Foto: Annabel Foubert

Verkiezingscheck: wat willen de progressieve partijen voor leerlingen en leerkrachten?

In deze reeks vergelijken we de partijprogramma's van verschillende politieke partijen met de standpunten van sociale bewegingen. Van armoedebestrijding tot klimaatactie, ontdek hoe partijprogramma's zich verhouden tot de eisen van vakbonden, de vredesbewegingen en het brede middenveld.

vrijdag 31 mei 2024 10:26
Spread the love

 

Verkiezingen moeten gaan over de inhoud, maar laten we eerlijk zijn: wie heeft er tijd om de vele honderden bladzijden aan partijprogramma’s volledig door te nemen en te vergelijken? Met deze reeks willen wij je op weg helpen. We loodsen je doorheen de verschillende programma’s van de progressieve partijen wat betreft: koopkracht, klimaat en milieu, zorg, belastingen, vrede, onderwijs en pensioenen.

In deze verkiezingscheck richten we ons op onderwijs, de grootste post uit de Vlaamse begroting. Dalende kwaliteit, klassen zonder leerkracht en groeiende protesten waren aan de orde van de dag in de tweede helft van de afgelopen beleidsperiode. Armoede en ongelijkheid in het onderwijs blijft een reuzegroot probleem. Wat zeggen Vooruit, Groen, PVDA en CD&V in hun verkiezingsprogramma’s over onderwijs?

Visual: Gratiën Versijpt

Gratis maaltijden en maximumfacturen

Leerlingen die in armoede opgroeien krijgen niet dezelfde kansen op school. Leerkrachten in scholen met veel arme leerlingen klagen over lege brooddozen, en over leerlingen die schoolreizen en uitstappen links laten liggen omdat hun ouders de kosten niet kunnen dragen. Bovendien is armoede een stigma. Het is moeilijk om aan een school een uitzondering, en tegemoetkoming of een afbetalingsplan te vragen.

Vzw Krijt, die scholen begeleidt in het bewust omgaan met armoede, pleit daarom voor scholen waar de kosten voor elke leerling laag worden gehouden. Het Netwerk tegen Armoede publiceerde in de aanloop naar de verkiezingen een memorandum waarin een maximumfactuur in het secundair onderwijs gevraagd wordt, zoals die in het basisonderwijs al bestaat.

In Antwerpen, waar Vooruit de schepen van Onderwijs levert, krijgt elke leerling in het basisonderwijs elke dag een gratis maaltijd. De partij wil die maatregel uitbreiden over heel Vlaanderen, ‘te beginnen met het basisonderwijs’. Bovendien wil de partij een maximumfactuur in het secundair onderwijs, zoals die in het basisonderwijs al bestaat.

Beide maatregelen, warme maaltijden en maximumfactuur in het secundair onderwijs, vinden we ook terug bij de PVDA. Die partij wil ook dat zwemlessen en schooluitstappen kosteloos zijn voor de ouders.

Ook Groen wil een maximumfactuur in het secundair onderwijs. In het programma van de groenen zijn de maaltijden op school nog wel betalend, maar dan met prijzen in functie van het inkomen van de ouders, gratis voor wie een laag inkomen heeft.

De partij wil ook gratis menstruatieproducten op school, en een verbod voor scholen om onbetaalde facturen met hulp van een incassobureau te innen. Groen pleit ook voor de invoer van brugfiguren tussen school, gezin en buurt, waar op lokaal vlak mooie resultaten mee geboekt worden.

De CD&V wil geen maximumfactuur in het secundair onderwijs, omdat de scholen daarmee beperkt worden in het realiseren van hun pedagogisch project. Ook gratis maaltijden staan niet in het programma van de christendemocraten. “Als leerlingen met honger naar school komen is er een groter probleem en moeten de juiste instanties gecontacteerd worden”, zo luidt het.

Nederlands als sleutel, meertaligheid als kans?

De huidige onderwijsminister, Ben Weyts (N-VA), wees bij elk nieuwsbericht over de dalende onderwijskwaliteit naar de kennis van het Nederlands als sleutel voor schoolsucces.

Het klopt dat kinderen die thuis geen Nederlands spreken over het algemeen lagere schoolresultaten behalen, en dat die resultaten niet enkel verklaard kunnen worden door de sociale status van deze leerlingen. Weyts’ obsessie met taal is echter ook een hondenfluitje dat anderstaligen culpabiliseert in plaats van hun meerwaarde te benoemen.

Wat heeft de N-VA gedaan om het Nederlands, of de Vlaamse cultuur, als open en toegankelijk voor te stellen voor nieuwkomers en anderstaligen? De wachtlijsten voor lessen Nederlands voor anderstaligen werden niet weggewerkt. Wel kregen we de KOALA-testen, taaltoetsen aan het begin van het basisonderwijs die naar verplichte remediëring leiden, en een Vlaamse Canon die aflijnde wat wel en niet Vlaams genoemd kan worden.

