat ziet mijn oog nu? Tijdens de rit passeert op het eerste gezicht nog een prachtig landschap met bossen op de heuvels en weilanden op de flanken, maar waar zijn de koeien? Hier en daar lopen er nog een paar, maar zo nu en dan zie je de natuur al weer het weiland innemen. Zoals in andere berggebieden in Brazilië. Veel grond wordt nu opgekocht als een onderdeel van de oprukkende speculatie. En ja, de eerste eucalyptusbossen verschijnen aan de einder.

Kan kunst de wereld verzachten?

Van Minas Gerais brengt de nachtbus me via São Paulo naar Araras. Wéér een opleiding agro-ecologie. Tussen immense suikerrietvlaktes wisselen we van gedachten over de hoognodige paradigmashift in de landbouw.

De DVD’s over ‘suikerriet en de Guarani’ en ‘agroforestry in Europa’ inspireren het debat. Blijkt dat er op het universiteitsterrein nu schuchtere pogingen ontstaan om in de suikerrietwoestijnen bomen te integreren. Als dat echt doorbreekt, zou het landschap hier wel eens behoorlijk kunnen veranderen.
   
Onderweg naar São Paulo ligt Campinas. De universiteit Unicamp heeft er een project ‘Ciência, Arte e Sociedade – Por uma cultura de Paz’ (‘Wetenschap, Kunst en Maatschappij – voor een cultuur van Vrede’) (1).

Zou de integratie van kunst in de wetenschappelijke wereld al een bijdrage kunnen leveren voor de hoognodige transformatie? Voorbij het pragmatisme en het kortetermijnperspectief van de reëel bestaande politiek.

Helft wereldbevolking woont in de stad

Op weg naar de metropool São Paulo (19 miljoen inwoners) lees ik het al wat oudere interview met professor Eric Corijn van de Brusselse VUB: ‘De stad kan de wereld redden’.(2) Het is een uitdagende titel, maar zou er niets van aan kunnen zijn? Sinds een vijftal jaar woont de helft van de wereldbevolking in steden, of we dat nu graag willen of niet.

Voor honderden miljoenen mensen is het een eindstation, na veel lijden omdat het leven op het platteland hen onmogelijk werd gemaakt. Anno 2011 is dat dus minstens 3,5 miljard mensen.

Steden zoals New York, Brussel, Brasília beslissen over landbouw en platteland. Wereldwijd. Zelf eten de stedelingen uit de hand en het land van de boer …, zij het meestal via voedingsgiganten en supermarkten, wier zetel alweer in de steden staat. Interessant is wel dat overal in de wereld stadslandbouw sterk opkomt. Heeft het alleen met eigen voedselvoorziening te maken of ook met de behoefte van ontwortelden aan nieuwe aarding? Contact met de grond? (3).

Knooppunten van steden, maar voetafdruk ligt op platteland

Eén van Corijns stellingen luidt: “De tijd van de 19de-eeuwse natiestaten loopt ten einde. We beleven een nieuwe renaissance met netwerken tussen steden: Brussel, Barcelona, Parijs, New York, São Paulo, …” Interessante gedachte, als die knooppunten van steden maar blijven zien dat hun ecologische voetafdruk elders ligt: op het platteland dichtbij en aan de overkant van de oceanen, in mijnen en oliebronnen, in oceanen en zeeën, in wouden en in woestijnen, in de lucht en in de ruimte.

Als de trotse stadsbewoners, die het kunnen doen, maar beseffen dat hun weekendhuisjes doorgaans op het platteland liggen. Dat geldt zowel voor vele bemiddelde Brusselaars die voor het weekend en de vakanties de stad uitvluchten, als voor Antwerpenaars die tot diep in Limburg hun ecologische weekendvoetafdruk komen verhogen.

Het verschijnsel is ook bekend in Brazilië. De middenklasse van Cuiabá ontvlucht elk weekend de hitte van de bijna onleefbaar gemaakte stad. Ze verkassen massaal naar de aangename koelte van de Chapada dos Guimarães. Blijkbaar is de stad niet altijd zó Messiaans, zó bevrijdend. Batterijen opladen gebeurt nogal eens elders.

