Opinie, Nieuws, Mensenrechten, China, Nobelprijs -

Kanttekeningen bij de Nobelprijs voor Liu Xiaobo

De politieke reacties op de Nobelprijs voor de Vrede voor de Chinese dissident Liu Xiaobo waren eerder lauw. EU-commissievoorzitter Barroso vroeg niet eens om zijn vrijlating. Marc Vandepitte probeert te achterhalen waarom de reacties zo voorzichtig zijn, en plaatst meteen ook enkele bedenkingen bij de toekomst van de democratie in China.

vrijdag 15 oktober 2010 15:45

Het comité dat de Nobelvredesprijs uitreikt, zegt onafhankelijk te zijn maar – zo merkt de Financial Times op – je kunt er niet naast kijken dat “de prijs komt op een moment van toenemende ongerustheid in veel hoofdsteden over de manier waarop China, nu de tweede grootste economie, zijn invloed probeert uit te breiden”. (1)

De combinatie van een aangehouden uitzonderlijk hoge groei met een grote bevolking doet de wereldverhoudingen kantelen. Dat is zowel het geval voor China als voor India, maar China loopt (voorlopig) meer in de kijker omdat zijn BNP ongeveer driemaal zo groot is als dat van India.

Enkele cijfers illustreren de kantelende verhoudingen zeer goed als je de evolutie van de nummers een en twee van de wereld met elkaar vergelijkt. In 1950 bedroeg het aandeel van de VS nog 45 procent van het totale wereldproduct, nu is dat nog maar 25 procent. In 1992 was de VS-economie elf keer groter dan de Chinese, vijftien jaar later is dat nog iets meer dan vier keer. (2)

Voor het eerst in de moderne geschiedenis zullen landen uit het Zuiden invloed hebben op het wereldgebeuren. De monopoliepositie die het Noorden de laatste vijfhonderd jaar heeft gekend, loopt stilaan ten einde. Dat maakt het establishment van die landen zenuwachtig.  

Kredietverlener en handelspartner

In een interview met Radio 1 vertelde ik al over die zenuwachtigheid, die verklaart waarom de reacties in het Westen eerder aan de voorzichtige kant waren. De toekenning van de prijs komt daardoor eigenlijk ongelegen. (3)

De voorbije financiële crisis heeft immers lelijk huis gehouden in de economieën van de westerse landen. Voor de heropleving van de wereldeconomie wordt vooral op China gerekend.

China is overigens de grootste kredietverlener van de VS en voor heel wat landen de belangrijkste handelspartner. Daarnaast wil het Westen China ertoe bewegen zijn munt op te waarderen, en heeft het Beijing nodig in enkele belangrijke dossiers zoals dat van Iran en Noord-Korea. Het is dan ook onverstandig Beijing op dit moment al te hard voor het hoofd te stoten.

In het verleden bleek bovendien al duidelijk dat een frontale aanpak van China niet werkt en zelfs een averechts effect heeft. Dat komt doordat gezichtsverlies zowat het ergste is wat je een Chinees kan aandoen. Kritiek geven kan, en Chinezen staat er ook voor open, maar je doet dat best niet openlijk, want dan klappen ze dicht.

In de aanloop van de Olympische Spelen ontstond er een ware haatcampagne tegen het land. Als het de bedoeling was om meer openheid in de Chinese samenleving te creëren, dan is dat grondig mislukt. Het effect was namelijk dat de rangen zich sloten en dat China zich naar binnen en naar buiten harder ging opstellen. Dat zou nu wel eens opnieuw het geval kunnen zijn.

Premier Wen sprak zich onlangs uit voor meer politieke openheid. In een interview met CNN zei hij dat “de vraag naar democratie en vrijheid niet tegen te houden is’” (4)

Waarnemers gaan ervan uit dat hij dat meent. Maar de Nobelprijs zou roet in het eten kunnen strooien, omdat het koren op de molen is voor tegenstanders van meer openheid.

Democratie op zijn Chinees

Dat het democratisch gehalte van de Chinese maatschappij niet aan onze normen beantwoordt, staat buiten kijf. Er zijn weliswaar verkiezingen op lokaal niveau en burgers kunnen hun klachten via e-mail kenbaar maken, maar veel verder dan dat gaat het niet. Toch is het nuttig enkele kanttekeningen te maken bij dit belangrijke thema.

1. Elk politiek stelsel is het resultaat van een historisch proces en is organisch gegroeid uit concrete omstandigheden. De grondwet van de VS na de revolutie van 1776 was veeleer een soevereiniteitsverklaring dan een blauwdruk van democratie, zoals wij dat nu zouden invullen. Het heeft vijftig jaar geduurd vooraleer de Noord-Amerikanen meervoudig stemrecht hadden. (5)

Het huidige regime in China heeft zijn wortels in de strijd tegen de Japanse bezetting van het land, tegen de reactionaire Guomindang en tegen de verschrikkelijke miserie en achterlijkheid waarin het land was ondergedompeld. Uit die strijd is de communistische partij als leider van het land naar voren gekomen. Die heeft zich als taak gesteld het land uit de onderontwikkeling te halen, de soevereiniteit ervan te vrijwaren en te streven naar een humane, socialistische samenleving.

