Bus Nr. 40
Betoging, Brussel, Antwerpen, Boek, Cultuur, Stampmedia, Gent, Actie, De Wereld Morgen, Burgerparticipatie, 'Leven aan de onderkant. Het systeem dat de onderklasse in stand houdt', #occupywallstreet -

Bus Nr. 40

maandag 6 mei 2013 14:51

’s Morgens neem ik bus nr. 40 van het centrum, waar ik woon, naar school. Het is slechts 35 minuten naar school, maar ondertussen denk ik na over deze wereld. Ik doe niets behalve wegvluchten in mijn muziek, bouwend aan mijn ingebeelde stad en uitkijkend naar mooie vrouwen met een gevoel van verbazing en liefde.

Tijdens deze busritten heb ik een vriend leren kennen, Moses, uit Torhout. Nog nooit heb ik iemand ontmoet zoals hij, met zijn aanstekelijke lach en gevoel voor humor. Moses, zoals de mensen hem kennen, heeft de Belgische nationaliteit, verkregen via zijn Belgische familie die hem geadopteerd heeft na hem te hebben leren kennen in Canada, want reizen is zijn hobby.

Hij heeft zijn mond vol over zijn reizen, zijn avonturen, zijn vrienden, de steden die hij heeft bezocht, zijn grote salaris en zijn wetenschappelijke certificaten. Hij spreekt Engels, maar geen Nederlands, ondanks het feit dat hij reeds 3 jaar in België is, en dit omdat zoals hij zegt hij het veel te druk heeft. Zijn lach is zo verbazend dat mijn hart er bijna van stilstaat door zijn spontaniteit, vooral bij het zien van een mooi meisje op straat. Hij stopt voor haar neus met een belangrijke mededeling, hij zegt : “Je bent heel mooi” en hij vervolgt zijn weg. Hij is mijn zotste vriend en mijn vriend in de klas Nederlands. Zijn enige groot geheim, dat hij verbergt voor iedereen, is het feit dat hij een vluchteling is met voorlopige identiteitskaarten!

Telkens wanneer ik hem aanspreek waarom hij niet eerlijk is omtrent zijn statuut wordt hij bleek en zucht. “Ik doe echt mijn best om de liefde en respect van de mensen in België te verdienen, maar telkens ik het woord vluchteling gebruik faal ik hierin. Ik vind geen andere manier en om mijn leugen nog meer kracht bij te zetten moet ik Nederlands leren” zegt hij.

Ik hou van bus nr. 40, die ik elke dag neem, ondanks wat het mij doet! Elke dag, behalve de weekends, wachten mijn vrienden en ik aan de bushalte in “|Poelkapelle” om de bus te nemen naar “Ieper” om Nederlands te leren. Deze bus neemt Moses en anderen eerst vanaf Torhout en dan zijn wij aan de beurt. Telkens ik de bus neem zie ik de mensen veranderen, zij reageren vreemd! De talloze lege plaatsen, bestemd onder andere voor ons, zijn plots bezet. Zij raken bezet met voeten en schooltassen die blijkbaar belangrijker zijn dan wij. Maar de dodelijke blikken van de mensen maken alles nog erger! Telkens vraag ik mij af waarom dit met ons gebeurt, kom ik van een andere planeet, misschien moet ik naar huis? Ik kijk naar mezelf in de spiegel en vraag mij af: “Zie ik er menselijk uit, heb ik misschien grote oren of een scheef hoofd?”

Ik denk er sterk over na om mijn wekelijks zakgeld van 7,4€ te sparen om naar de dokter te gaan om te kijken of ik wel voldoe aan de Europese menselijke standaarden. Indien ik niet zou voldoen kan hij mij misschien bij het afval zetten.

