Foto: Jernej Furma, Flickr / CC BY 2.0 (More information about the rights of this work, see below article)
Opinie - Olivier Malay

Hoe raken we zonder kleerscheuren uit de crisis? Analyse van relanceplannen en overheidsschuld

Crisissen kunnen tot heel verschillende resultaten leiden. Alles hangt af van de maatregelen die genomen worden om er uit te geraken en van de krachtsverhoudingen in de samenleving.

donderdag 18 maart 2021 21:45
Spread the love

 

Bijvoorbeeld, de crisissen van 1980 en 2008 hebben geleid tot tien jaar streng begrotingsbeleid, betaald door de populatie. De crisis van de Tweede Wereldoorlog daarentegen heeft geleid tot de oprichting van de welvaartsstaat, loonsverhogingen, arbeidsduurvermindering, enz.

Hierbij stellen we vast dat niet alleen de economische context en rol speelt. Na de Tweede Wereldoorlog was de economische context ongunstig. Europa lag in puin, de staatsschuld was torenhoog en het moreel had een dieptepunt bereikt (er werd uitgegaan van een economische stilstand). Toch werd toen het meest sociale beleid uit de geschiedenis gevoerd. Dit beleid heeft de economie niet vernietigd, integendeel: het droeg bij aan een jaarlijkse economische groei van 4 à 5%.

De gevolgen van de Covid-19 crisis hangen dus af van wat we ermee doen.

Hoe efficiënt een crisis het hoofd bieden?

Een crisis houdt in dat de bedrijven hun producten niet langer verkocht krijgen en overgaan tot massale ontslagen. Dit betekent dat de productie (het “aanbod” van goederen en diensten) te groot is ten opzichte van wat de mensen kunnen kopen (de “vraag”). Ondernemingen komen bijgevolg in zware problemen terecht.

De economie heeft drie motoren, die de vraag creëren:

  1. Consumptie van de gezinnen
  2. Overheidsuitgaven
  3. Ondernemingsuitgaven

In de Covid-crisis hapert motor 3, namelijk de uitgaven van de ondernemingen. Ze geven minder uit, hetgeen leidt tot de recessie van de economie. Om sneller uit de crisis te geraken, moet de economie opnieuw gelanceerd worden door de andere motoren op te drijven, door de consumptie van de gezinnen en de overheidsuitgaven te verhogen, om zo een voldoende vraag te creëren.

Vooraleer over te gaan tot de relance, tracht de overheid eerst de bedrijven te redden die nog gered kunnen worden, door middel van steunmaatregelen.

Het betreft volgende exitstrategieën:

Steunmaatregelen

In de meeste landen werden deze maatregelen uitgevaardigd: de overheden hebben bedrijven, zelfstandigen en gezinnen geholpen door middel van subsidies of andere maatregelen zoals tijdelijke werkloosheid. Het belang van deze maatregelen is dat zij voorkomen dat normaal gezonde ondernemingen failliet gaan, hetgeen de economie aanzienlijk zou verzwakken en de overheid nog meer zou kosten. Hierdoor wordt eveneens een excessieve toename van de ongelijkheid en een buitensporige daling van de gezinsconsumptie voorkomen.

Deze strategie heeft wel als keerzijde dat het door de overheid geleende geld terugbetaald zal moeten worden (zie verder).

Vanuit een progressief oogpunt zijn ondersteunende maatregelen ongetwijfeld noodzakelijk. Nochtans moeten we niet gelijk welke steunmaatregelen aanvaarden: deze moeten gekoppeld zijn aan de voorwaarde van het behoud van de werkgelegenheid als zij winstgevend zijn, aan de niet-betaling van dividenden, eerder gericht zijn op de openbare sector dan op de privé-sector … Dit is in België niet gebeurd.

