Mouhamadou Tidiane Kassé, Senegalees journalist (foto: ICFJ)

 

Nieuws, Afrika, Politiek, Mensenrechten, Tmd, Transparantie, Openbaarheid van informatie, Afrikaans Charter, Mouhamadou Tidiane Kassé -

Over openbaarheid van informatie in Afrika

Begin februari 2010 werd in de Ghanese hoofdstad Accra de Afrikaanse regionale conferentie gehouden over het recht op toegang tot informatie. Toch hebben nog maar weinig Afrikaanse landen dit mooie principe onderschreven. Maar het debat begint hier en daar op gang te komen. Tidiane Kassé, hoofdredacteur van de Franstalige versie van Pambazuka News, schreef er een boeiende bijdrage over.

woensdag 21 april 2010 14:34
Spread the love

In de plechtige slotverklaring van Accra werd onder meer opgenomen: “de toegang tot informatie is een fundamenteel mensenrecht en het is dan ook de plicht van de Afrikaanse overheden om dit fundamentele recht te respecteren, te beschermen en te realiseren.”

In de afgelopen tien jaar heeft wereldwijd een vijftigtal landen wetten aangenomen die de toegang tot openbare informatie moeten garanderen. Ze moeten leiden tot meer transparantie, tot de verwezenlijking van een reeks sociale en economische rechten en zijn een middel om tot een verantwoordelijk burgerschap te komen.

In Afrika laat een dergelijke wetgeving nog op zich wachten. De uitdaging, nu het debat aan de gang is en de proefprojecten lopen, is ervoor te zorgen dat deze wetgeving tegemoet komt aan de noden en de prioriteiten van het continent.

In februari 2008 organiseerde het Carter Center in Atlanta (VS) een internationale conferentie over de toegang tot openbare informatie. Er werd een inventaris en een analyse opgemaakt van de impact van dit recht dat onlosmakelijk verbonden is met ‘goed bestuur’ en ontwikkeling. Dit resulteerde in een Verklaring en een Actieplan voor de Bevordering van het Recht op Toegang tot Informatie.

Globale benadering volstaat niet

Het ging echter om een globale benadering die nauwelijks rekening hield met regionale contexten en bijzonderheden. De bereidheid om de ideeën en de bevindingen aan te passen aan de sociale en culturele diversiteit heeft geleid tot de beslissing om het debat ook op regionaal niveau te voeren.

In oktober 2009 vond in Lima (Peru) de conferentie voor Latijns-Amerika plaats. En van 7 tot 9 februari 2010 werd in Accra (Ghana) de Afrikaanse regionale conferentie over het recht op toegang tot informatie gehouden.

De verklaring van de Accra-conferentie, die werd bijgewoond door ministers, juristen, onderzoekers, maatschappelijke organisaties en andere vertegenwoordigers uit de administratieve sector, begint als volgt: “de toegang tot informatie is een fundamenteel mensenrecht en het is dan ook de plicht van de overheid om dit recht te respecteren, te beschermen en te realiseren”.
 
Vervolgens wordt benadrukt dat “de behoefte aan informatie bij elke burger aanwezig is, zelfs al komt die niet altijd goed tot uiting. De toegang tot informatie en de vrijheid van meningsuiting moet worden gewaarborgd voor iedereen, met inbegrip van kwetsbare en gemarginaliseerde bevolkingsgroepen. Om dit te bereiken moeten alle hindernissen worden overwonnen en moet de bevolking in staat zijn om informatie op te vragen via mondelinge en informele kanalen”.

Slechts weinig Afrikaanse landen hebben deze mooie principes onderschreven. Maar het debat begint hier en daar op gang te komen. In Zambia, Zimbabwe, Mozambique, Nigeria en Senegal bevindt de discussie zich al in een ver gevorderd stadium. Er bestaat echter nergens een juridisch vacuüm wat betreft de toegang tot openbare informatie.

Klimaat van vrijheid versus cultuur van geheimhouding

Het feit is dat daar waar de toegang wordt gewaarborgd door de grondwet, de wil of de middelen ontbreken om een correcte en volledige toepassing van de teksten te garanderen. In plaats van een klimaat van vrijheid te bevorderen op dit gebied, neigen de lokale overheden eerder naar stilzwijgen, geheimhouding en zelfs onderdrukking.

