Bron: Pixabay
Interview -

Krijt vzw: “Een tocht op een zeiljacht helpt je niet de leerplandoelstellingen te bereiken”

Eén op zeven leerlingen groeit op in armoede. Hoge schoolkosten en onbetaalbare schoolfacturen leiden tot stress, zowel bij ouders als bij scholen. Colette Victor is coördinator van Krijt vzw, een organisatie die scholen helpt om een bewust armoede- of kostenbeleid te ontwikkelen. Meer en meer spitst Krijt zich toe op bewustmaking van scholen en leerkrachten. Om echt kosten te besparen moeten scholen kritisch naar hun eigen werking leren kijken.

donderdag 9 maart 2023 12:12
Spread the love

 

Colette Victor: “Armoede op school is een groeiend probleem. Tijdens de coronacrisis zijn scholen zich bewuster geworden van leerlingen in armoede, ze konden er niet meer langs kijken. In die zin was de pandemie een goede zaak. Scholen beseften plots dat het ook bij hen een probleem was. We krijgen sindsdien steeds meer aanvragen. Wij zijn 6 jaar geleden gestart, als Samen Tegen Onbetaalde Schoolfacturen. In die eerste jaren hadden we veel scholen die ons vroegen: ‘Hoe kunnen wij onze facturen betaald krijgen?’. De scholen moeten natuurlijk financieel overeind blijven, dat begrijpen wij. Maar vandaag vragen ze veel meer om hen te helpen het personeel bewust te maken en te leren omgaan met armoede op school, om de school te helpen een visie uit te werken. Ze willen iets aan de oorzaak doen.”

Armoede op school gaat niet enkel om grote bedragen die soms gevraagd worden, maar ook om de manier waarop je geholpen wordt. Je staat te kijk als je een uitzondering komt vragen. Veel ouders doen grote inspanningen zodat het maar niet te zien zou zijn dat hun kind arm is.

Colette Victor. Foto: vzw Krijt

“Zo veel mogelijk leerlingen moeten kunnen participeren, zodat ze zich niet hoeven aan te melden voor hulp. Er zullen altijd leerlingen zijn die extra steun nodig hebben, maar die groep kan je beperken met de juiste maatregelen.”

“Er is een boekenleverancier, Lichtvis, die garandeert dat alle leerlingen op 1 september hun boeken hebben, of ze nu betaald hebben of niet. De rest regelen ze met de school. Zo kan iedereen op dezelfde manier starten. Andere leveranciers sluiten soms hele gezinnen uit omwille van een betalingsprobleem met één van de kinderen, en werken met deurwaarders om hun geld te ontvangen. Als school kan je kiezen om niet met zo’n leverancier in zee te gaan.”

“Er zullen altijd leerlingen zijn die extra steun nodig hebben, maar die groep kan je beperken met de juiste maatregelen”

“Er zijn ook drempels bij ouders om iets te komen zeggen of vragen. Een voorbeeld is de schoolrekening. Kunnen ouders daar aan uit, is het duidelijk waarvoor ze betalen? En als ze het niet kunnen betalen, wie fungeert er als vertrouwenspersoon en hoe kan je gespreid betalen. Bij inschrijving hebben ouders meestal geen goed beeld van hoeveel ze moeten betalen, en wanneer.”

Jullie geven scholen tips om het leren betaalbaar te houden. Waarover gaat het dan bijvoorbeeld?

“Ik vind het belangrijk dat scholen hun kosten in kaart brengen. Het zou je verbazen hoe weinig scholen zicht hebben op wat de ouders allemaal moeten betalen. Kijk hoe en waar je kosten kan verminderen, want hoe lager de factuur, hoe meer mensen hun rekening kunnen betalen. Het zal nooit gratis zijn, maar je kan kritisch kijken naar je eigen werking, ook in het basisonderwijs. Daar hebben ze de maximumfactuur, die aan de ouders garandeert dat de kosten niet boven een bepaald maximumbedrag zal gaan. Maar het is geen verplichting om heel dat budget op te maken. Je kan ook kijken hoe het nog goedkoper kan.”

“Hoe lager de factuur, hoe meer mensen hun rekening kunnen betalen”

“In het secundair onderwijs kunnen scholen kijken wat ze kunnen doen om de boeken betaalbaar te maken, en de meerdaagse uitstappen. Die hoef je niet af te schaffen, want voor leerlingen in armoede is het ook heel belangrijk dat ze eens een stukje van de wereld zien. Met het gezin is die mogelijkheid er niet altijd. Maar het hoeft niet elk jaar, misschien is eens per graad voldoende, en het hoeft geen dure vliegreis te zijn. Het startpunt moet zijn dat iedereen deelneemt.”

