De verzwegen analyse achter de schuldencrisis van de PIGS-landen

De verzwegen analyse achter de schuldencrisis van de PIGS-landen

dinsdag 31 mei 2011 12:59
Spread the love

‘PIGS’ staat, zoals bekend, voor de landen Portugal, Ierland, Griekenland en Spanje, waarbij je eventueel ook nog Italië zou kunnen voegen. Het zijn landen in de EU die een grote schuldencrisis hebben opgebouwd en een oplopend begrotings- en dus financieringstekort kennen. Een tekort zo groot dat bankroet dreigt en de euro – van wie  trouwens? – gevaar    loopt. Voor de andere EU-landen en het IMF een reden om ‘te hulp’ te schieten. Het is momenteel Griekenland – met een publieke schuld van 112% van het binnenlands product – dat een actueel exponent is van die schuldencrisis en waaromheen de analyses van het waarom van die schuld, en de vragen over die bemoeienis – hoeveel, hoever en hoe lang – niet van de lucht zijn. Tot nu toe heeft Griekenland een megalening van 110 miljard euro ontvangen. Maar om 2013 te halen is opnieuw 60 miljard nodig. De bijdrage van Nederland aan Griekenland bestaat tot nog toe uit een lening van 4.7 miljard euro, 25 miljard aan garanties met de toezegging van een verhoging tot 50 miljard, en 4 miljard in een tijdelijk noodfonds van de EU, waaruit leningen aan Griekenland kunnen worden gefinancierd. Wat moet een land als Griekenland zich toch gelukkig prijzen met zulke solidaire broeders in de EU-nood.  Of ligt het toch iets anders?

Een analyse ‘op niveau
Als het gaat om Griekenland, houden politici alom den volke graag voor dat de schuldencrisis daar te wijten is aan de luiheid van de Griek. ‘We kunnen geen eenheidsmunt hebben, terwijl sommigen veel vakantie hebben en anderen heel weinig’, aldus een populistische Merkel in een verkiezingstoespraak voor een Duits gehoor van uitgesproken tegenstanders van steun aan Griekenland. Andere politici, onder andere ook minister Verhagen en staatssecretaris Knapen in Nederland, echoën dit na of vullen aan dat Grieken te vroeg met pensioen gaan, bijna iedere Griek ambtenaar is en een vrijwel arbeidsloos inkomen verdient, en dat het land daarom (bijna) bankroet is. Griekenland zal dan ook de leningen tot op de laatste eurocent moeten terugbetalen. ‘Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten.’

De werkelijkheid
De realiteit blijkt vaak geheel anders dan in de analyses die geproduceerd worden met het oog op verkiezingen of op behartiging van het kapitaalsbelang.
Zo wordt in geen van de 34 industrielanden van de Oeso per hoofd van de bevolking zoveel uren gewerkt als in Griekenland. De Grieken werken 729 uur per jaar meer dan de Duitsers van Merkel. Ze blijken ijveriger dan de Japanners en de Amerikanen, en de werkelijke pensioenleeftijd is hoger dan – wederom – in het Duitsland van Merkel, België of Nederland.* Het argument van de luiheid is een rascistische bewering die dient ter camouflage van de werkelijke motieven en bedoelingen van de andere EU-landen met Griekenland.

Hoe de Griekse schuldencrisis dan wél te verklaren? De verzwegen analyse
De problemen van de Griekse publieke schuld begonnen tijdens de vorige rechtse regering van Karamanlis, toen Griekse hulpbronnen en staatsbedrijven op grote schaal werden geprivatiseerd, gepaard aan massale belastingontduiking door het (private) kapitaal dat staatsbedrijven had overgenomen. Volgens betrouwbare bronnen komt die belastingontduiking neer op 36 miljard euro.

Daar komt dan nog bij dat sommigen van de grootste Griekse reders hun hoofdkantoren om belastingtechnische redenen naar het buitenland verplaatsten.

Bovendien moet de Griekse staat grote schulden aangaan voor de ondersteuning van banken, die in een wilde en onverantwoordelijke jacht naar groei een financiële crisis veroorzaakten en om dreigden te vallen: de beruchte kredietcrisis.

Het resultaat van een en ander is dat de huidige Pasok-regering een bijna bankroet Griekenland aantreft, niet vanwege de voorgewende luiheid van de bevolking, maar vanwege de machinaties van het kapitaal zelf, dat de vermoorde onschuld speelt. Daar komt niet in de laatste plaats het mechanisme nog bij dat de ‘vrije’markt/het kapitalisme/het neoliberalisme onvermijdelijk leidt tot ongelijke ontwikkeling, een werking waarvan Griekenland en ook de andere PIGS-landen het slachtoffer zijn.