De gezinsconsumptie stimuleren

Het doel is de koopkracht van de gezinnen te verhogen, zodat de bedrijven weer voldoende klanten kunnen vinden. Momenteel beschouwen bedrijven het gebrek aan afzetmogelijkheden voor hun productie als de eerste oorzaak van hun moeilijkheden. Zo zou bijvoorbeeld moeten worden besloten tot een reële loonsverhoging in de Groep van Tien. Dat is echter niet de enige manier om de koopkracht te laten toenemen. De overheid kan de socialezekerheidsuitkeringen verhogen of de openbare diensten uitbreiden (en dus de financiering daarvan verhogen). Meer algemeen kan ze de consumptie subsidiëren: daarbij moet de consumptie door particulieren worden verhoogd, zodat ze meer kopen, waardoor bedrijven hun producten kunnen verkopen. Dit alles stimuleert de economische activiteit.

Hogere overheidsuitgaven om de consumptie te stimuleren impliceren uiteraard een verhoging van de overheidsschuld.

Als een dergelijk plan echter voldoende economische activiteit creëert, kunnen de kosten ervan geheel of gedeeltelijk worden gedekt (voor de staat door nieuwe belastinginkomsten, of voor de ondernemingen door een stijging van hun verkoop).

Deze maatregelen vormen de kern van wat vaak een “herstelplan” wordt genoemd. Historisch gezien waren zij de dominante economische strategie tussen 1945 en 1980. Deze strategie is ook deels in de VS toegepast na de crisis van 2008, en is de leidraad voor de herstelplannen van Joe Biden in de VS (minimumloon gaat naar 15$) of Angela Merkel in Duitsland (-3% BTW, uitkering van 300€ per kind). België heeft geen eigen herstelplan voorzien naast het Europese plan, wat te betreuren valt.

Aangezien herstel kosten met zich meebrengt, komt het erop aan een voor de werknemers gunstig evenwicht te vinden tussen herstel door consumptie, duurzame schuldenlast (zie hieronder) en steunmaatregelen voor bedrijven.

Op korte termijn zou een herstelplan echt een troef zijn, omdat het een aantal faillissementen en banenverliezen die voor 2021 zijn aangekondigd, zou voorkomen. De snelste manier om dit te verwezenlijken is het invoeren van loonsverhogingen op korte termijn.

In een open economie, zoals in België, komt een gedeelte van het relanceplan ten goede van het buitenland, omdat Belgen ook voor een deel buitenlandse goederen consumeren. Maar de relanceplannen van die landen komen dan op hun beurt ten goede aan België als exportland. Het is dus belangrijk dat er in elk van die landen druk wordt uitgeoefend zodat er ambitieuze relanceplannen uitgewerkt worden, om zo in te gaan tegen de bedrijven van de verschillende landen die willen genieten van het relanceplan van de buurlanden, zonder echter zelf bij te dragen aan de relance.

In crisistijden bevelen overigens de meerderheid van de economen herstelplannen aan. Er is wel discussie over de mate waarin de schuld houdbaar is.

En tenslotte moet worden vermeld dat de herstelplannen sinds kort steeds meer worden bekritiseerd omdat zij de milieuverontreiniging doen toenemen hoewel de economie erdoor wordt gestimuleerd.

Overheidsinvesteringen verhogen

Om de economie nieuw leven in te blazen, kan de overheid ook grote openbare investeringsplannen maken. Daartoe moet men zich richten op gebieden waarin te weinig wordt geïnvesteerd (bv. infrastructuur) of die veelbelovend zijn voor de toekomst (duurzame, technologische, biotech-sectoren, enz.). Hier gaat het niet zozeer om herstel op korte termijn door gezinsconsumptie, zoals hierboven vermeld, maar om overheidsinvesteringen op middellange tot lange termijn. Als snel en doelgericht tot deze investeringen wordt besloten, kunnen de negatieve effecten van de crisis worden tegengegaan en kan de economische en sociale situatie blijvend worden verbeterd. Dit is waarschijnlijk de beste manier om uit een crisis te geraken of zelfs om de economie in het algemeen te beheren.

De investeringsplannen van de jaren dertig en de jaren 1945-1974 waren gebaseerd op het idee dat investeren de goedkoopste manier was om uit een crisis te geraken, en ze waren succesvol. Ook de Europese Green Deal is hierop geïnspireerd en wil investeren in woningisolatie, hernieuwbare energie, digitalisering, enz. België zal kunnen profiteren van 6 miljard van deze EU-investeringen. Ook al lijkt dat veel, toch is het zeer bescheiden voor een investeringsplan.