Het zijn deze taken die de krijtlijnen vastleggen waarbinnen wordt gewerkt. Binnen die grenzen is veel mogelijk, maar je wordt wel geacht binnen de lijnen te blijven. Zo worden godsdiensten of spirituele bewegingen (zoals de Falun Gong) getolereerd zolang zij geen politieke doelstellingen ambiëren.

2. Er is een relatief verband tussen de graad van economische en sociale ontwikkeling aan de ene kant en de graad van politieke openheid aan de andere kant. Neem de lijst van de landen gerangschikt volgens de Human Development Index (HDI) van de VN. Hoe hoger de HDI, hoe groter de kans op politieke openheid en vice versa. Naarmate landen ‘zich ontwikkelen’ zie je dan ook een evolutie in de richting van meer politieke openheid.

China is een land dat een snelle evolutie doormaakt, zowel op economisch als sociaal vlak. Wanneer je wat afstand neemt, zie je ook dat het op politiek vlak verandert. The Economist, die je er zeker niet van kunt verdenken een aanhanger van China te zijn, zegt daarover: “De Chinese bevolking is veel vrijer dan 30, 20 of zelfs 10 jaar geleden. De partij heeft zich teruggetrokken uit belangrijke domeinen van het leven en de relatieve welvaart heeft de horizons verbreed.” (6)
 
3. Dat wil daarom niet zeggen dat China in de richting van ons politiek stelsel evolueert of zal evolueren. De Chinese samenleving heeft een traditie van duizenden jaren, die heel sterk doorweegt en verschilt grondig van de onze, vooral in de plaats van het individu en het mandaat van een regering.

Bij ons zijn individuele rechten onvervreemdbaar en krijgt een politieke overheid door verkiezingen zijn mandaat van de onderdanen. Die overheid is voor zijn acties permanent verantwoording verschuldigd (via het parlement) en drukkingsgroepen hebben hun plaats om indien nodig de koers van de regering bij te sturen.

In de Chinese traditie heeft de regering een zogenaamd ‘mandaat van de hemel’. Zij moet niet constant verantwoording afleggen. De onderdanen moeten dus niet constant kritiek uiten of het beleid proberen bij te sturen. Op voorwaarde dat die regering goed functioneert en zich bekommert om de onderdanen.Gaat ze de mist in, dan verliest ze het hemels mandaat en dan hebben de onderdanen het recht en zelfs plicht om de regering omver te werpen. (7)  

4. Chinezen denken pragmatisch. Ze kijken vooral of iets al dan niet ‘werkt’. Voor hen zijn eenheid, ontwikkeling en soevereiniteit (geen inmenging van buitenaf) belangrijker dan individuele mensenrechten of parlementaire democratie. Hun politiek systeem, waarin de communistische partij de ruggengraat vormt, heeft voor hen bewezen zeer gunstig te zijn voor de ontwikkeling van het land.

De laatste dertig jaar werd een half miljard mensen uit de armoede geheven. Voor een vijfde van de wereldbevolking werd de honger zo goed als uitgeroeid. De drie laatste decennia waren op politiek vlak vrij stabiel, ondanks de grote etnische diversiteit en bijbehorende spanningen.

Het land kende geen staatsgrepen, geen guerrillagroepen die hele stukken van het land bezetten, of burgeroorlogen, realiteiten waarmee de meeste buurlanden geconfronteerd worden. Het is daarom niet te verwonderen dat een toenemend aantal landen uit het Zuiden met bewondering kijkt naar China en de Washington Consensus ruilt voor de zogenaamde Beijing Consensus. (8)

5. Een ander belangrijk aspect is de schaal en diversiteit van het land. China is een land met de afmetingen van een continent: driehonderdvijftien keer groter dan België, evenveel inwoners als West-Europa, Oost-Europa, de Arabische landen, Rusland en Centraal-Azië samen.

Er zijn zesenvijftig etnische groepen, meerdere filosofieën en religies, en er bestaan zeer grote verschillen in levensstandaard. Deze gigantische proporties en verschillen vormen een van de grootste uitdagingen van het land, zo niet de belangrijkste. Dit zou voor ons hetzelfde zijn als wanneer Egypte of Kirgizië vanuit Brussel bestuurd moeten worden.

Daarbij moet je in het achterhoofd houden dat het democratische gehalte op Europese schaal veel kleiner is dan op nationale schaal. Zo ligt de beslissingsmacht bijna uitsluitend bij de Europese Commissie en de Europese Raad, en heeft het Europese parlement nauwelijks iets in de pap brokken.