De armen worden gaargekookt in hun achterbuurten. Noodgedwongen. Ze kunnen geen toevlucht zoeken in een tweede huis op de aangename hoogvlakte. Sporten overdag is in Cuiabá tijdens de zomer zefs verboden, wegens te gevaarlijk. Cuiabá is de hoofdstad van Mato Grosso. De deelstaat is bijzonder trots de grootste sojaproducent van het land te zijn. Ontbossing voor dit groene goud doet de temperatuur echter gevaarlijk stijgen. 

Vreemden in de stad

Of het verhaal van de natiestaten doodloopt, is nog een discussiepunt, maar de (groot)stad is inderdaad een oefenplaats om met ‘vreemden’ om te gaan, want we zijn er allemaal voor een stuk vreemden. Er kan niet één cultuur opgedrongen worden. Bijvoorbeeld de ‘Vlaamse cultuur’. Nee, een stad zoals Brussel is een smeltkroes van vele minderheden, vele vreemden, die met elkaar een weg moeten vinden om samen te leven.

Door de neoliberale globalisering is er veel angst, ontreddering en spanning. Globalisering roept als tegenreactie lokalisering, regionalisering op. Op het lokale stadsniveau kan de (ver)vreemde mens zich opnieuw gerespecteerd voelen, als de beslissingen ook dààr niet ver boven zijn hoofd worden genomen.

Mensen zoeken in de vervreemdende situatie van een stad toch instinctief naar gelijkgezinden, eigen etnie, familie …, om zich thuis te kunnen voelen. De vele Marokkanen samen in Sint-Jans-Molenbeek, Afrikanen die komen shoppen en eten in de Brusselse Matongé-wijk, de Japanners in São Paulo die vooral in de buurt van Avenida da Liberdade neerstrijken. Het is een fenomeen dat alle grote steden kennen.

Er zijn wel serieuze verschillen in klassen: de arme Marokkanen zijn door de gentrificatie rond de Dansaertstraat naar de overkant van het kanaal verdrongen, naar het beruchte Sint-Jans-Molenbeek. De Parijzenaars wonen in een chique buurt in Elsene.

En toch, er zijn zo van die tradities die juist verwachten dat de vreemdeling, de gevangene, de weduwen en de wezen in het centrum van de aandacht geplaatst worden. In het centrum van de gemeenschap. Zo staat de evangelische traditie haaks op onze natuurlijke drang om op de eerste plaats voor stamgenoten op te komen.

De christelijke beweging in de eerste eeuwen van onze jaartelling verspreidde zich dan ook via de handelswegen en in de steden. Een christen heeft een pelgrimerende inborst. Als een vreemde kan hij zich verbinden met de andere vreemde(n), al heeft hij in een stad ook netwerken en een gemeenschap nodig waar hij kan op terugvallen. Later heeft het christendom zich veeleer verworteld in het rurale leven. Zijn in de 21ste eeuw niet beide nodig: contact met de aarde en gericht op de vreemde, het niet-vertrouwde?

Stadsinkeer

Neem nu São Paulo. Er valt veel negatiefs over deze metropool te zeggen: de kloof tussen uitgeslotenen in de favela’s en superrijken die zich per helikopter verplaatsen; een algemeen onveiligheidsgevoel (bij de midden- en hogere klasse) met het gevolg dat er meer privébeveiliging in de stad rondhangt dan dat er potentiële inbrekers zijn; permanente files; luchtvervuiling; dreigend watertekort en ga zo maar verder.

Het is hier geen paradijs, al heeft een buurt en een metrostation wel de welluidende naam Paraiso. En toch, er liggen 100 parken, verspreid over de stad. Bij een wandeling in één van de meest bekende parken, Ibirapuera, stoot je op de veelvormigheid van deze stad en zijn bewoners. Een mayonaise van Europees, Afrikaans, inheems en Aziatisch bloed.

Roepers in de stadswoestijn

Een mengeling van allerlei uitingen van zin-zoeken en spiritualiteit. Stoot je niet op beoefenaars van de Falun Dafa (4), dan zie je wat verderop een man met zijn zwaard Tai Chi-oefeningen doen. Yin-Yang op het lemmet. Een groepje doet een rondedans. Mensen stappen, lopen. Likken een ijsje. Knuffelen elkaar dat het een lieve lust is.

