Hoe Wall Street een aanslag pleegde op de Amerikaanse middenklasse
Economie, Wall Street, Amerika's, Middenklasse, American Dream -

Hoe Wall Street een aanslag pleegde op de Amerikaanse middenklasse

donderdag 13 januari 2011 11:43

Generaties lang deden Amerikanen het beter dan hun ouders. Deze ononderbroken vooruitgang vormde hét sleutelelement in de realisatie van de American Dream: de belofte dat mits hard werk en discipline mensen het beter zouden doen dan hun voorvaderen. Maar begin deze eeuw veranderde deze droom in een nachtmerrie die nog steeds miljoenen Amerikanen het slapen belet.

Het basisfundament van ‘s werelds grootste economie – de Amerikaanse jobmachine – stokt. Tussen 2001 en 2010 sloten ruim 42.000 Amerikaanse fabrieken hun deuren. De Amerikaanse middenklasse zag ruim een derde van de traditioneel goedbetaalde productiejobs naar lagelonenlanden verhuizen. 1 op elke 5 Amerikanen is vandaag werkloos of werkt minder dan hij dat zou willen; 1 op elke 9 huishoudens heeft schulden bij de grote kredietkaartmaatschappijen en kan die niet aflossen; 1 op elke 8 hypotheken vertoont een betalingsachterstand van minimaal drie maanden. De armoede bereikte in oktober een hallucinant niveau: 42 miljoen Amerikanen overleven op voedselbonnen, 18% meer dan een jaar geleden. 100 miljoen Amerikanen verdienen vandaag minder dan hun ouders toen die even oud waren.

Begin november deelde The New York Times Amerika dan officieel in bij de bananenrepublieken, een twijfelachtige eer, voorbehouden aan landen waarin de 1% rijkste inwoners meer dan 20% van het nationaal inkomen verdienen. In de VS bezit de 1% rijkste mensen nu 24% van het nationaal inkomen (in 1976 was dat amper 9%). CEO’s van Amerika’s grootste bedrijven verdienden in 1980 gemiddeld 42 keer zoveel als een gewone werknemer; in 2001 was dat al 531 keer. De meest opvallende statistiek is misschien wel deze: tussen 1980 en 2005 verdween meer dan 80% van de totale Amerikaanse inkomens toename in de zakken van de 1% rijkste inwoners.

Niet voor niets dus vergrootte het aandeel van de financiële industrie in ‘s lands totale bedrijfswinsten tussen 1985 en 2007 van 16% naar 41%. Met andere woorden: vier op elke tien dollar winst die in de Amerikaanse economie werden gemaakt gingen rechtstreeks naar bedrijven op Wall Street. Banken stonden niet langer ten dienste van de economie; ze namen de economie gewoon over. De Amerikaanse regering stond erbij en keek ernaar… Of erger nog, ze moedigde deze gang van zaken aan.

Met de benoeming in 1981 van de CEO van Merrill Lynch, Donald Regan, tot minister van Financiën, maakte toenmalig president Ronald Reagan de weg vrij voor de overname van de Amerikaanse economie door Wall Street. Een andere zakenbank -Goldman Sachs – werd niet enkel de globale hofleverancier van succesvolle mensen in de financiële sector; ze werd ook snel hofleverancier van Amerikaanse ministers van Financiën en van voorzitters van de Amerikaanse centrale bank, de FED. Mensen die werden verondersteld de financiële wereld te reguleren – en zo de ruggengraat van het land – de middenklasse – te beschermen -, streefden uiteindelijk maar één doel na: ten allen tijde de winsten van Wall Street te maximaliseren. De klassieke boswachter werd al snel een graaiende stroper…

‘Ooit zei ik dat hebzucht goed was’, zegt Michael Douglas als de onverbeterlijke Gordon Gekko in de film Wall Street 2: Money Never Sleeps. Dan voegt hij er aan toe: ‘Nu is hebzucht ook legaal’. De huidige situatie beter verwoorden is moeilijk. Terwijl de doorsnee Amerikaan zijn job verloor, zijn huis in beslag zag nemen, de infrastructuur van zijn land stilaan naar derdewereldniveau ziet wegzakken en zijn spaargeld in het Wall Streetcasino verloor, moest diezelfde belastingbetaler de bankiers van Wall Street miljarden dollars toestoppen om ‘too big to fail’-banken overeind te houden. ‘De financiële sector,’ schreef Martin Wolf in de Financial Times (en dat is niet direct een linkse krant), ‘lijkt een machine te zijn geworden die inkomen en rijkdom transfereert van outsiders naar insiders en zo de kwetsbaarheid van de ganse economie alleen maar vergroot’.

Wall Street handelde niet zonder voorbedachten rade: toen duidelijk werd dat de lonen van 90% van de Amerikaanse families sinds 1973 -aangepast aan de inflatie- nog amper waren gestegen, creëerden de financiële goochelaars een vastgoedzeepbel zonder gelijke. Steeg de waarde van een huis tussen 1890 en 1990 ongeveer evenredig met die van de inflatie, dan werd vastgoed in de periode 1996 – 2006 plots 70% duurder. Als drugsdealers pushten banken Joe Sixpack -wiens loonbriefje altijd maar gelijk bleef- om geld op te nemen tegenover de virtueel gecreëerde meerwaarde van zijn eigendom. (Tegen eind 2006 waren 62% van de goedgekeurde hypotheken zogenaamde liar-mortgages, hypotheken die amper of geen verantwoording vereisten). De financiële crisis zou uiteindelijk 8.000 miljard dollar aan vastgoedwaarde vernietigen.

