De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Cartoon: Victor Gillam, Wikimedia Commons
Longread - Elier Ramírez Cañedo, and

Na 200 jaar is de Monroe doctrine helaas nog lang niet dood (Volledige versie)

Tweehonderd jaar geleden werd de Monroe Doctrine gelanceerd. Voortaan zou het Amerikaans continent beschouwd worden als de achtertuin van de VS. Na WOII breidde de VS zijn hegemonie uit naar andere gebieden van de wereld, maar vandaag is die hegemonie in verval. Voor de volkeren uit het Zuiden biedt dit grote opportuniteiten. Maar er loeren ook gevaren om de hoek, zoals de opleving van neofascistische tendensen.

woensdag 29 november 2023 18:55
Spread the love

 

In november 1823 kondigde President James Monroe in een boodschap aan het Congres de doctrine aan die de essentie van het buitenlandse beleid van de Verenigde Staten in de regio van Latijns Amerika en de Caraïben uitstippelde. Deze doctrine kan geresumeerd worden in de slagzin “Amerika voor de Amerikanen.”

Elke nieuwe poging van Europa om tussen te komen of om zijn greep op het Amerikaanse continent uit te breiden werd daarmee afgeblokt. Europa werd namelijk beschreven als een gevaar voor de “vrede en veiligheid” van de VS. Tegelijkertijd werden de eigen expansionistische en hegemonische belangen in het zuiden van het continent verhuld, meer in het bijzonder t.a.v. Cuba en Mexico.

Portret van James Monroe. Foto: Daderot, Wikimedia Commons / CC0 1.0 AKTE

Op deze manier startten de Verenigde Staten een traditie die kenmerkend zou zijn voor hun gedrag op de internationale scene tot op de dag van vandaag, waarbij de woorden van hun politieke leiders niet alleen hun echte bedoelingen verhullen, maar waarbij in vele gevallen hun bedoelingen verworden zijn tot exact het tegenovergestelde van wat ze beschrijven.

Het is niet voor niets dat de vrijheidsstrijder (El Libertador) Simón Bolívar aan zijn nakomelingen een uitspraak zou nalaten, die nog altijd geldig is. In 1829 signaleerde hij namelijk reeds dat de Verenigde Staten door de Voorzienigheid leken voorbestemd te zijn om Amerika te overstelpen met ellende in naam van de vrijheid.[1]

De Monroe Doctrine werd door Washington gebruikt om zich, unilateraal en alsof het om een goddelijk recht ging, beschermer van het Amerikaanse continent te verklaren en aan de rest van de wereld duidelijk te maken waar hun invloeds-, uitbreidings- en heerschappijzone lag.

De Monroe Doctrine werd door Washington gebruikt om zich, unilateraal beschermer van het Amerikaanse continent te verklaren

Gedurende de eerste drie jaar na de verklaring van de doctrine, beriepen landen van de regio er zich tenminste vijf maal op om weerstand te kunnen bieden aan werkelijke of mogelijke dreigingen tegen hun onafhankelijkheid of territoriale integriteit. Maar de regering van de Verenigde Staten reageerde daarop negatief of ontwijkend.

Met het voorbijgaan van de tijd werd het duidelijk dat de Monroe Doctrine enkel en alleen in het leven geroepen was om vastgelegd, geïnterpreteerd en toegepast te worden in functie van de belangen van de Verenigde Staten.

In de loop van de tijd zullen de verschillende regeringen van de VS talrijke actualiseringen en bijvoegsels aan de doctrine toevoegen. Daarbij werd er steeds naar gestreefd om alle gaten te dichten die, in de interpretatie of praktijk van andere internationale actoren en de landen in de regio zelf, de ware bedoelingen ervan in gevaar zouden kunnen brengen. We vernoemen er enkele van.

Het Bijvoegsel Polk[2] van 1848: de Verenigde Staten zullen geen enkel nieuwe Europese kolonisering op het Amerikaanse continent toelaten. Tegelijkertijd mag geen enkel land van de regio op eigen initiatief de tussenkomst van Europese regeringen vragen. En geen enkel Europees land mag tussenkomen in de bereidheid of de wens van de landen van het continent om zich bij de Verenigde Staten aan te sluiten.

Het Bijvoegsel Hayes[3] van 1880 legde vast dat de Caraïben en Midden Amerika deel uitmaken van de exclusieve invloedszone van de Verenigde Staten. En, om de tussenkomst van het Europese imperialisme in Amerika te vermijden, moest Washington de controle uitoefenen over alle bestaande en toekomstige kanalen tussen de oceanen.

Het Bijvoegsel Roosevelt[4] van 1904, het meest bekende, proclameert de plicht en het recht van de Verenigde Staten om als scheidsrechter of internationale politiemacht tussen te komen in de landen van Latijns Amerika en de Caraiben in het geval van conflicten of schulden van deze landen tegenover extra-regionale mogendheden.

Het Bijvoegsel Kennan[5] van 1950: rechtvaardigde de ruggensteun van de Verenigde Staten aan de dictaturen die overal in de regio bloeiden, onder voorwendsel van strijd tegen het communisme; deze dictaturen werden zelfs “dictaturen ter verdediging van de nationale veiligheid” genoemd.

Geen enkele van de Noord-Amerikaanse regeringen haalde het ooit in zijn hoofd te denken dat de verklaring van de Monroe Doctrine een daad van altruïsme of van bijzondere vriendschap met de republieken van het Zuiden zou kunnen betekenen, zoals vele Latijns-Amerikaanse regeringen daar gedurende jaren heilig van overtuigd waren.

Ze dachten nog minder dat de doctrine voor de Verenigde Staten de plicht betekende om het even welk land van het continent te gaan verdedigen in het geval van een buitenlandse aanval. Voor de staatslui van de Verenigde Staten beperkte de Monroe Doctrine zich tot het verklaren van de eventuele tussenkomst van de Verenigde Staten enkel en alleen in die gevallen en in die gebieden van de regio die van levensbelang waren voor hun heerschappij.