Wat verderop dompelt een catador (mensen die afval sorteren, recycleren en daar een schamel inkomen proberen uit te halen) zijn verzamelde karton in water. Opdat hij er wat meer zou voor krijgen. Zoals de agro-industrie kippen in water dompelt om ze meer gewicht te geven. De catador wil niet alleen meer gewicht. Hij maakt er ook mooie pakjes van, zodat de industrie het karton vlot kan verwerken. Van de vleesindustrie met zijn waterkippen kan dat bezwaarlijk gezegd worden. Het water dient alleen maar om de consument te bedriegen. Op de kar van de anonieme catador staat ‘Shalom’: vrede. 

Aan de rand van de viveiro (een tuin waar voor de stadsparken sinds 1928 plantgoed geteeld wordt; bomen vooral) zit een man voor een denkbeeldige aula les te geven. Het schijnt een polyglot te zijn, een professor economie. Hij leest er dagelijks zijn krant met economische bijlagen en geeft er les. Triest en plezant tegelijk. Hij draagt een T-shirt met de uitroep ‘New York’.

Zou het dan toch waar zijn van die ‘netwerken’ tussen steden? Mensen die de stad en zijn anonimiteit niet meer aankunnen en psychisch doorslagen? Roepers in de stadswoestijn: je ziet ze in Brussel in zichzelf praten of roepen. In Amsterdam. In Parijs. In Berlijn. Een netwerk tussen steden van verdriet en van hoop.

Herstel

Mijn oog valt op het ‘Bosque de leitura’ (5). In heel wat parken is het project aanwezig. Boeken en tijdschriften liggen er tijdens het weekend ter beschikking. Tafels en stoelen staan uitnodigend onder de bomen. Een aangepaste speelmat met kinderboeken lokt de kleinsten. Natuur en cultuur geven zo nu en dan elkaar de hand. Bijvoorbeeld in een stad.
 
Bij het verlaten van het park moet ik stoppen voor fietsers. ‘s Zondags wordt in beide richtingen een baanvak autovrij gemaakt. Dertig kilometer lang. Duizenden mensen maken hier zondag na zondag gebruik van. Alsof ze de nachtmerrie van de eeuwige files tijdens de week willen bezweren. De zondag als dag van hoognodig herstel.

Rustpunt tijdens de karavaan van het leven

Caravansarai opent zijn deuren. Marcelo Andrade hoorde me twee jaar geleden spreken in ‘Pharmácia Buenos Ayres’. Hartje São Paulo, zijn leefomgeving. Marcelo had een goedbetaalde baan in de chemische sector, maar hij wou zijn leven een andere wending geven. Zijn sabbatjaar loopt uit op dit centrum van reflectie voor ‘de stad van de mens – de mens van de stad’.

De context en de doelgroep zijn veeleer de middenklasse tot de hogere klasse. Zij die mee beslissen of invloed kunnen hebben in de samenleving. Het wil echter geen elitaire plek zijn waar rijke(re) mensen, naar lichaam en geest, op adem kunnen komen. Het feit dat hij mij het centrum mee laat openen met een namiddag over ‘landbouw, voeding en honger in de wereld’ zegt iets over de ambitie om de sociale dimensie in dit open spiritueel centrum te integreren.

Het centrum is medegeïnspireerd door de Vietnamese monnik Thich Nhat Hanh, met zijn spiritueel centrum in Frankrijk: Plum Village. Bij het binnenkomen hangt de gekalligrafeerde tekst: “I am arrived. I am home”.

We zijn even te gast in het sjamanistisch centrum KVT (6), waar mensen in indianenoutfit therapie volgen. Een beetje bevreemdend voor een nuchtere Brusselaar, maar waarschijnlijk heeft het te maken met het vreemd-zijn en de vervreemding in zo’n immense stad. Sjamanisme is een spirituele grondhouding van verbondenheid met de natuur, met de kosmos.

Nadien bezoeken we de Guarani. Ze zitten in São Paulo op een klein stuk grond opgesloten in een favela, maar met de hoop op een stuk land buiten de stad. Caravansarai is vast besloten om de Guarani, hun cultuur en hun spiritualiteit mee een waardige plaats in de grootstad te geven. Tenslotte waren zij de oorspronkelijke bewoners van dit immense land en hebben ze de inwijkelingen (of hoe je ze ook wil noemen) heel wat te leren.