Gelijktijdig dokterden de lijkbidders van dit sterfhuis constructies uit die grote bedrijven toelieten hun bedrijfswinsten de wereld rond te sturen, waarbij jaarlijks zo’n 100 miljard dollar aan belastingen uit de handen van de Amerikaanse overheid blijft; een bedrag dat uiteraard door de Amerikaanse belastingbetaler moet worden bijgepast. Volgens cijfers van het Government Accountability Office hadden eind 2008 niet minder dan 83 van Amerika’s 100 grootste beursgenoteerde bedrijven vennootschappen opgezet in verre belastingsparadijzen met als doel de Amerikaanse fiscus te ontwijken. 74 van die 83 bedrijven kregen in hetzelfde jaar wel grote overheidscontracten toegeschoven. En dan is er nog de dubbele standaard in de inkomstenbelastingen, die in 2007 door supermiljardair Warren Buffett al werd geridiculiseerd; Buffett vroeg zich af waarom hij amper 17,7% van zijn inkomsten aan de belastingen moet afdragen terwijl dat voor zijn telefoniste 30% is.

Ondertussen kondigt zich al een volgende financiële wurgmoord aan. Volgens Elizabeth Warren, die als raadgever economie fungeert voor de Amerikaanse president Obama, staat het land aan de vooravond van een brutale credit card-crisis. Deze kaarten worden niet langer gebruikt om extra’s te betalen; ze zijn de levenslijn geworden van miljoenen door de crisis getroffen Amerikanen, die maandelijks tot 30% interesten krijgen aangerekend op hun openstaande schuld. Net als de rommelkredieten werden doorverkocht aan derde partijen hebben de Houdini’s van Wall Street ook nu de kredietkaartschulden gebundeld in receivables die ze vrolijk doorverkopen aan hefboomfondsen en pensioenfondsen. Het gaat dan ook om een markt waarin 864 miljard dollar omgaat. Warren vreest dat de middenklasse zo’n credit card-crisis niet meer te boven komt.

In haar boek ‘Third World America’ legt de Grieks-Amerikaanse Arianna Huffington uit hoe bedrijven uit de financiële, energie-, olie- en chemische sector steeds meer geld uitgeven aan de financiering van politieke campagnes. Voor elke senator en volksvertegenwoordiger die in Washington zijn kiesdistrict vertegenwoordigt, zijn 26 lobbyisten actief. Gerekend wordt dat elk van die politici jaarlijks gemiddeld om en bij de 6,5 miljoen dollar aan giften van bedrijven en belangengroepen ontvangt. Het geld gaat even goed naar Democraten als naar Republikeinen. In ruil voor dat geld verwachten bedrijven en drukkingsgroepen dat hun mensen in commissies mogen zetelen die hun sector reguleren. Resultaat voor Corporate America: recordwinsten, recordsalarissen en recordbonussen. Voor de rest van Amerika: de beurskrach van 2008, de rommelkredietencrisis, de vastgoedcrisis, het Enronschandaal en de implosie van de economie.

De broodnodige hervormingen binnen het politieke systeem doorvoeren om het tij te keren is onmogelijk: ze betekenen onmiddellijke pijn in ruil voor resultaten op de lange termijn en gaan dus in tegen de natuur van het beroep van politicus. Hoewel de eis om hervormingen in de financiële sector, na de val van de Lehman Brothers bank, vanzelfsprekend leek, heeft Wall Street in de maanden waarin over die hervormingen werd gedebatteerd elke dag zo’n 1,4 miljoen dollar geïnvesteerd in het overtuigen van politici dat men alles beter laat zoals het is. Met succes.
Amerika blijft zijn democratie dus nog even verkopen aan de hoogste bieder. Tot iemand opstaat die het waard vindt opnieuw te gaan lobbyen voor de Amerikaanse middenklasse en haar American Dream.

Bron :

Over de schrijver

Dominique Dewitte

Amerika heeft het moeilijk. Terwijl opkomende naties als China, India en Brazilië een nieuw wereldlandschap vormen, komen de Verenigde Staten economisch, sociaal en ook politiek onder steeds meer druk. Nooit eerder sinds de Grote Depressie van 1929 telde het land zo veel werklozen, nooit eerder had het land zo’n kolossale schuld en nooit eerder leek het water tussen Republikeinen en Democraten zo diep. De gouden jaren van Amerika lijken definitief voorbij.

Velen kondigen samen met het einde van de Amerikaanse wereldheerschappij ook graag de teloorgang van de Amerikaanse Droom aan. ‘Kijk maar, de American Dream was niet meer dan een mythe’, wordt nu gezegd. Maar is dat wel zo?

Dominique Dewitte reist de volgende maanden voor Express.be door de VS. Zijn indrukken schrijft hij neer in het weblog ‘America(n) Matters!’

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!