En dit werd klaar en duidelijk gezegd door de Minister van Oorlog van de regering Monroe, John C. Calhoun: “We zullen ons niet onderwerpen aan het feit dat we in elke gelegenheid kunnen geconfronteerd worden met onze algemene verklaringen, aan dewelke alle mogelijke interpretaties zouden kunnen verleend worden.

Er zijn gevallen van tussenkomsten waarbij ik, om niet tussen te komen, een beroep zou doen op de toevalligheden van de oorlog met al zijn rampen. Vraagt men mij naar zo een geval? Ik geef hier het antwoord. Het geval van Cuba.

Zolang Cuba in de macht van Spanje blijft, een vriendschappelijke macht, een macht die we niet vrezen, zal ons regeringsbeleid, zoals het beleid van alle regeringen sinds ik tussenkom in de politiek, erin bestaan Cuba te laten zoals het nu is, maar met de duidelijke doelstelling, die ik hoop nooit te moeten meemaken, dat, als Cuba de heerschappij van Spanje verlaat, het exclusief in onze handen zal terechtkomen…

En ik citeer nog een gelijkaardig geval, dat van Texas; indien het nodig was geweest, hadden we weerstand geboden aan een buitenlandse macht”.[6]

Tussen de jaren 1825 en 1826 werd bevestigd dat de Monroe Doctrine niets te maken had met “vrede en veiligheid” en nog veel minder met eerlijke en belangloze ruggensteun aan de onafhankelijkheid van hun “broeders in het Zuiden”.

Zo verzetten de Verenigde Staten verzetten met diplomatieke middelen en op dreigende toon tegen een mogelijke gezamenlijke Mexicaans-Colombiaanse expeditie, die de onafhankelijkheid van Cuba en Puerto Rico wilde bewerkstelligen.

Dat was een project dat gekoesterd werd door Simón Bolívar en Guadalupe Victoria, de laatste President van Mexico. Onder sterke diplomatieke druk van de Verenigde Staten beloofden de regeringen van Bogota en Mexico tenslotte dat zij geen enkele operatie van grote omvang zouden starten in de Spaanse Antillen, alvorens dit ten oordeel voor te leggen aan het Congreso Anfictiónico van Panamá dat zou plaatsgrijpen in 1826.

De bezorgdheid van Washington bleef logischerwijs voortduren, waarbij deze bezorgdheid werd overgemaakt aan de regeringen van Colombia en Mexico en waarbij alle middelen van zijn diplomatieke macht werden ingezet.[7]

Jaren later verwees José Martí[8] in een van zijn beroemde toespraken naar deze gênante passage in de geschiedenis van de Verenigde Staten, die een weerspiegeling was van de ideologie van de Monroe Doctrine. Hij zei: “Bolívar zette zijn voet in de beugel, toen een man, die Engels sprak en die van het Noorden kwam met regeringspapieren, het paard vastpakte bij de teugel en zei: ‘Ik ben vrij, jij bent vrij, maar dit volk zal mij toebehoren, want ik wil dit volk voor mij, dit volk kan niet vrij zijn!’”[9]

Het status quo, geschikt voor de belangen van de Verenigde Staten, kon niet gewijzigd worden door machten van buiten het continent, maar ook niet door de eigen landen van de regio. Deze toestand bleef verder duren tijdens de jaren 1827-1829, telkens als er poging was om de bevrijdingsstrijd te doen heropleven. Dat was het geval in Colombia, Mexico en Haïti.

Dit illustreert duidelijk de actuele toestand, als we de obsessie van de yankees met betrekking tot Cuba bekijken, waar, in de context van de verklaring van de Monroe Doctrine, de belangen van de heerschappij van de VS in het Grootste Eiland van de Antillen zich verder blijven voortbewegen.

Daarenboven werd de Monroe Doctrine vergezeld van de zogenaamde theorie van het Rijpe Fruit, geformuleerd door John Quincy Adams in hetzelfde jaar 1823, waar Cuba vergeleken werd met een boomvrucht, waarbij metaforisch uitgelegd werd dat, zoals de wetten van de zwaartekracht in de natuurkunde bestaan, er ook wetten van politieke zwaartekracht bestaan.

Portret van John Quincy Adams. Foto: The White House Historical Association, Wikimedia Commons

Omwille van die reden stond Cuba geen ander lot te wachten dan in handen van de Verenigde Staten te vallen. Er moest enkel gewacht worden op het geschikte moment waarop deze vrucht rijp genoeg zou zijn om dit onvermijdelijke eindpunt te bereiken.

Gedurende dit proces benadrukte Adams ook in een brief, verstuurd op 28 april 1823 aan de diplomatieke vertegenwoordiger van de Verenigde Staten in Madrid, dat het beter was dat de vrucht in de handen van Spanje bleef eerder dan in handen te vallen van sterkere machten.

En daarom, als de Minister van Buitenlandse Betrekkingen van de Britse Kroon, George Canning, aan Washington voorstelt om een gezamenlijke verklaring te tekenen ter verwerping van elke poging van de Heilige Alliantie en Frankrijk om het absolutisme van Spanje te herstellen in de Spaans-Amerikaanse grondgebieden, zullen de Verenigde Staten het voortouw nemen met een meesterzet.

Dat doen ze door een eigen verklaring op te stellen – later bekend als de Monroe Doctrine – die aan de Verenigde Staten volledig de handen vrijliet in Amerika en de handen van de rest van de machten vastbond, inclusief die van Engeland.

Cuba was dus reeds aanwezig bij de grondslag van de Monroe Doctrine als een van de meest gegeerde grondgebieden van de politieke klasse van de Verenigde Staten. Evenals Mexico, waarvan meer dan de helft van de grondgebieden later zal toegeëigend worden door de Verenigde Staten tijdens de oorlog van 1846-1848.

I Simon Bolívar

In 1830 ging Simón Bolívar de eeuwigheid in. Gedurende zijn strijd voor onafhankelijkheid en eenheid van de volkeren van Spaans Amerika had hij de afwijzing van de Verenigde Staten gevoeld als een groot obstakel en een blijvend gevaar. Hij had ook hun koude en berekenende houding ondervonden – die hij een rekenkundige houding noemde – met betrekking tot het emancipatieproces in Zuid-Amerika.