Het nadeel van een investeringsplan is dat het terugbetaald moet worden. Vaak brengt het plan voordelen met zich mee die de kosten dekken, maar als dat niet het geval is, verhoogt het de schuld van de overheid. Daarom moet er worden geïnvesteerd zolang dat economisch relevant is (geld dat goed wordt besteed en in sectoren met een minimum aan rentabiliteit, zoals woningisolatie of groene technologieën). Ook moet er worden gefocust op sectoren met een hoge sociale en ecologische waarde.

Tenslotte moeten deze investeringen, indien ze een rechtstreeks rendement voor de staat en niet voor de particuliere sector moeten opleveren, worden verricht in overheidsbedrijven en overheidssectoren (anders gaat het om een volledige subsidie aan de privésector). Men spreekt dan over een “PPS” of “publiek-publieke samenwerking”. Denk bijvoorbeeld aan investeringen in openbare windmolenbedrijven (zoals Elicio), openbare banken (Belfius), publieke huisvesting of spoorwegen, of de isolatie van openbare gebouwen. Hierdoor wordt de werkingssfeer van de openbare diensten uitgebreid en wordt democratische controle van het overheidsgeld mogelijk. Waakzaamheid ten aanzien van het juiste gebruik van het geld en echte democratische controle zijn hier echter wel een vereiste.

Uit een progressief perspectief is het wenselijk de overheidsinvesteringen op te trekken als een manier om op lange termijn faillissementen en ontslagen te vermijden. Er moet aandacht worden besteed aan het feit dat de investering wordt gedaan in sectoren die maatschappelijk nuttig zijn en/of verband houden met de ecologische overgang

Wie gaat de overheidsschuld betalen?

Volgens de NBB zal de Belgische overheidsschuld de komende jaren stijgen van 98,1% van het BBP (eind 2019) tot bijna 117% in 2021 (+75 miljard euro). Dit komt ten dele doordat de daling van de economische activiteit de belastinginkomsten heeft doen dalen, maar ook door het feit dat, zoals hierboven vermeld, de meeste maatregelen om de crisis te bestrijden of te boven te komen de staat geld hebben gekost (21 miljard euro in 2020 volgens de NBB).

Momenteel (en al verscheidene decennia) wordt de meeste schuld niet in verband gebracht met te veel investeringen of uitgaven, maar vooral met dalende inkomsten en steunmaatregelen voor het bedrijfsleven.

De schuld kost ons momenteel niets omdat de rente dicht bij 0% of zelfs negatief is. Op een gegeven moment zal de schuld echter moeten worden terugbetaald, tenzij ze investeringsuitgaven dekt die voldoende inkomsten hebben gegenereerd. De leningen hebben een looptijd van 10-15 jaar … en we weten niet of de rente tegen die tijd nog steeds op nul zal staan om tegen lage kosten opnieuw te lenen. De schuld kan op drie manieren worden terugbetaald:

  1. Door werknemers te laten betalen
  2. Door het kapitaal te laten betalen
  3. Door ervoor te zorgen dat niemand betaalt

Laat ons de verschillende mogelijkheden analyseren.

Werknemers laten betalen: begrotingsdiscipline

Een eerste manier om de schuld af te lossen is de werknemers, of meer algemeen de bevolking, te laten betalen. Zo is het gegaan na de crisis van 2008, toen de regering het grootste deel van de budgetten voor sociale zekerheid en overheidsdiensten bevroor of verminderde. Zodoende heeft de overheid de uitkeringen aan de bevolking verminderd (werkloosheid, pensioenen, tijdskrediet, etc.), waardoor veel mensen in een precaire situatie terecht zijn gekomen. Om een orde van grootte te geven: de pensioenhervormingen sinds 2012 hebben de werknemers tussen 2012 en 2020 8 miljard euro gekost.

Zelfs vanuit een strikt economisch perspectief is deze strategie niet erg doeltreffend. Minder koopkracht betekent namelijk minder groei en minder belastingopbrengsten… waardoor de schuld toeneemt. Maar ondanks de beperkte doeltreffendheid, werd deze strategie wel het meest toegepast om de schuld in de laatste decennia terug te betalen (zie bv. het Globaal Plan onder de regering Dehaene in 1993).