Vooruit focust in haar programma sterk op de emancipatorische kracht van het Nederlands op school, en wil dat het niveau van het Nederlands in ons onderwijs opgekrikt wordt, met verplichte remediëring voor wie dat nodig heeft. Ook de ouders moeten het niveau van hun Nederlands verbeteren, daarvoor wil de partij gratis taallessen aanbieden. Scholen met veel anderstalige leerlingen krijgen extra middelen. De maatregelen lijken goedbedoeld, maar ook wat paternalistisch of culpabiliserend.

CD&V lijkt te twijfelen aan de effectiviteit van de KOALA-testen, die volgens de partij aan een evaluatie toe zijn. Enkel de leerlingen die thuis geen Nederlands spreken zouden de test nog moeten afleggen.

Bij Groen en PVDA vinden we de focus op kennis van het Nederlands veel minder. Beide partijen lijken meer te verwachten van een algemene verbetering van de onderwijsresultaten. Groen wil wel meer aandacht voor het Nederlands in de opleiding kleuteronderwijzer. De groenen willen ook ondersteuning voor scholen die inzetten op meertalig onderwijs, waarbij de thuistaal van de leerlingen positief ingezet wordt.

Hervorming van de basisvorming of ranking?

Vandaag zien we hoe leerlingen, ook na de recente hervorming van het secundair onderwijs, al vanaf hun 12 jaar, in het eerste jaar van het middelbaar onderwijs, voor een basisoptie moeten kiezen die bepaalt of ze later een arbeidsmarktgerichte studiekeuze maken of één die hen voorbereidt op hoger onderwijs. Als die keuze zo vroeg gemaakt wordt gebeurt dat vooral op basis van de thuissituatie.

De indeling van leerlingen in studierichtingen op 15 jaar per inkomensdeciel van de ouder(s) volgens PISA. Bron: Oproep voor een Democratische School

Kinderen van arbeiders kiezen voor een arbeidsmarktgerichte opleiding, kinderen van hoogopgeleide ouders vind je in het aso. Bovendien worden de leerlingen eenzijdig opgeleid. Een leerling in het aso krijgt maar weinig techniek, en in het beroepsonderwijs is de algemene vorming enkel gericht op maatschappelijke redzaamheid.

De organisatie Oproep Voor Een Democratische School schrijft in haar verkiezingsmemorandum daarom een gemeenschappelijk stam tot 15 naar voor. Ze zien dit echter pas mogelijk “indien onderstaande maatregelen worden ingevoerd: kleine klassen in de beginjaren, een brede school en maximale ondersteuning voor elk kind, einde van de segregatie en van de niveauverschillen tussen scholen.”

De PVDA kiest in haar verkiezingsprogramma resoluut voor de verlengde basisvorming. Die wordt zelfs verlengd tot 16 jaar, naar Fins model, met voordien de mogelijkheid voor leerlingen om keuzevakken te volgen die aansluiten bij hun interesses.

Groen gaat een stuk minder ver. De partij wil wel een versterking van de opleidingen in het technisch en beroepsonderwijs, maar het lijkt vooral te gaan om een actualisering van de praktijkcomponent zodat de leerlingen voorbereid worden op de jobs van de toekomst in duurzame industrie en landbouw. Studiekeuze uitstellen vinden we niet terug in het programma, wel wil Groen in de eerste graad meeloopstages organiseren zodat leerlingen zich aangemoedigd voelen om bewuster met hun studiekeuze om te gaan.

Ook de sociaaldemocraten gaan ervan uit dat studiekeuze vooral een kwestie van informatie is. Daarom wil Vooruit meer inzetten op studiekeuzebegeleiding, en wil ze ook een studiewijzer invoeren, een gids waarin ouders de resultaten van scholen kunnen vergelijken. In feite bestaat die gids al, de Onderwijzer van Het Nieuwsblad komt neer op een ranking van scholen. De PVDA wil dit soort rankings juist expliciet verbieden.

De CD&V tenslotte vermeldt geen standpunt over onderwijsinhoud, herwaardering van het beroepsonderwijs of structurele hervormingen. De partij zegt enkel leerplannen te willen goedkeuren die ambitieuzere doelen hebben dan de geldende eindtermen.

Lerarenberoep aantrekkelijker?

De afgelopen jaren nam het aantal berichten over klassen zonder leraar steeds toe, en ondanks een toename van het aantal studenten in de lerarenopleiding zal dit probleem enkel groter worden. De VDAB noteerde een verdubbeling van het aantal vacatures voor leerkrachten op vijf jaar tijd. De verschillende linkse partijen hebben voorstellen die het lerarenberoep aantrekkelijker moeten maken.
Zo willen Vooruit, Groen en PVDA meer begeleiding voor startende leerkrachten.

Bij Vooruit sluiten de maatregelen vrij dicht aan bij het rapport van de zogenaamde Commissie der Wijzen van Dirk Van Damme, misschien niet toevallig een voormalig kabinetschef van Vooruit-minister Frank Vandenbroucke. De partij kiest, net als Van Damme, voor een schoolopdracht van 38 uur per week. De vakbonden zijn daar minder positief over.

