Women in Black, voor vrede en rechtvaardigheid en de 'Dag voor de herinnering aan de genocide in Srebrenica'

 

Nieuws, Europa, Samenleving, Politiek, Servië, Oorlog en vrede, Genocide, Srebrenica, Dienstplichtigen, Amnestiewet -

Servië ontkent genocide in Srebrenica

Het Servische parlement keurde op 30 maart de 'Verklaring tot veroordeling van de misdaad in Srebrenica' goed. Maar het begrip 'genocide' komt er niet in voor. Een week eerder stelde het parlement in Belgrado een nieuwe amnestiewet op die gratie verleent aan Servische dienstplichtigen die het land ontvluchtten.

donderdag 15 april 2010 12:59
Spread the love

De nieuwe Verklaring van het Servische parlement werd door een kleine meerderheid van 127 parlementsleden op een totaal van 250 goedgekeurd. De Verklaring ontkent nog steeds het Servische geweld tegen de niet-Servische bevolking van Bosnië-Herzegovina in de oorlogen van de jaren negentig.

Om de etnische zuivering van het nagestreefde Groot-Servië te bereiken, ging het land ten tijde van Slobodan Milosevic over tot oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid in nauwe samenwerking met de lokale Bosnische pro-Servische milities. Met de genocide in Srebrenica (11 juli 1995), waarbij ruim 8.000 Bosniak mannen en jongens werden vermoord, bereikte het geweld een triest hoogtepunt.

De Socialistische Partij van Servië, de vroegere partij van Miloševi?, keurde de resolutie goed. Oppositiepartijen waren over het algemeen tegen omdat ze het “een schande voor het Servische moederland” vonden. De familieleden van de overlevenden van Srebrenica toonden zich ongelukkig omdat in de resolutie nergens het woord ‘genocide’ voorkomt.

Volgens een recent persbericht van de afdeling Belgrado van ‘Women in Black’, een feministisch vrouwennetwerk voor vrede en rechtvaardigheid, spreekt de Verklaring nog altijd niet van ‘genocide’, omdat “Servië zijn betrokkenheid minimaliseert door feiten te vervalsen en door de context van het gewapend conflict in het voormalige Joegoslavië te relativeren”.

Eigenzinnig Servië

Op deze manier negeert het parlement in Belgrado bewust het vonnis dat het Internationaal Gerechtshof in Den Haag op 26 februari 2007 uitsprak en de veroordeling door het Joegoslaviëtribunaal (ICTY) in de zaak Krstic, Jokic en Blagojevic.

Het Internationaal Gerechtshof (ICJ) acht Servië verantwoordelijk voor het niet voorkomen van de genocide, terwijl het Joegoslaviëtribunaal in de zaak van Radislav Krstic, een generaal van het toenmalige Bosnisch-Servische Leger (VRS) oordeelde dat er zonder twijfel sprake is van ‘genocide’.

Protest tegen de ontkenning

‘Women in Black’ betreurt dat Servië er niet in slaagt om solidariteit op te brengen voor de slachtoffers van het geweld in Srebrenica. “We protesteren hardnekkig tegen de beslissing van het Servische parlement en we vragen dat de Servische Republiek Ratko Mladic (nvdr: de voormalige commandant van het VRS tijdens het bloedbad in Srebrenica en aangeklaagd door het Joegoslavietribunaal) arresteert en hem overdraagt aan het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag.”

‘Women in Black’ manifesteert al jarenlang, volledig in het zwart gekleed, elke elfde dag van de maand aan het Servische parlement. Ze willen dat 11 juli officieel wordt erkend als ‘herdenkingsdag van de genocide in Srebrenica’. Op zondag 11 april vroegen ze extra aandacht voor de recent goedgekeurde resolutie. 

Nieuwe amnestiewet

Een week voor de goedkeuring van de Verklaring stelde het parlement een nieuwe amnestiewet op. De wet verleent gratie aan alle Servische burgers die hun militaire dienstplicht ontdoken of die in de periode vanaf 18 april 2006 totdat de nieuwe wet van kracht wordt, het Servische leger uit eigen beweging hebben verlaten. Indien reeds een procedure tot strafvervolging werd opgestart, zal deze worden stopgezet.

Volgens ‘Women in Black‘ zei de Servische minister voor Justitie, Snezana Malovic, in het parlement: “We hebben ongeveer 40.000 dienstplichtigen die in het buitenland verblijven en jaarlijks meer dan 5.000 die de dienstplicht proberen uit te stellen of eraan proberen te ontsnappen. En velen onder hen vrezen dat ze bij hun terugkeer naar Servië zullen worden gearresteerd.”

Legerhervorming

Ook wil Servië zijn 38.000-koppige legermacht hervormen om het kleiner, professioneler, beter uitgerust en mobieler te maken, rekening houdend met de NAVO-standaard. Servië is officieel kandidaat om toe te treden tot het Atlantische militaire bondgenootschap en tot de Europese Unie.

Om te besparen op de miltaire uitgaven wordt het aandeel ervan teruggebracht tot 2,15 procent van het bruto binnenlands product (BBP) in 2010.
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!