Wanneer de overheid zich in de schulden steekt voor relancemaatregelen, bestaat altijd het risico dat de werknemers een paar jaar later de rekening betalen. Dat is wat er ons te wachten staat, tenzij de werknemers erin slagen de volgende twee oplossingen op te leggen.

Het kapitaal laten betalen: een belasting op kapitaal of op het hoogste inkomen

Uit het laatste Oxfam 2021-rapport blijkt dat rijkere mensen de verliezen die ze als gevolg van de crisis hebben geleden, al hebben kunnen goedmaken. Bovendien is het fortuin van miljardairs die actief zijn in de farmaceutische, technologische en industriële sectoren tussen april en juli met 40-50% gestegen, zo blijkt uit een studie van de UBS-bank en de consultant PWC. In België hebben 17 van de 20 Bel20-bedrijven in 2020 dividenden uitgekeerd. Bijvoorbeeld, Colruyt heeft 180 miljoen euro aan dividenden uitgekeerd midden in de tweede coronagolf. Tevens wordt een deel van de hoogste inkomens rijk door leningen te verstrekken aan de staat, die deze op hun beurt moet terugbetalen.

Het zou legitiem zijn dat de rijksten een groot deel van de overheidsschuld als gevolg van de uit de crisis betalen, zou legitiem zijn. Volgens de econoom Paul de Grauwe (KU Leuven en LES) zou het in België belasten van de rijkste 5% van de bevolking tegen 2% van hun vermogen de staat 11 miljard euro per jaar opleveren. De schuld die als gevolg van de coronavirus is ontstaan, zou in zes jaar worden afbetaald.

De Franse econoom Thomas Piketty (Universiteit van Parijs), die op 9 februari 2021 voor de commissie Financiën van de Kamer verscheen, was het hiermee eens en merkte op: “In de geschiedenis, en vooral in post-crisissituaties, bedroegen de belastingen op vermogen 50 procent in Duitsland of 80 procent in Japan.”

Vanuit syndicaal standpunt is het van cruciaal belang om belastingen voor te stellen op hoge inkomens of op kapitaal, want als deze laatste niet bijdragen, zullen de kosten van de schuld op de schouders van de werknemers terechtkomen. Uiteraard verzetten de werkgeversfederaties zich tegen dergelijke maatregelen. Een overwinning boeken op dit gebied vergt dus strijd.

Ten slotte valt op te merken dat de belasting van 0,15% op effectenrekeningen die momenteel in de regering wordt besproken, in wezen symbolisch is en in het beste geval 400 miljoen euro per jaar zou opleveren.

Ervoor zorgen dat niemand betaalt

Er zijn een aantal manieren om de schuld nooit echt terug te betalen.

Een deel van de schuld annuleren

België zou er simpelweg voor kunnen kiezen een deel van de schuld niet te betalen. Sommige landen als Argentinië in 2006 of Duitsland in 1953 hebben dit al gedaan. In de praktijk zou dit kunnen als de schatkist leeg is en door de schuldeisers te verrassen. Dit scenario is echter op dit moment onwaarschijnlijk.

Investeringen en groei lossen de schuld af

Als er groei is, zal het gewicht van de overheidsschuld mechanisch afnemen. Aangezien de schuld berekend wordt als percentage van het BBP, daalt de schuld/BBP-ratio als het BBP stijgt. De schuld neemt in de praktijk niet af, maar het belang ervan wel, naarmate de economie groeit. Zo zal bij een jaarlijkse BBP-groei van 3 procent de schuld/BBP-ratio elk jaar met 3 procent dalen.

Als de overheidsinvesteringen geld opleveren, dan zal dat een deel van de schuld aflossen. Met een herstelplan van 6 miljard euro vanuit Europa (tegenover meer dan 60 miljard euro aan opgelopen schulden) zal België echter nooit alles kunnen terugbetalen.

