Bildung en burgerzin: De politieke rol van onderwijs

Bildung en burgerzin: De politieke rol van onderwijs

zaterdag 19 april 2014 15:28

Het zal weinigen ontgaan zijn, het absurde verbod op verkiezingsdebatten in scholen tijdens de sperperiode. Men kan dit bekritiseren vanuit het oogpunt van regelneverij, wat uiteraard een mooie manier van framing is aangezien het naadloos aansluit bij eerdere beslissingen, zoals het verbod op  Uber of de de reglementering van AirBnB. Maar veel problematischer is het signaal dat de onafhankelijke commissie met dit verbod wil uitzenden: Er is geen plaats voor politiek in de middelbare scholen. Als extra reden wordt aangehaald dat vaak niet alle partijen worden uitgenodigd, alsof dit bij tv-debatten het geval is. Dit is uiteraard absurd.

Een deel van de zesdejaars zullen nu voor de eerste keer gaan stemmen. Voor sommige is dit een spannend moment, anderen zullen eerder de schouders ophalen. Toch is het belangrijk dat iedereen zo geïnformeerd mogelijk gaat stemmen, en het onderwijs kan hierin helpen. Het is namelijk zelfs voor zeer geëngageerde en geïnteresseerde burgers niet eenvoudig om door het politieke bos de partijpolitieke bomen te zien, zeker niet in een uitzonderlijk zware verkiezing, met programma’s en standpunten op drie niveaus.

Zou het dan niet goed zijn als scholen hun leerlingen hier op een gebalanceerde manier bij begeleiden? Schooldebatten zijn uiteraard maar een van de pijlers, naast programma-analyses en debatten rond standpunten, maar ze zijn essentieel, want het dwingt politici vaak ook naar de leerlingen te luisteren. Zij hebben vaak misschien niet de cijferkennis, maar dat wil niet zeggen dat hun opmerkingen of bekommernissen niet vaak essentieel zijn.

En onderwijs speelt niet alleen een belangrijke rol bij verkiezingen, maar zou er altijd moeten naar streven om de democratie te versterken en grijpbaar te maken voor jongeren. Dit kan het op twee manieren doen. Ten eerste door de kennis van het systeem en de politiek te verbeteren. Hoe werkt het? Waar dienen belastingen voor? Hoe werken verkiezingen? Wat zijn de verschillende instellingen?

Ten tweede moet het ook mondige, kritische burgers vormen, die democratische waarden herkennen en erkennen. Dit gaat in tegen de notie dat onderwijs zo naadloos mogelijk moet aansluiten bij de noden van de arbeidsmarkt. Op lange termijn zijn we beter af met jonge burgers die op hun eigen manier bijdragen aan de democratie en de maatschappij, dan jonge werkkrachten die door gebrek aan informatie of interesse richting het apolitieke stromen.

Wij zien dan ook heil in twee specifieke vakken in het secundair onderwijs, voor alle richtingen, maar wel aangepast aan de leermethoden, interesses en capaciteiten van de specifieke leerlingen. In eerste instantie pleiten wij voor een vak ‘kritisch denken’ of ‘logica’. Hier leren leerlingen argumenteren, logisch redeneren, verschillende drogredenen doorprikken en zelf debatteren over maatschappelijke, politieke en ethische kwesties. In tweede instantie pleiten wij voor een vak ‘maatschappijleer’, waar leerlingen de hierboven beschreven werking van het politiek en overheidsbestel van dichtbij leren kennen, alsook de fundamentele principes van onze democratie.

Ambitieus?  Misschien wel. En het vereist ook een andere manier van lesgeven én evalueren. Reproductie is hier minder van tel, zeker bij een vak rond argumentatie en kritisch denken, maar het is wel de moeite waard om even onze voorliefde voor het betere papegaaienwerk opzij te zetten. Deze kritische reflex moet ook bij andere vakken terugkomen, bv. Door middel van analyse van kranten en andere media, ook sociale media, etc.

Ook het hogere onderwijs kan zijn rol hierin spelen. Wij vinden het belangrijk dat de richtingen die minder evident zijn of minder arbeidsmarktgericht blijvend gestimuleerd worden. We hebben het hier in casu over de Letteren, sociale wetenschappen of wijsbegeerte. In het beste geval wordt er door mensen die alle heil van de arbeidsmarkt zien komen nogal neerbuigend over gesproken, in het slechtste geval wil men studenten ontmoedigen door een voorstel om de inschrijvingsgelden van deze “nutteloze” richtingen te verhogen.

Mensen als Martha Nussbaum of Alain De Botton pleiten net voor meer aandacht voor letteren, filosofie en ethiek in ons onderwijssysteem, aangezien de zachtere humane wetenschappen een tegengewicht kunnen bieden voor de economische en exacte wetenschappen. Zoals een wetenschap ethiek nodig heeft om niet te ontsporen, zo heeft het marktdenken de menswetenschappen nodig om de democratie te versterken.

Onderwijs moet ideologisch neutraal zijn, maar heeft net een zeer maatschappelijk-politieke taak. Het moet jonge mensen mee vormen, en wij vinden dat het Bildungsideaal te afwezig is. Het is te afwezig als het te veel over feitenkennis gaat, maar het is even goed afwezig als het louter over praktische vaardigheden gaan die ons moeten helpen goede werkkrachten te worden. De democratie is een complex kluwen en het politieke stelsel voor zelfs geïnteresseerden vaak technisch en complex.

Door studenten niet te stimuleren om na te denken over mens, maatschappij en politiek verzwakken we onze democratie en voeden we antipolitieke sentimenten en onverschilligheid. Uiteraard kan men niet van onderwijs verwachten dat het een zaligmakend recept is, en dat alle jongeren plots mondige, kritische burgers worden die de democratische waarden onderschrijven en het politiek bestel kunnen analyseren. Maar net zoals bij alles wat met onderwijs te maken heeft, moet het onze ambitie zijn om onze leerlingen en studenten maximaal hierin te ondersteunen. Laat het politieke debat dus maar toe in onze klaslokalen, en stimuleer het ook in de curricula en de eindtermen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!