Die ongelijke ontwikkeling, onvermijdelijk eigen aan het kapitalisme/’vrije’markt, heeft direct verband met de moordende concurrentie tussen ondernemers als zij hun producten en diensten op de markt aanbieden. Om in die concurrentie staande te blijven zullen bedrijven moeten groeien, zijn ze alle onderhevig aan groeidwang. De ijzeren wet van het kapitalisme is groeien of ten onder gaan. Die groei en de economische macht is voornamelijk geconcentreerd in transnationale bedrijven (multinationals) in het Noorden (West-Europa, de VS en Japan), aangeduid als het Centrum, en de achtergebleven, van het Noorden afhankelijke economische ontwikkeling, zien we in het Zuiden (Zuid-Europese landen en ontwikkelingslanden), aangeduid als Periferie. Het is de economische macht die aan het Noorden de mechanismen verschaft om te trachten dankzij de exploitatie van de Periferie (trouwens ook van de eigen bevolking) aan de groeidwang te blijven voldoen, zo aan concurrentiekracht te winnen en de accumulatie op peil te houden.

Een voorbeeld van dergelijke mechanismen met betrekking tot de Periferie geeft Duitsland ons. Terwijl in de rest van Europa de lonen stegen, werden in Duitsland gedurende het laatste decennium de lonen verlaagd en/of bevroren, met als gevolg een aanzienlijke versterking van de Duitse concurrentiekracht, en een relatief verlies van concurrentiekracht in perifere landen, bijvoorbeeld Griekenland. En dat verlies toont zich in een tekort op de handelsbalans, een begrotingstekort en schuld, terwijl het Noorden niet bereid is de koers van de euro te devalueren, zodat de Periferie concurrerend kan produceren en zo orde op zaken kan stellen.
Duitsland en ook Frankrijk zijn wel bereid leningen te verschaffen, maar dan onder voor de leners gunstige condities, bijvoorbeeld dat Griekenland in ruil voor die leningen wapens in Duitsland en Frankrijk koopt. De Griekse overheid moet dat doen op kosten van de pensioenen en de sociale zekerheid
En de Periferie, ook Griekenland, gaat nog verder kopje onder in de maalstroom van imperialistische mechanismen uit het Noorden. Dat gebeurt als het IMF, de ECB (Europese Centrale Bank) en de EU er zich mee bemoeien en leningen verschaffen onder condities van deregulering, privatisering, en bezuinigingen op de overheidsuitgaven, zoals sociale zekerheid. Dergelijke leningen zijn niet bedoeld om de economie in Griekenland te redden, maar om de banken en andere partijen op de financiële markten te gerieven. De schuld vermindert niet, maar groeit gewoon door. Zo gaf de Griekse regering 108 miljard euro aan deze financiële markten, en was gedwongen de druk op de bevolking te verhevigen om met harde bezuinigingsmaatregelen het bankroet te voorkomen. Met als gevolg toename van armoede en werkloosheid, voor de oplossing waarvan het dan weer nieuwe leningen moet aangaan. De situatie in Griekenland is alleszins vergelijkbaar met die in ontwikkelingslanden.

Doodlopende wegen
Welke maatregelen het Noorden ook zal treffen tegen Griekenland en de Periferie in het algemeen, altijd zal het de voorkeur geven aan dié oplossing die het meest aan de accumulatie in het Noorden tegemoet komt. Het zullen dus altijd maatregelen zijn die de uitbuitingsgraad verhogen en dus geen bijdrage leveren aan de economische ontwikkeling van de Periferie.

Verder zijn er natuurlijk ook maatregelen die Griekenland zelf zou kunnen treffen om aan het bankroet te ontkomen.
Zo is denkbaar dat Griekenland besluit uit de EU te stappen en verder te gaan met de eigen oorspronkelijke munt de drachme. Of deze oplossing op korte termijn realiteitswaarde heeft valt ernstig te betwijfelen in het licht van de imperialistische tegenmaatregelen, die het Noorden tot zijn beschikking heeft en niet zal aarzelen toe te passen.
Een andere maatregel die Griekenland tot zijn beschikking heeft en die daar meer recent steeds meer in de aandacht komt, is om in navolging van Ecuador leningen, die volgens bepaalde criteria als illegitiem te beschouwen zijn, niet terug te betalen. Zulke criteria kunnen bijvoorbeeld zijn dat die leningen gesloten zijn zonder instemming van het Griekse volk of zelfs tegen zijn belang ingaan. Een dergelijke strategie zou een substantiële vermindering van de schuld kunnen opleveren, maar maakt geen einde aan de economische macht van het Noorden en de mechanismen van de uitbuiting die het ter beschikking heeft en uitoefent.

