about
Toon menu
Opinie

Waarom we dieren (blijven) eten

Nu de schandalen in de dierenvleesindustrie zich opstapelen en steeds ernstiger lijken te worden, met als laatste schokkende nieuwsfeit dat het malafide Veviba in 2016 twaalf jaar oud dierenvlees heeft verkocht aan een klant in Kosovo, staan Vlaamse media weer vol met opiniebijdragen over de vleesindustrie en -consumptie in België. "Dat in deze debatten vaak gesproken wordt over ‘schandalen’, werkt misleidend", aldus twee historici die het interview met voedingsbioloog Leroy in De Morgen hekelen.
maandag 19 maart 2018

Die term schandaal suggereert immers automatisch een normaliteit die uiteraard niet kan bestaan binnen een miljoenen-business die ons inzien inherent en fundamenteel scha(n)delijk is, niet alleen voor dieren, maar ook voor onze economie, onze gezondheid en voor ons leefmilieu.

Bagatellisering en minimalisering

Maar wat ons meteen opviel in de stroom van opinies en interviews is dat vertegenwoordigers van, of mensen met een band met de verschillende sectoren binnen de dierenvleesindustrie betrekkelijk veel spreekruimte krijgen om hun verhaal te doen. Het resultaat is zoals steeds een bagatellisering en minimalisering van de nefaste manier waarop de vleesindustrie opereert. Onze aandacht werd in het bijzonder getrokken door een artikel waarin een universitair onderzoeker wordt opgevoerd als ogenschijnlijk neutrale commentator bij de verontwaardiging over de recente ‘vleesschandalen’.

Het interview met voedingsbioloog Frédéric Leroy in De Morgen (12/03/2018) lijkt bedoeld als een onpartijdige, wetenschappelijke apologie voor vleesconsumptie. Er kunnen echter heel wat vraagtekens bij geplaatst worden. Wat volgt is onze reactie op dit interview, een reactie die we aanvankelijk instuurden bij De Morgen, maar zonder gevolg.

Dieren gereduceerd tot een industrieel ‘product’

Om te beginnen heeft het dier als levend, sensitief en intelligent wezen geen plaats in dit vertoog; het wordt gereduceerd tot een industrieel ‘product’. Wanneer Leroy toegeeft dat de vleesindustrie moet worden ‘verbeterd’, insinueert hij dan ook niet dat we het dier opnieuw moeten respecteren, maar eerder dat we ‘opnieuw’ vlees van hoogwaardige kwaliteit moeten consumeren – ‘echt’ vlees dus – en dat we voor dat kwaliteitsvlees kunnen vertrouwen op diezelfde vleesindustrie.

‘Schandalen’ in de dierenvleesindustrie zijn echter niet oplosbaar, maar eigen aan de onverbiddelijke for profit logica van de industrie zélf. De vraag is maar of we de productie, verwerking en verdeling van een (helaas) zo populair voedingsmiddel als dierenvlees wel in de handen kunnen laten van grotendeels onbeteugelde privébedrijven.

De huidige ‘vleesschandalen’ bewijzen alvast dat dit altijd met serieuze risico’s gepaard gaat voor de algemene volksgezondheid. Zij die daarom nog dieren willen eten, zoeken best naar oplossingen die buiten de industrie liggen, idealiter in kleinschalige, lokale coöperatieven waarin evenwichtig en transparant produceren (en consumeren) centraal staan – initiatieven waarmee opnieuw controle kan verworven worden over wat we in ons lijf steken.

Het is altijd frappant wanneer vleeseters – zeker biologen – evolutionaire argumenten hanteren om het opeten van bepaalde dieren te normaliseren en rechtvaardigen. We zijn als soort nu eenmaal ooit andere dieren beginnen eten, waardoor we met rasse schreden vooruit zijn gegaan wat onze (sociale) intelligentie en fysiologie betreft. Een klassieke discussiedoder.