Er is te weinig stimulering geweest en te weinig geïnvesteerd om te kunnen rekenen op aflossing van de gehele schuld.

De Europese Centrale Bank koopt de Belgische schuld terug en annuleert ze

Heel simpel gezegd komt het erop neer dat de Europese Centrale Bank (ECB) geld creëert, de schuld van de lidstaten opkoopt en nooit echt om terugbetaling vraagt. Daardoor zouden de staten hun stimuleringsbeleid kunnen financieren zonder zich zorgen te maken over schulden.

Momenteel hebben veel mensen hun hoop gevestigd op deze strategie op Europees niveau en in februari 2021 hebben 100 economen dit voorstel gedaan. Deze strategie stuit echter op twee obstakels: (1) De ECB mag juridisch gezien geen geld aan de staten geven. De voorzitster van de ECB heeft dit trouwens categorisch geweigerd. Een overeenkomst tussen grote staten zou nodig zijn om de regels enigszins te omzeilen, hetgeen onder de gegeven omstandigheden niet onmogelijk is. (2) Het is historisch zo dat toen nationale staten deze strategie van geld drukken toepasten, dit tot inflatie leidde. Als de centrale bank bijvoorbeeld de hoeveelheid geld in omloop met 3% verhoogde, zouden de prijzen ook met 3% stijgen. In de Europese Verdragen is dit soort overheidsfinanciering om een aantal redenen (met name omdat de inflatie de spaarders benadeelt) verboden.

Momenteel is het risico op inflatie minimaal. De inflatie ligt sinds 2015 extreem laag, en zelfs als geldschepping de inflatie met een paar procent zou verhogen, zou deze nog steeds laag blijven. Inflatie is op dit moment dan ook geen echt probleem.

Geldschepping door de Centrale Bank is dus een mogelijkheid. Het is zelfs veel waarschijnlijker dan twee jaar geleden, maar toch niet zeker.

Conclusie

Gezien de omvangrijke schuldenlast van België zal de populatie bezuinigingen alleen kunnen vermijden als 1) de Centrale Bank geld creëert of als 2) de schuld terugbetaald wordt door belasting te heffen op de hoogste vermogens of het kapitaal.

Helaas hangt het beleid van de ECB niet van ons af en is het onzeker. Aan de andere kant is het zo dat de bijdrage van de rijksten afhangt van het machtsevenwicht dat de vakbonden en de populatie al dan niet willen creëren. Anders valt bezuiniging te verwachten. Het is daarom van cruciaal belang dat de belasting van de rijksten aan de orde word gesteld. Uiteindelijk zal iemand de crisis moeten betalen, en het is belangrijk de rekening te kunnen richten aan andere mensen dan de arbeidswereld.

In de komende maanden zullen de politici naarmate de vakbondswereld een offensiever standpunt inneemt (over de lonen of de pensioenen in september), minder impopulaire bezuinigingsmaatregelen durven te nemen en meer alternatieven moeten overwegen.

Algemene conclusie

Om uit de crisis van de Tweede Wereldoorlog te geraken, werd een cocktail van relance door consumptie en overheidsinvesteringen tot stand gebracht, gefinancierd door de centrale banken en door belasting op de rijksten. Nier door bezuinigingen op werknemers. In de VS is de belasting op de hoogste inkomens in 1960 gestegen tot 90 procent. Toch hebben deze belastingen niet verhinderd dat de economie elk jaar met 4 à 5 procent is gegroeid.

Een dergelijke uitweg uit de crisis is dus economisch mogelijk. Het politiek laten gebeuren is een heel andere zaak. Dat hangt voor een deel af van externe factoren, zoals het beleid van de Europese Centrale Bank, maar vooral ook van wat de werknemers gaan doen. Het belangrijkste is dat werknemers in staat zijn loonsverhogingen te bekomen die tot economisch herstel op korte termijn zullen leiden. Maar ook dat ze de politiek ertoe kan aanzetten de schuld te laten betalen door het kapitaal of de meest vermogenden te belasten.

 

Olivier Malay, doctor in de economie (UCLouvain) en lid van de studiedienst van ACV VD.

Foto: Jernej Furma, Flickr / CC BY 2.0 

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!