Deze houding heeft mettertijd bijgedragen tot de destabilisatie van heel wat landen in Afrika. De ondoorzichtige houding van leidinggevenden in het beheer van staatszaken, om illegale handel, corruptie, het onrechtmatig toe-eigenen van middelen, enz. te verdoezelen, heeft uitwassen in de hand gewerkt die tot bloedige drama’s hebben geleid.

De gewapende conflicten die Congo verscheuren en sinds meer dan tien jaar instabiliteit veroorzaken in de hele regio van de Grote Meren, zijn slechts de hoorbare echo’s van een stille strijd die multinationals en bepaalde occulte krachten leveren, samen met de lobbygroepen en lokale overheden om de controle te verwerven over de fabelachtige mijnrijkdommen van dit land.

In West-Afrika lijken Sierra Leone en Liberia, waar jarenlang diamanten en het rijke bosbestand de aanleiding vormden voor dramatische conflicten, hun les geleerd te hebben. In beide landen ligt de nadruk nu sterk op de noodzaak om een vrije, constante en nuttige informatiestroom naar de burgers te garanderen, als een tegengif voor potentiële nieuwe conflicten. Het is immers alleen via de weg van de waarheid en openheid dat verzoening wordt bereikt.

“In beide landen [Sierra Leone en Liberia] ligt de nadruk nu sterk op de noodzaak om een vrije, constante en nuttige informatiestroom naar de burgers te garanderen, als een tegengif voor potentiële nieuwe conflicten. Het is immers alleen via de weg van de waarheid en openheid dat verzoening wordt bereikt.”

Deelname van goed geïnformeerde burgers is noodzaak bij ontwikkeling

Afgezien van deze extreme gevallen, gaat de nood aan een juridisch en institutioneel kader om transparantie te garanderen, gepaard met de eis van democratie en ‘goed bestuur’. Het zijn immers de beste garanties op de deelname van goed geïnformeerde, participatieve en constructieve burgers aan de ontwikkeling van hun land.

De uitdaging is om de verantwoordelijkheden in het beheer van staatszaken beter vast te leggen, transparantie op administratief niveau te bevorderen, en een echte vrijheid van meningsuiting mogelijk te maken.

Het principe wil dat de toegang tot openbare informatie onbeperkt is. Een wet die te veel ‘overwegingen’ bevat, zou aanleiding kunnen geven tot beperkingen van overheidswege. Dus moet de logica van maximale informatieverstrekking gevolgd worden.

Hierop mogen slechts enkele uitzonderingen voorkomen in verband met zaken die te maken hebben met het privéleven van de burger, met ‘hogere staatsbelangen’ en de staatsveiligheid. Buiten deze beperkingen behoort alle overheidsinformatie (dossiers, rapporten, studies, verslagen, statistieken, publicaties, adviezen, informatie, administratieve correspondentie, …), of ze nu privé of openbaar is, tot het publieke domein.

In maart 2001 trad in Zuid-Afrika de wet op toegang tot informatie in werking. Die van Oeganda, afgekondigd op 7 juli 2005, is van toepassing sinds 20 april 2006. Andere landen beschikken over wetsontwerpen, maar de uitkomst is nog mager.

Het Carter Center merkt op dat wereldwijd 80 landen een wettelijk en uitvoerbaar recht op informatie hebben, waarvan slechts vijf in Afrika. In een kwart van de landen van Afrika ten zuiden van de Sahara zijn wetsontwerpen in behandeling voor de toegang tot informatie.

Afrikaans Charter van de Rechten van Mensen en Volken

Als de procedure vertraging oploopt, kan dit enkel te wijten zijn aan een gebrek aan politieke wil. Sterker nog, het regionale juridische kader bestaat, naast internationale teksten zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, of de Conventie van de Verenigde Naties tegen Corruptie.

Zo bepaalt het Afrikaanse Charter van de Rechten van Mensen en Volken in artikel 9 (paragraaf 1) dat “iedereen recht heeft op informatie”. Daarbij komt nog de Verklaring van Principes over Vrije Meningsuiting in Afrika van de Afrikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens en de Volkeren.

De Afrikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens en de Volkeren heeft overigens in 2007 het mandaat vernieuwd en uitgebreid van de Speciale Rapporteur inzake de bevordering en bescherming van het recht op vrije meningsuiting in Afrika.

Om de vertragingen in de toepassing van de wetgeving te verklaren, verwijzen Afrikaanse overheden graag naar een cultuur van vertrouwelijkheid, naar de Afrikaanse tradities die ervoor zorgen dat enkel de kring van ingewijden, de leden van de clan, de groep, enz. op de hoogte zijn of gebracht moeten worden. Dit pleit ook de overheid vrij door te wijzen op het gebrek aan middelen om een vrije en algemene toegang tot informatie mogelijk te maken.

