De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

De Wereld van Saffier – 3  – Champignons

De Wereld van Saffier – 3 – Champignons

zondag 17 november 2013 16:17
Spread the love

Voor moeder Elvira was de donderdag zowat een feestdag, dan viel haar wekelijks geïllustreerde magazine in de bus. Hoe meer ze op haar lijn paste hoe meer haar nieuwsgierigheid gedreven werd naar de bladzijden ‘Inbraak in je keuken.’
‘Morieljes, eierdooierzwammen, eekhoorntjesbrood, waar de mensen  zich toch allemaal mee bezig houden. Hier ook al, wasabimayonaise, harissa, zeegroenten, de geschubde inktzwam en moest je er dan nog iets aan overhouden, maar het zijn allemaal snippers, schilfers, fijne sneetjes, kruimels, die je nauwelijks op je bord ziet liggen,’  jeremieerde ze.
‘Design-eten, het hoeft niet zo nodig eetbaar te zijn, als het maar mooi lookt. Alles is tegenwoordig design,’ wist Saffier. 

Hortensia, de buurvrouw van schuin tegenover sloeg op de stoep haar stofvod uit, de arm gestrekt alsof ze een vlag voor overgave aan de vijand in de lucht stak, de vierde keer die dag. Vroeger hing naast de ingangsdeur van haar woonkamer een spreuk op geschept papier en ingekaderd:                                                                                                                                    ‘Ons huis is proper genoeg
om gezond te zijn.
Maar stoffig genoeg
om gelukkig te zijn’                                                                                                                                                                       
Haar man, moegetergd van haar kuiswoede had het in een kringloopcentrum voor een habbekrats op de kop getikt en hamerde het tegen de muur met de ingehouden maar woeste energie van ‘ik zet haar voor eens en altijd voor blok.’ Nu hij onder de zoden lag was het verdwenen, wellicht met hem in de kist begraven. Sedertdien hanteerde ze haar stofzakloze stofzuiger dagelijks neuriënd. Op het toilet zitten broeien was voor haar de uitgelezen gelegenheid om de vloer met bleke siertegels te inspecteren. Zag ze daar warempel geen vuiltje?  Neen, een klein insect, het bewoog. Ze boog zich voorover en kwam dichterbij. Toch een vuiltje, een fractie van een broodkruimel. Hoe was dat daar terecht gekomen?                                         Toen ze moeder Elvira aan de buitendeur zag riep ze:
‘Kijk eens of mijn schouw trekt!
Elvira zag uit de bouwvallige schoorsteen inderdaad treuzelende zwarte rook opstijgen.
‘De nachten worden frisser en trekken de bomen aan de mouwen. Her en der worden al op straten en pleinen tapijten uitgerold,’ beaamde ze buurvrouw.
Een eskader eenden vloog in formatie als geluidloze F-16-vliegtuigen laag over de daken.

Vader Fons voelde de klimaatverandering in zijn geteisterde knoken. Maar wanneer hij verontwaardigd was vergat hij de pijn.
‘Op een vierde van de wereldwijde landbouwgrond groeien gewassen die uiteindelijk weggegooid worden. En dan maar zaniken over de honger in de wereld.’
Saffier vond dat niet zo verrassend.
‘Als het niet perfect is komt het de supermarkt niet binnen. Je zult er niet gauw aardappelen vinden die lijken op teddybeertjes en paprika’s op Siamese tweelingen.’                                                                                                                                  Herhaaldelijk moest moeder Elvira haar man tot kalmte aanmanen om het peil van zijn bloeddruk uit de gevarenzone te houden. ‘Die krant is een pest,’ vond ze.
‘Belgen hebben een recordbedrag aan spaarcenten op de banken staan. Hallo, wie zijn die Belgen? Toch niet degenen die samen met een record van 2,9 miljard schulden opgezadeld zitten,’ foeterde hij.                                                                        Nog voor Saffier haar koffie leeg had en de deur uitstapte om naar school te hollen hoorde ze haar vader bezig:
‘Ik lees hier dat de man die door de regering tijdelijk in dienst genomen is om de spoorweg te hervormen het gratis wil doen. Ondertussen gaan uittredende topverdieners in de gauwte nog een gouden parachute, die nergens op slaat, weggraaien. Moet ik nu mijn hoed afdoen voor die interim-spoorbaas?’