Tegen deze vrijheidsstrijder en zijn plannen van eenheid en integratie van Spaans Amerika werd vanuit Washington een uitgebreid samenzweringsnetwerk geweven. Zelfs vandaag de dag is dat nog verbazingwekkend vanwege het niveau van communicatie, op een moment dat de communicatiemiddelen en inlichtingen nog niet bestonden waarover het Amerikaanse imperialisme vandaag wel beschikt.

Simón Bolívar. Foto: Arturo Michelena, Wikimedia Commons / CC BY-SA 4.0

Maar diplomatieke vertegenwoordigers, zoals o.a. William Tudor, William Harrison en Joel Poinsett deden zeer efficiënt vuil werk om, niet alleen de persoon van Bolivar te bestrijden, maar vooral zijn ideeën, die compleet tegenovergesteld waren aan de Monroe filosofie.

Bolivar was zijn tijd ver vooruit met zijn ideeën over anti-imperialisme, over eenheid en integratie van de grondgebieden die bevrijd waren van het juk van het Spaanse kolonialisme, over de afschaffing van de slavernij, en ten voordele van de meest misdeelde klassen en de onafhankelijkheid van Cuba en Puerto Rico.

Bolívar was zijn tijd ver vooruit met zijn ideeën over anti-imperialisme en over eenheid en integratie van Latijns-Amerika

Deze ideeën vormden de grootste bedreiging voor de belangen van de uitbreiding en de heerschappij van Washington in die jaren. Vandaar hun ettelijke pogingen om Bolivar te discrediteren en vandaar dat zij hem o.a. “usurpator”, “dictator” en “de gek van Colombia” noemden.

II José Martí

In de tweede helft van de 19de eeuw zal het Bolivariaanse ideaal in de persoon van José Martí, de Apostel van de onafhankelijkheid van Cuba, een van zijn meest briljante volgelingen hebben. Als geen ander kon hij in ‘de buik van het monster’ kijken (hij leefde een tijdlang in de VS, nvdr) en de gevaren voor de onafhankelijkheid van Ons Amerika (Nuestra América) en voor het algemene evenwicht van de wereld aan de kaak stellen.

Hij was het die de Monroe Doctrine moest confronteren in een periode waarin de Verenigde Staten hun eerste stappen zetten in de richting van hun imperialistische fase en waarin de Monroe Doctrine zich moderniseerde door middel van het Pan-Amerikanisme, dat de continentale eenheid nastreefde onder de dominante as van Washington.

Daarbij werd vertrokken vanuit het narratief van het zogenaamde Destino Manifiesto, (Manifeste lotsbestemming) een stelling met veronderstelde Bijbelse wortels, die bevestigde dat de goddelijke wil aan de natie van de Verenigde Staten het recht toekende om het geheel van het continent te controleren.

De Verenigde Staten streefden de suprematie van het halfrond na op het vlak van internationale juridische fora en instrumenten en dus naar de institutionalisering van de postulaten van de Monroe Doctrine.

José Martí. Foto: Cubaanse overheid, Wikimedia Commons / CC0 1.0 DEED

Door middel van zijn kronieken en artikels in meer dan twintig Spaans-Amerikaanse dagbladen ontwikkelde José Martí een intense anti-imperialistische arbeid teneinde de stellingen rond de eenheidsmunt en de douane-unie en -arbitrage te verslaan. Deze stellingen werden verdedigd door de Minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, James Blaine, tijdens de Internationale Amerikaanse Conferentie in Washington (1889-1890).

Hij deed dit opnieuw in de Monetaire Conferentie van de Republieken van Amerika in 1891, waaraan hij actief deelnam als Consul van Uruguay.

“Nooit bestond er in Amerika, sinds de onafhankelijkheid tot op vandaag – verwittigde Martí -, een zaak die meer gezond verstand vereiste, noch tot meer toezicht dwong, noch een klaarder en minutieuzer onderzoek vereiste, dan de uitnodiging, die de machtige Verenigde Staten, volgestouwd met onverkoopbare producten en vast beslist hun heerschappij in Amerika uit te breiden, aan de minder machtige Amerikaanse naties, gehecht aan hun vrije en nuttige handel met de Europese volkeren, aanbood, met de bedoeling een verbond tegen Europa te sluiten en de onderhandelingen met de rest van de wereld te stoppen.

Het Spaanse Amerika wist zich te onttrekken aan de tirannie van Spanje; en nu, na met juridische ogen de antecedenten, oorzaken en factoren van de uitnodiging bekeken te hebben, is het hoogdringend te betuigen, want het is de waarheid, dat voor het Spaanse Amerika het uur is aangebroken om zijn tweede onafhankelijkheid te verklaren”.[10]

Kort voor zijn dood in de strijd in Dos Ríos op 19 mei 1895, liet Marti een onafgewerkte brief aan zijn Mexicaanse vriend Manuel Mercado, na, waarin hij getuigenis aflegt van welke de zin van zijn leven was geweest: dankzij de onafhankelijkheid van Cuba, op tijd verhinderen dat de Verenigde Staten zich zouden uitbreiden over de Antillen en zich, dankzij deze nieuwe kracht, met nog meer macht onze grondgebieden van Amerika zouden binnenvallen.

Met zijn lange termijnvisie legde Martí het grootste gevaar voor Cuba en onze Amerikaanse landen bloot: de vraatzuchtige imperialistische honger van Washington en hij had voorzien wat ons te wachten stond als we niet snel de onafhankelijkheid van Cuba en Puerto Rico, waar volgens hem zich het evenwicht van de wereld bevond, verwezenlijkten.

“In het hart van Amerika bevinden zich de Antillen, die, – schreef Martí in een analyse die zijn kennis en visie van de geopolitieke belangen, die zich aan het voortbewegen waren in het internationale scenario, bewijst -, indien zij tot slaven verworden, een zuivere ponton zullen vormen in de oorlog van een imperialistische republiek tegen de jaloerse en superieure wereld die er alles aan doet om haar de macht te ontzeggen, -een zuiver fort van het Amerikaanse Rome.