“Een spaarplan kan daarbij helpen. Er zijn scholen waar er twee jaar lang voor een reis gespaard wordt. Ouders betalen elke maand 15 euro, en zo krijgen ze het bedrag bijeen voor de reis. Als ouders uit de middenklasse liever gewoon in één keer betalen dan kan dat, maar dan moeten zij naar de school stappen en een uitzondering vragen, niet andersom dat de uitzondering voor de arme ouders moet gemaakt worden.”

Champagnereis naar New York

Ik denk dat sommige scholen het nog altijd niet zo erg vinden dat ze wat duurder zijn, om zich te kunnen onderscheiden van andere scholen.

“Het is gelukkig een minderheid, maar er zijn inderdaad scholen die heel bewust dure reizen organiseren. Er is een school die met hun zesdejaars op Champagnereis naar New York gaat. Bestaat echt, hoewel de Champagnestreek gewoon net over de grens in Frankrijk ligt. In een andere school konden leerlingen in het laatste jaar uit negen verschillende bestemmingen kiezen, en één daarvan was Oostende, de enige betaalbare optie voor de kinderen in armoede. Gelukkig is die school daarmee gestopt. Een school is geen reisbureau.”

“Als er dan kansarme ouders hun kind komen inschrijven, vertellen ze hen dat het toch allemaal wel duur is, en of ze daar wel rekening mee willen houden?”

Hebben scholen geen schrik dat rekening houden met de armste leerlingen ook neerkomt op verlies van kwaliteit? Het zal minder aangenaam zijn voor de leerlingen als de vliegreis een betaalbare busreis wordt.

“Ja, maar als je de helft van je leerlingen moet achterlaten, dan moet je je toch ook vragen beginnen stellen. Je moet kijken naar wat het leerplan zegt. Een tocht op een zeiljacht, wat ik in het buitengewoon secundair onderwijs heb gezien, dat helpt je niet om de leerplandoelstellingen te bereiken. Als je uitstap binnen de eindtermen past, dan moet je kijken hoe je het betaalbaar kan maken, zodat de leerlingen met minder niet thuis hoeven te blijven.”

Leerkrachten uit de middenklasse missen inzicht

Kennen leerkrachten en directies de wereld van de kansarmoede wel voldoende?

“Het gros van het onderwijspersoneel is wit en behoort tot de middenklasse. Ze hebben niet met armoede te maken in hun eigen omgeving, komen niet in contact met armoede. Fijn voor hen, maar ze missen het inzicht.”

“Wij doen al onze sensibiliseringsacties samen met een ervaringsdeskundige”

“Wij doen al onze sensibiliseringsacties samen met een ervaringsdeskundige. Dat werkt heel goed om mensen bewust te maken van de problematiek. Twee jaar voor corona hebben wij aan scholen die met ons gewerkt hadden gevraagd wat hen het meest geholpen had, en op nummer één stond de getuigenis van een ervaringsdeskundige. Op nummer twee stond de schoolfoto, dat is een heel uitgebreide analyse die wij maken van de school, waarin de school kan zien op welke vlakken ze goed scoren, en waar er nog groeimogelijkheden zijn. We bevragen de directie, de leerkrachten, de ouders, en in het secundair spreken we ook met de leerlingen.”

8% van de gezinnen heeft geen vast internet

Thuis studeren is ook anders als je minder geld hebt. Er zijn gezinnen waar de kinderen enkel rustig kunnen zitten in de badkamer. Afstandsleren vergroot de kloof tussen rijk en arm nog meer.

“Leerlingen in armoede zijn meer kwetsbaar bij afstandsleren of huiswerk. Soms moeten verschillende kinderen één laptop delen. Ongeveer 8 procent van de gezinnen heeft nog steeds geen vast internet. Die kinderen moeten met een smartphone werken als ze iets online moeten opzoeken. In een gezin dat genoeg middelen heeft kan dat in een rustige studeerkamer, met vast internet aan een laptop. Dat zijn geen gelijke kansen.”

Naar aanleiding van de Digisprong zijn er meer middelen voor ICT-middelen voor leerlingen. Volstaat dat?

