Vlaamse betogers eisen de splitsing van BHV (foto: Flickr)

 

Nieuws, Politiek, België, BHV, Grondwet, Kieskringen, Grondwettelijk Hof, Juridische oplossingen -

Brussel-Halle-Vilvoorde: de knoop en mogelijke oplossingen

Deze week zou er eindelijk een politieke 'oplossing' moeten komen in het al te lang aanslepende dossier van de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde. Zal koninklijk opdrachthouder Jean-Luc Dehaene (CD&V) erin slagen een wit konijn uit zijn hoed te toveren? Anne Vanrenterghem (UGent) bekijkt mogelijke oplossingen voor BHV vanuit juridische hoek.

maandag 19 april 2010 17:49
Spread the love

Eindejaarsstudente Anne Vanrenterghem (UGent) schrijft momenteel een thesis over mogelijke oplossingen voor BHV bekeken vanuit juridische hoek.

De politieke situatie in het federale België is er één uit de duizend. Het is een huwelijk tussen twee taalgroepen, dat vanaf zijn bestaan heeft geleid tot staatshervormingen, akkoorden en juridische ‘creativiteit’, allen al met het oog op de instandhouding ervan.
 
Het epicentrum van het huwelijksconflict bevindt zich in de hoofdstad Brussel. Daar moeten de taalgroepen het meest met elkaar samenleven. Minderheden vechten er om aandacht, meerderheden willen vooral hun positie behouden en politici – we moeten er geen doekjes omwinden – willen vooral stemmen halen en verkozen worden.

Het symbooldossier bij uitstek van de communautaire conflicten in België heet Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV). Aan de basis van dit dossier ligt een hoge stapel van juridische problematiek, met daarop een sterk laagje politieke gevoeligheid. Mijn scriptie beperkt zich tot de juridische kant van de zaak. De centrale vraag is: is er een uitweg uit deze problematiek en welke is die dan?

Wat zijn de mogelijke oplossingen voor de uitzonderingskieskring Brussel-Halle-Vilvoorde? Alle andere kieskringen in dit land vallen samen met de provinciegrenzen en zijn dus ééntalig. Alleen in BHV is dat niet het geval.

Waarom moet die zonodig gesplitst worden? Of behoort een niet-splitsing ook tot de mogelijkheden?

Wat zijn de verschillende hypotheses die zich zouden kunnen voordoen indien er geen oplossing wordt gevonden? Zullen de Vlamingen hun meerderheid ‘misbruiken’? Zijn ongrondwettige verkiezingen te verhinderen? En wat als er toch ongrondwettige verkiezingen worden gehouden?

A. De overwinning van de meerderheid: kunnen en zullen de Vlamingen hun wil doordrukken?

Dat de Vlamingen vanuit hun meerderheidspositie hun wil zouden kunnen doordrukken, is ondenkbaar. Eerst en vooral kunnen (en zullen) de Franstalige partijen de alarmbelprocedure inleiden. Wanneer echter na het belangenconflictentijdperk, de alarmbelprocedure niet zou worden ingeluid, zou het wel kunnen komen tot een eindstemming in de plenaire zitting. Een wet moet echter nog altijd worden bekrachtigd door de koning, met medeondertekening door een minister van de federale regering. Zonder die ondertekening kan deze wet nooit worden bekrachtigd. In het slechtste geval valt dus de federale regering-Leterme.

B. Zijn verkiezingen op ongrondwettige basis te verhinderen?

In principe is het zo goed als onmogelijk dat een rechter of burger het houden van ongrondwettige verkiezingen zou kunnen verhinderen. Wel is het zo dat Jean-Luc Dehaene onlangs heeft aangekondigd bezig te zijn met de opstelling van een zogenaamde ‘noodwet’, waardoor – althans volgens Dehaene, de federale verkiezingen alsnog grondwettig zouden zijn. Dit voorstel is echter onmiddellijk fel bekritiseerd aan Vlaamse kant en zal er wellicht nooit doorkomen.

C. Wat indien ongrondwettige verkiezingen worden gehouden?

Volgens grondwetsartikel 48 onderzoekt elke Kamer de geloofsbrieven van zijn leden en beslecht de geschillen die hieromtrent rijzen. Deze bevoegdheid komt exclusief toe aan Kamer en Senaat. De rechterlijke macht kan noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks over de geldigheid van de verkiezingen oordelen. Aldus zouden Kamer en Senaat in principe de verkiezingen geldig kunnen verklaren. Dit is reeds eerder gebeurd bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2009.

Onder meer SP.A-boegbeeld Johan Vande Lanotte kaartte al meerdere keren aan dat het houden van ongrondwettige verkiezingen in principe niet voor grote problemen zou zorgen, gezien het parlement ze nadien wettig kan verklaren. Aldus zou er geen hoogdringendheid zijn om het probleem BHV op te lossen tegen de federale verkiezingen van 2011.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg heeft echter onlangs een arrest geveld dat deze optie helemaal doet wegvallen. In het zogenoemde Grosaru-arrest stelt het Hof dat een bekrachtiging door het parlement onvoldoende is om te kunnen nagaan of de verkiezingsregels correct zijn toegepast. Daarnaast moet de mogelijkheid bestaan om na de verkiezingen naar een onafhankelijke rechtbank te stappen.

In het Grosaru-arrest wordt Roemenië veroordeeld, niet België. Er wordt echter wel een aantal keren naar de Belgische situatie verwezen. Indien België dus zou moeten verschijnen voor het Europees Hof, is het zo goed als zeker dat ook België zou worden veroordeeld.

Prof. Mathias Storme (rechtsfaculteiten KU Leuven en Universiteit Antwerpen) stelt bovendien dat uit dit arrest blijkt dat de Belgische rechtspraak, op basis waarvan de ‘dienstweigeraars’ van 2007 werden veroordeeld (nvdr: de term ‘dienstweigeraars’ verwijst hier naar degenen uit de Vlaamse Rand rond Brussel en BHV die weigerden te zetelen in de kieslokalen bij de federale verkiezingen van 2007 omdat BHV nog altijd niet was gesplitst zoals het Grondwettelijk Hof had bevolen), strijdig is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Er is dus een grote kans dat een eventuele klacht tegen België gegrond zal worden bevonden door het Europees Hof. 

De Vlaamsnationalistische partij N-VA wil nu een grondwetswijziging doorvoeren opdat het Grondwettelijk Hof de bevoegdheid zou krijgen zich uit te spreken over de geldigheid van de verkiezingen.

Aangezien grondwetsartikel 142 betreffende de bevoegdheid van het Grondwettelijk Hof, voor herziening vatbaar is verklaard, zou dit op het eerste gezicht mogelijk zijn.

Volgens grondwetdeskundige prof. Marc Verdussen (UCL, Louvain-la-Neuve) is er echter ook een wijziging van grondwetsartikel 48 nodig. Dat stelt dat enkel het parlement bevoegd is over de geldigheid van de verkiezingen te oordelen. Dit artikel is echter niet voor herziening vatbaar verklaard. De grondwetswijziging kan dus in ieder geval niet vóór de volgende verkiezingen gebeuren.

Daarnaast kan een burger ook een schadevergoeding eisen wegens schending van een hogere rechtsnorm die een verplichting aan de staat oplegt. Het is echter de vraag of dit tot enig tastbaar resultaat zou leiden, gezien de moeizame uitvoerbaarheid van veroordelingen tot betaling door België. Bovendien zou de schadevergoeding door de overheid worden betaald, wat als een weinig bevredigend resultaat kan worden aangezien.

Anne Vanrenterghem

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!