Maar, indien zij vrij worden – en waardig genoeg zijn door middel van een billijke en werkzame vrijheid – zullen zij in het continent de waarborg van het evenwicht zijn. Zij zullen de waarborg zijn van de onafhankelijkheid van het nog steeds bedreigde Spaanse Amerika en de waarborg voor de eer van de grote republiek van het Noorden, die, in het samenstellen van zijn grondgebied, dat spijtig genoeg feodaal is en verdeeld tussen vijandige onderdelen, een veiligere grootheid zal vinden dan in de eerloze verovering van zijn kleinere buren en in de onmenselijke strijd die ze met hun bezit zou openen tegen de machten van de wereld om het overwicht van de wereld”.

En enkele lijnen verder zegt hij: “Het is een hele wereld die we in evenwicht aan het brengen zijn: het gaat niet enkel om het bevrijden van twee eilanden”.[11]

III Sandino

In 1898, door hun tussenkomst in het Cubaans-Spaanse conflict, vormden de Verenigde Staten het eiland Cuba om tot een neokoloniale proefkonijn in de regio. Dit betekende het begin van een historische periode gekenmerkt door de voltooiing en het succes van de Monroe Doctrine.

De Verenigde Staten verankerden hun heerschappij in het Westerse halfrond en verdreven beetje per beetje de rivaliserende machten, in het bijzonder Engeland. Naast Cuba en Puerto Rico, verwierf Washington de controle over de landengte van Panama, een van de belangrijkste geostrategische punten.

De Verenigde Staten verankerden hun heerschappij in het Westerse halfrond en verdreven beetje per beetje de rivaliserende machten

De Dominicaanse Republiek, Panama, Guatemala, El Salvador, Cuba, Honduras, Nicaragua en Haïti leden op directe wijze onder het beleid van de ‘Grote Stok’ en onder het Bijvoegsel Roosevelt, toegevoegd aan de Monroe Doctrine, met de tussenkomst en de territoriale bezetting door de yankee marines.

In het geval van Cuba verwierf de Monroe Doctrine een juridische connotatie door middel van de Enmienda Platt, aanhangsel bij de Grondwet van 1901, met geweld opgelegd aan de Cubanen onder de dreiging van een permanente militaire bezetting.

De Enmienda Platt gaf het recht aan de Verenigde Staten om tussen te komen in Cuba telkens als zij dat geschikt achtten en om grondgebieden te huren voor het installeren van marinebasissen. Dat is de oorsprong van de onwettige aanwezigheid tot op heden van de Verenigde Staten in de baai van Guantánamo.

De Enmienda Platt werd niet ontworpen noch opgelegd voor de bescherming van Cuba noch diende zij enig Cubaans belang. Het was een tastbare uitdrukking van de Monroe Doctrine.

De opvolger van Roosevelt in het Witte Huis, William Taft, combineerde, door middel van diplomatie en kanonnen, de militaire interventie en financiële en politieke controle door de yankees en vergrootte en consolideerde de heerschappij van de Verenigde Staten in Midden Amerika en de Caraïben.

“De dag is niet veraf – zou Taft schaamteloos zeggen – waarop drie sterren en drie strepen op drie op gelijke afstand gelegen punten ons grondgebied zullen afbakenen: een in de Noordpool, een ander in het Panamakanaal en de derde in de Zuidpool. Het volledige halfrond zal feitelijk van ons zijn op grond van de superioriteit van ons ras, net zoals het halfrond reeds van ons is op moreel vlak”.[12]

“Het volledige halfrond zal van ons zijn op grond van de superioriteit van ons ras, net zoals het halfrond reeds van ons is op moreel vlak”

Daarna kwamen de regeringen van Woodrow Wilson, Warren Harding, Calvin Coolidge, Herbert Hoover en Franklin D. Roosevelt. Allemaal verankerden zij op de een of andere manier de postulaten van de Monroe Doctrine: zij intervenieerden of zij uitten militaire bedreigingen telkens als de vereisten van hun imperialistische veiligheid in de regio werden bedreigd.

De Mexicaanse Revolutie leed gedurende deze jaren onder de aanvallen van de Monroe ideologie, evenals Nicaragua van 1926 tot 1933, toen Augusto César Sandino, aan het hoofd van een volksleger, de mariniers confronteerde, die het land waren binnengevallen en het bezetten.

Augusto César Sandino. Foto: Wikimedia Commons

De troepen van de Verenigde Staten werden tenslotte verslagen en moesten zich terugtrekken van het Midden-Amerikaanse land op 3 januari 1933. Maar, de regering van Franklin Delano Roosevelt, dezelfde die de schijnpolitiek van de ‘Goede Buur’ ten aanzien van Latijns Amerika en de Caraïben, had nagestreefd, bleef niet met gekruiste armen zitten.

Hij zweerde samen tegen Sandino tot hij erin slaagde zijn moord te materialiseren en de dictatuur van Anastasio Somoza te installeren, “een klootzak” – zoals Roosevelt zelf hem noemde – “maar onze klootzak”.

IV De Organisatie van Amerikaanse Staten

Het begin van de Tweede Wereldoorlog kwam de regering van de Verenigde Staten bijzonder goed uit om hun heerschappij nog meer uit te breiden in het hele halfrond. Zij breidden hun militaire basissen in de regio uit en ze slaagden erin talrijke Latijns-Amerikaanse en Caraïbische landen aan te sluiten bij hun projecten van “hemisferische veiligheid”, terwijl die landen in werkelijkheid ondergeschikt werden aan de geostrategische doelstellingen van het imperialisme van de yankees.

In 1947 ondertekenden 20 Latijns-Amerikaanse en Caraïbische regeringen het Inter-Amerikaanse Verdag van Wederzijdse Steun (Tratado Interamericano de Asistencia Recíproca, TIAR), dat een tastbaar voorbeeld vormde van hun onderwerping.