Hier en daar, worden archieven slecht beheerd of zijn ze zelfs onbestaande. Elders zijn de nieuwe technologieën nog niet aangepast om te voldoen aan de behoeften van het publiek. Daarnaast zou de bevolking nog maar weinig op de hoogte zijn van dit recht op openbaarheid.

Veel meer dan persvrijheid alleen

Het recht op toegang tot informatie wordt vaak herleid tot de uitoefening van de persvrijheid, alsof het enkel een bekommernis (of prioriteit) van journalisten zou zijn! Het gaat immers veel verder. Het is een grondwettelijke verplichting ter bevordering van een cultuur van mensenrechten.

Net zoals er vraag is naar “de eerbiediging van deze verplichting door een manager, die moet kunnen aantonen dat hij de middelen die hem toevertrouwd werden, beheerd of gecontroleerd heeft in overeenstemming met bepaalde expliciete of impliciete voorwaarden, naast goed bestuur, met name door middel van publieke vorming.”

Als het proces in sommige Afrikaanse landen sinds enkele jaren op gang is gekomen om het principe te bekrachtigen en over te gaan tot de uitvaardiging van wetten die de toegang tot informatie moeten garanderen, komt dat vaak voort uit het engagement van organisaties van de civiele samenleving.

Op dit niveau hebben de initiatieven vaak betrekking op een bepaalde sector, maar ze zijn gelijkaardig. Of het nu om de eis gaat om transparantie in contracten in verband met de exploratie, exploitatie en het beheer van grondstoffen, of de strijd tegen corruptie, of de naleving van regels bij openbare aanbestedingen, de druk van lokale en internationale organisaties dwingt overheden steeds meer tot verklaringen en informatieverstrekking aan de bevolking.

Maar dit moet gestructureerd en in wetten gegoten worden binnen juridische kaders om niet alleen het recht van de bevolking te vrijwaren, maar ook om degenen te beschermen die de taak hebben om al die administratieve feiten en daden te verzamelen, te controleren en te verspreiden waarbij de overheid, haar ambtenaren, de internationale instellingen, de lokale privésector en de multinationals handelen in naam van de burgers.

Gemarginaliseerde bevolkingsgroepen niet uitsluiten

Een van de belangrijkste principes op dit gebied is om te vermijden dat gemarginaliseerde bevolkingsgroepen uitgesloten worden. De toegang tot informatie is een mooie kans om hen uit hun isolement te halen in plaats van de kloof te vergroten door de centralisatie van kennis en beslissingsbevoegdheden binnen een dominante groep (soms gaat het om een minderheidsgroep).

In een continent waar de graad van analfabetisme soms hoger ligt dan 70 procent, moet de toegang tot informatie uitgaan van middelen, mechanismen, media en ruimtes die de participatie van de burger bevorderen en de rechten van de meest kwetsbaren respecteren.

Net zoals een rapport over corruptie van belang kan zijn voor een specifieke doelgroep, moeten ook de vrouwen op het platteland weten hoe en tegen welke prijs zij toegang kunnen krijgen tot de reproductieve gezondheidszorg.

De politieke context en procedures vormen vaak de leidraad bij de ontwikkeling van juridische en institutionele kaders. Voor het recht van de burgers op toegang tot openbare informatie, zijn er redenen genoeg.

Maar meer dan op normen, is transparantie gebaseerd op waarden. Het is niet alleen een democratische luxe, het is ook een blijk van respect voor de fundamentele mensenrechten. Bovendien wordt de burger centraal geplaatst in het overheidsoptreden. Alle burgers.

Mouhamadou Tidiane Kassé
 
Tidiane Kassé is een Senegalese journalist. Als hoofdredacteur van de persgroep Wal Fadjri in Dakar is hij ook werkzaam als mediaconsultant, gespecialiseerd in aids, ontwikkelingsvraagstukken en openbaarheid van informatie. Sinds 1996 geeft hij regelmatig workshops over media en persvrijheid in Afrikaanse landen. Momenteel is hij hoofdredacteur van de Franstalige editie van Pambazuka News.

(Vertaling uit het Frans door Melanie Adriaenssens)

Origineel artikel verscheen onder de titel Accès à l’information publique: Une nouvelle urgence pour l’Afrique, par Tidiane Kassé, op Pambazuka,  Numéro 141

take down
the paywall
steun ons nu!