De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Ahmed El Mouaden

Met exclusivistische geesten kan je enkel vredeskastelen in de lucht bouwen

maandag 15 maart 2021 14:37
Spread the love

Er moet voor de ontmoeting van Paus Franciscus en de sjiitische grootayatollah Ali Sistani meer gedaan worden om de kwalificatie ‘historisch’ te gebruiken.

Een oppervlakkige inschatting kan zich snel tevreden stellen met een loutere ontmoeting van deze twee grote religieuze leiders, afgezien van een serieuze evaluatie van de slaagkansen hiervan, om dit initiatief als een historische gebeurtenis te vieren. Wel is deze stap euforisch  gezien zeer belangrijp voor de bevordering van een interreligieuze dialoog tussen moslims en christenen en in het bijzonder voor de bescherming van de christelijke minderheid in Irak. Maar zijn mooie en oppervlakkige vreedzame voornemens[1] voldoende om een echte en duurzame interreligieuze vrede te stichten?

Niemand kan betwijfelen dat het geweld in het praktische leven maar een externe uitdrukking is van het geweld dat zich stelselmatig zowel in het gedachtegoed als in de psyché vertoont, waar het religieuze denken en handelen een groot deel van uitmaakt. Het grote probleem bij de betroken partijen in dergelijke kwesties is de exclusivistische theologie, de overtuiging van het toe-eigenen van de absolute waarheid en het engagement om deze overtuiging kost wat kost bij de mensen te brengen.

In de voetsporen tredend van de oeroude godsdienstige tradities die zich voor hun trouwe aanhangers het heil niet anders konden voorstellen dan zoals dit door het christelijke paradosis werd samengevat: ‘extra ecclesiam nulla salus’ (buiten de kerk geen heil) en dit eeuwen lang voordat het Tweede Vaticaans Concilie in 1965 met zijn ‘Nostra Aetate’ op dit gebied veelvuldigheid erkende en ook buiten de kerk bestanddelen van heiliging, heil en waarheid zag, en de middeleeuwse katholieke praktijk van excommunicatie in gedachten brengende,  heeft de moslimorthodoxie op haar beurt een uitsluitende theologie ontwikkeld waarop de betiteling ‘extra islam nulla salus’ perfect van toepassing is. Want deze heeft onvoorwaardelijk alle mensen uitgesloten van enig heil in het Hiernamaals en heeft eender wie veroordeeld om op de verdoemenis af te stevenen indien men zich niet tot de orthodoxe islam bekeert, los van de specifieke definiëring hier en daar van de grenslijnen van deze orthodoxie en om te zwijgen over andere problematische principes en verordeningen.

Zo, om nu hier enkel de sjiieten te citeren, volhardde de huidige grootste sjiitische ‘fatwa-mardjiᶜ’ As-Sistānī nog steeds in een extreem uitsluitende heilsthesis, door niet-moslims als ‘kuffār’: (ongelovigen) te veroordelen, zolang ze de islam niet aannemen. Volgens hem is een ‘kāfir’ eender wie geen geloof heeft, of een ander geloof dan de islam aanhangt[2] …En wetende dat, volgens de consensus van de moslimorthodoxie, elke ‘kāfir’ de Hel zal betreden, dan zegt dit statement meer dan genoeg over As-Sistānī’s visie op zijn gast de Paus zelf, zijn volgelingen en de rest van de christenen en de niet-moslims. Nog meer problematisch beschouwt As-Sistānī een ‘kāfir’ als materieel onrein, net als de onreinheid van de urine, de uitwerpselen, het varken enz. Gelukkig maar heeft hij deze keerde ‘lieden van het Boek’ uitgesloten om object te zijn van de materiële onreinheid; maar niet met zekerheid, want hij hanteerde daaromtrent de regel van ‘al-ihtiyat al-istihbabi[3] om zelf geen uitspraak daarover te doen. Maar blijft As-Sistānī, net als de meerderheid van de sjiitische geleerden (al-mashhur), wel geloven in de immateriële onreinheid van de ‘lieden van het Boek’.

Deze standpunten staan duidelijk haaks op de menselijke waardigheid in de Koran, alsook op de christelijke toenaderingsvoornemens naar de religieuze ander, sinds   het ‘Nostra Aetate’-document van het Concilie Vaticanum II, en daardoor kunnen de ontmoetingen van de Paus met dergelijke religieuze anderen maar een slag in  het water zijn of een kasteel in de lucht, zolang deze anderen hun uitsluitende theologie en minachtende jurisprudentie niet updaten.

Het exclusivistische karakter van de gevestigde sjiitische doctrine is nog pas bevestigd door een ernstige en met extreem aan de gang gezette laster en excommunicatie -campagne, waarvan een grote Irakese Ayatollah in Iran (Qum), Kamal Al-Haydari, een rationalistische en humanistische geest binnen ‘Al-Hawza’: (sjiitische traditionele universiteit), het slachtoffer werd.