Vanuit hun graven konden Monroe en Adams niet gelukkiger zijn, en des te meer toen in 1948 de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), ontstond als instrument van de Verenigde Staten om hun heerschappij over Latijns Amerika en de Caraïben te moderniseren en institutionaliseren.

Het ontstaan van de OAS werd gedoopt met het bloedvergieten van het Colombiaanse volk, midden in een volksopstand waarvan de oorzaak de moord op hun progressieve leider, Jorge Eliécer Gaitán, was. De regering, onderworpen aan de belangen van Washington, die na de gebeurtenissen in het zadel geheven werd, zou de enige zijn die troepen naar de oorlog in Korea zou sturen om de heer en meester van het Noorden wel te gevallen.

Met het bereik van dergelijke controle over hun achtertuin, voelde de VS zich in staat zijn hegemonie uit te breiden naar andere gebieden van de wereld

Onmiddellijk werd het duidelijk dat de OAS werkelijk niets te maken had met de “continentale eenheid en solidariteit” tegenover gemeenschappelijke uitdagingen en “bedreigingen van buiten de regio”, maar dat het integendeel een schaakstuk was in het nieuwe wereldsysteem dat was ontstaan om te voldoen aan de hegemonische belangen van de machtselite van de Verenigde Staten.

Het zogenoemde Inter-Amerikaanse systeem maakte in werkelijkheid deel uit van een systeem van overheersing. De OAS was een aanpassing van de Monroe Doctrine aan het naoorlogse scenario teneinde de volledige regio op een lijn te zetten tegen de “gevaren van het internationale communisme”. Vandaar zijn totale nutteloosheid – de mogelijkheid om verbaal het imperialisme van de Verenigde Staten te veroordelen buiten beschouwing gelaten – om de belangen van de Latijns-Amerikaanse en Caraïbische volkeren te vertegenwoordigen.

Visual: OAS, Wikimedia Commons

De geschiedenis van de OAS is niets anders dan die van de meest infame ruggensteun van oligarchische regeringen aan de belangen van Washington, of het gebrek aan respect van Washington tegenover de meerderheid, wanneer deze meerderheid het niet eens was met zijn stellingen.

Dit verwoordt de drogreden van haar eigen bestaan als een overlegorgaan tussen de Twee Amerika’s. Het charter zelf van de OAS werd herhaalde malen geschonden en de regionale eensgezindheid omzeild door de Verenigde Staten. Het lijdt geen twijfel dat de OAS ontworpen is en verder tracht te functioneren als een ‘Ministerie van Kolonies’ van de yankees, waar de filosofie van de Monroe Doctrine aan ten grondslag ligt.

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog bereikten de Verenigde Staten absolute suprematie in het Westerse halfrond en bereikten zij aldus de top van de aspiraties van de grondleggers van de Monroe Doctrine en van hun meest loyale en creatieve opvolgers.

Met het bereik van dergelijke controle over wat zij hun achtertuin noemde, voelde de machtselite van het imperialisme van de Verenigde Staten zich in staat zijn hegemonie uit te breiden naar andere gebieden van de wereld, veel verder dan de grenzen uitgedrukt in de Monroe Doctrine in 1823.

V Strijd tegen het communisme

De jaren 60 brachten opnieuw een opleving van het ideaal van de Monroe Doctrine in het licht van de triomf van de Cubaanse revolutie en de vermeende penetratie van het communisme in het westelijk halfrond.

Dit voorwendsel werd aangenomen en verspreid vanuit Washington om een nog agressievere koers te varen tegen het Cubaanse revolutionaire proces en de diplomatieke isolatie van Cuba op het halfrond te provoceren. Dit werd verwezenlijkt toen Cuba in 1962 geschorst werd uit de OAS.

In datzelfde jaar zei President Kennedy het volgende in een persconferentie: “De Monroe Doctrine betekent vandaag wat zij betekend heeft sedert President Monroe en John Quincy Adams ze uitgeroepen hebben: dat we ons zullen verzetten tegen de uitbreiding van een buitenlandse macht in het Westerse halfrond, en het is daarom dat wij ons verzetten tegen wat vandaag aan het gebeuren is in Cuba.

Het is daarom dat wij onze handelsbetrekkingen verbroken hebben. Het is daarom dat wij in de OAS en op andere manieren werken om de communistische bedreiging in Cuba af te zonderen”.[13]

Het verzet en de successen van de Cubaanse Revolutie, die een voorbeeld zijn van absolute onafhankelijkheid en soevereiniteit voor de neus van het imperium van de Verenigde Staten, betekenden een onaanvaardbare werkelijkheid ten aanzien van de reële hegemonische doelstellingen waardoor de Monroe Doctrine geïnspireerd werd.

Op dezelfde geografische plek waar Washington zijn lange weg van succesvolle uitbreiding en superioriteit gestart was en zich als imperium uit de doeken deed, startte nu ook de krachtigste en duurzaamste uitdaging, die de kolos van het Noorden ooit had geconfronteerd vanuit de periferie van het Zuiden.

Bovendien, als kers op de taart, werd dit dan nog vlak voor zijn neus uitgevoerd door een eiland, klein van afmetingen, maar reusachtig als moreel voorbeeld voor de hele wereld.

Fidel Castro Ruz zou het Bolivariaanse, Martiaanse, anti-kolonialistische, anti-imperialistische, internationalistische en marxistische ideaal omhelzen en dit ideaal omvormen tot een ketterij dat tot op heden, en in de toekomst, verder grote gevechten levert en wint, zolang zijn voorbeeld en gedachtegang verder leven in het Cubaanse volk en bij de revolutionairen van de hele wereldbol.

Naast de ontketening van een oorlog met volledig spectrum tegen Cuba, die tot op heden voortduurt, leidde deze anomalie van overheersing door de Verenigde Staten in het Westerse halfrond de opeenvolgende regeringen van de Verenigde Staten tot de uitvoering van een hele reeks beleidsmaatregelen van gewelddadige en reactionaire aard om de ontluiking van meerdere Cuba’s in de regio te vermijden.