Foto: Lupuca / CC BY-SA 2.0 (To view a copy of this license, visit https://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.0/?ref=openverse)

“Het is goed dat die inspanning door de overheid gedaan is. Er is nog geen engagement voor een vervolg daarop. Het budget in het secundair onderwijs is 510 euro. Er zijn scholen die leerlingen verplichten om laptops aan te kopen van 700 of 800 euro, waarbij de ouders het verschil moeten bijleggen. In de meeste richtingen heb je zo’n sterke laptop niet eens nodig. En wat doe je als die leerlingen afstuderen? Dan nemen ze hun laptop mee en zit de school weer zonder.”

“Andere scholen leasen de laptop voor een haalbaar bedrag aan de leerling. Het materiaal blijft eigendom van de school, en er zit ook een garantie voor onderhoud en herstelling bij. Dat lijkt mij duurzamer.”

“Voor de internetaansluiting zijn er nu de sociale tarieven van Telenet. In de coronaperiode zijn die tijdelijk ingevoerd, maar nadien zijn ze structureel gemaakt. Dan betaal je 10 euro per maand voor beperkt internet.”

Kritisch naar de eigen werking kijken

In het secundair onderwijs zitten de armste leerlingen vooral in beroeps- en technisch onderwijs. Maar dat zijn ook de duurste studierichtingen, door de materiaalkost voor de praktijkvakken. Hoe kan een vakschool de kosten drukken?

“Je moet kritisch kijken naar het materiaal dat je gebruikt in de klas. Praktijkleerkrachten raden soms hun favoriete dure merk aan, omdat ze er zelf graag mee werken. Moet dat echt? Of is er een goedkoper alternatief? In plaats van leerlingen materiaal te laten aankopen kan een school ook werken met leasingkoffers. Dan betalen de leerlingen een klein bedrag om materiaal van de school te gebruiken.”

“Praktijkleerkrachten raden soms hun favoriete dure merk aan, omdat ze er zelf graag mee werken. Moet dat echt?”

“Leerlingen wisselen in de tweede graad ook snel van richting. Je kan de aankoop van materiaal dan uitstellen naar de derde graad, als het duidelijk is in welke richting ze zullen afstuderen. “

“In Oostende is er een kappersschool die de opleiding 270 euro goedkoper heeft kunnen maken. Kritisch kijken naar de eigen werking levert echt geld op.”

Ook een secundaire school kan een maximumfactuur invoeren, aan de ouders vooraf meegeven welk bedrag er kan uitgegeven worden.

“Dat is een goede manier om het personeel kostenbewust te maken. Het Atheneum Emmanuel Hiel in Schaarbeek doet dat. Hun maximumfactuur was destijds 130 euro per leerling, en daarnaast zijn er nog maximumkosten voor eendaagse en meerdaagse uitstappen. Ze hebben eigen cursussen gemaakt om te besparen op schoolboeken.”

Geen winst ten koste van alles

Wat zou de overheid kunnen doen om armoede op school te beperken?

“Wij zouden meteen tekenen voor plafondbedragen voor uitstappen en boekenpakketten en voor een maximumfactuur in het secundair onderwijs. Als dat niet onmiddellijk voor alle jaren lukt, dan toch al voor de eerste graad. Plafondbedragen kan het beleid meteen opleggen. De lerarenopleidingen moeten hun studenten ook leren om beter met armoede om te gaan. Eén op zeven kinderen leeft in armoede, dan volstaat het niet om daar zes uurtjes les over te krijgen.”

“Ik zou ook graag de commercialisering van het onderwijs inperken. Online boekenleveranciers doen ook nog in schriften, fluostiften, en al dat soort zaken, duurder dan in een gewone winkel. Wie niet goed op de hoogte is, denkt dat zijn kind al die dingen nodig heeft, en zo geef je vaak nog meer uit aan kantoormateriaal dan aan boeken. Zo’n praktijken kan je perfect verbieden.”

“Hoe meer middelen gezinnen hebben, hoe sterker ze staan in hun ouderschap”

“De overheid kan ook verbieden dat scholen, boekenleveranciers of leveranciers van warme maaltijden met deurwaarders en invorderingsbedrijven werken. Als je je geld wil verdienen in de onderwijssector hangt daar ook een verantwoordelijkheid mee samen. Je kan geen winst maken ten koste van alles. Niet ten koste van gezinnen  in armoede.”

“De laagste lonen en uitkeringen en de studietoelagen moeten ook omhoog. Hoe meer middelen gezinnen hebben, hoe sterker ze staan in hun ouderschap, daar is veel onderzoek naar gevoerd. Vanuit het onderwijs zou daar sterk voor moeten gepleit worden.”

Meer info:

Vzw Krijt

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!