Water, de olie van de 21ste eeuw
Multinationals, Millenniumdoelstellingen, Imf, Water, Wereldbank, Riccardo Petrella, WTO -

Water, de olie van de 21ste eeuw

woensdag 8 september 2010 11:25

Meer dan 884 miljoen mensen leven zonder toegang tot zuiver water. Drie keer zoveel mensen hebben geen toegang tot sanitaire voorzieningen. Water is een menselijke basisbehoefte, maar steeds vaker maken multinationals van die basisbehoefte een verhandelbaar goed. Met alle gevolgen van dien.

De toegang tot water is verbeterd: de VN schat dat 86% van de mensen in ontwikkelingslanden tegen 2015 toegang zal hebben tot drinkbaar water. Maar zal dit ook op lange termijn zo blijven? Water wordt meer en meer een schaars goed. De hoeveelheid drinkbaar zoet water – minder dan 1 procent van de totale hoeveelheid water op aarde – neemt drastisch af door vervuiling en verzilting. Volgens de Verenigde Naties zal in 2025 tweederde van de wereldbevolking te maken hebben met waterschaarste.

Waar schaarste optreedt, zien multinationals een opportuniteit. Gesteund door de Wereldbank, het IMF en de WTO proberen zij de watervoorzieningen en waterzuiveringsinstallaties in de wereld in handen te krijgen. De waterbedrijven willen grote winsten opstrijken, rekenen hoge prijzen aan voor het water en sluiten de kraan bij armen die hun rekening niet kunnen betalen. Bovendien is er vaak weinig transparantie in hun manier van werken en leveren ze niet altijd water van goede kwaliteit.

In Zuid-Afrika bijvoorbeeld werd het water onbetaalbaar en onveilig, na de privatisering door het Franse bedrijf Suez. Enkel de rijksten konden hun rekening betalen. Duizenden mensen werden afgesloten van het water en waren aangewezen op vervuild bronwater. In 2000 leidde dit tot de grootste cholera-uitbraak in decennia: in Kwazulu–Natal, een provincie in het noordoosten van Zuid-Afrika, stierven 300 mensen en meer dan 120.000 mensen raakten geïnfecteerd.

EU en Wereldbank samen sterk
Toch worden landen in het Zuiden via allerlei akkoorden, zoals de GATS, onder druk gezet om hun watervoorzieningen over te dragen aan private bedrijven. Vooral Europese multinationals doen gouden zaken met water. De Europese Unie pusht de privatisering van de waterdistributie om een grotere afzetmarkt te creëren voor haar multinationals, zoals Suez en Veolia. In mei verklaarde een woordvoerder van de Europese Commissie nog dat water een verhandelbaar goed is, zoals alle andere goederen verhandelbaar zijn.

Ook de Wereldbank ziet de watervoorzieningen graag geprivatiseerd. Ontwikkelingslanden die een lening aangaan bij de Wereldbank, worden onder druk gezet om hun watervoorzieningen te privatiseren. Volgens Riccardo Petrella, oprichter van de Lissabongroep en auteur van ‘Het watermanifest’, is de Wereldbank de voornaamste ideologische actor in de ontwikkeling en de promotie van de heersende neoliberale opvattingen over water. “In plaats van een instrument voor de ontwikkeling van landen in het Zuiden, staat de Wereldbank in dienst van de rijke landen in het Noorden. Ze geeft geld aan ontwikkelingslanden zodat bedrijven uit het Noorden hun natuurlijke rijkdommen, zoals water, kunnen exploiteren. De opbrengsten daarvan vloeien niet terug naar het ontwikkelingsland zelf. Sinds het einde van de jaren ’70 zijn de landen met natuurlijke rijkdommen steeds armer geworden, terwijl de landen zonder rijkdommen rijker werden”, aldus Petrella.

In Cochabamba (Bolivia) leidde deze politiek in 2000 tot een echte wateroorlog. In ruil voor leningen moest Bolivia enkele publieke voorzieningen privatiseren. Nadat de firma Aguas del Tunari, eigendom van de Amerikaanse multinational Bechtel, het water in de stad overnam, stegen de prijzen met maar liefst 200%. Bovendien had Aguas del Tunari bovenop zijn veertigjarige concessie nog eens de controle verworven over de putten die lokale gemeenschappen hadden gegraven om in hun watertoevoer te voorzien. Daarop legden de inwoners van Cochabamba het openbare leven vier dagen lam en brak er een ‘wateroorlog’ uit. De overheid besloot het contract stop te zetten en nam de watervoorzieningen terug in handen.

Watersegregatie
Voorstanders van privatisering argumenteren dat de overheden in het Zuiden vaak noch de middelen, noch de deskundigheid in huis hebben om de bevolking van water te voorzien. Bedrijven zouden bovendien efficiënter werken en dus goedkoper zijn.

Riccardo Petrella spreekt dat tegen:” Wie proper drinkwater wil, moet investeringen doen. De dominante spelers zeggen dan dat de overheden zulke zware investeringen niet aankunnen. Maar een private sector wil winst maken, die doet geen investeringen daar waar ze er geen profijt uit kan halen. Op welk scenario stevenen we dan af? Goed water voor de rijken, voldoende water voor de middenklasse en geen water voor de armen? We mogen de verantwoordelijkheid van het waterbeheer niet overlaten aan de marktlogica, we moeten de publieke middelen heruitvinden en versterken. Water is gewoon té kostbaar.”

De VN heeft de boodschap alvast goed begrepen. Ze heeft het recht op drinkwater en sanitaire voorzieningen tot een fundamenteel mensenrecht verklaard. Maar zal deze historische beslissing ook voor de nodige veranderingen zorgen?

Hanne Stevens

Dit artikel maakt deel uit van het Oxfam-magazine Globo (°31): De Millenniumdoelstellingen, gewikt en gewogen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!