Er begon een nieuwe etappe van invasies, staatsgrepen en steun aan bloedige dictaturen, met als voorwendsel de strijd tegen het communisme. In naam van de vrijheid – en ook van de mensenrechten – zoals Bolívar ons verwittigd had in 1829, was Washington verantwoordelijk voor de gruwelijkste misdaden uitgevoerd tegen de volkeren ten zuiden van de Río Bravo.

Er begon een nieuwe etappe van invasies, staatsgrepen en steun aan bloedige dictaturen, met als voorwendsel de strijd tegen het communisme

Miljoenen verdwijningen, gefolterden en vermoordden, was de kost die onze volkeren betaalden. Het is onmogelijk precieze cijfers voor te leggen als we daarbij ook nog de slachtoffers van de Monroe Doctrine sinds de 19de eeuw bijrekenen.

We mogen nooit deze geschiedenis vergeten noch wat deze tweehonderd jaar Monroe Doctrine betekend hebben. We moeten hierbij verwijzen naar de Operación Cóndor, die tussen 1975 en 1983 de oorzaak was van duizenden doden en verdwijningen in heel het continent.

In deze Operatie verenigden de regering van de Verenigde Staten en de CIA hun crimínele krachten met die van de militaire dictaturen van Chili, Argentinië, Venezuela, Paraguay, Uruguay, Brazilië en Bolivia, alsook met terroristische groeperingen van Cubaanse oorsprong gevestigd in Miami, met het doel de progressieve en revolutionaire bewegingen in Latijns Amerika te bedwingen.

50 jaar geleden ontketende de regering Nixon-Kissinger een groot complot tegen de regering van de Unidad Popular voorgezeten door Salvador Allende in Chili. Deze operatie bereikte zijn hoogtepunt op 11 september 1973 met een staatsgreep, de dood van Allende en de vestiging van een van de afgrijselijkste dictaturen van het hele continent, waarvan de gevolgen tot op vandaag in het land te zien zijn.

Salvador Allende. Foto: Che Mella, Wikimedia Commons / CC BY-SA 3.0 DEED

40 jaar geleden lanceerde de regering van Ronald Reagan ook een invasie tegen het Caraïbische eiland Granada, op 25 oktober 1983, waar een revolutionair proces aan de gang was onder de leiding van Maurice Bishop.

De geschiedenis als leraar van het leven geeft lessen voor het heden. De woorden van Fidel aan het Chileense volk, in Santiago de Chile, op 12 december 1971, waar hij waarschuwde voor de dreiging die fascistisch rechts, gesteund door Washington, vertegenwoordigde tegen de revolutionaire processen, zijn vandaag opnieuw van kracht:

“Maar, wat doen de uitbuiters wanneer hun eigen instellingen hen hun heerschappij niet meer garanderen? Wat is hun reactie wanneer de mechanismen waarop zij historisch hebben kunnen rekenen om hun heerschappij in stand te houden, mislukken, falen? Heel eenvoudig, zij vernielen ze. Zij vernielen ze eenvoudigweg. Er is niets meer ongrondwettelijk, meer onwettelijk, meer anti-parlementair en meer repressief en gewelddadiger en crimineler dan het fascisme.

Het fascisme, met zijn gewelddadigheid, liquideert alles: haalt uit tegen de universiteiten, het sluit en verplettert ze. Het haalt uit tegen de intellectuelen, het onderdrukt en vervolgt ze. Het haalt uit tegen de politieke partijen. Het haalt uit tegen de vakbondsorganisaties, haalt uit tegen de massaorganisaties en de culturele organisaties.

Er is bijgevolg niets gewelddadiger noch meer retrograde noch onwettiger dan het fascisme”.[14]

VI De heropstanding van Bolívar

De val van het socialistische kamp ontketende triomfalistische houdingen in Washington betreffende de komst van de ‘Pax Americana’. Het was nu niet enkel meer ‘Amerika voor de Verenigde Staten’, maar de wereld aan de voeten van de wereldmacht die overwinnaar was geworden in de Koude Oorlog met als gevolg het zogezegde einde van de geschiedenis.

Maar, niet alleen konden ze Cuba niet van de kaart vegen, want Cuba verzette zich en kwam opnieuw als winnaar naar voren en bleef de belangrijkste kiezel in hun schoen, maar er ontstonden volksopstanden en verzet in de gebieden die de Verenigde Staten beschouwden als hun veilige achtertuin.

Ze ontstonden onmiddellijk en volgden elkaar op. Wat de machtselite in Venezuela het allerminst verwacht had was dat er een heropleving zou komen van het Bolivarisme en dat progressieve en linkse krachten aan de macht zouden komen.

Zij brachten een baanbrekende verandering teweeg, waarbij de Monroe Doctrine ter discussie gesteld werd en waar het Bolivariaanse ideaal teruggehaald en aangepast werd aan de 21ste eeuw.

De rol van de Venezolaanse president Hugo Rafael Chávez Frías, aan het hoofd van de Bolivariaanse Revolutie, betekende zonder twijfel een ommezwaai en een sprong in de Latijns-Amerikaanse en Caraïbische geschiedenis.

Hugo Chávez. Foto: Venezolaanse ambassade Minsk, Wikimedia Commons / CC BY 3.0 DEED

Samen met de regeringen van Nestor Kirchner in Argentinie, Daniel Ortega in Nicaragua, Evo Morales in Bolivie, Tabaré Vázquez in Uruguay, Lula Da Silva in Brazilië, Rafael Correa in Ecuador en Fidel en Raúl Castro in Cuba, werd er begonnen met vorm te geven aan een regionaal Project ‘Onsamerikaans’ (“Nuestroamericano”).

Dat project riep integratie-organisaties, zoals ALBA-TCP, UNASUR, CELAC, TELESUR, PETROCARIBE, in het leven, alsook mechanismen die trachtten de schema’s van overheersing te doorbreken die door het Noorden sedert tientallen jaren waren opgelegd.

