De Begeesteraar (In memoriam Herman Verschelden, oprichter van Theater Malpertuis)

De Begeesteraar (In memoriam Herman Verschelden, oprichter van Theater Malpertuis)

zaterdag 4 november 2017 18:10
Spread the love

Onlangs overleed Herman Verschelden, oprichter van Theater Malpertuis. Hier een ode aan mijn leraar voordracht. 

 

Er zijn tientallen mensen die mij hebben beïnvloed, levenden en doden, maar slechts een paar levenden hebben mij echt gevormd. Noem hen: de mentoren. Ga het maar na: dat zijn er niet zoveel. Herman Verschelden is er een van. En nu is hij dood. Dus zie ik het als mijn plicht hem te eren. Niet met een minibiografie, dat laat ik aan anderen, maar met een getuigenis. Ik heb onnoemelijk veel aan hem te danken.

Hij was mijn leraar voordracht. Man, man man, mij leren spreken – duidelijk en expressief voor een publiek – dat was ongetwijfeld een hele opgaaf (West-Vlamingen zijn al niet gezegend op dat vlak – gelukkig waren er ook de dictieleraren), en het luidop lezen van een willekeurige onvoorbereide tekst, kon ik al helemaal niet. Ik was, zo ontdekte ik pas jaren later, dyslectisch (en dat ben ik nog altijd – het structureert ook mijn denken: ik lees de wereld altijd in vele richtingen tegelijk:).

Herman is dus de man die mij heeft leren spreken en in zekere zin, ook heeft leren lezen, want bij hem was een gedicht voordragen een oefening in lezen, in interpreteren, in doorgronden van de tekst, en zijn context. En dan natuurlijk ook techniek. Het was werken bij Herman op ‘de voordracht’. Gezeten in de bibliotheek op woensdagnamiddagen ontving die mooie, grote man met de gitzwarte baard (die later verdween maar voor mij zal hij altijd een baard hebben, blijkbaar), een artiest en theaterdirecteur, ons, snotapen. Dat was toch ook een beetje op het appel verschijnen. Want ik kende hem niet als leraar van op school, en die korte halfuurtjes, persoonlijk alleen op het appel je zelf gekozen teksten repeteren, was toch een uitdaging.  Hij was streng en in het begin ook enigszins stuurs, bijna afstandelijk, maar misschien was dat gewoon zijn verschijning. Maar streng was hij in de keuze ook van de gedichten: geen eigen gedichten, gedichten moest je schrijven vanaf je dertigste, eerst leven … enfin, ik was als 14, 15 jarige, en als beginnende dichter, een beetje bang van die man. Wellicht ook omdat ik hem van meet af aan bewonderde: een theater stichten en draaiende houden, met van die moderne toneelstukken, dat was bijna mythisch in een provinciestad als Tielt. Herman had aura met hopen, van nature, maar ook roem door het in die jaren beruchte kelderheater Malpertuis, als luis in de pels van een kleingeestig gat – laat het ons maar zeggen zoals het is.

Werelden heeft hij voor ons allemaal geopend: Becket, Ionesco, Eduardo Manet, Edward Bond (vaak speelde hij in die stukken ook mee als acteur), en natuurlijk ook Claus, het Belgisch Combo, etc. Werelden, zeg ik u. Zonder al die stukken te zien op zo jonge leeftijd, zou ik een ander mens zijn, ik zou iets gemist hebben hebben.

Herman was voor alles woordkunstenaar, eerder dan acteur. De voordrachtavonden van onze voordrachtklas, de revues, de potpourri’s die we toen maakten met de voordrachtklas in de regie van Herman, of soms thematische voorstellingen, zoals die over van Ostayen (met accent op Bezette stad). Onvergetelijk. Op de repetities kwam Herman helemaal los (ik hoor hem nog lachen!). Hij gaf ons vertrouwen en veel spelplezier. Leren voor een publiek staan, podiumangst overwinnen, en leren iets overbrengen, er voor gaan, contact maken met je publiek. Zonder Herman zou ik als docent en als publieke intellectueel om zo te zeggen een handicap hebben. Nu kan ik op een podium staan, spreken voor wie het horen wil. Dank zij hem, of toch in erg grote mate. Dank u, Herman.

Ik ontmoette onlangs iemand die echt les van Herman in het St. Jozefscollege heeft gehad, en die zei dat hij een van zijn beste en belangrijkste leraren was, en ik denk dat de lijst van mensen die zich door Herman gevormd voelen, die een soort stempel van die man in hun leven herkennen, lang is. Ik was blij het te horen: hij was ook een goede leraar in de school, waar hij nochtans erg afstandelijk over deed, want zijn hart lag natuurlijk bij ‘zijn’ theater. Hij was echt bezeten door zijn kunst. Progressief was hij, maar niet ideologisch, eerder artistiek bezig dan politiek. Het politieke lag voor hem juist in de gedurfde vorm en de gedurfde thema’s. Hij was meer een fan van Beckett dan van Brecht. En Adorno zou hem gelijk geven. Herman was een vurig aanhanger van de autonomie van de kunst: theater en poëzie waren voor hem het recht op eigenzinnigheid.

Hij was ook progressief in het concrete, of zoals men geleerd zou kunnen zeggen: het micropolitieke. Ik geef een voorbeeld. In de scholen en in de hele opvoeding waren jongens en meisjes toen nog gescheiden. En het was zeker een toegevoegde charme van die repetities en voordrachtavonden, dat er ook meisjes bij waren (ik was natuurlijk een beetje verliefd op een ervan). Herman genoot ervan de geslachten samen te brengen in een nog zeer gescheiden patriarchale conservatieve wereld. Ook daarin was hij vooruitstrevend en  breeddenkend, wat toen nog heel schril afstak tegen de omgeving.

Laat ik eindigen met een anekdote – ik zal ze nooit vergeten. Ik moet toen net aan de universiteit gezeten hebben, en op een avond, terug aan de toog in mijn geliefde en vertrouwde keldertheater, voor of na een voorstelling, dat weet ik niet meer, uitgelaten maar ook een beetje schalks tegen die grote, toch erg gezagvolle vader met zijn baard, die achter de toog staat (want hij nam in Malpertuis alle rollen op zich), vraag ik, onnozele adolescent die ik ben, zo over de toog: “Herman, geloof je nog altijd in je genie?” Ja, het was een beetje stout. Oedipus speelde op, denk ik. Herman monkelt. En zegt, spontaan en met alle saveur die hij in woorden kon leggen, met veel aplomb: “ik ben geen genie, ik ben een begeesteraar’. Tovert die woordkunstenaar een woord dat ik nog nooit had gehoord uit zijn hoed om die hond van een opstandige zoon met een gemeende kwinkslag van antwoord te dienen. Het was niet alleen de eerste keer dat ik dat woord hoorde, het was ook de laatste (het bestaat wel, ik heb het net even gecheckt op internet, maar echt, nooit voor of na dat moment gehoord of gelezen). En dat is maar juist ook, want het was zo waar. Het is een woord dat voor mij voor eeuwig bij Herman Verschelden hoort. Hij kon werkelijk als geen ander mensen enthousiasmeren voor theater en poëzie. Hedendaags theater maken in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw in een provinciegat, dat was geen sinecure. Herman Verschelden verdient een heel eigen woord op zijn graf. Dus voor jou, Herman, dit grafschrift:

“Hier rust de baardige baarlijke theatermaker van Malpertuis

Hij was woordkunstenaar acteur regisseur directeur en leraar

met zijn gedrevenheid voor twee was hij een groot begeesteraar”

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!