De uitweg
De meest fundamentele oplossing is natuurlijk de vervanging van het kapitalisme door een alternatieve economie, die wars is van imperialistische mechanismen, en die sociaal rechtvaardig is in respect voor de natuur.
De techniek en de knowhow op allerlei terreinen zijn al ver genoeg gevorderd, er zijn mensen in overvloed die de nodige arbeidskracht kunnen leveren, en we beschikken ook over voldoende grondstoffen, om nu en later alle bewoners van deze aarde een bestaan in  redelijke welvaart en welzijn te garanderen. Daarvoor hoeft niet eens de draagkracht van de natuur te worden overschreden.
Maar dat deze mogelijkheden niet gerealiseerd kunnen worden is vrijwel alleen toe te schrijven aan de factor geld, meer specifiek aan de investering van geld in de productieve en financiële sector, zoals in het kapitalisme en tot nog toe in alle economieën, het geval is. Men investeert geld om er meer uit te halen dan erin geïnvesteerd is. Dit levert een moordende concurrentie op tussen ondernemers bij verkoop van hun producten op de markt. Om in die concurrentie staande te blijven zal iedere ondernemer moeten proberen goedkoper te produceren dan de concurrent. Dat gebeurt met kapitaalintensieve productie, die veel arbeid overbodig maakt. Maar de noodzaak tot aanschaf van telkens nieuwe en duurdere machines legt een zware druk op de winst, zodat de winst de tendens vertoont te dalen. Om dit te compenseren zal men moeten groeien, zodat een dalende winstvoet vermeden kan worden door een grotere productie: groeidwang. Maar omdat de koopkracht van het volk te gering is, kan niet heel die productie geabsorbeerd worden. Het gevolg is overproductie, en dus crisis. Het kapitaal zal proberen die crises te vermijden zo lang het kan en zo lang het in zijn voordeel is, door maatregelen als nog verdere groei, bevriezing of verlaging van lonen, belastingvermindering door de afbraak van de sociale zekerheid, de opvoering van de uitbuitingsgraad van de working class people,  de vorming van transnationale bedrijven/multinationals om zo de moordende concurrentie zoveel mogelijk uit te schakelen, tot aan oorlogvoering toe. De Periferie, ook Griekenland en de working class people in het Noorden, zijn hier het slachtoffer van.

De oplossing is noodzakelijkerwijze een radicale: de afschaffing van geld in de productie. Hierdoor worden goederen en diensten gratis, en kunnen bij afzet op de markt dus geen moordende concurrentie veroorzaken. Deze maatregel maakt aldus een einde aan alle onzalige, onvermijdelijke mechanismen van het kapitalisme, en maakt ook banken overbodig. En in plaats van geld verdiend door inzet in het productieproces, komt een voor eenieder ongeveer gelijk periodiek budget, dat een redelijk welvarend leven mogelijk maakt, en dat door de overheid wordt uitgekeerd.  Dat budget bestaat uit een aantal ‘vervuilingseenheden’. Door inwisseling ervan kan de consument goederen en diensten verwerven aan welke van te voren een voor elk specifiek aantal vervuilingseenheden is toegekend (dat is de hoeveelheid vervuiling ontstaan tijdens het productieproces). Budget en vervuilingseenheden zijn zo op elkaar afgesteld dat een redelijk welvarend leven mogelijk is voor ieder, zonder dat de draagkracht van het milieu wordt overschreden.

In een economie, zoals het kapitalisme/’vrije’markt, die zowel de onvermijdelijke oorzaak is van crises, armoede en werkloosheid, en deze ook in stand moet houden met het oog op de decadente verrijking van een kleine meerderheid, is een afdoende oplossing noodzakelijkerwijze een postkapitalistische, waarvan we hier in het kort een voorbeeld gaven.
Een dergelijke oplossing is niet alleen noodzakelijk, maar ook een van de lange adem. Misschien dat de keuze van Griekenland uit de EU te stappen en zo een domino-effect te veroorzaken, het einde van het kapitalisme en de komst van een postkapitalisme dichterbij kan brengen.

———————————————————————–
*
www.dewereldmorgen.be/artikels/2011/05/19/merkel-liegt-grieken-hebben-te-veel-vakantie
Versteijnen.J., 2009, De zak van de duivel is nooit vol. Het graaikapitalisme, Soest,
Versteijnen, J., B. Snoek., W. Snip., 2010, Als markt en regering falen, Soest.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!