Nooit eerder sinds het einde van WOII had de dominantie van de Verenigde Staten op het westelijk halfrond zo’n klap gekregen

In november 2005 werden de pogingen van het imperialisme van de Verenigde Staten om de regio te herkoloniseren door middel van een Amerikaanse Vrijhandelszone (FTAA), die de inmenging in binnenlandse aangelegenheden wilde verzilveren, gedurende de viering van de IVde Top van de Amerika’s verhinderd.

Verschillende Latijns-Amerikaanse en Caraïbische presidenten verzetten zich ertegen, onder andere de gastheer zelf van de bijeenkomst, president Néstor Kirchner, samen met Chávez en Lula. Nooit eerder sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog had de dominantie van de Verenigde Staten op het westelijk halfrond zo’n klap gekregen.

De regeringen van William Clinton, W. Bush en Barack Obama reageerden met heel hun arsenaal en al hun bondgenoten om dit proces te proberen remmen en te doen mislukken:

staatsgrepen, parlementaire coups, petroleum-coup, economische sancties, blokkades, culturele, media-, psychologische en vierde generatie oorlogen, subversie, spionage, inmengingen in binnenlandse aangelegenheden, stimuleren van verraad en verdeling, juridische kunstgrepen tegen progressieve en linkse leiders (lawfare), diplomatieke en economische bedreigingen, militaire acties, activering van de IVde vloot.

Dit en nog vele andere acties die het imperialistische, oligarchische en rechtse tegenoffensief in de hele regio kenmerkten.

Volgens de principes van Smart Power (combinatie van hard en soft power, nvdr) verklaarde president Barack Obama in 2013 echter dat er een einde was gekomen aan de Monroe Doctrine. In een toespraak tot de OAS verklaarde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken John Kerry dat de relatie tussen de Verenigde Staten en Latijns-Amerika die van gelijkwaardige partners zou moeten zijn, en dat zijn regering een band trachtte te smeden, niet op basis van doctrines, maar op basis van gemeenschappelijke belangen en waarden.

Hoe leugenachtig deze verklaringen wel waren kwam twee jaar later naar boven toen een nieuwe poging tot staatsgreep tegen de Bolivariaanse Revolutie zich voordeed, waarin de inmenging van de Verenigde Staten opnieuw klaar en duidelijk was. Enkele weken later noemde het Witte Huis Venezuela een buitengewone bedreiging van zijn nationale veiligheid.

In het geval van Cuba, niettegenstaande de aankondiging van het herstel van de diplomatieke betrekkingen op 17 december 2014 en de zogenaamde nieuwe benadering van het beleid, werden de doelstellingen, namelijk een regimewissel bevorderen en de Revolutie omverwerpen, nooit opgegeven door de regering Obama. Feiten, verklaringen en documenten van die periode tonen dit aan.

Maar, zijn opvolger in het Witte Huis, Donald Trump, en zijn belangrijkste raadgevers rond buitenlands beleid zouden ongezouten het discours van Monroe terug oppikken. Een van de verklaringen die de meeste titels in de pers haalde was die van zijn Staatssecretaris, Rex Tillerson, die, gedurende een bezoek aan Latijns-Amerika, bevestigde dat de Monroe Doctrine “even relevant is vandaag als op de dag toen ze op papier gezet werd”.

Deze verklaringen waren niet alleen een reactie tegen een grotere aanwezigheid van China en Rusland in de regio, maar ze vormden eerder een antwoord op het niet aanvaarden van ‘vreemde ideologieën’ zoals dewelke Cuba en Venezuela verdedigen. Eigenlijk weten we perfect dat hun werkelijke bezorgdheid gaat over de loskoppeling van het systeem van heerschappij van het imperialisme van de Verenigde Staten, iets wat de voorbeelden van de Cubaanse en Bolivariaanse Revoluties vertegenwoordigen.

VII Val van de hegemonie

Vandaag wordt het alsmaar duidelijker dat we een geopolitieke transitie van de wereld en een versnelde val van de hegemonie van de Verenigde Staten op globaal niveau aan het meemaken zijn. In dit scenario klampt de machtselite van de Verenigde Staten zich steeds meer vast aan de filosofie van Monroe en aan een overmachtige imperialistische staat.

Maar zij verliezen de controle in veel verder afgelegen gebieden, zoals is voorgevallen in Afrika en het Midden Oosten. Daarom is het logisch dat hun aandacht zich toespitst op de zone die zij gedurende 200 jaar als hun leefruimte van reproductie en hegemonische uitbreiding beschouwd hebben: Latijns Amerika en de Caraïben.

Omwille van de globale terugval klampt de VS zich steeds meer vast aan de filosofie van Monroe en aan een overmachtige imperialistische staat

Vanuit de logica van het imperialisme gaat het er kost wat kost om het verloren terrein terug te winnen van China, Rusland en de progressieve en linkse regeringen. Latijns Amerika en de Caraïben blijven de hoogste voorrang hebben in het buitenlands beleid van de Verenigde Staten.

Het hoofd van het Zuidcommando van de Verenigde Staten, Laura Richardson, heeft onlangs opnieuw, in een gesprek met de denktank Atlantic Council het volgende herbevestigd:

“Als ik over mijn tegenstander nummer twee in de regio, Rusland, spreek, wil ik zeggen dat ik het vanzelfsprekend heb over de betrekkingen van Cuba, Venezuela en Nicaragua met Rusland. Maar, waarom is deze regio belangrijk? Met al zijn rijke grondstoffen en uitzonderlijke grondrijkdommen, heb je de driehoek van het lithium, dat vandaag nodig is voor de technologie.

60 procent van het lithium in de wereld bevindt zich in de driehoek van het lithium: Argentinië, Bolivia en Chili. Er bevinden zich daar ook de grootste petroleumreserves, lichte en zachte olie, die ontdekt werden bij Guyana iets meer dan een jaar geleden. Er zijn ook de grondstoffen van Venezuela: petroleum, koper, goud.