Dat diezelfde evolutionair gegroeide verstandelijke en fysieke vermogens ons vandaag in staat stellen om nutritioneel perfect uitgebalanceerde plantaardige diëten uit te werken, en zo onnodig dieren- en mensenleed in te perken en onze ecologische voetafdruk drastisch te verkleinen, wordt jammer genoeg zelden als tegenargument ingezet.

Complexe geschiedenis vegetarisme

Ook met zijn historische uitspraken valt Leroy nogal door de mand. De bewering als zou dieren doden, slachten en opeten samenhangen met onze vermogens tot ‘gelijkheid’, ‘empathie’ en ‘altruïsme’ wordt fel gecontesteerd door tal van historici en sociologen.

De complexe geschiedenis van het vegetarisme reduceert hij tot het zonderlinge dieet van enkele mijmerende oude Grieken, en dat terwijl het in diezelfde oudheid, alsook daarvoor en daarna, binnen en buiten Europa, wemelde van de vegetarische en diervriendelijke filosofieën. We hoeven daarvoor niet ver te zoeken.

In de christelijke utopie van het Paradijs was vegetarisme zelfs dé basis die het samenleven van alle schepsels mogelijk maakte. Doorheen de eeuwen inspireerde dat idee tal van christelijke groepen tot allerlei vastenpraktijken en vegetarische diëten. Wie daarom claimt dat abstinentie van dierlijk vlees een negentiende-eeuws bourgeois fenomeen is, zoals Leroy doet in dit interview, slaat de bal danig mis.

Maar hoe dan te verklaren dat we nog steeds (veel te veel) dieren eten? Niet omdat we biologisch geprogrammeerd zijn, zoals Leroy claimt. Niet omdat we het vlees van dieren intrinsiek lekker vinden of nutritioneel nodig hebben.

Integendeel, onderzoek wijst uit dat (veel te veel) dieren eten vooral sociaal geconstrueerd is: van kindsbeen af leren we dat het vlees eten van sommige dieren eten goed, gezond en normaal is en worden we gevormd tot blinde consumenten van een allesomvattende voedselindustrie.

Onze verslavingsneiging aan zout, suiker en vet, en het gedoogbeleid van onze overheden dat voedselproducenten toelaat die verslavingen te cultiveren, verzekeren dat deze alsmaar machtigere industrie kan blijven rekenen op een voldoende grote afzetmarkt.

‘Vleesonderzoekers’

Tal van lobbygroepen en partnerships tussen wetenschappers en voedselbedrijven verrichten nuttig werk door de mythe in stand te houden dat vlees noodzakelijk is voor een evenwichtig dieet en dat de vleesindustrie ons in die behoefte kan voorzien.

Met haar bestuursraad van academici en afgevaardigden van de grote vleesverwerkende bedrijven Ter Beke en Imperial Meat Products, is de vzw Belgian Association of Meat Science and Technology (BAMST) één van de belangrijkste wetenschappelijke Belgische expertisecentra inzake vleesproductie, -verwerking en -consumptie.

Het sprak zich recent nog uit tegen de ‘omgekeerde voedingsdriehoek’ van het Vlaams Instituut voor Gezond Leven, waarin vlees in de onderste hoek van het voedseldiagram kwam te staan. Leroy is op heden voorzitter van de raad van bestuur van BAMST. Het is dus eerder opmerkelijk dat hij in De Morgen al herhaaldelijk een platform als academisch expert ter beschikking kreeg, terwijl zijn wetenschappelijke onafhankelijkheid op zijn minst in vraag moet worden gesteld.

Laat ‘vleesonderzoekers’ als Leroy hun licht op de geschiedenis van de vleesconsumptie schijnen, en je komt er geheid op uit dat vlees eten onlosmakelijk verbonden is aan onze biologie en cultuur. Deze verwevenheid tussen academici en ‘big business’ is alles behalve vanzelfsprekend en bedreigt de zelfstandigheid en maatschappijkritische houding van wetenschappers.

Jonas Van Mulder en Houssine Alloul, historici en voorstanders van een plantaardig dieet, respectievelijk verbonden aan het Ruusbroecgenootschap en Power in History: Centre for Political History van de Universiteit Antwerpen.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.