(foto Wikipedia)
Nieuws, Wereld -

54 baby’s sterven door nieuw vaccin in India

NEW DELHI — Toonaangevende Indiase kinderartsen roepen op om nieuwe vaccins strenger te evalueren voor ze deel gaan uitmaken van het nationale vaccinatieprogramma. Meer dan vijftig baby’s stierven kort nadat ze een nieuw vaccin toegediend kregen.

maandag 10 februari 2014 15:57

Volgens gegevens van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Gezin lieten op een jaar tijd 54 baby’s het leven na toediening van een nieuw vijf-in-één-vaccin.

Dat werd in december 2012 in enkele Indiase deelstaten geïntroduceerd en wordt geleidelijk uitgebreid. 

Vijf microben

Het pentavalent-vaccin werd ontwikkeld om kinderen te beschermen tegen infectie door toedoen van vijf verschillende microben.

Bovenop de bescherming van het traditionele vaccin tegen difterie, kinkhoest en tetanus (DTP), biedt het uitgebreide vaccin ook bescherming tegen Haemophilius influenza type B (hersenvliesontsteking) en hepatitis B.

“Per 4000 kinderen die gevaccineerd werden, is er een kind overleden”, zegt Jacob Puliyel, hoofd pediatrie in het St. Stephen-ziekenhuis in New Delhi. “Als we dat zouden doortrekken op de 25 miljoen geboorten in India, zouden dat 6250 baby’s zijn die elk jaar sterven als gevolg van hun vaccinatieprogramma.”

“De enorme kost aan mensenlevens is moeilijk te rechtvaardigen”, zegt de arts. Hij voegt daaraan toe dat het DTP-vaccin veel betere scoorde op het vlak van veiligheid.

Verbod

Kinderartsen geloven dat de rapporteringscijfers niet altijd even betrouwbaar zijn voor elke staat en dat de kans groot is dat er meer baby’s stierven. Ze vragen een verbod op het gebruik van het vijf-in-één-vaccin tot er meer onderzoek wordt gedaan.

Puliyel zegt dat het vaccin toegelaten werd op vraag van de Nationale Adviesgroep voor Immunisatie (NTAGI).

In september vorig jaar stapte arts en gezondheidsexpert Yogesh Jain al naar het Hooggerechtshof om het gebruik van deze vaccins aan te klagen. Zijn advocaten betoogden dat het vijf-in-één-vaccin verboden is in Canada, de Verenigde Staten, Europa, Australië, het Verenigd Koninkrijk en Japan en ook in de ontwikkelingslanden Pakistan, Bhutan, Sri Lanka en Vietnam, als gevolg van zuigelingensterfte.

Wereldgezondheidsorganisatie

In de meeste landen vindt een vaccin zijn weg naar het nationale vaccinatieprogramma na grondig onderzoek naar de impact van de ziekte, en de veiligheid, werking en kostenefficiëntie van het vaccin. Pas dan kan het in aanmerking komen voor opname in het vaccinatieschema.

“De laatste tijd heeft de Wereldgezondheidsorganisatie vaccins aanbevolen zonder rekening te houden met de lokale kosteneffectiviteit”, zegt Puliyel. “Ook organisaties zoals de Globale Alliantie voor Vaccinatie en Immunisatie forceren soms nieuwe vaccins in India of andere ontwikkelingslanden door in belangrijke subsidies te voorzien in de introductiefase.”

“De NTAGI moet een onafhankelijke en transparante organisatie zijn die invloeden van buitenaf kan weerstaan”, zegt Sumbul Warsi, kinderarts en medisch directeur van het Holy Family-ziekenhuis. “De laatste tijd is er veel beïnvloeding te merken in het introductieproces van een vaccin.”

Volgens Puliyel is het typisch dat de financiering wordt stopgezet zodra een vaccin toegang vindt tot het nationale programma. De regering blijft dan achter met de kost om “een twijfelachtig en soms zelfs gevaarlijk vaccin” te blijven ondersteunen.

Auteur: Ranjit Devraj

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!