Dat het land ondanks de omvang, de zeer grote verschillen tussen de regio’s en de gigantische uitdagingen toch nog regeerbaar blijft, is grotendeels te danken aan de sterke aanwezigheid van de communistische partij in alle geledingen van de maatschappij. Het alternatief is anarchie en chaos voor een vijfde van de wereldbevolking.

6. Het is geen kwestie van alles of niets. Veel commentatoren spreken over China alsof er geen vrijheid of democratie is. Daar nul procent, bij ons honderd procent, zo lijkt het wel. De realiteit is iets complexer.

Wellicht is hier inderdaad meer vrijheid, maar vooral ook meer de illusie ervan. Ik citeer hier graag de dichter Frank Albers die dit schitterende verwoordde in een brief aan Liu Xiaobo: “Wij mogen schrijven wat we willen, daar kunt u dan weer alleen maar van dromen, maar wat wij ook schrijven, hoe puntig, helder, hard, beargumenteerd en juist onze kritiek op onze machthebbers ook mag zijn, onze geschriften halen geen mallemoer uit. Opiniestukken, pamfletten, petities, manifesten, charta’s: zij vallen als rotjes in zee. Wij koesteren het recht op vrije meningsuiting, maar dat recht is soms ook een open gevangenis. Wij vliegen niet naar een werkkamp, wij mogen rustig doorfulmineren achter tralies van onverschilligheid.” (9)

Op vlak van persvrijheid valt over China ook heel wat op te merken, maar laat ons toch ook eens kijken naar de ergste vorm van het aan banden leggen van de pers: de fysieke liquidatie van journalisten. Sinds kort wordt dat cijfer berekend door een onafhankelijk instituut met zetel in Brussel. Hieronder zie je de score van de periode 1996-2006. (10) Die toont dat Europa toch minstens enige bescheidenheid aan de dag mag leggen.

7. In een land met zo’n omvang en diversiteit kan een politiek stelsel maar blijven werken zolang het de steun blijft genieten van de bevolking. Een peiling van het gerenommeerde Pew Research Center van 2008 toont aan dat 86 procent van de Chinezen tevreden is met de politieke leiding van het land.

Een peiling van hetzelfde instituut in vijftien landen in 2006 toonde dat 81 procent van de Chinezen tevreden is met de gang van zaken in zijn land tegenover 31 procent in India, 29 procent in de VS en Duitsland, en 20 procent in Frankrijk. (11)

De politieke leiding van China kan in elk geval rekenen op een legitimiteit die beduidend hoger is dan in de meeste westerse landen. Ook dat kan ons misschien aanzetten tot wat minder betweterigheid en een grotere bescheidenheid.

Noten:

(1) Financial Times, 9-10/10/2010, p. 1.
(2) Kennedy P., De wisselkoers van de macht, Utrecht 1989, p. 410; UNDP, Rapport Mondial sur le Développement Humain 1995, Parijs 1995, p. 214 en 233 ; UNDP, Human Development Report 2009, Washington 2009, p. 195, 196 en 198.
(3) Te beluisteren op http://www.youtube.com/watch?v=G7tRLN1bGAI.
(4) http://archives.cnn.com/TRANSCRIPTS/1010/03/fzgps.01.html.
(5) Van de Voorde H., e.a., Supermachten. Verenigde Staten van Amerika, BRT Instructieve Omroep 1985, p. 43v; Vis J., Politiek en democratie. Een inleiding, Groningen 1988 p. 146v.
(6) The Economist 2 augustus 2008, p. 11.
(7) Dat wordt heel goed beschreven in Jacques M., When China Rules the World. The Rise of the Middle Kingdom and the End of the Western World, Londen 2009.
(8) Halper S., The Beijing consensus: how China’s authoritarian model will dominate the twenty-first century, New York 2010.
(9) http://frankalbers.blogspot.com/2010/10/waarde-liu-xiaobo.html.
(10) International News Safety Institute, Killing the messenger, Brussel, maart 2007, p. 60-1. Te bekijken op www.newssafety.com. In Europa telden respectievelijk Duitsland 6, Spanje 5, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Frankrijk, Italië, Cyprus, Kroatië en Roemenië 2 vermoordde journalisten in die periode.
(11) De peiling van 2008: http://pewglobal.org/2008/12/18/global-public-opinion-in-the-bush-years-2001-2008/. De andere scores van 2006: Egypte 55%; Jordanië 53%; Spanje 50%, Turkije 40%, Pakistan 35%, India 32%, Groot-Brittannië 35%, Rusland 32%, Japan 27%, Indonesië 26% en Nigeria 7%. Pew Research Center, No Global Warming Alarm in the U.S., China. America’s image slips, but allies share U.S. concerns over Iran, Hamas, 15-Nation Pew Global Attitudes Survey, Washington 13 juni 2006, p. 5, http://pewglobal.org/reports/pdf/252.pdf.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!