Kamal al-Haydari (foto Wikipedia)

Iranese en Irakese clerici o.a., waarvan veel aanhangers van As-Sistānī en Khamenei deel uitmaken, wilden zonder verwijl deze criticus-stem in de kiem smoren, die de fundamenten van het sjiisme begon te doen wankelen. In zijn laatste lezingen voor de gevorderde religieuze studenten (talabat baht al-kharidj) liet hij duidelijk blijken dat hij voorstander is o.a. van een algemene herziening van de fundamenten van de islamitische theologie en jurisprudentie. Dat kon niet door de beugel voor de conservatieven. De druppel die het glas deed overstromen was tijdens het gesprek met de Tv: (Al-Irakiyya), waar hij de gevestigde maar verborgen takfiri-neiging van zowel de soennieten als de sjiieten blootstelde. Nu is Al-Haydari geschorst van al zijn onderwijstaken en heeft spreekverbod gekregen en vooral mag hij geen contact met de media nemen. As-Sistānī zelf bleef maar zwijgen in deze zaak die ongetwijfeld veel gevolgen zal hebben voor de toekomst van de sjiitische stroming in het bijzonder.

Om deze redenen en los van de andere factoren kunnen geen gezamenlijke projecten voor interreligieuze vrede en mondiaal wederzijds respect gepland en uitgevoerd worden met partners die binnenshuis niet anders dan onderdrukking en uitsluiting propageren.

Aan soennitische kant is het tafereel fundamenteel hetzelfde.

De nood is dus cruciaal aan een holistische, bekwame, kritische reflectie van de islamitische theologie en de verketteringsthesis in het bijzonder, die trouwens een taak van vitaal belang is voor de beoogde islamitische vereniging en de herleving van het moderne islamitisch humanisme. Dat moet een vereiste zijn van objectieve deskundigheid in zelfkritiek en de voorwaarde voor de beoogde algemene en radicale religieuze reformatie op dezelfde schaal – al zijn de doelstellingen en het parcours anders – als de verandering die het ‘Nostra Aetate’-document van het Concilie Vaticanum II in de christelijke wereld heeft ingeleid, eerder dan een sloom curatief of preventief beleid dat de theologische achtergrond van dergelijk religieus paradigma achterwege laat, evenmin een loutere reactie op het hedendaagse radicalisme in het kader van een ‘Counter Narrative’ ofwel een op primaire bronnen gebaseerd tegengeluid, ook al is het verslaan van de Salafi-Djihadi-definitie van de islam, in de stelling van Cashin, essentieel voor het overleven en het weer glimmend maken van de aanmodderende moslimwereld, en misschien ook dat van onszelf (Cashin D. Art. 02/11/2013).

De breuk moet ook gemaakt worden met een farizeïsche en ambivalente veroordeling van het salafistische Wahhabisme door in het algemene salafisme verdronken opvattingen die de splinter in de ogen van de Wahhabieten haarscherp konden definiëren, maar de balk in de eigen raszuivere ogen zien is voor hen te confronterend, want ironisch genoeg ze tappen uit een gelijkaardig vaatje vol met vloeibaar exclusivisme en remblokken. Deze niet Wahhabitische salafisten, die willen overkomen als de redelijke mannen in maatpak om het radicalisme te counteren, rechtvaardigen op hun beurt schroomloos de zwarte verkettering van de door hen als heterodox beschouwde islamitische stromingen, door in te spelen op schijnbaar legitieme grieven over bescherming van het ware geloof, zoals het geval was in 2016 in de ‘internationale soennitische conferentie’ te Grozny. Afstand moet ook genomen worden van de overige ostentatieve en substantieel oppervlakkige toenaderingspogingen van de deelnemers aan de verschillende ‘convergentieconferenties’ tussen de moslimstromingen, die tijdens de peperdure hotelconferenties in hun vuistje zitten te lachen zonder afstand te nemen van de in hun referentieboeken spinnijdig exclusivisme en de onbeschroomde onmenselijkheid.

Daar past dus geen: ‘guarda e passa’. De herziening van de oude islamitische ideeën met het oog op het theologische inclusivisme, het humanisme en de vernieuwing is de conditio sine qua non om het religieuze geweld te verbannen en met de oude religieuze opvattingen in de nieuwe wereld mee over te stappen, zodanig dat de moslims op een oprechte en geloofwaardige manier niet enkel het huidige initiatief van de Paus en de sinds Vaticanum II uitgestrekte hand van de christenen kunnen terug begroeten, maar tegelijkertijd de mooie voornemens van alle mensen die het humanisme allang hoog in het vaandel hebben gedragen.

Ahmed El Mouaden is Islamleraar en doctorandi

[1] Al-Sistani zei tegen de paus dat de christenen in Irak in vrede moeten kunnen leven en dezelfde rechten dienen te hebben als andere Irakezen. Paus Franciscus ontmoet sjiitische grootayatollah Ali Sistani in Irak – Wereld – Knack

[2] www.sistani.org/arabic/book/13/560/

[3] Dat is in islamitisch juridische termen een soort voorzorgsmaatregel waarbij een ‘fatwa-mardjiᶜ’: (een mudjtahid-geleerde die, vooral bij de sjiiten, als een gezaghebbende referentie wordt beschouwd, als degene met de meeste kennis zijnde; en dient geïmiteerd te worden door degenen die hem zodanig aannemen), in het geval van onzekerheid over een fatwa, deze voorzorgmaatregel voor zijn imitators rechtvaardigt, waarbij hij hen de mogelijkheid geeft en aanbeveelt om de fatwa van een andere ‘fatwa-mardjiᶜ’ aan te nemen. Als hij deze overstap verplicht beschouwt dan heet dat ‘al-ᵓiḥtiyāt al-wudjūb’ī’.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!