En er zijn de longen van de wereld: de Amazone. En 31 procent van het zoete water van de wereld bevindt zich in deze regio. Ik wil maar zeggen, dit is buitengewoon. De regio is belangrijk voor ons. Hij heeft alles te maken met onze Nationale Veiligheid en we moeten ons meer inspannen”.[15]

Het scenario dat hier beschreven wordt is er een van opportuniteiten ten overstaan van de breuken en de zwakheden van het imperialistische systeem zelf en de voortdurende vergissingen van rechts dat geen alternatief project weet aan te bieden aan onze volkeren.

Maar er loeren ook grote gevaren om de hoek als gevolg van de opleving van neofascistische tendensen die aan de horizon opduiken en ook, in het bijzonder, in Europa.

De systemische crisis van het imperialisme zelf leidt naar steeds gewelddadiger en reactionaire reacties, als gevolg van het verlies van mogelijkheden om de grotere accumulatie van het kapitaal vol te houden. De opstanden, die de ene na de andere in de periferie plaatsgrijpen en in de dominante centra zelf zullen ontstaan, luiden de geboorte aan van een multipolaire wereld.

In dit proces kunnen de linkse krachten van de regio rekenen op een uniek moment om, zoals nooit te voren, de processen van eenheid en integratie van Latijns-Amerika en de Caraïben te herstarten. De conjuncturen zijn zeer veranderlijk en beweeglijk. Morgen zal het te laat zijn.

De opstanden die in de periferie plaatsgrijpen en in de dominante centra zelf zullen ontstaan, luiden de geboorte aan van een multipolaire wereld

Enkel verenigd zullen we daadwerkelijk vrij zijn en zullen we een internationale actor zijn met een invloedrijke plaats in de toekomst van de mensheid. Als we niet willen verdwijnen, moet er dringend gehandeld worden om een civiliserende paradigmatische verandering te bewerkstelligen.

Zo niet zullen de Verenigde Staten opnieuw onze Amerikaanse gronden bezetten en het wereldevenwicht verbreken, op een moment dat er misschien geen ommekeer meer mogelijk is om niet alleen de onafhankelijkheid en de soevereiniteit van onze volkeren te redden, maar ook het menselijke ras zelf.

Zoals de leider van de Cubaanse Revolutie, Fidel Castro Ruz, reeds zei gedurende de eerste Ibero-Amerikaanse Top, in Guadalajara, Mexico, op 18 juli 1991: “Het moment is aangebroken waarop we met feiten en niet met woorden de wil van degenen die op een dag droomden van een groot gemeenschappelijk vaderland voor onze volkeren, waar respect en universele erkenning zal heersen, moeten tonen”.

In de 21ste eeuw is de Monroe Doctrine nog even levendig als in 1823, tweehonderd jaar geleden. Maar ook de idealen en de strijd van onze volkeren zijn even levenskrachtig. Sterker dan ooit leven vandaag de idealen en de strijd van de Latijns-Amerikaanse en Caraïbische mensen die hun leven opgeofferd hebben voor de onafhankelijkheid en eenheid van Ons Amerika (Nuestra America).

In dit jaar 2023 herdenken we werkelijk de 95ste verjaardag van de geboorte van een van de meest verheven paradigmen van de revolutionairen aller tijden, namelijk Ernesto Che Guevara, die zijn leven gegeven heeft voor de emancipatie van de Latijns-Amerikaanse, Caraïbische, Afrikaanse volkeren en alle volkeren van het globale Zuiden, die lijden onder het juk van het imperialisme.

Onze grootste inzet moet, zonder dogma’s of terugval die onze weg bemoeilijken, de strijd voor sociale rechtvaardigheid en de integratie van onze volkeren zijn.

 

Dit artikel verscheen eerder op Red de intelectuales y artistas en Defensa de la humanidad. De vertaling is van Roos De Witte.

 

Notes

[1] Brief van Simon Bolívar aan kolonel Patricio Campbell, Britse handelsattache bij de Regering van Colombia, Guayaquil, 5 augustus 1829.

[2] James Knox Polk, president van de Verenigde staten tussen 1845 en 1849

[3] Rutherford Birchard Hayes, president van de Verenigde Staten tussen 1877 en 1881

[4] Theodore Roosevelt, president van de Verenigde Staten tussen 1901 en 1909.

[5] George F. Kennan (1904-2005). Diplomaat en Noord-Amerikaanse Regeringsraadman en auteur van de doctrine van uitsluiting tegen het communisme.

[6] Indalecio Liévano Aguirre: Bolívarismo y monroísmo, Editorial Revista Colombiana, Bogotá, 1971, pp.40-41.

[7] Zie Elier Ramírez Cañedo, La miseria en nombre de la libertad, Editorial de Ciencias Sociales, La Habana, pp.67-74.

[8] José Martí (1853-1895) was dichter, schrijver, journalist en revolutionair. Hij was één van de leiders van de onafhankelijkheidsoorlog van Cuba tegen Spanje.

[9]Redevoering van José Martí in de Hardman Hall, New York, 30 november 1889.

[10] José Martí, “Congreso Internacional de Washington, su historia, sus elementos y sus tendencias.”, Obras Completas, Editorial de Ciencias Sociales, La Habana, 1975, t. 6, p. 46.

[11] José Martí, “El tercer año del Partido Revolucionario Cubano”, Obras Completas, Editorial Nacional de Cuba, La Habana. t. 3, p.142.

[12] Vermeld door Juan Nicolás Padrón in: La guerra de Estados Unidos contra Cuba en la república neocolonial (II), La Jiribilla, 3 augustus 2022.

[13] New World Encyclopedia. “Monroe Doctrine.” New World Encyclopedia. 18 oktober, 2018. http://www.newworldencyclopedia.org/entry/Monroe_Doctrine

[14] Redevoering uitgesproken door Commandant Fidel Castro Ruz, gedurende de afscheidsakte die hem aangeboden werd door het Chileense volk, in het Nationale Stadium, Santiago de Chile, 2 december 1971

[15] Zie in internet: https://www.youtube.com/watch?v=DBHznUxu2_E

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!