Caravansarai wil een rustplek zijn, zoals tijdens de Middeleeuwen de karavanen die door Klein-Azië trokken. Van Europa naar Azië. Een omheinde ruimte voor de kamelen, die om de 30 km rust nodig hebben. De kamelen dwingen ons in de moderne, jachtige maatschappij niet meer tot stilstand. Een innerlijke klok en een ankerplek in de stad kunnen daarbij helpen. Enkele ordewoorden van Caravansarai: studiecentrum, cultureel, sociaal, ondernemerswereld, geïntegreerd en integrerend, complementair.

De wereld redden?

Of we de wereld nog kunnen redden, weet ik niet. Mensen en groepen dragen ieder hun steentje bij. Steden ook. Netwerken van steden. Zo komen in juni 2011 de burgemeesters van ‘s werelds grootste metropolen in São Paulo samen, voor de zogenaamde Network Large Cities Climate Leadership Group (7). Ze gaan voort overleggen hoe zij lokaal en in het netwerk de opwarming van de aarde te lijf kunnen gaan. Met concrete maatregelen.

Ik ben wel benieuwd of ze één van de blinde vlekken i.v.m. klimaatverandering durven aan te pakken: de hoognodige transitie van onze groeiende dierlijke eiwitconsumptie naar meer plantaardige eiwitten (8).

São Paulo is alleszins één van de steden die het Gentse voorbeeld heeft overgenomen om ook op stedelijk niveau ‘Donderdag-Veggiedag’ te organiseren. In Brazilië werd het omgedoopt in ‘Segunda sem carne’ (‘Maandag zonder vlees’). Om de week wat lichter en verlichter te beginnen.

Luc Vankrunkelsven

São Paulo, 17 april 2011, Internationale dag van de Boerenstrijd

Noten:

(1) http://www.dac.unicamp.br/portal//grad/matricula/matricula_em_disciplinas/atividades_multidiciplinares/am023a/

(2) http://www.tienstiens.org/node/396

(3) http://www.ruaf.org/

(4) www.falungongbrasil.net

(5) http://www.prefeitura.sp.gov.br/cidade/secretarias/cultura/bibliotecas/bosque_leitura/index.php?p=5817

(6) www.kvt.org.br ; Instituto KVT Desenvolvimento da Consciência Empresarial e Instituição Filantrópica e Cultural Ará Tembayê Tayê.

(7) http://planetasustentavel.abril.com.br/noticia/cidade/c40-sao-paulo-summit-mudancas-climaticas-acoes-governo-local-624626.shtml en http://www.c40cities.org/

(8) http://www.wervel.be/diverse-info-themas-245/ecologie-themas-246/861-170107-samenhang-tussen-vlees-eten-en-milieuproblemen

Tentoonstelling Cerrado

Op zaterdag 14 mei 2011 opent Wervel vzw in de Abdij van Averbode een tentoonstelling over de Cerrado, de Braziliaanse savanne met de hoogste biodiversiteit ter wereld. Het gaat om wondermooie foto’s van de Braziliaanse fotograaf João Caetano die iets van de schoonheid van dit immense gebied willen zichtbaar maken. Wervel wil hiermee de onbekende Cerrado beter bekend maken.

* Tentoonstelling Cerrado: 14-15 mei en 21-22 mei 2011, Poortgebouw Abdij Averbode.
* Tentoonstelling Cerrado: van 23 mei tot/met 30 juni 2011, “De (H)eerlijkheid” in Scherpenheuvel, Albertusplein 19, 3270 Scherpenheuvel
27 mei 20 uur: infoavond i.s.m. De Vlaspit, in dezelfde (H)eerlijkheid: ‘Brazilië-Europa, in fragmenten?’ door Luc Vankrunkelsven.

Vijf gratis boeken ‘De smaak van diversiteit’

‘De smaak van diversiteit. Een uitweg uit de monocultuur’, Wervel vzw, Brussel, 2009, ISBN 978-90-814868-0-4

De eerste vijf lezers van DeWereldMorgen.be die reageren, krijgen het boek van Wervel (winkelwaarde 9,50 euro) gratis thuisgestuurd door Wervel vzw. Mails uitsluitend richten aan: info@wervel.be met vermelding ‘gratis boek De smaak van diversiteit – lezer DeWereldMorgen.be’

Lees meer over dit boek: https://www.dewereldmorgen.be/artikels/2010/04/02/boek-de-smaak-van-diversiteit-een-uitweg-uit-de-monocultuur

take down
the paywall
steun ons nu!