Saffier dacht daar over na en ‘s avonds schreef ze in ‘Kafka in Belgie’:
‘Ik begrijp ik er geen bal van. Tot treurens toe worden we met de mantra om de oren geslagen: wij grootverdieners krijgen terecht uitzonderlijk hoge lonen in verhouding met de uitzonderlijk zware verantwoordelijkheid en de uitnemende bekwaamheid waar wij voor staan. Maar die tijdelijke invaller wil zijn taak naar behoren vervullen voor nul euro. Betekent dit dat zijn verantwoordelijkheid en bekwaamheid, evenredig aan dat bedrag, dan van nul en gener waarde zijn, ofschoon hij het er perfect vanaf brengt?’

Op de radio commentarieerde de sportreporter de nederlaag van de nationale ploeg: ‘De bal moet willen. Je kunt de beste zijn, maar als de bal er niet in wil, sta je voor paal.’                                                                                                                                En de weerman voorspelde: ‘Maar morgen valt er een doodgewone regen.’
‘Eens zien wat de morgenstond voor gedrukt goud in de mond heeft,’ geeuwde vader Fons.

‘Hoe kan dat toch? Elke dag komen er op deze aardbol een pak armen bij en tegelijk zijn er almaar meer miljardairs?’
Saffier reageerde. Er lag iets verbleekt in haar achterhoofd verscholen dat oplichtte. Ze liep naar boven: ‘Ik surf eens op internet.’ Enkele minuten later donderde ze triomfantelijk van haar kamer naar de living.
‘Ik heb iets waarvan je zult smullen. De Britse monnik Pelagius,een tijdgenoot van kerkvader Augustinus, schreef in de 5de eeuw: ‘Schaf de rijken af en ge zult geen armen meer hebben. Als niemand méér heeft dan hij nodig heeft, zal iedereen zovéél hebben als hij nodig heeft, want het zijn de enkele rijken die de oorzaak zijn van het groot aantal armen’.
‘Prachtig,’ prees haar vader. ‘Maar hoe doe je dat?’

Vader Fons kon niet meer mee.
‘Altijd maar opnieuw over de banken, bladzijden vol, to big to fail, zeg maar te groot om echt te zijn en ondertussen blijven ze maar aanzwellen als woekerend onkruid.’
‘We zijn de bank, iedereen, de hele bevolking, zit er op, hetzij met spaarcenten hetzij met torenhoge schulden,’ decreteerde Saffier, graaide naar haar boekentas en weg was ze.

Moeder Elvira had het graag geweten. Was de herhaaldelijke ceremonie met de stofvod door buurvrouw Hortensia van schuin tegenover een uiting van haar obsessie of eerder een voorwendsel om mogelijke straatscenario’s niet te missen? Dat ze schromelijk overdreef stond vast. Wanneer het regende en er kwam iemand binnen dan legde ze drie voetmatten achter elkaar.
‘Beter dan de mensen te vragen hun schoenen uit te doen. Ik wil het niet meer meemaken. Die man zat vol gaten, van kousen bleef niet veel over,’ vertrouwde ze haar eens toe. Anderzijds had haar echtgenoot, bij leven, moeder Elvira ooit eens in een vertrouwelijk moment bekend: ‘Ik loop bij mij thuis in een museum vol opschriftjes ‘niet aanraken.’ Versta je? het zou kunnen vuil worden.’

Hoog in de lucht was veel wind. Moeder Elvira zag het aan de wolkslierten, uitgestreken in strakke vogelveren.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!