Tussen haakjes, niemand durft Moses op dergelijke manier te behandelen omdat men denkt dat hij Belg is. Wanneer ik hem eens vroeg, op weg naar school toen de bus passeerde aan mijn halte, wat er met de mensen gebeurde, waarom niemand lacht. Hij begon luid te praten vanachter in de bus en hij vroeg me: “Heb je een bom, heb je nucleaire wapens bij je?” en dan begon hij mij te onderzoeken waar iedereen bijstond en vroeg: “Hoe ben je naar Europa gekomen, je moest misschien dood zijn, ben je misschien één van de zeven mirakels, …?” Kom een beetje dichter bij Mohammad, vroeg Moses aan iemand. “Hij heeft geen bommen”: riep Moses. Hij nam iemands hand en bracht deze tegen mijn lichaam en liet hem voelen dat ik geen enge voorwerpen op zak had. Mocht deze persoon zijn een seconde langer gebleven zijn zonder dat hij het terugtrok, dan hij had kunnen voelen hoeveel liefde mijn hart bezat… Iedereen werd stil, net alsof alle talen in de wereld uit hun monden waren ontsnapt…je moest de mensen hun gezichten zien!

De volgende morgen waren er talrijke vrije plaatsen en de mensen lachten meer! Wanneer ik nu mensen groet, groeten ze terug en we kunnen praten over alledaagse zaken. Telkens als ik spreek zie ik de verbazing in de ogen van de mensen, elke keer dat ik de bus neem laten de mensen mij meer toe in hun hart. Ik vraag mij af, hebben mijn andere vrienden een andere Moses nodig?

De vluchtelingen en ik –in de eerste plaats iemand van hen- moeten ten zeerste begrijpen en ons realiseren dat wij geen andere Moses nodig hebben; we hebben enkel onszelf nodig om puur te zijn, we moeten onze toekomst samen opbouwen, hand in hand. We moeten ook realiseren dat we als boeren zijn die planten en oogsten en we moeten geloven dat we de mogelijkheid hebben om liefde in de harten van alle mensen te zaaien en volgens mij is dit een historische verantwoordelijkheid op onze schouders. We kunnen afstanden verkleinen en bruggen tussen ons afbreken. We hebben het beste voorbeeld in de ontwikkeling, opleiding en integratie en diegenen die willen veranderen moeten hiervoor op de eerste rij gaan staan. We moeten een mijlpaal en een onderscheid maken en de slechte personen, wel, ik breng hem onmiddellijk naar de luchthaven… Zijn/haar land mist zijn/haar slechte daden!

Mijn vraag voor onszelf is: hebben wij geprobeerd om naar de bus te lachen? Hebben wij geprobeerd om de bus lief te hebben? Hebben wij geprobeerd om aan te kloppen aan hun hart?

Vele mensen op bus nr. 40 hebben echt iets gemist, zij hebben nooit Lamu ontmoet. Lamu is een 27 jarige vluchtelinge uit Tibet en zij lijkt een beetje op een Ninja Turtle. Telkens komt zij lachend als een klein kind naar de bus en probeert er eerst op te geraken. Zij stoort niemand en altijd slaapt ze op de bus van het begin tot de eindhalte. Zij valt telkens in slaap, nadat ze haar hoofd op een merkwaardige manier heeft bedekt. Mochten de mensen haar willen benaderen, zullen ze ontdekken dat haar kaken net 2 grote rode appels zijn. Ik moet toegeven, soms word ik een beetje een deugniet en laat haar niet slapen. Ik steek kleine stukjes papier in haar oren of neus om haar wakker te houden en als ik haar ’s morgens zie vraag ik elke keer hoeveel kusjes heeft ze van haar vriend gekregen om zo’n rode kaken te krijgen. Ze loopt me achterna, en ik probeer te vluchten. Meestal praat ik met haar in gebarentaal omdat zij enkel Tibetaans spreekt en slechts enkele woorden Engels, maar als ze lacht dan lacht heel de wereld mee omwille haar goedheid en schoonheid. Nu heeft Lamu het centrum verlaten en blijft er enkel de herinnering …

Finally/

Wanneer je je ontbijt klaarmaakt, denk dan aan anderen.
Vergeet de duiven niet te voederen.
Wanneer je je oorlogen voert, denk dan aan anderen
Vergeet niet degenen die vrede willen.
Wanneer je slaapt en de planeten telt, denk dan aan anderen
Er zijn mensen die geen plek hebben om te slapen

Mohamad Alsaftawi

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!