Televisie. Afbeelding van Alehandra13 via Pixabay
Mediakritiek - Josefien Cornette

Down the Road: down the drain?

Is een zesde seizoen van het succesvolle programma en klein kijkcijferkanon Down The Road het uitmelken van een zieke koe, of valt er een argument te maken voor ‘feel good’-entertainment als inclusiemiddel?

woensdag 13 december 2023 11:26
Spread the love

 

Patrick Vandelanotte schreef een aantal dagen geleden in een opiniestuk dat het zesde seizoen van Down The Road er beter niet was gekomen. Als coördinator van Grip vzw, een mensenrechten organisatie (specifiek voor mensen met een handicap), schrijft hij over het gebrek aan inclusie in de beeldvorming van het programma. Nog straffer, hij benoemt het programma met het woord ‘segregatie’. Het commentaar op sociale media slingert alle kanten op. Moeders met kinderen met een handicap – of zelfs een kind met het syndroom van Down – verwijten Grip vzw net zelf op de kap van ‘hun kwetsbare’ te teren. Anderen schrijven in een georganiseerde cognitieve dissonantie ‘dat het nu soms eenmaal gewoon entertainment mag zijn’ en vinden de kritiek te hard. Het woord ‘heksenjacht’ valt snel. Stempel er op en afgevoerd. En nu?

In een mensenrechtenorganisatie gebaseerd op de canonieke leuze ‘nothing about us, without us’, is de eerste vraag die ik me vooral stel wat de deelnemers van Down The Road zelf vinden van het programma. En dan heb ik het niet over Dieter Coppens en Saartje Pelgrims, maar de groep van zes jonge avonturiers die deelnemen aan het programma. Wat denken zij zelf van het programma? In het getouwtrek van ronde tafelgesprekken, adviescommissies en diversiteitscellen, zit er slechts één ‘ouder van…’ aan tafel, weet Grip vzw me te vertellen. De mening van de deelnemers, zij die op het scherm komen, hebben we het gissen naar.

Een andere vraag is in hoeverre een soort emancipatoire neoliberaliteit geldt voor deze zes avonturiers. Is er een activistische ambitie om taboes te doorbreken of zagen de zes avonturiers gewoon een kans om gratis een all-in vakantie, met dolle pret, zonder ouders, te beleven? In het geval van het tweede: kan je het hen kwalijk nemen? Toegegeven zit er ergens een heerlijke anarchie in een simpliciteit die vaak wordt toegemeten aan mensen met een mentale handicap. Het idee dat die ergens ver buiten de wereld van ‘de normalen’ gewoon plezier wil hebben. Dat specifiek je-m’en-foutisme laat ook mij niet ongevoelig.

Down The Road geeft slechts een heel selectief beeld van wat het betekent om met het Syndroom Van Down te leven

Wat een feit is, is dat Down The Road slechts een heel selectief beeld geeft van wat het betekent om met het Syndroom Van Down te leven. De avonturiers worden geselecteerd op taalvaardigheid, zelfstandigheid en, laat ons eerlijk zijn, knuffeligheid. Over de zeer reële gezondheidsrisico’s zoals hartafwijkingen, bloedafwijkingen en kans op jongdementie wordt niet gerept. En laat me duidelijk zijn: het idee dat personen met een handicap hun integratie niet vinden in de maatschappij bekijk ik nog liefst als een sociaal maatschappelijk probleem, in plaats van een individuele verantwoordelijkheid.

Het zou niet de eerste keer zijn dat ook mijn kritiek halt wordt geroepen door een ‘kennis van…’ die me zegt dat de deelnemers zelf een giga sprong maakten in hun eigen zelfstandigheid, zelfvertrouwen, etc. Maar wat dan als Grip vzw uiteindelijk de slag thuis haalt en het programma, met z’n zes seizoenen, binnenkort ergens ligt stof te vergaren in het VRT-archief, onder de categorie ‘beter niet’?

Al sinds een aantal seizoenen komt er kritiek vanuit de belangengroepen bij de VRT-diversiteitscel. Die diversiteitscel informeert zich bij belangengroepen-organisatie, legt hun oor daar te luisteren, en formeert op basis daarvan een advies. Let wel, een advies. De kracht om een halt toe te roepen krijgt deze bijna particratische, vertegenwoordigingsconstructie niet. Waar staan we dan, als maatschappij, met het idee dat we niet over de hoofden van minderheidsgroepen willen spreken? Het gemak waarmee de programmamakers een advies zomaar aan de kant kunnen leggen, baart me meer zorgen dan de terechte kritiek over de consequenties van de beeldvorming die Down The Road nog steeds rondstrooit.

Al sinds een aantal seizoenen komt er kritiek vanuit de belangengroepen bij de VRT-diversiteitscel

De reden waarom een programma als Down The Road zo’n hetze kan opstarten onder belangenorganisaties, is omdat het vaak de weinige broodkruimels zijn die de VRT onder de tafel gooit van z’n minderheid-kijkers. Want eenmaal afgeschaft, wat komt er dan na Down The Road? Gezien het huidige sociaal-economisch en politiek klimaat is het op zich al een gedurfde uitspraak er vanuit te gaan dat er een ander programma zou komen. Moeten we ons dan tevreden stellen met een slap episch programma, dat als een gouden kalf steeds dezelfde inhoud herkauwt? Nee toch? Gaan we voor seizoen zeven weer hetzelfde liedje? Toegegeven getuigt ook van weinig visionaire creativiteit, toch?

Want aan elke reis komt een einde, en dan keert elke deelnemer terug naar z’n ouders en/of instelling, met dezelfde ellenlange wachtlijsten, gebrek aan financiële middelen, opvoeders in burn-out en verhoogde minderjarigheid. Een grotere sisser na een epos als deze, is er bijna niet. Dat is toch niet hoe we verhalen over grote avonturiers schrijven? Is het dan wel werkelijk de bedoeling om de avonturiers zelfstandiger te maken, zoals de programmamakers van Down The Road zelf proclameren? Of gaat het dan toch eerder over kijkcijfers scoren, op de kap van —dixit William Boeva— ‘knuffelmongooltjes’?

Het debat botst op de vraag in hoeveel ‘ervaring’ als slagkracht heeft in maatschappelijke gesprekken. Is van lived experience, een ervaring, in dit gesprek een feit of een mening? En hoe zwaar weegt de identitaire autoriteit door in gesprekken die zo hitsig kunnen zijn als over een programma dat al vijf seizoenen lang niet luistert naar z’n feitelijke achterban — mensen met een handicap. Het is net op dat snijvlak dat de zes avonturiers zich bevinden. Vandaag is Down The Road nog altijd een 1%-selectie of een selectie van de happy few dat eigenlijk een heel scheef beeld schetst. We weten echter dat de realiteit veel diverser is, zelfs binnen iedereen die leeft met het Syndroom Van Down. Het schetst wel een beeld dat de deelnemers vooral geslecteerd worden op basis van wat kijkcijfers scoort, in plaats van de geleefde realiteit. En dat blijft heel jammer. Want meer diversiteit, meer programma’s met mensen met een handicap en betere concepten, resulteert in betere televisie voor iedereen.

 

Afbeelding van Alehandra13 via Pixabay

steunen

Steun voor een nieuwe website

We hebben uw hulp nodig voor een essentiële opfrissing van de website. Om die interactiever, sneller en gebruiksvriendelijker te maken hebben we 30.000 euro nodig. Elke bijdrage, groot of klein, helpt. Met uw donatie ondersteunt u onafhankelijke journalistiek die de verhalen blijft brengen die er echt toe doen. Laat uw hart spreken.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!