Gevolgen van oliewinning in Ecuador
Nieuws, Wereld, Milieu, Ecuador -

Ecuador voert druk rond Yasuni-olie op

"Ecuador zal niet oneindig blijven wachten" op internationale financiële steun om rijke olievoorraden onder een natuurreservaat in het Amazonegebied onaangeroerd te laten. Eind dit jaar beslist president Rafael Correa of de olie toch wordt bovengehaald, zegt de Ecuadoraanse minister van Natuurlijke Hulpbronnen, Wilson Pástor.

woensdag 13 juli 2011 13:15

Minister Pástor maakte dinsdag (12 juli) details bekend over de exploitatieplannen die Ecuador smeedt om op alles voorbereid te zijn. Er moeten 14 boorputten komen, die een investering van 63 miljoen euro zullen vergen. Het transport van de olie wordt niet al te moeilijk: de nieuwe velden zijn maar een kleine honderd kilometer verwijderd van een bestaande pijpleiding. De eerste olie zou in de herfst van 2012 bovengehaald kunnen worden.

Eerder werd al bekend dat de Ecuadoraanse regering sinds maart oliemaatschappijen contacteert die geïnteresseerd kunnen zijn in het project. Maar officieel blijft het allemaal voorwaardelijk. Als Ecuador genoeg geld krijgt van donorlanden, blijft de olie in de grond.

Ecuador vraagt 2,6 miljard euro

Het idee werd ruim tien jaar geleden gelanceerd door de Fundación Natura, de grootste milieuorganisatie in het land. In de ondergrond van het nationaal park Yasuni, een reservaat van 982.000 hectare, en de buffergebieden eromheen gaan zeker 846 miljoen vaten olie schuil. Die laten zitten beschermt de indianen die in het gebied wonen en de fabelachtige natuurlijke rijkdom. Bovendien wordt zo de uitstoot van 407 miljoen ton koolstofdioxide vermeden. Daarvoor moet de internationale gemeenschap wel wat over hebben, luidt de redenering, want Ecuador loopt veel geld mis door de olievoorraad niet aan te spreken.

In 2007 nam president Correa de eis over. Hij wil ten minste 3,6 miljard dollar (2,6 miljard euro) zien binnenkomen van internationale donoren, de helft van wat de olie zou opleveren. De internationale steun zou over een periode van dertien jaar moeten worden overgemaakt. Eind dit jaar zou er minstens 100 miljoen dollar (71 miljoen euro) moeten zijn toegezegd.

Voorlopig ziet het er niet goed uit. In het speciale trustfonds dat bij de Verenigde Naties werd gecreëerd, zit nog maar 1,4 miljoen dollar (een miljoen euro), nauwelijks meer dan wat het internationale lobbywerk voor het initiatief de Ecudoraanse regering heeft gekost. Spanje stortte een miljoen dollar (710.000 euro), Chili 80.000 dollar (57.000 euro). De Waalse regering heeft een eerder symbolisch bedrag toegezegd.

Plan B steeds waarschijnlijker

In juni liet Duitsland weten dat het geen bijdrage zal leveren – dat zou immers een precedent scheppen dat het land duur te staan kan komen. Dat Duitse standpunt zou door veel andere landen kunnen worden gevolgd. In veel rijke landen is er wel druk van de milieubeweging en ontwikkelingsorganisaties om in te gaan op het Ecuadoraanse voorstel. In België lanceerden de ontwikkelingsorganisaties 11.11.11 en Broederlijk Delen in juni nog een oproep in die zin.

President Correa heeft het dan ook geregeld over “plan B”. In zijn regering zijn er uitgesproken voorstanders van de exploitatie van de grote olievoorraad. De zogenaamde ITT-velden in en rond het natuurreservaat bevatten zeker 846 miljoen vaten olie, waarschijnlijk het dubbele van die hoeveelheid en misschien wel het drievoudige, zegt minister Pástor. De openbare oliemaatschappij Ecuador overwoog al in 2007 op welke  manier die voorraden het beste kunnn worden bovengehaald.

Als het licht op groen wordt gezet, zullen volgens Pástor de velden van Tiputini en Tambococha in de bufferzone rond het natuurreservaat worden aangeboord, en niet het veld van Ishpingo dat middenin het beschermde gebied ligt. Maar milieubeschermers vrezen toch voor onherstelbare milieuschade. President Correa zegt echter dat hij eerst en vooral aan het welzijn van de Ecuadoranen moet denken. Ecuador is erg arm en heeft oliegeld hard nodig.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!