Vooruit wil een extra jaar betaalde stage voor beginnende leerkrachten, wat lijkt op het inductiejaar dat Van Damme voorstelt. De partij staat ook positief tegenover het door Ben Weyts ingevoerde statuut van leraar-specialist, nochtans een mogelijkheid die door weinig scholen wordt gebruikt en die door de onderwijsvakbonden wordt afgeschoten. Vooruit wil ook dat leerkrachten meer kunnen focussen op hun kerntaken. Minder planlast dus.

Ook de PVDA wil minder planlast. De partij wil een aanvangsbegeleiding voor jonge leerkrachten door oudere collega’s. Een aantal verlofstelsels die afgeschaft waren, zoals loopbaanonderbreking, wil de partij terug invoeren. Daarnaast moet de pensioenleeftijd voor leerkrachten terug naar 65 jaar, met de mogelijkheid om vanaf 60 vervroegd uit te stappen. De PVDA wil ook een verhoging van de lonen van leerkrachten die enkel een bachelordiploma hebben.

Ook Groen heeft aandacht voor de aantrekkelijkheid van het lerarenberoep. De partij zet vooral in op vermindering van planlast en op ondersteuning van de leerkracht in alle fasen van de loopbaan. De groenen willen ook het recht op deconnecteren verzekeren, zowel voor leerkrachten als voor leerlingen.

Opvallend voor een partij die nauwe banden heeft met het Katholiek Onderwijs, en toch ook enige connectie met de grootste onderwijsvakbonden, zwijgt het programma van CD&V over het lerarentekort.

Het lerarentekort maakt dat de vraag over de hoofddoek in het onderwijs steeds actueler wordt. Waar enkele jaren geleden nog een debat woedde over het toelaten van religieuze kenmerken voor leerlingen, wordt nu de vraag gesteld of leerkrachten met hoofddoek wenselijk zijn in ons onderwijs. Anders gesteld, kunnen we het ons in tijden van lerarentekorten nog veroorloven om het talent van moslimvrouwen links te laten liggen, enkel omdat ze hun identiteit met een hoofddoek willen tonen?

Hier lijken partijen van links tot in het centrum klaar voor een omslag. Zowel Vooruit, PVDA als Groen willen dat een leerkracht religieuze symbolen mag dragen op school. Ook CD&V, de partij die haar bestaan dankt aan de vrijheid van religie, wil geen algemeen verbod op het dragen van religieuze tekens.

Conclusie

Onderwijs is de grootste uitgavenpost in de Vlaamse begroting. Een erg belangrijk onderwerp dus, en toch was het debat over onderwijs in de Vlaamse politiek de afgelopen jaren vaak nogal mak. Het is een thema voor backbenchers, politici die hun dossiers meestal goed kennen maar weinig punten scoren bij het brede publiek.

Alle linkse partijen willen inzetten op maatregelen tegen armoede in het onderwijs. PVDA, Vooruit en Groen willen een maximumfactuur in het secundair onderwijs. Dat zou een breekpunt kunnen zijn bij regeringsonderhandelingen. Een maximumfactuur betekent geen verlies aan kwaliteit. Het betekent wel dat scholen elkaar niet langer kunnen beconcurreren met dure uitstapjes en reizen, en dat ouders bij het begin van het schooljaar weten voor welke kosten ze staan.

Gratis maaltijden vinden we terug bij Vooruit en PVDA. Groen gaat niet helemaal mee in dat verhaal, maar het moet gezegd dat het programma van Groen over armoedebestrijding in het onderwijs het meest uitgewerkt is van alle partijen.

Als het over onderwijskwaliteit gaat lijkt Vooruit sterk aan te sluiten bij het huidige beleid, met een sterke aandacht voor kennis van het Nederlands. De andere partijen nemen andere opties, waarbij Groen opvalt met een pleidooi voor het inzetten van de thuistaal.

De PVDA wil dan weer een verregaande onderwijshervorming, met de verlenging van de basisvorming tot 16 jaar. Voor leerkrachten is de PVDA de partij die het dichtst aansluit bij de eisen van de vakbonden, terwijl Vooruit het rapport over de lerarenloopbaan van Dirk Van Damme positief beoordeeld, tegen de vakbonden in.

Onder de radar lijkt er consensus te ontstaan binnen links dat leerkrachten met een hoofddoek eigenlijk geen probleem zijn. Zelfs het programma van centrumpartij CD&V kan in die zin begrepen worden. Dat stemt hoopvol, als oplossing voor het lerarentekort maar ook als deel van een positieve kijk op diversiteit.

steunen

Steun voor een nieuwe website

We hebben uw hulp nodig voor een essentiële opfrissing van de website. Om die interactiever, sneller en gebruiksvriendelijker te maken hebben we 30.000 euro nodig. Elke bijdrage, groot of klein, helpt. Met uw donatie ondersteunt u onafhankelijke journalistiek die de verhalen blijft brengen die er echt toe doen. Laat uw hart spreken.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!